Maand: november 2023

Gewoon varkensgras … is geen gras

Gewoon varkensgras … is geen gras

Als u in de stad door een rustig straatje loopt dan is de kans groot dat u – zonder het te beseffen – een plantje onder voet loopt dat niet eens riposteert. Integendeel, het zegt: “Geen erg!”.  Als u dat hoort – grapje – kijk dan eens 

Culinair gebruik van de paardenbloem

Culinair gebruik van de paardenbloem

Veel mensen hebben vroeger als kind wel eens geproefd van paardenbloem, en dus krijg ik vaak de vraag of de plant eetbaar is. Inderdaad, alle delen van deze plant zijn eetbaar. Jonge bladeren kan men eten als groente of in salade verwerken. Het blad werkt 

Medicinaal gebruik van de paardenbloem

Medicinaal gebruik van de paardenbloem

Verschillende delen van de paardenbloem, waaronder de bladeren, wortels en bloemen kan men gebruiken vanwege hun potentiële medicinale eigenschappen.  

Dioscorides

Volgens sommige bronnen wordt de paardenbloem al vermeld in de ‘Materia Medica’ (Περὶ Ὕλης Ἰατρικῆς) van Dioscorides, een Griekse arts en farmacoloog die in de 1e eeuw na Christus leefde. De ‘Materia Medica’ is een uitgebreide farmacopee die een breed scala aan medicinale planten en hun gebruik beschrijft. Maar zelf hebben we bij onze uitvoerige online research die beschrijving in geen enkele vertaling kunnen terugvinden.  Ook niet na het inschakelen van artificiële intelligentie.

Hildegard von Bingen

Hildegard von Bingen (1098-1179) was een Duitse abdis, mysticus en kruidkundige die uitgebreid schreef over medicinale planten in haar werk “Physica”.  Daarin besprak Hildegard verschillende planten en hun geneeskrachtige eigenschappen.

Hoewel Hildegard von Bingen Taraxacum officinale niet vermeldt bij zijn moderne botanische naam, beschreef ze wel planten met kenmerken die vergelijkbaar zijn met paardenbloem. Ze schreef over planten met een bittere smaak en diuretische eigenschappen. Deze beschrijvingen komen volledig overeen met de eigenschappen van paardenbloem.

In “Physica” schreef Hildegard over de gezondheidsvoordelen in de context van middeleeuwse kruidengeneeskunde. Ze beschouwde paardebloem als een waardevol kruid met eigenschappen die gunstig waren voor verschillende gezondheidsproblemen. Ze geloofde dat het kruid kon worden gebruikt om de lever en galblaas te ondersteunen, waardoor de spijsvertering en het algehele welzijn werden bevorderd. Haar geschriften benadrukten vaak de onderlinge verbondenheid van lichaam, geest en ziel. Ze beschouwde planten als geschenken van God die gebruikt konden worden voor genezing.

Hoewel Hildegard’s opvattingen over medicinale planten geworteld waren in het middeleeuwse begrip van kruidengeneeskunde zijn haar bijdragen op het gebied van kruidengeneeskunde opmerkelijk. Haar werk is bestudeerd op zijn historische en culturele betekenis in de context van middeleeuwse kruidenkennis. 

Sailko, CC BY 3.0 via Wikimedia Commons

Rembert Dodoens

Rembert Dodoens (1517–1585), ook bekend als Dodonaeus, was een Vlaamse arts en botanicus die aanzienlijk bijdroeg aan het gebied van de kruidengeneeskunde. In zijn beroemde werk “Cruydeboeck”, voor het eerst gepubliceerd in 1554, gaf Dodonaeus gedetailleerde informatie over verschillende planten, inclusief hun medicinale toepassingen.

Met betrekking tot de paardenbloem noemde Dodonaeus ook zijn diuretische eigenschappen en raadde het aan voor de behandeling van problemen met betrekking tot de lever en de nieren. Net als Hildegard von Bingen voor hem, waardeerde Dodonaeus paardenbloem vanwege zijn vermogen om de urineproductie te stimuleren, waarvan werd gedacht dat het gunstig was voor bepaalde gezondheidsproblemen.

LordToran, CC0, via Wikimedia Commons

Nicholas Culpeper 

Nicholas Culpeper (1616 – 1654) schreef in zijn boek ‘The Complete Herbal’ (1652-‘53):

“Paardenbloem valt onder de heerschappij van Jupiter. Het is van een openings- en reinigingskwaliteit, en daarom zeer effectief voor de obstructies van de lever, gal en milt, en de ziekten die daaruit voortvloeien, … het opent de urinepassages zowel in jong als oud… 

Je ziet hier welke deugden dit gewone kruid heeft, en dat is de reden waarom de Fransen en Nederlanders ze zo vaak in het voorjaar eten…”

Nicholas Culpeper
Nicholas Culpeper CC BY 4.0 via Wikimedia Commons

Later, in de 18de eeuw, werd paadenbloem algemeen erkend als een medicinale plant. Tijdens deze periode was kruidengeneeskunde een gangbare praktijk, en verschillende planten werden veel gebruikt om hun waargenomen therapeutische eigenschappen. Paardebloem was geen uitzondering, en het had een plaats in de traditionele geneeskunde.

Kruidenboeken en recepten uit de 18e eeuw bevatten vaak informatie over het gebruik van paardenbloem. De plant stond bekend om zijn diuretische eigenschappen en werd verondersteld gunstig te zijn voor aandoeningen die verband hielden met de nieren en de lever. De wortels, bladeren en soms zelfs de bloemen van paardenbloem werden gebruikt voor medicinale doeleinden.

