Bomen en struiken op muren (deel 1)

Bomen en struiken op muren (deel 1)

Bomen en struiken op muren? Jawel, als ik “boom” zeg dan denkt u ongetwijfeld aan een dikke, gegroefde stam die elke storm weerstaat, een machtige kruin die hoog naar de hemel reikt en waarin vogels nesten, wortels die diep in de aarde groeien en de boom van het nodige vocht voorziet en hem stevig in de grond verankert. En misschien denkt u ook aan kleurrijke bloesems, rijp fruit, gonzende bijen en … verkleurende bladeren in de herfst.  

Bij bomen – en bij uitbreiding bij struiken – denk je wellicht niet meteen aan muren. En toch treffen we in Brugge op diverse locaties bomen en struiken aan op muren. Een ‘zaailing’ heeft vaak niet meer nodig dan een barstje in steen of de cement om zich te nestelen. Daaruit groeien dan jonge planten die zich meestal sterk vertakken.  Vaak is de precieze soort ook niet gemakkelijk te herkennen.

Hieronder een bloemlezing van onze vondsten. Later komen we op al deze soorten uitvoerig terug.

Ruwe Berk

Ruwe berk

Berk (Betula) is een geslacht van bomen uit de berkenfamilie (Betulaceae). De bomen van dit geslacht komen verspreid voor over het noordelijk halfrond. Ze zijn uiterst winterhard. Doordat berken ondiep wortelen zijn ze slecht bestand tegen droogte. Toch groeien ze hier gewoon tegen een muur op het voetpad.

Er zijn een aantal soorten die vooral in een jong stadium soms moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn. Onder andere de ruwe berk (Betula verucosa) en de zachte berk (Betula pubescens) om er twee te noemen.
Het woord berk is afgeleid van het Oudindische woord ‘bharg’ wat ‘glanzend’ betekent en waarschijnlijk betrekking heeft op de witte bast. Betula heeft te maken met het Keltische woord ‘betu’ wat ‘slaan’ betekent en betrekking heeft op het slaan met berkentakken op het lichaam na een saunabezoek om de bloedsomloop te stimuleren.

We zullen later nog uitgebreider terugkeren op deze mooie boom. 

Boswilg

De boswilg (Salix caprea) is een boom uit de wilgenfamilie (Salicaceae). De plant wordt ook wel ‘waterwilg’ genoemd.

 

Boswilg – Salix caprea

De boswilg (Salix caprea) is een boom uit de wilgenfamilie. De plant wordt ook wel ‘waterwilg’ genoemd. De soort komt algemeen voor in Europa en Noordoost-Azië en niet uitsluitend op vochtige plaatsen. De boswilg is in Nederland en België inheems.

De Boswilg kan verward worden met de Grauwe wilg (Salix cinerea) , waarmee hij vaak samengroeit. De bladeren van de Grauwe wilg zijn kleiner en smaller. Zijn jonge takken zijn grijsbehaard. De beide zuivere soorten zijn vrij goed van elkaar te onderscheiden, maar bastaardvormen komen heel veel voor en bestrijken het hele vormenspectrum tussen de twee soorten. De bastaard Boswilg x Katwilg Salix x smithiana (S. caprea x viminalis) komt regelmatig voor.

Esdoorn

We kennen de esdoorn allemaal vanwege de ‘helicoptertjes’. Wie heeft als kind niet met de zaden gespeeld?

Esdoorn (Acer) is een geslacht van loofbomen en heesters. De naam Acer is van onduidelijke herkomst. Het Latijnse woord ‘acer’ betekent ‘spits’ of ‘scherp’. De naam zou betrekking kunnen hebben op de spitse vorm van de bladeren die bij sommige soorten voorkomen. Er zijn verschillende soorten en cultivars.

We kennen de esdoorn allemaal vanwege de ‘helicoptertjes’. Wie heeft als kind niet met de zaden gespeeld? Er zitten twee splitvruchten aan één steeltje; de vleugels staan tegenover elkaar en geven zo een goede verspreiding door de wind.

Het hout is zeer bruikbaar voor meubels en omdat het goed bestand is tegen slijtage ook voor vloeren. Esdoorn wordt ook gebruikt voor het maken van keukens omdat het een lichte kleur heeft. Wanneer het een mooie golftekening heeft wordt het onder andere voor achterbladen van violen en gitaren gebruikt. 

hazelaar (Corylus avellana) 

De hazelaar (Corylus avellana) is een in West-Europa inheemse struik uit de berkenfamilie (Betulaceae). De vrucht van de hazelaar is de hazelnoot

 

hazelaar (Corylus avellana) 

De hazelaar (Corylus avellana) is een in West-Europa inheemse struik uit de berkenfamilie (Betulaceae). De vrucht van de hazelaar is de hazelnoot, waarvan de kern eetbaar is. 

