Tussen Kerst en 3 januari organiseerde FLORON (FLORistisch Onderzoek Nederland ) voor de twaalfde keer de Eindejaars Plantenjacht. Honderden plantenliefhebbers gingen weer op zoek naar bloeiende planten. In totaal werden gemiddeld 13,2 soorten gevonden per wandeling. Bijna 400 mensen werkten vrijwillig mee aan dit onderzoek. Rond …
Wij wensen al onze lezers een stralend 2026, vol nieuwe ontdekkingen en verwondering in de natuur om ons heen. Moge dit jaar ons voldoening brengen bij elke wandeling door de stad, bij elk plantje dat we tegenkomen en bij elke groene ruimte die we koesteren. …
Met Kerstmis voor de deur willen wij alle volgers van Stadsplanten.be van harte een Zalig Kerstfeest toewensen, en voor het nieuwe jaar gezondheid, verbondenheid en vertrouwen. Moge deze stille tijd ons helpen om met aandacht terug te kijken op wat was, en met hoop vooruit te zien naar wat komt.
Ook in het komende jaar willen wij, samen met u, verder bouwen aan meer begrip, respect en bescherming voor de stedelijke biotoop. Tussen stoepstenen, op muren en pleinen blijft het leven zich hardnekkig tonen. Die bescheiden planten herinneren ons eraan hoe waardevol zorg en aandacht zijn, ook – en misschien vooral – in de stad.
Wat bloeit daar in de winter…?
Daarom nodigen wij u van harte uit om deel te nemen aan ons initiatief. Tussen Kerst en Nieuwjaar kunt u foto’s maken van wilde planten die nu nog in bloei staan. Die dappere bloeiers verdienen het om gezien en gedeeld te worden. U mag uw foto’s gerust doorsturen naar contact@stadsplanten.be. Samen maken we zichtbaar wat vaak over het hoofd wordt gezien.
Blijf Stadsplanten.be volgen
Dank voor uw betrokkenheid, uw nieuwsgierigheid en uw blijvende zorg voor het groene erfgoed in onze steden. Laat ons ook in het nieuwe jaar, stap voor stap, blijven waken over het leven dat ons omringt. En blijf ons vooral volgen, want het komende jaar staan er enkele boeiende activiteiten op het programma.
Een warme kerstgroet en een hoopvol, groen nieuwjaar Marc Willems (Stadsplanten.be)
Loop langzaam door het bos en laat de stilte je omhullen. Hier en daar werd een boom verwijderd om ruimte te maken voor nieuwe groei, maar vaak blijft de stronk achter – een stille herinnering aan wat eens was. Maar onder de aarde bruisen de …
Het optuigen en plaatsen van de kerstboom is voor velen een moment van warmte, wonder en samenzijn. Zodra de boom staat, vult de kamer zich met de geur van dennengroen en het beloftevolle gevoel van het naderende kerstfeest. Met zorg worden lichtjes, slingers en versieringen opgehangen, elk detail met aandacht gekozen. Het zachte licht van de boom brengt rust, vreugde en een vleugje magie in huis – een levend symbool van hoop en nieuw leven.
De traditie van de kerstboom is nog relatief jong, maar draagt een oeroud weten in zich. Net als Yggdrasil, de wereldboom uit de Noordse mythologie, verbindt de kerstboom hemel en aarde. In de donkerste dagen van het jaar herinnert hij ons eraan dat leven, licht en liefde altijd terugkeren. Het ophangen van lichtjes en kerstversieringen maakt dit zichtbaar.
Kerstboom op de Burg te Brugge
Bron van wijsheid
Voor de Noordse volkeren was Yggdrasil méér dan een boom; hij droeg het geheim van het bestaan in zich. In het midden van Asgard, waar de goden woonden, stond Yggdrasil, de boom des levens. Het is een es (askr), maar heeft ook een link met de ‘immer groene boom’ (spar). Hij wordt ook Mímameiðr, de herinneringsboom, genoemd.
Aan zijn wortels ontspringt de bron van Mímir, de bron van wijsheid, het geheugen van alle werelden. Zijn altijd groene kruin getuigt van eeuwige vernieuwing, zelfs wanneer de wereld bevroren ligt in winterse stilte. En in zijn takken voltrok zich het grote offer: Odin hing er negen dagen en nachten, tot inzicht en de kracht van de runen zich aan hem openbaarden.