Kruidendokters en artsen van de 18e eeuw, beïnvloed door eerdere kruidentradities, adviseerden paardenbloem vaak vanwege zijn vermogen om de spijsvertering te stimuleren, het bloed te reinigen en het algehele welzijn te bevorderen. Hoewel het begrip van medicinale planten niet zo nauwkeurig of wetenschappelijk geïnformeerd was als het nu is, bleef dit traditionele gebruik bestaan en droeg het bij aan het historische belang van paardenbloem in de kruidengeneeskunde.

Hedendaags onderzoek

Rijksmuseum, CC0, via Wikimedia Commons

Tegenwoordig wordt veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de werkzame stoffen in de plant. Recente wetenschappelijke onderzoeken hebben ondermeer aangetoond dat paardenbloem ‘mogelijks’ kan ingezet worden bij de behandeling van sommige kankers. De eerste positieve resultaten in het laboratorium hebben geleid tot meer gesubsidieerd wetenschappelijk onderzoek. Een volgende stap is onderzoek bij proefdieren en mensen. De resultaten bij patiënten moeten worden afgewacht voordat met meer zekerheid over de werkzaamheid van paardenbloemen uitspraken gedaan kunnen worden.

A comprehensive review of the benefits of Taraxacum officinale on human health. 
https://bnrc.springeropen.com/articles/10.1186/s42269-021-00567-1

Anti-inflammatory activity of Taraxacum officinale

https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S0378874107004850

Taraxacum officinale: a high value less known medicinal plant

https://citeseerx.ist.psu.edu/document?repid=rep1&type=pdf&doi=9d99b2bab4d413569e3b25ef565e33b07c04f7bf

Taraxacum officinale as a food source

https://link.springer.com/article/10.1023/B:QUAL.0000040365.90180.b3

Taraxacum officinale wordt traditioneel gebruikt voor verschillende medicinale doeleinden. Hoewel wetenschappelijk onderzoek naar de werkzaamheid ervan aan de gang is wordt het toegepast bij:

Lever: paardebloem werd historisch gebruikt om de lever te ondersteunen. Er wordt aangenomen dat het diuretische eigenschappen heeft die kunnen helpen gifstoffen uit het lichaam te elimineren.

Spijsvertering: paardebloem wordt gebruikt als een mild laxeermiddel.  Het kan helpen de spijsvertering te stimuleren en problemen zoals constipatie te verlichten.

Diuretische eigenschappen: de diuretische eigenschappen van paardenbloem kunnen de verhoogde urineproductie bevorderen, wat kan helpen bij het verwijderen van overtollig vocht uit het lichaam.

Ontstekingsremmende effecten: sommige studies suggereren dat paardenbloem ontstekingsremmende eigenschappen kan hebben, wat gunstig kan zijn voor aandoeningen die gepaard gaan met ontsteking.

Rijk aan voedingsstoffen: paardebloembladeren zijn rijk aan vitamines en mineralen, waaronder vitamine A, C en K, evenals calcium, kalium en ijzer. Deze voedingsstoffen dragen bij aan zijn reputatie als heilzame plant.

Waarschuwing

Paardenbloem fungeert als een diureticum, waardoor medicijnen je lichaam sneller kunnen verlaten dan wenselijk. Het kan ook een wisselwerking hebben met een aantal medicijnen die door de lever worden afgebroken.

Het is belangrijk op te merken dat, hoewel de paardenbloem een lange geschiedenis van traditioneel gebruik heeft, wetenschappelijk onderzoek naar zijn geneeskrachtige eigenschappen nog volop aan de gang is. Zoals bij elk kruidenmiddel is het raadzaam om een gehomologeerd fytotherapeut te raadplegen voordat u paardenbloem voor medicinale doeleinden gebruikt, vooral als u medicijnen gebruikt of reeds bestaande gezondheidsproblemen heeft. Dit artikel vervangt ook geenszins het advies van een arts of deskundig zorgverlener. Lees daaromtrent de disclaimer onderaan deze pagina.

Andrea Bleeker

Andrea Bleeker

“Mijn naam is Andrea Bleeker en ik woon in Hoorn (NL)”. Andrea is gediplomeerd kruidengeneeskundige.Al decennialang verdiept Andrea Bleeker zich in de eigenschappen van geneeskrachtige planten. Ze zou graag zien dat deze kennis weer terug bij de mensen komt, zodat iedereen zelf – op een 

Paardenbloem – Taraxacum officinale

Paardenbloem – Taraxacum officinale

Bij de paardenbloem hoeven we geen tekeningetje te maken. Wie kent die niet? Je moet al van een andere planeet komen om nog nooit van de paardenbloem gehoord te hebben. En dan nog is de kans groot dat hij daar ook voorkomt. (Grapje) Bij de 

Het ruikt hier naar muizen… kleine varkenskers

Het ruikt hier naar muizen… kleine varkenskers

“Het ruikt hier naar muizen”, zei mijn vrouw toen we deze zomer langs de gevel van een oud, middeleeuws gebouw in het centrum van Brugge stapten. Ze had gelijk, maar muizen waren er niet te zien; wat uiteraard niet verwonderlijk was. “Daar zijn ze”, zei ik. “Waar?”, schrok ze. “Kijk, daar…” gekscheerde ik, terwijl ik naar enkele plantjes tegen de gevel wees. Het was de kleine varkenskers.

Kleine varkenskers (Lepidium didymum) is inderdaad een naar muizen geurende, eenjarige plant die behoort tot de kruisbloemenfamilie. Sommige mensen kunnen de geur niet uitstaan. En inderdaad, je ruikt hem vaak voor je hem ziet. Dat onderscheidt hem trouwens van zijn – veel minder voorkomend – grote broertje, de grove varkenskers (Lepidium coronopus), want enkel de kleine varkenskers heeft die typische, onaangename geur.  Mijn echtgenote is inderdaad zeer gevoelig voor geuren. Ik vind de geur best nog wel meevallen. Enkel als ik het blad tussen de vingers wrijf neem ik de muizengeur waar. 