De hazelaar is een “naaktbloeier”. De plant bloeit als deze nog geen bladeren heeft. De hazelaar is voor de bestuiving afhankelijk van de wind. Aan de hazelaar zitten de mannelijke en de vrouwelijke bloeiwijzen apart. De mannelijke bloemen zitten in katjes en zijn al in de zomer aanwezig in de oksels van de bladeren. Ze gaan pas bloeien in januari. De vrouwelijke bloemen zitten met drie tot vier stuks in een klein knopje bij elkaar. Tijdens de bloei zijn alleen de rode stijlen met de stempels te zien.

De enkelvoudige, veernervige bladeren hebben een dubbel gezaagde bladrand zonder insnijdingen. Het blad is bijna rond tot eivormig, enkelvoudig, veernervig en met een dubbelgezaagde rand; beide zijden zijn licht behaard.

De hazelaar wordt tot 6 m hoog en gaat pas na tien jaar vrucht dragen. (Bron: Wikipedia)

Dat hazelnoten gezond zijn weet iedereen. Ze bevatten  vitamine B, C, E en K. Vitamine C speelt een grote rol in het instandhouden van je afweersysteem en bij de opname van ijzer uit je voeding. Daarnaast helpt het je cellen gezond te houden omdat het een antioxidant is.

Linde

Linde (Tilia) is een geslacht van bomen uit de kaasjeskruidfamilie (Malvaceae). Linden zijn bladverliezende, hoge tot middelhoge bomen. Ze hebben over het algemeen een dichte kroon met veel twijgen.

Aan de Groenerei te Brugge staan allemaal lindebomen. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat in de onmiddellijke buurt – op de grond en tussen de stenen van de kademuur – heel wat jonge zaailingen opschieten. 

Linde (Tilia) is een geslacht van bomen uit de kaasjeskruidfamilie (Malvaceae). Linden zijn bladverliezende, hoge tot middelhoge bomen. Ze hebben over het algemeen een dichte kroon met veel twijgen.

De bladeren – en knoppen – staan afwisselend in twee rijen aan weerszijde op de twijgen. Ze zijn hartvormig en handnervig. De bladrand is enkelvoudig gezaagd, soms getand of gelobd. De bladvoet is min of meer scheef, maar begint in tegenstelling tot de iep, aan beide zijden van de bladsteel op gelijke hoogte aan de steel.

In de kelkblaadjes van de bloemen bevinden zich kliertjes die nectar afscheiden, een bron van de lindebloesemhoning. Vaak kun je al van op afstand de zachte, zoetige geur van de lindebloesem ruiken.  Daardoor heeft de linde een sterke aantrekkingskracht op bijen en hommels.

Van de lindebloesem is een uitstekende thee te maken. Het is eigenlijk geen kruidenthee, maar een bloementhee. Het drinken van lindebloesemthee werkt als vocht-, zweet- en urine uitdrijvend middel

Er is wetenschappelijk aangetoond dat het drinken van lindebloesemthee helpt bij verkoudheid en droge prikkelhoest, bij angst, slapeloosheid en prikkelbaarheid en stress.Lindebloesemthee is ideaal na een zware maaltijd omdat het helpt bij de vertering of bij spijsverteringsproblemen.

Meidoorn

Meidoorn is een geslacht uit de rozenfamilie (Rosaceae). Het geslacht wordt ook wel haagdoorn of steendoorn genoemd.

Meidoorn is een geslacht uit de rozenfamilie (Rosaceae). Het geslacht wordt ook wel haagdoorn of steendoorn genoemd. Het zijn struiken die van nature in Europa, Noord-Amerika, Azië en Noord-Afrika voorkomen. Sommige soorten komen ook als boom voor.

Het geslacht omvat honderden soorten. Daarvan komen in de Benelux drie soorten inheems voor. Dit zijn de eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyna), de tweestijlige meidoorn (Crataegus laevigata) en de koraalmeidoorn (Crataegus rhipidophylla). 

Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Meidoorn

In het Nederlands ‘Meidoorn’ : de plant bloeit in de maand mei en heeft scherpe doornen. Andere namen in het Nederlands : doornboom, meitakken, hagedoorn en stekelboom.

Net als andere doornen dragende struiken beschouwde men de meidoorn als beschermer en drager van afwerende krachten.

De Romeinen wijdden de meidoorn aan Cardia , de beschermgodin van de huisdrempel. Daartoe werd een takje meidoorn aan de huisdeur gehangen. Deze bescherming gold zowel voor heksen, bliksem als boze geesten. Dit geloof  en gebruik heeft heel lang verder geleefd in Europa. Een takje meidoorn in de wieg van een pasgeboren kind gehangen, was de bescherming tegen ziekte en kwade geesten.