Diezelfde symboliek klinkt door in de kerstboom. Ook hij blijft groen in de winter en verbindt, net als Yggdrasil, hemel en aarde en alle planeten (kerstballen). Wanneer hij met zijn wortels geplant blijft, draagt hij in zich de belofte van nieuw leven en voortdurende groei – als een levende echo van de wereldboom zelf.
Helaas wordt de kerstboom tegenwoordig vaak zonder wortels verkocht. Daarmee verliest hij niet alleen zijn stevigheid, maar ook zijn levenskracht. Een echte kerstboom hoort geworteld te blijven. Zo kan hij na de feestdagen opnieuw worden uitgeplant en verder groeien. Pas dan mag hij werkelijk een “altijd groene boom” genoemd worden.
Yggrdrasíl verbindt hemel, aarde en onderwereld en draagt het leven in al zijn vormen. Zijn wortels reiken diep in drie verschillende werelden: Asgard, het rijk van de goden; Jötunheimr, het land van de ijsreuzen; en Niflheim of Hel, de wereld van de doden. Onder elke wortel bevindt zich een bijzondere bron of kracht, die symbool staat voor het fundament van alles wat bestaat.
Eén van de wortels leidt naar Jötunheimr, en daar ligt Mímisbrunnr, de bron van wijsheid. Mímisbrunnr bevat het diepste inzicht, alle kennis van de kosmos en de verborgen wetten van het leven. De bron wordt bewaakt door Mímir, een wezen dat alles weet en de sleutel tot wijsheid bewaakt. De betekenis van Mimir komt van ‘memam’ (herinneren). Dit is ook te horen in het Franse woord mémoire en het Engelse memory. In Mímisbrunnr liggen alle herinneringen opgeslagen. Daarover ‘mijmeren’ leidt tot wijsheid en inzicht.
Yggdrasil
Het verhaal vertelt dat Odin, de oppergod, zijn oog opofferde om uit deze bron te mogen drinken. Met dat offer verwierf hij een wijsheid die hem in staat stelde te oordelen, te leiden en de kosmische orde te doorzien. De oorspronkelijke Oudnoorse tekst uit hoofdstuk 15 van de Gylfaginning in de Proza-Edda van Snorri Sturluson, waarin gesproken wordt over Mímisbrunnr, luidt als volgt: “En undir þeiri rót er til hrímþursa horfir, þar er Mímisbrunnr, er spekð ok mannvit er í fólgit, ok heitir sá Mímir, er á brunninn. Hann er fullr af visendum.”
Vrij vertaald: “En onder die wortel die naar de ijsgiganten reikt, daar is Mimirbron; de bron van wijsheid en kennis, en degene die de bron bewaakt, heet Mímir. Hij is vol van wijsheid.”
Mímisbrunnr symboliseert meer dan kennis alleen. Het is een herinnering dat inzicht en begrip een prijs hebben. Ware wijsheid is niet gemakkelijk te verkrijgen; ze vraagt toewijding, moed en soms … een persoonlijk offer. De es zelf, met zijn takken die naar de hemel reiken en wortels die door de diepten van de wereld gaan, herinnert ons eraan dat wijsheid niet los staat van het leven, maar er diep in geworteld is. Mímisbrunnr, verscholen onder de wortels bij de ijsreuzen, staat als symbool voor de zoektocht naar inzicht: een zoektocht die geduld, offer en moed vereist, maar die de ziel verrijkt en de geest opent voor het grotere geheel. Rond Yggdrasil leven vele wezens die de dynamiek van bestaan symboliseren: de draak Nidhogg knaagt aan de wortels en vertegenwoordigt dreiging en verwoesting; een adder kronkelt langs de stam en weeft mysterie en gevaar; in de kruin woont een grote arend die overzicht, inzicht en verbinding met de hemel symboliseert, terwijl andere vogels de boodschap van harmonie en beweging brengen. Samen tonen deze figuren dat leven, dood, kennis en chaos onafscheidelijk verbonden zijn – net als de boom zelf, stevig geworteld en reikend naar het oneindige.