Nieuwkomer

De soort is oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-Amerika en is eigenlijk een vrij recente nieuwkomer in onze gewesten. Wat heet ‘vrij recent’?  De toenmalige bewoners van het huis – de familie Adornes – zullen hem in de vijftiende eeuw zeker niet gezien hebben.  In de 19de eeuw werd hij een eerste keer in Nederland gevonden. Nadien kende hij een gestage vooruitgang, maar sinds 1990 kende de verspreiding blijkbaar een versnelling. Nu is de plant wereldwijd verspreid en hij groeit bij voorkeur op stikstofrijke, lichte en warme plekken.  De kleine varkenskers wordt over het algemeen beschouwd als een invasief onkruid dat als pionier verschijnt op onbegroeide substraten, zoals losse grond in tuintjes en plantsoenen, maar ook op verharde en stenige bodems in de stad.

kleine varkenskers

Overlever

Het is een echte ‘tredplant’ die tegen een stootje kan. In onze steeds zachter wordende winters heeft hij geen moeite om in de stad een plekje te vinden waar de vorst hem niet deert. Dat er na een vriesnachtje weer eens zout gestrooid wordt vindt hij niet lekker, maar verder is hij goed bestand tegen betreding en zelfs het gebruik van herbiciden. Kleine varkenskers is een echte overlever.  Van kiemplant tot vruchtdragende plant duurt het slechts enkele weken. Eén plant produceert zoveel vruchtjes dat hij per jaar verschillende generaties kan voortbrengen.  

Tweelingen

didymum
De vruchtjes zitten als tweelingen bij elkaar

De bloempjes zijn heel klein, en wit tot groen gekleurd.  De vruchtjes zitten opvallend telkens als twee bolletjes tegenover elkaar. Vandaar de Latijnse naam.  Didymus verwijst naar het Griekse woord δίδυμα voor ’tweeling’ of ‘in paren’. Lepis betekent ‘schub’. De vruchten lijken qua vorm inderdaad wel wat op schubben.  Hij bloeit van juli tot september en de zaden rijpen van augustus tot oktober. De soort is hermafrodiet en heeft dus zowel mannelijke als vrouwelijke organen. De plant doet ook aan zelfbestuiving.

Eetbaar

Ondanks de onaangename geur van de bladeren zijn ze wel eetbaar.  Ze hebben een zilte, tuinkers- of mosterdsmaak. Alleen de bladeren van deze plant worden gebruikt. Toch is voorzichtigheid geboden als u deze plant wil verzamelen aangezien deze graag op sommige onsmakelijke plaatsen groeit. Ik zou nu ook niet meteen een slaatje maken van kleine varkenskers die ik in de straatgoot gevonden heb of op plekken waar de hond van de buurman zijn achterpootje opheft. Voor het overige is het een heel lief dier dat ik graag mag.

Geneeskrachtig

In de traditionele kruidengeneeskunde werd de hele plant gebruikt in de vorm van een afkooksel.  Uitwendig bij kneuzingen en blauwe plekken. Intern bij longaandoeningen. Het werd (wordt?) ook gebruikt de behandeling van urineweginfecties, maagproblemen en botbreuken. Volgens literatuur wordt de hele plant gebruikt in de vorm van infusie (LUTZEMBERGER *, 1985), als slijmoplossend, zuiverend middel, bij aandoeningen van de luchtwegen, hoesten en bronchitis (CRUZ, 1979). Het wordt ook gebruikt voor de behandeling van scheurbuik en tuberculose. Het sap is wormen dodend (LUTZEMBERGER, 1985).

De resultaten van enkele wetenschappelijke, medische tests op ratten en muizen in India tonen inderdaad aan dat het kruid een ontstekingsremmende werking heeft. In India wordt de plant in de traditionele geneeskunde gewaardeerd als behandeling voor allergieën en wonden. In Argentinië wordt de kleine varkenskers gebruikt als slijmoplossend en koorts verdrijvend middel, en om kanker, gangreen en aambeien te bestrijden. De plant wordt in Zuid-Amerika als groente gegeten.

Kleine varkenskers
Kleine varkenskers in de straat

Waarschuwing

Voorzichtigheid bij het gebruik van deze soort: Omdat er geen onderzoek is gedaan naar geneesmiddelinteracties van deze soort, moet men bij het gelijktijdig gebruik ervan met andere geneesmiddelen voorzichtig zijn. Vermijd intern gebruik bij zwangerschap en borstvoeding. Er zijn geen meldingen van nadelige effecten van deze plant, ondanks het brede gebruik van medicijnen en voedsel. 