Een echo uit een ver verleden?
Ook in onze streken kenden de oude volkeren de kracht van de gewortelde boom. Vooral groenblijvende soorten zoals spar, den, taxus en hulst werden vereerd. Terwijl andere bomen in de winter kaal en stil leken, bleven deze bomen groen – een tastbare belofte dat het licht zou terugkeren en het leven doorging. Tijdens de midwinterfeesten – het Joelfeest – haalde men dennentakken en hele bomen in huis. Niet enkel om hun schoonheid, maar vooral omdat hun wortels de verbinding met de aarde symboliseerden. Rond het vuur werden verhalen verteld, offers gebracht en lichtsymbolen ontstoken. De boom was het hart van rituelen die bescherming, vernieuwing en verbondenheid brachten, een geworteld teken van hoop midden in de donkerste dagen.
Echt vroege bronnen over het gebruik van kerstbomen zijn er niet, maar men weet wel dat het verlichten van bomen een heel oud gebruik was bij de Germanen. Bij de kerstening werden heel wat verboden uitgevaardigd om die – heidense – bomencultus in te dijken.
De vroegste meldingen van iets dat lijkt op een kerstboom dateren uit het begin van de 17de eeuw, voornamelijk in Duitsland. In 1604 berichtte men in Straatsburg dat men met Kerstmis een versierde spar in de huiskamer plaatste. Sommige bronnen echter vermelden ook al een met peperkoek, wafels, klatergoud en appels behangen kerstboom in Freiburg omstreeks 1419.
In de Middeleeuwen bestond al de kerkelijke paradijsboom, vaak aangeduid als de ‘Boom der Kennis van Goed en Kwaad’. Het betrof een loofboom die in het voorportaal van de kerk werd opgesteld tijdens het feest voor Adam en Eva op 24 december, en die een centraal onderdeel vormde van het paradijsspel.
In Nederland en België werd de traditie van de kerstboom pas in de loop van de 19de eeuw uit Duitsland ingevoerd, maar werd pas veel later populair.
De Germaanse boomverering kreeg een nieuw kleedje, maar de kern bleef dezelfde. De kerstboom werd een symbool van eeuwig leven, geworteld in de aarde maar gericht naar de hemel. Zijn lichtjes verdrijven het donker, zijn versieringen – appels, noten, sterren – herinneren aan vruchtbaarheid, overvloed en hemelse orde. Aan zijn voet, bij de wortels, leggen wij onze geschenken neer: een echo van de oeroude offers bij Yggdrasils bronnen.
De kerstboom en Yggdrasil spiegelen elkaar. Beide zijn levensbomen, diep geworteld en tegelijk reikend naar het hoogste licht. Hun wortels tonen dat echte kracht voortkomt uit verankering: in herinnering, wijsheid, aarde en gemeenschap. Hun takken tonen dat worteling geen beperking is, maar juist de basis om te groeien en verbinding te maken met alles wat hoger reikt.
De kerstboom in onze huiskamer is meer dan decoratie. Hij is een levend stukje mythe, een erfgenaam van de wereldboom. Zijn wortels herinneren ons eraan dat ware kracht niet in hoogte alleen schuilt, maar in het diepe geworteld zijn. Wie rond de boom samenkomt, licht aansteekt en geschenken bij de voet neerlegt, herhaalt een oeroud ritueel: vieren dat leven sterker is dan de dood, dat licht en hoop ontspringen waar wortels stevig verankerd zijn.
Gebed voor de spar
In de traditie van de ‘Nigon Wyrta Galdor’, de oeroude Engelse spreuk die de levenskracht van planten eert, heb ik een gebedskaart aan de spar gewijd. Moge de stilte en kracht van deze boom uw kerst vervullen met wonder.
Het “winteruur” staat voor de deur en dit betekent dat we voor een tijdje “op de pauzeknop” duwen. We maken volop plannen voor volgend jaar, maar de komende weken moet u dus geen nieuwe artikelen van ons verwachten. Vandaag zijn we tegelijk aangekomen bij …
Klein streepzaad (Crepis capillaris) – Groot streepzaad (Crepis biennis) – Gewoon biggenkruid (Hypochaeris radicata) – Vertakte leeuwentand (Scorzoneroides autumnalis) – Muizenoor (Pilosella officinarum) Vijf gele composieten op een rij: hoe hou je ze uit elkaar? In wegbermen, gazons, dijken en ruigten duiken vaak gele bloemen op die op het eerste gezicht allemaal op …
Zacht behaard gras met een verrassend rijke ecologie
Gestreepte witbol (Holcus lanatus) is een algemeen voorkomend gras dat je vrijwel overal in Europa aantreft: in wegbermen, graslanden, gazons, ruigten en aan bosranden. Hoewel ze vaak wordt beschouwd als ‘gewoon gras’, is het in werkelijkheid een uitgesproken soort met zachte beharing, opvallende bloeiwijzen en een belangrijke ecologische functie.
Botanische kenmerken
Gestreepte witbol is een overblijvend gras dat 30 tot 100 cm hoog kan worden. De stengels en bladeren zijn opvallend zacht behaard, een zeldzaamheid onder grassen. De bladeren zijn breed en grijsgroen; ze voelen bijna wollig aan, wat de plant een zilverachtig aspect geeft — zeker bij dauw.
De bloeiwijze is een losse, pluimvormige aar die zich bij het rijpen opent en een lichtroze tot paarsige zweem krijgt. De bloei loopt meestal van mei tot juli. De pluimen zijn sierlijk en blijven lang staan, ook nadat de bloei voorbij is.
Het gras draagt de naam ‘gestreepte’ witbol omdat de aartjes fijne lengtestrepen vertonen, zichtbaar onder een loep. De ‘witbol’ verwijst naar de vaak bleke, lichtgrijze gloed over de bloeiwijze.
Verspreiding en standplaats
Gestreepte witbol is inheems in Europa, maar is ook geïntroduceerd in Noord-Amerika, Nieuw-Zeeland en andere gebieden. Ze groeit het best op voedselrijke, vochtige bodems, en is bestand tegen betreding en maaien. Ze is een typische soort van verarmde weiden, bermen, slootkanten en open plekken in loofbos.
In Vlaanderen en Nederland is het een van de meest voorkomende grassen in extensief beheerde graslanden en braakliggende terreinen. Ze kan dominant worden in vochtige hooilanden waar extensieve begrazing plaatsvindt.
Gestreepte witbol
Ecologische betekenis
De zachte beharing van de plant maakt haar minder geliefd bij vee, vooral als ze ouder wordt. Toch wordt ze in jong stadium wel gegeten, en komt ze voor in voedergrasland. Ecologisch is gestreepte witbol belangrijk als waardplant voor larven van verschillende motten, zoals het witboluiltje (Mythimna impura). Ook vogels gebruiken het zaad als voedselbron.
Doordat het gras zich snel vestigt via zaden én ondergrondse uitlopers, speelt ze een rol als pioniersoort op verstoorde gronden.
Weetjes en naamgeving
De soortnaam lanatus betekent ‘wollig’ en verwijst naar de zachte beharing. Het is een duidelijk onderscheidend kenmerk ten opzichte van bijvoorbeeld Holcus mollis (zachte witbol), die kruipt via ondergrondse uitlopers en meestal in bossen voorkomt.
De plant is in graslandbeheer niet altijd welkom, omdat ze de grasmat kan verarmen en andere soorten verdringen. Toch vormt ze ook bescherming tegen erosie, en biedt ze onderdak aan tal van insecten.
Gelijkaardige soorten
Vooral Gladde witbol Holcus mollis kan met Gestreepte witbol worden verward, maar Gladde witbol heeft een ijle bloeiwijze, bloeit later, is grijsgroener en heeft opvallend lange beharing op de knopen die sterk afsteken van de meestal ontbrekende beharing op de bladscheden en bladstengel. In vegetatieve toestand lijkt Gestreepte witbol veel op Zachte dravik Bromus hordeaceus , vooral qua beharing op bladschede en knopen en ook de ‘gestreepte’ bladscheden. Zachte dravik is echter een eenjarige soort die geen zoden of pollen vormt. In dichte vegetaties van beide soorten, die vaak ook bij elkaar groeien, is een vergissing echter snel gemaakt. (Wikipedia)
In de tuin en het landschap
Hoewel gestreepte witbol geen tuinplant is in klassieke zin, duikt ze regelmatig op in ecologische tuinen, bermen en wilde hoekjes. Door haar sierlijke pluimen en haar zilverachtig aspect kan ze ook visueel bijdragen aan een natuurlijk ogende beplanting. Vooral in de vroege ochtend, als de dauw op de zachte aren blijft hangen, krijgt ze een haast etherische uitstraling.