Dit artikel vervangt niet het deskundig advies van een arts of een erkend fytotherapeut. Het is sowieso niet verstandig om op eigen houtje te experimenteren met wilde planten. Raadpleeg altijd een gehomologeerd fytotherapeut. De informatie op deze website is trouwens niet bedoeld ter vervanging van het advies van uw arts of zorgverlener. Lees daaromtrent ook onze disclaimer onderaan deze pagina

Bronnen en meer informatie

(*) LUTZENBERGER, L. Revisão da nomenclatura e observações sobre as angiospermas citadas na obra de Manuel Cypriano D’Ávila: “Da flora medicinal do Rio Grande do Sul”. 1985. Dissertação (Bacharelado em Ciências Biológicas, ênfase em Botânica) – Faculdade de Biologia, Universidade Federal do Rio Grande do Sul, Porto Alegre, 1985.

https://waarneming.nl/species/6641/

https://nl.wikipedia.org/wiki/Kleine_varkenskers

https://web.archive.org/web/20171009194416/https://wilde-planten.nl/kleine%20varkenskers.htm

https://www.naturetoday.com/intl/nl/nature-reports/message/?msg=29257

https://www.floravannederland.nl/planten/kleine_veldkers

https://waarnemingen.be/species/6641/

https://www.herbarium.be/plant/kleine-varkenskers-coronopus-didymus/

https://nl.wikibooks.org/wiki/Leer_jezelf_ecologisch_tuinieren/Kleine_varkenskers

Wilde planten en kruidenboeken

Wilde planten en kruidenboeken

Toen ik ruim vijftig jaar geleden mijn studies biologie aanvatte kreeg ik als opdracht: “Stel een herbarium samen met minstens 200 planten”. Het eerste wat ik deed was naar de boekhandel hollen om een boek over wilde planten aan te schaffen. Behalve de bekende ‘Geïllustreerde 

Geen pin up? … schijfkamille 

Geen pin up? … schijfkamille 

Als er ooit een missverkiezing gehouden wordt onder de composieten – en bij die plantenfamilie zijn er nogal wat schoonheden te vinden – dan kan u er gif op innemen dat de schijfkamille (Matricaria discoidea) niet op het podium zal eindigen. Ze houdt niet van 

Een oude grijsaard …klein kruiskruid 

Een oude grijsaard …klein kruiskruid 

Heeft u die oude grijsaard in de straat al gezien? Ik bedoel niet Sinterklaas of de Kerstman, al vrees ik dat u die de komende weken ook te pas en te onpas voor de voet zal lopen. Neen, ik bedoel die vulgaire, oude grijsaard: Senecio vulgaris, het klein kruiskruid.  Nou, zo vulgair is hij nu ook weer niet. Vulgaris betekent ‘gewoon’ omdat hij zo algemeen is.  En algemeen is het klein kruiskruid zeer zeker.  Je kan het letterlijk overal in de stad aantreffen, van de straatgoot tot de dakgoot. 

What’s in a name?

Het is niet helemaal duidelijk waar de Nederlandse benaming ‘kruiskruid’ vandaan komt. Etymologen denken dat het een verbastering is van het Duitse ‘Greiskraut’, dat ook tot ‘Kreuzkraut’ wordt vervormd.  Daarin is een duidelijk verband te zien met de wetenschappelijke benaming ‘Senecio’. ‘Senex’ betekent immers grijsaard, en dat verwijst naar de bloemhoofdjes die snel uitgebloeid zijn. Het uitgebloeide bloemhoofdje krijgt dan ‘grijs haar’ en wanneer de wind het wegblaast, dan lijkt het op een kale man.
In het Frans heet hij séneçon (senex = oude man).  

Het klein kruiskruid behoort trouwens tot de familie van de composieten en veel van die familieleden vormen een grijs vruchtpluis. Denk maar aan de paardenbloem, streepzaad of distel om er een paar te noemen.

Het geslacht Senecio is het grootste geslacht in het plantenrijk en bevat meer dan 2000 soorten. De Composietenfamilie is trouwens ook de grootste familie in onze contreien als het om het soortenaantal gaat. De bloeiwijze is – een paar uitzonderingen daargelaten – heel eenvormig en daardoor gemakkelijk te herkennen: een bloemhoofdje.

Het bloemhoofdje van composieten

klein kruiskruid bloemhoofdje, zaadpluis
De oude grijsaard

De ‘bloem’ bestaat uit een zogenaamd ‘bloemhoofdje’. Dat wil zeggen dat er een groot aantal kleine bloemen bij elkaar staan op een gemeenschappelijke bloembodem. Met enige zin voor overdrijving zou je dus kunnen zeggen dat elk bloemhoofdje geen bloem maar een … boeketje is. Dat is trouwens het belangrijkste kenmerk van de composietenfamilie. Er worden drie type bloemen onderscheiden: lintbloemen, buisbloemen en straalbloemen.

Een lintbloem is een gereduceerde bloem waarbij de bloemkroon is vergroeid tot één enkel bloemblad, waarvan de oorspronkelijke vijf bladen nog te herkennen zijn aan de tandjes aan het uiteinde ervan. Voorbeelden van een composiet met enkel lintbloemen zijn de paardenbloem en de geslachten die er veel op lijken, zoals de leeuwentand en het biggenkruid.

Een groot aantal composieten heeft een bloemhoofdje met een middelste geel “hart” en soms anders gekleurde lintbloemen aan de rand van het hoofdje. Het gele hart van een dergelijk bloemhoofdje bestaat uit buisbloemen.

Klein kruiskruid heeft doorgaans alleen gele buisbloemen, alhoewel sommige exemplaren ook een paar straalbloemen hebben. Deze worden tot de ondersoort Senecio vulgaris subsp. hybernicus gerekend. 

Bij composieten met bloemhoofdje met een geel hartje en een witte krans, zoals bij het madeliefje, bestaat die witte krans uit zogenaamde straalbloemen. Deze straalbloemen zijn gereduceerde lintbloemen, waarvan de bovenste rand van de bloemkroon uit drie in plaats van vijf tanden bestaat. De bloem is vaak alleen vrouwelijk of soms zelfs geslachtsloos. De straalbloemen kunnen ook andere kleuren hebben dan wit. Bij klein hoefblad bijvoorbeeld zijn ze geel.