De gestreepte witbol is een van de opvallendste grassoorten, zeker wanneer hij de hooilanden in groten getale siert met zijn roze tot lichtpurperen pluimen.
Zowel op 20 september als op 11 oktober nam kruidenvrouw Katrien Cattoor ons mee op een ochtendlijke kruidenwandeling door Brugge. Katrien is niet alleen de auteur, maar ook de bezielster van De Kruidenspiegel, een werk waarin zij de verborgen taal en kracht van planten tot leven wekt. Met …
Er is een grote kans dat je dit plantje al ontelbare keren hebt gezien – of beter gezegd: dat je er achteloos overheen bent gestapt. Letterlijk. En geef toe, misschien ook een beetje figuurlijk. De liggende vetmuur (Sagina procumbens) is geen schreeuwerige verschijning. Geen flamboyante …
Twee jaar Stadsplanten.be: een ode aan groen in de stad
Het is feest op Stadsplanten.be! Vandaag blaast de website twee kaarsjes uit, en dat is een mooie gelegenheid om stil te staan bij wat in die twee jaar allemaal is bereikt. Sinds de lancering heeft de site zich ontpopt als een inspirerende bron voor iedereen die meer wil weten over de planten die onze stedelijke omgeving sieren.
Wat ooit begon als een bescheiden initiatief om stadsbewoners te verbinden met de natuur om hen heen, groeide uit tot een volwaardige digitale ontmoetingsplaats voor plantenliefhebbers. Van het kleurrijke bloemenperk tot het vergeten stoepplantje, Stadsplanten.be zet alles in de kijker wat groeit en bloeit in onze steden.
In precies twee jaar tijd hebben we zo’n 325 artikelen en 1768 foto’s toegevoegd. Zeg nu zelf… dat is niet min. Daarenboven zijn nagenoeg alle foto’s door mij zelf genomen.
Marc Willems (auteur)
Ontdekken en delen De website nodigt bezoekers uit om op ontdekking te gaan. Elk plantje krijgt een eigen plek met duidelijke informatie, foto’s en tips over hoe het te herkennen is. Vaak krijgen we ook tips van lezers of foto’s toegestuurd. Vooral de community van enthousiaste stadsnatuurliefhebbers maakt het verschil: hun foto’s, verhalen en tips laten zien hoe rijk en verrassend de stad kan zijn.
Een jaar vol hoogtepunten Het tweede jaar van Stadsplanten.be kende enkele mooie mijlpalen: van speciale themanummers rond gebedskaarten voor planten, plantenrituelen, korstmossen, planten in oude schilderijen , tot kruidenwandelingen en lezingen die plant en mens dichter bij elkaar brachten.
Kijk vooruit Na twee jaar kijkt “Stadsplanten.be” niet alleen terug, maar vooral vooruit. Er staan spannende uitbreidingen op stapel: meer plantenwandelingen, workshops en misschien zelfs lezingen over de urbane flora of een fotowedstrijd om de mooiste of meest verrassende stadsplant in de spotlight te zetten.
Dank aan iedereen Tot slot een welgemeend dankwoord aan alle bezoekers. Zonder jullie enthousiasme en interesse was deze digitale tuin nooit zo levendig geworden. Binnenkort, met het ingaan van het winteruur op het eind van de maand, duwen we even de pauze-knop in. Maar in het voorjaar 2026 zijn we er opnieuw. Op naar het derde jaar, vol nieuwe ontdekkingen, groene avonturen en bloeiende straten!