Klein kruiskruid

Het bloemhoofdje van klein kruiskruid

Terug naar het klein kruiskruid. Het is een eenjarige plant die maximaal veertig tot vijftig centimeter hoog wordt.  Maar meestal blijft hij – afhankelijk van de vruchtbaarheid van de grond en de standplaats – een stuk kleiner. Als je hem ziet tegen een gevel of tussen de klinkers van het voetpad zal hij wel wat kleiner uitvallen.

Omdat hij zoveel zaden vormt – wat vaak typisch is voor éénjarige planten – brengt hij in één jaar verschillende generaties voort. Per jaar kunnen er drie generaties elkaar opvolgen op één plant, waarbij duizenden nieuwe zaden worden geproduceerd.  De zaden kiemen vroeg in het voorjaar.  In andere seizoenen kiemen veel zaden wanneer het – na een warme periode – weer gaat regenen. Ook kiemen zaden vaak na een grondbewerking omdat het in voedselrijke grond snel groeit.

Klein kruiskruid is een typische ruigteplant, maar komt evengoed in de stad voor.  In een moestuin volstaat een plek met voldoende zon om zich snel te verspreiden en zodoende de plaats van andere planten in te nemen. 

Afweerkruid

Vroeger werden aan het klein kruiskruid allerlei beschermende krachten toegeschreven. Zo werd het gebruikt als afweerkruid tegen heksen en werd het in de wieg gelegd om de baby te beschermen.

Giftig

Klein kruiskruid beschouwd als een giftige plant. Alle delen van de plant zijn giftig voor veel zoogdieren, ook voor mensen. De toxine beïnvloedt de lever en heeft een cumulatief effect. Sommige zoogdieren, zoals konijnen, lijken niet door de plant te worden geschaad en gaan er vaak naar op zoek. Diverse vogels eten ook de bladeren en zaden.

In ’Gevaarlijke planten’ van Fred De Vries staat: ’De hele plant is dodelijk giftig, zowel voor mens als dier.’  Klein kruiskruid kan een probleem zijn als het wordt gevonden bij voedergewassen (hooi) omdat het giftig is voor vee. Het bevat verschillende pyrrolizidine-alkaloïden, die progressieve en onomkeerbare leverschade kunnen veroorzaken. Een beetje eten kan blijkbaar weinig of geen kwaad, maar regelmatig is gevaarlijk. Schapen en geiten hebben maagbacteriën die de alkaloïden neutraliseren, waardoor ze grotere hoeveelheden van het kruid kunnen consumeren. Volgens sommigen valt die giftigheid nog wel mee, toch kunnen we maar beter voorzichtig zijn. 

Medicinaal

Senecio vulgaris – Klein kruiskruid op de stoep

Al van in de Oudheid was het een veel geprezen medicinale plant. Vanwege zijn naam werden aan het kruid vroeger allerlei beschermende krachten toegeschreven. Het blad en de wortel werden gebruikt tegen aambeien. Het heeft een aantal medicinale toepassingen, omdat het alkaloïden bevat die van oudsher worden gebruikt om verschillende aandoeningen te behandelen, waaronder ademhalings- en spijsverteringsproblemen.

Ze werd vooral gebruikt omwille van haar geneeskrachtige werking op het bloed, onder andere bij menstruaties, bloedvergiftigingen en epilepsie. 

Omwille van de vele geneeskrachtige eigenschappen namen de Pilgrimsfathers klein kruiskruid mee naar Amerika toen ze zich daar in de 17de eeuw gingen vestigen. Vijftig jaar later was het daar een onkruid geworden.

Volksgeloof

In sommige streken van Engeland wordt het klein kruiskruid geassocieerd met hekserij. Zo werd er in de streek rond Cambridge gezegd dat een heks in de winter alleen kon sterven als het klein kruiskruid in bloei stond. De heksen onder de lezeressen – zijn die er wel? – weten waar ze aan toe zijn: in ons nieuwe klimaat, met zijn zachte winters, vind je het klein kruiskruid het jaar door in bloei!

Ook in Engeland zegt het volksgeloof dat er kruiskruid bloeit op plaatsen waar een heks geplast heeft. En als klein kruiskruid op je dak of in de dakgoot groeit dan kun je ervan op aan dat daar een heks geland of opgestegen is. 

Bronnen en meer informatie

Gevaarlijke planten, Fred de Vries, EAN 9789070886929

https://www.bol.com/be/nl/p/gevaarlijke-planten/1001004010630823/

 http://annetanne.be/kruidenklets/2008/03/28/senecio-vulgaris-klein-kruiskruid/

https://yggdra.be/plantbespreking-klein-kruiskruid-senecio-vulgaris/

https://www.floravannederland.nl/planten/klein_kruiskruid

https://nl.wikipedia.org/wiki/Klein_kruiskruid

https://www.ecopedia.be/planten/klein-kruiskruid

https://www.herbarium.be/plant/klein-kruiskruid-senecio-vulgaris/

https://wilde-planten.nl/kleinkruiskruid.htm

https://yggdra.be/reeks-natuurlijke-moestuin/permacultuurprincipes-in-de-natuurlijke-moestuin/giftige-planten/klein-kruiskruid-senecio-vulgaris-composietenfamilie/

Een sterretje op de stoep … rode schijnspurrie

Een sterretje op de stoep … rode schijnspurrie

Rode schijnspurrie (Spergularia rubra) is een plantje dat groeit op het voetpad of tussen de straatstenen. Wie oog heeft voor wat zoal groeit en bloeit in de stad valt het rozerode bloempje meteen op; anderen lopen er zo aan voorbij, als men het al niet 

Voer voor konijntjes… klaver

Voer voor konijntjes… klaver

Een plant die zoveel voorkomt dat we ze soms over het hoofd zien: de rode klaver. In Vlaanderen is rode klaver een uiterst algemene soort. Ik herinner me nog levendig hoe ik als kind met een mesje rode klaver ging afsnijden voor onze konijntjes. Ze 

Eikvaren

Eikvaren

In Brugge blijkt steeds vaker de eikvaren voor te komen. We zien hem steeds vaker op de kademuren van de Reie verschijnen. Ik vind het prachtige planten met een heel frisgroen blad.

Twee soorten…

Nader onderzoek bracht aan het licht dat er twee verschillende soorten zijn die moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn: de brede eikvaren (Polypodium interjectum) en de gewone eikvaren (Polypodium vulgare). Het verschil is vaak enkel met een microscoop en soms zelfs alleen via DNA-onderzoek vast te stellen. De beide soorten eikvaren kunnen daarenboven ook een bastaard vormen (Polypodium x mantoniae). Die bastaard heeft witgrijze sporen, terwijl brede en gewone eikvaren goudgele sporen hebben.

We doen toch een poging want straks wordt de verwarring nog groter.

Brede eikvaren

De brede eikvaren is een vrij zeldzame soort die in Brugge toch hier en daar blijk voor te komen. De soort lijkt zowel in uiterlijk als in habitat sterk op de veel algemenere gewone eikvaren. De brede eikvaren is een varen met korte, dikke, vertakte, kruipende rizomen bezet met spiesvormige schubben, en tot 70 cm lange en 8 cm brede eenvormige bladen. 

De jonge bladen verschijnen pas tegen de zomer. Ze zijn meestal groter en breder dan die van gewone eikvaren. De bladdelen zijn gezaagd en niet helemaal tot de hoofdnerf ingesneden. De onderste deelblaadjes staan naar voren gericht. Ze zijn min of meer in een horizontale stand gedraaid. Naar de top zijn de deelblaadjes toegespitst. De middelste deelblaadjes zijn het langst.

De sporenhoopjes zijn in het begin eirond, later rond en ze liggen tussen de middennerf en de bladrand op de bovenste helft van de blaadjes aan de onderzijde. Er is geen dekvliesje. 

Het sporendoosje heeft een annulus (een verticale lijn van bijzondere, verdikte cellen van de sporangiumsteel tot de top, die een rol speelt bij het openen van het sporendoosje) met onderaan twee of drie onverdikte cellen en daarboven 7 tot 12 verdikte cellen.

De brede eikvaren komt oorspronkelijk uit Europa en is te vinden in verschillende biotopen, waaronder bossen, rotsachtige hellingen en oude muren. Hij groeit vaak in iets meer schaduwrijkere of middelmatige lichtomstandigheden.

Eikvaren

Gewone eikvaren

De gewone eikvaren heeft een bredere verspreiding. Hij is inheems in Europa, Azië en Noord-Amerika en is beter aanpasbaar aan een verscheidenheid aan biotopen: op zandige bosgrond, vooral aan de voet van bomen, op houtwallen, knotwilgen, oude muren en duinhellingen.

De bladeren van de gewone eikvaren zijn meestal kleiner en smaller vergeleken met de brede eikvaren, met lengtes variërend van 8-40 centimeter, met meestal stompe, nauwelijks getande bladslippen, waarvan de onderste paren niet duidelijk langer zijn dan de volgende. De groeiwijze kan soms variëren, maar is meestal compacter.

De onrijpe sori  meestal rond. De sori worden ook wel sporangiënhoopjes genoemd. De misleidende en wat verouderde term sporenhoopjes wordt echter ook nog vaak gebruikt.

Het sporenkapsel is in het begin geel en wordt later donkerbruin. De rand (annulus) er van heeft meestal 10-14 verdikte cellen en is door een onverdikte cel gescheiden van de steel.

Het enige zekere criterium om de gewone eikvaren van de brede eikvaren te onderscheiden is de vorm van het sporendoosje en het aantal cellen in de annulus, maar dit is enkel door microscopisch onderzoek vast te stellen.

Het wordt nog ingewikkelder

Maar… en nu wordt het nog een tikkeltje ingewikkelder, al verschillende jaren werden de eikvarens door de Gentse Rijksuniversiteit onderzocht.  Er werd in Brugge inderdaad brede eikvaren naast de gewone eikvaren gevonden. Maar… in 2006 verzamelden studenten eikvarenmateriaal aan de Augustijnenntih en microscopisch onderzoek bracht later aan het licht dat het om nog een derde soort eikvaren ging: de gedrongen eikvaren (Polypodium cambricum). Daarmee was dat de eerste geregistreerde vondst van deze soort in België.

Gedrongen eikvaren

De gedrongen eikvaren of zuiderlijke eikvaren (Polypodium cambricum) is in België een uiterst zeldzame soort.  Van deze soort is er in Nederland slechts één groeiplek bekend: op een muur in Middelburg. In België is slechts één groeiplaats bekend: Brugge. 

De gedrongen eikvaren (Polypodium cambricum) heeft in Europa – zoals gezegd – twee nauwe verwanten, de gewone eikvaren (Polypodium vulgare), en de brede eikvaren (Polypodium interjectum). Uit DNA-onderzoek is gebleken dat de brede eikvaren een oude hybride van de gewone en de zuidelijke eikvaren zou zijn, met intermediare kenmerken zowel in vorm als in habitat. Dat maakt het onderscheid tussen de drie soorten, vooral waar ze samen voorkomen, bijzonder moeilijk.

De sporenhoopjes van de gedrongen eikvaren zijn in het begin eirond, later rond, maar blijven relatief klein en liggen tussen de middennerf en de bladrand op de bovenste helft van de blaadjes aan de onderzijde. Er is geen dekvliesje.