De vertakte leeuwentand (Scorzoneroides autumnalis, voorheen Leontodon autumnalis) is een vaste plant uit de composietenfamilie (Asteraceae), die vaak over het hoofd wordt gezien, maar bij nader inzien een verrassend boeiend lid van de inheemse flora is. Met haar zonnige, gele bloemen in de zomer en het …
Kransgras (Crypsis schoenoides) – een ogenschijnlijk bescheiden plantje – verovert in rap tempo de stedelijke landschappen van Vlaanderen en Nederland. Sinds haar eerste verschijning in 2004 heeft deze warmteminnende soort zich een vaste plek verworven in onze steden, alsof ze er altijd al thuishoorde. Oorspronkelijk …
Kropaar (Dactylis glomerata) is een plant uit de grassenfamilie (Poaceae) die niet alleen van nature in het wild voorkomt, maar ook vaak wordt ingezaaid als voedergewas. Het is een pollenvormende soort die je vooral aantreft in graslanden en langs wegbermen. In vergelijking met Engels raaigras (Lolium perenne) is kropaar iets minder smakelijk en minder voedzaam als weide- of hooigras. De plant kan een hoogte bereiken van ongeveer 150 centimeter.
Het is één van die ogenschijnlijk alledaagse grassen die bij nadere blik een verrassende schoonheid en kracht onthullen. Ik vond hem op een plek waar geschiedenis en natuur elkaar bijna fluisterend raken: in de smalle passage tussen het Gruuthusepaleis en de Bonifaciusbrug in Brugge. Terwijl de middeleeuwse muren er verhalen lijken te fluisteren, groeide daar, stevig geworteld in de schaduw van een boompje, deze taaie grassoort met zijn gracieuze uitstraling.
Kenmerken
Kropaar groeit in brede pollen en kan met zijn rechtopstaande halmen meer dan een meter hoog reiken. De grijsgroene bladeren voelen ruw aan, alsof ze de tand des tijds kunnen trotseren. Maar het zijn vooral de bloeiwijzen die hem zo kenmerkend maken: samengedrongen pluimen die als kleine klompjes zijdelings aan de stengel hangen. Die merkwaardige vorm gaf de plant zijn volkse naam. In de maanden mei tot juli tooit de kropaar zich met aartjes die een blauwgroene, soms paarsige gloed vertonen — als waren het druppels ochtendmist gevangen in gras.
Voorkomen
Kropaar komt van nature voor in grote delen van Europa, Azië en Noord-Afrika, en is in veel gebieden ook ingevoerd als voedergras. In België is hij een bekende verschijning langs wegbermen, bosranden, dijken en in weilanden. Hij groeit het liefst op voedselrijke, stikstofhoudende bodems en verdraagt zowel droogte als betreding, waardoor hij het goed doet op plekken waar andere planten het soms laten afweten.
Deze soort is een ware overlever. In Brugge, maar ook elders in Europa, is hij dan ook een trouwe metgezel van bermen, bosranden, oude muren en veldwegen. Boeren waarderen hem als voedzaam voedergras, al wordt hij na de bloei wat stugger.
Natuurbeheerders staan dan weer dubbel tegenover hem: zijn succes op stikstofrijke gronden kan ten koste gaan van kwetsbaardere soorten. Toch vervult hij een rol in het ecosysteem, als schuilplaats voor insecten en als verpopplek voor vlinders.
Dat een eenvoudige grassoort als de kropaar zich zo vanzelfsprekend nestelt in een Brugse passage vol geschiedenis, zegt iets over zijn karakter: bescheiden, maar vol leven. Hij is een stille getuige van de stad én van de veerkracht van de natuur in zelfs de kleinste scheuren van ons erfgoed.
Ecologie
Kropaar
Kropaar is een belangrijke waardplant voor verschillende vlindersoorten, waaronder het zwartsprietdikkopje, bont dikkopje, groot dikkopje, bont zandoogje, koevinkje, vals witje, argusvlinder en kleine argusvlinder. Ook diverse microvlinders zijn afhankelijk van deze grassoort, zoals de tarwestekelmot, grote grasmineermot, geelkopgrasmineermot, witkopgrasmineermot en boskortsteelmineermot.
De vruchten van kropaar kunnen echter worden aangetast door de schimmel Claviceps purpurea, beter bekend als echt moederkoren. (Bron: Wikipedia)