Het sporangium (sporendoosje) heeft een annulus – dat is een verticale lijn van bijzondere, verdikte cellen van de sporangiumsteel tot de top – die een rol speelt bij het openen van het sporendoosje met onderaan 5 tot 10 verdikte cellen. 

Het enige zekere determinatiekenmerk is de vorm van het sporendoosje en het aantal cellen in de annulus, maar dit is enkel door microscopisch onderzoek vast te stellen.

Microscopische opname

Hoewel Polypodium cambricum inheems is in Europa, komt het vooral veel voor in de westelijke en zuidelijke regio’s van het continent, waaronder de Britse eilanden. Het komt ook voor in delen van Noord-Afrika en de Azoren. Polypodium cambricum heeft een zekere mate van aanpassingsvermogen aan stedelijke omgevingen laten zien en groeit soms op gebouwen en muren in steden.   

Bronnen en meer informatie

https://waarnemingen.be/

https://waarneming.nl/

https://www.verspreidingsatlas.nl/

https://www.nederlandsesoorten.nl/

https://wilde-planten.nl/

http://www.soortenbank.nl/

https://www.floravannederland.nl/

https://kulak.kuleuven.be/

https://www.i-flora.com/en.html

https://www.gardenia.net/

• https://www.varenvereniging.nl

https://www.worldplants.de/world-ferns/ferns-and-lycophytes-list

Harig knopkruid… “mijn man slaapt!”

Harig knopkruid… “mijn man slaapt!”

Het harig knopkruid (Galinsoga quadriratiat) is een plant uit de composietenfamilie De soort behoort met het ook in Vlaanderen veel voorkomend kaal knopkruid (Galinsoga parviflora) tot de knopkruiden.  Galinsoga is vernoemd naar Don Mariano Martinez de Galinsoga (1766–1797), directeur van de botanische tuin te Madrid. 

Ten huize van … Paulus, de boskabouter

Ten huize van … Paulus, de boskabouter

De zomer heeft ons lang verwend, maar ondertussen hebben we al even van de herfst kunnen proeven. Wind, storm, buien, mist; het is allemaal al langsgekomen. En vandaag is het niet anders. Ideaal weer dus om een bezoek te brengen aan Paulus, de boskabouter. Geen 

Soep van de stoep… knopkruid 

Soep van de stoep… knopkruid 

We zijn begin november en nu pas beginnen de bladeren aan de bomen te verkleuren. Er staan ook nog opvallend veel planten in bloei. Knopkruid is er één van.

Knopkruid is een plant die behoort tot de composietenfamilie (Compositae of Asteraceae).  Er komen bij ons 2 soorten voor, kaal knopkruid en harig knopkruid. Beide soorten vind je in onze steden.

‘Ambetant onkruid’

Als je knopkruid ‘googelt’ dan kom je steevast op websites terecht die je wegwijs willen maken in de bestrijding van knopkruid. Toegegeven, als je een gedreven tuinder bent die alles graag netjes op een rijtje heeft dan kan knopkruid je met aardig wat kopzorgen opzadelen. Het is een problematische ‘onkruid’ omdat de bestrijding zo lastig is, met name in biologische teelten. De plant produceert veel zaad, en afgesneden plantendelen kunnen vrij makkelijk opnieuw wortelen.

Onderzoekers van de RUG  hebben zelfs een analyse uitgevoerd van de knopkruidproblematiek op meer dan 50 biologische percelen.  Het resultaat is te lezen in de studie “Knopkruid onder het mes”.

Harig knopkruid is duidelijk de dominante soort. Kaal knopkruid komt minder voor, wellicht door de mindere langlevendheid als zaad in de bodem, een grotere kiemrust en een oppervlakkigere kieming. Het knopkruid is voor de boer dus een zeer ‘ambetante’ plant want deze plant groeit én ontzettend snel én ontzettend gemakkelijk. Als je dan aan de boer of tuinder gaat vertellen dat deze plant eetbaar is dan verschieten ze zich ‘een bult’.

De bloempjes van knopkruid - duidelijk een composiet met buisbloempjes en lintbloempjes
Knopkruid – duidelijk een composiet met buisbloempjes en lintbloempjes

Forest to plate

Een interessante video over het knopkruid is te vinden op het YouTube-kanaal van ‘Forest to plate

De website Forest to plate vindt u overigens op : https://www.foresttoplate.com

Ajiaco

Zelf zou ik het nu niet meteen op staat gaan plukken om er een soepje van te maken, maar knopkruid is inderdaad eetbaar. In Colombia – en meer specifiek in Bogota –  is knopkruid zelfs een ingrediënt in het nationale gerecht Ajiaca. 

Dat is een stoofpotje van aardappelen, kip en mais. Daarbij gebruikt men zowel de verse bladeren als het gedroogde kruid gebruikt, wat men daar verkoopt onder de naam ‘guascas’.  Ik heb nagegaan of guascas ook online te koop is en dat lijkt inderdaad het geval. Zie: https://www.que-rico.nl/nl/product/guascas/

Hoe spreek je Ajiaca in het Spaans uit? https://nl.forvo.com/word/ajiaco/
Het culinair gebruik van deze plant is ondertussen in verschillende landen overal ter wereld bekend.   Als je knopkruid wil plukken ga dan even bij een bioboer langs. Wedden dat hij blij zal zijn als je gratis zijn akkertje wiedt? 😉

Velt.nu

Op de site van Velt.nu vonden we een aantal interessante ideeën. Velt.nu is een website over ecologisch koken en tuinieren met heel veel kooktips, een receptenzoeker, een seizoenskalender, keukenpraatjes, downloads enz… Al meer dan 45 jaar promoten ze een duurzaam leven in huis, tuin en keuken. Je leert bij Velt hoe je op een ecologische manier lekkere groenten kweekt. Én je komt alles te weten over prachtige ecologische tuinen, over duurzaam leven en over heerlijke gerechten boordevol seizoensgroenten. Beslist een aanrader!

Op de website van Velt.nu vindt u een goed recept om zelf Ajiaca te bereiden. 
https://velt.nu/nieuws/de-tuin-en-op-jouw-bord-harig-knopkruid

De bloemen worden over het algemeen niet gegeten maar kunnen wel dienen als garnering van een maaltijd of een slaatje.  De bladeren van het knopkruid kunt u als spinazie of in soep en stamppot gebruiken. Ze vormen – alleen of vermengd met andere wilde groenten – een fijne salade.  Vers sap van knopkruid kan – gemengd met ander groentensap – gedronken worden.

Gekookt als een bladgroente, is knopkruid mild van smaak en aangenaam, zonder een vleugje bittere of sterke smaken die sommige van zijn verwanten hebben. Na het drogen krijgt het een nog sterkere smaak die het best kan worden gebruikt om soep op smaak te brengen.

Harig knopkruid wordt doorgaans – vanwege de lange haren – iets minder graag vers gegeten, maar als vervanging voor spinazie is het dan weer een topper. Dankzij de drogere textuur laat het kruid zich immers prima verwerken in burgers, quiches, ravioli’s en empanadas.

Ook op het YouTube-kanaal van “De Tuinschool online” vind je een video over het culinair gebruik van knopkruid. https://www.youtube.com/watch?v=_IiRXwPge4s

Soep van de stoep

Soep van de stoep
Soep van de stoep? … Nou ja… hier zou ik het toch ook niet plukken

“Soep van de stoep” zei u? Inderdaad! “If you can’t beat em, EAT EM”, zegt men in het Engels.  Deze plant zit zo boordevol voedingsstoffen en mineralen dat ze de in de winkel gekochte spinazie gemakkelijk zou kunnen overtreffen in elke gezondheidswedstrijd: IJzer, calcium, magnesium, zink, vitamine A, vitamine C…noem maar op, knopkruid heeft het!

De bloemetjes zijn eetbaar, maar het is eigenlijk het blad dat lekker is. 

Knopkruid laat zich ook heel goed verwerken in een stevige heldere maaltijdsoep met bonen en aardappelen. Hak het kruid fijn en stoof het aan met look en ajuin. Voeg aardappelen en verschillende soorten bonen (prinsessen, tuinboon, snijboon, boterboon) in stukjes toe. Roerbak even en blus dan met bouillon. Laat alles goed doorkoken. Werk  af met verse koriander en een paar knopkruidbloemetjes. Liefhebbers kunnen hier ook een kippensoep van maken.

Knopkruidkoekjes

Probeer eens deze hartige knopkruidkoekjes. 

Stoof een mooie hoop fijngehakt knopkruid met een uitje en wat nootmuskaat, smaak af met peper en zout en voeg een eitje, wat bloem en eventueel wat geraspte parmezaanse kaas toe. Maak hiervan een stevig deeg. Vorm koekjes en bak langs beide kanten goudbruin in olijfolie. Serveer met zure room en een schijfje citroen.

Lasagne

Maak een heerlijke lasagne van knopkruid, tomaten en geitenkaas. Stoof het knopkruid en breng goed op smaak met nootmuskaat en peper en zout. Maak een smaakrijke tomatensaus met flink wat look, ajuin en zuiderse kruiden. Wissel telkens een laag af met enerzijds knopkruid en vlokken zachte geitenkaas en een laag tomatensaus. 

Maak eens wilde falafelballetjes door een nacht geweekte kikkererwten en een flinke bos knopkruid te mixen in een foodprocessor. Voeg komijn, look en peper en zout toe. Vorm balletjes en frituur.

(Bron: https://velt.nu/nieuws/de-tuin-en-op-jouw-bord-harig-knopkruid

Op de website “In het wilde weg” vindt u ook een goed recept voor een lasagne met harig knopkruid. https://inhetwildeweg.nl/knopkruidlasagne/ 

Knopkruid
Knopkruid in de stad

Ajiaco

Het recept voor  ‘Ajiaco’ uit Colombia is te vinden op https://wereldgerecht.nl/zuid-amerikaanse-recepten/colombia-ajiaco/

Op YouTube kunt u de bereiding van Ajiaco Bogotano zien. De video is in het Spaans, maar dat zal geen probleem zijn voor de creatieve kokkin.  Klik hieronder op de links om de video te bekijken.

YouTube video voor de bereiding van ajiaco

Wildplukpesto

Een recept voor een ‘wildplukpesto’ met knopkruid, zevenblad en jonge brandnetelscheutjes vindt u op: https://farout.be/2018/10/03/foodwalking-recept-wildplukpesto/

Ook op de website van ‘BoerenBed – even simpeler leven’ vindt u een leuk recept voor het bereiden van een pesto op basis van knopkruid: https://www.boerenbed.nl/blogs/next-level-koken

Disclaimer

Belangrijke waarschuwing: Eet alleen planten als je er 100% zeker van bent dat je ze correct kunt identificeren en zo de mogelijkheid uitsluit dat het ‘valse vrienden’ in vermomming zijn. Overweeg altijd om een ​​kruidendokter of botanicus te raadplegen voordat u planten uit het wild consumeert. Ga bij twijfel altijd zonder! 

Bronnen en meer informatie
https://www.youtube.com/watch?v=vQSIuAUtZyU

https://velt.nu/nieuws/de-tuin-en-op-jouw-bord-harig-knopkruid

https://wereldgerecht.nl/tag/knopkruid/

https://www.boerenbed.nl/blogs/next-level-koken