Voor iemand die dagelijks bezig is met de natuur in het algemeen – en planten in het bijzonder – was het lezen van “Wat we kunnen weten“ een echte eyeopener. In “What We Can Know” neemt Ian McEwan ons mee naar het jaar 2119, bijna honderd jaar …
“Laat je meevoeren in het gebruik, de geschiedenis en de magie van de flora tijdens een wandeling van circa 3,5 kilometer. Proef van het lekkers dat wilde planten ons al eeuwen geven.” Dit lazen we op de uitnodiging van Katrien Cattoor – hart en ziel …
Op 15 augustus, het feest van Onze-Lieve-Vrouw-Tenhemelopneming, vindt in de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Damme jaarlijks de ‘Cruydenwijdinghe’ plaats. Als iemand die zich al jarenlang verdiept in wilde planten en de verhalen, gebruiken en tradities die ermee samenhangen, spreekt deze bijzondere viering mij bijzonder aan. Hier komen immers twee werelden samen die voor mij nauw met elkaar verbonden zijn:natuur en tradities.
De precieze oorsprong van de kruidenwijding is moeilijk in één verhaal te vatten. Het gebruik maakt deel uit van een oude Europese volkscultuur waarin planten een belangrijke rol speelden in het dagelijks leven. Ze dienden als voedsel en geneesmiddel, maar werden ook gebruikt bij rituelen en als bescherming tegen ziekte en onheil. De Keltische oogstfeesten werden rond 15 augustus afgesloten, wanneer de graanoogst binnen was. Met de verspreiding van het christendom verdwenen dergelijke gebruiken niet noodzakelijk. Ze kregen vaak een plaats binnen de christelijke kalender en werden verbonden met de liturgie. Zo raakte de kruidenwijding in verschillende streken verbonden met het feest van Maria-Tenhemelopneming, een dag die bovendien op het einde van de oogsttijd valt.
Ruim veertig jaar geleden, in 1985, werd deze oude traditie te Damme nieuw leven ingeblazen door de toenmalige pastoor Robert Verduyn, op initiatief van de Damse letterkundige en cultuurhistorisch geïnteresseerde Fernand Etienne.
We woonden de ‘Cruydenwijdinghe’ bij en hadden na de viering een boeiend gesprek met de huidige gangmakers, priester Pradip Smagge en mevrouw Mieke Cocquyt. Samen met een team van enthousiaste vrijwilligers verzamelden zij de kruiden en zorgden ze voor de sfeervolle aankleding van de kerk. Het verzamelen van de kruiden was, gezien de hitte van de voorbije dagen, zeker geen vanzelfsprekende opdracht.
Priester Pradip Smagge en mevrouw Mieke Mieke Cocquyt.
De enthousiaste groep vrijwilligers bij het versieren van de kerk
Alle kruiden werden in Damme en omgeving verzameld en vervolgens samengebonden tot een bundeltje, een kruidenwis. Dankzij de prachtige zomer van dit jaar zijn ze ongetwijfeld doordrongen van de warme energie van de zon. Een welgemeende proficiat aan alle vrijwilligers die de kruiden verzamelden en de kruidenwis met zorg samenstelden.
Alle aanwezigen kregen na afloop een kruidenwis mee naar huis.
Dit jaar werd gekozen voor zeven verschillende kruiden, die elk hun eigen betekenis en symboliek hebben.
1. Boerenwormkruid: geluk en een lang leven 2. Rozemarijn: geheugen en helderheid 3. Duizendblad: genezing en intuïtie 4. Hemelsleutel: aanpassingsvermogen 5. Koren: rijkdom en vruchtbaarheid 6. Salie: wijsheid en bescherming 7. Lavendel: zuiverheid en liefde
Wie deze gezegende kruidenwis in huis hangt ontvangt bescherming tegen ongelukken en ruzie tijdens de donkere wintermaanden. De kruidenwis beschermt tegen negatieve invloeden van buitenaf.
Maar de betekenis van de kruidenwis ligt niet alleen in de afzonderlijke planten. Door ze samen te brengen ontstaat een symbolisch geheel waarin de mens zijn dankbaarheid uitspreekt voor de gaven van de aarde en tegelijk om bescherming en zegen vraagt. De wijding verbindt zo het aardse met het hemelse, de plantenwereld met het geloof.
Voor velen is de kruidenwijding in Damme dan ook meer dan een mooi stukje folklore. Het is een levend ritueel waarin een oude eerbied voor de plantenwereld nog altijd voelbaar is. De kruidenwis herinnert ons eraan dat wilde planten niet alleen deel uitmaken van onze natuur, maar ook van onze geschiedenis en ons culturele en religieuze erfgoed.
Gebed over de kruiden
Tijdens de wijding van de kruiden las priester Pradip Smagge dit mooie gebed:
Kruidenwijding (gebed naar het Rituale Romanum)
“God van liefde, Schepper van al wat zichtbaar en onzichtbaar is, U hebt niets zonder doel geschapen: zegen deze kruiden, uit de aarde gegroeid tot nut van mens en dier. U liet deze kruiden en gewassen groeien en bloeien, elk met hun geur en kleur, eigen aard en vruchtbaarheid. Elk kruid heeft zijn eigen taak: als voedsel, als smaakmaker, als geneeskrachtig middel of als bescherming tegen ziekte en onheil. Wij vragen U deze kruiden, veldbloemen en graangewassen in uw goedheid te zegenen, zodat zij, naast hun natuurlijke kracht die U gaf, door uw zegen vervuld worden met uw liefdevolle genade. Mogen zij in uw naam gebruikt worden voor mens en dier en bescherming bieden tegen alle ziekte en onheil. “
Amen.
Foto’s van de kruidenwijding te Damme op 15 augustus 2026
We gingen dit jaar een kijkje nemen en namen – speciaal voor u – enkele exclusieve foto’s.
De kruidenwisViering opgeluisterd door het Sint-MartinuskoorDe aankleding van de kerkDe vrijwilligersPriester Pradip SmaggeDe wijding van de kruiden
Ik houd van het bouwverlof – het bouwvak voor de Nederlanders. Niet om de stilstaande steigers of de zwijgende betonmolens — daar kan ik prima zonder. Ik hou ervan omdat de natuur, zodra de laatste bouwvakker de poort achter zich dichttrekt, meteen aan de slag …
Wie goed kijkt naar de voegen van stoepen, parkeerplaatsen of moestuinen, ontdekt soms een laag groeiend plantje met vlezige, glanzende blaadjes en roodachtige stengels. Op het eerste gezicht lijkt het een onooglijk onkruid, maar schijn bedriegt. Gewone postelein (Portulaca oleracea) behoort tot de oudste bladgroenten die de mens …
Op Stadsplanten.be vindt u heel wat informatie over wilde planten die in en rond de stad groeien. Maar hoe vindt u snel wat u zoekt? Er zijn verschillende manieren om door de website te bladeren.
Via het hoofdmenu
Bovenaan de website vindt u het hoofdmenu. De informatie is daar thematisch ingedeeld.
Bij Habitats kunt u zoeken naar planten die typisch zijn voor een bepaalde stedelijke omgeving, zoals straatplanten, muurvegetaties, stoepplanten, oeverplanten, ruigtekruiden, bomen en struiken, parken en gazons.
Onder Buitenbeentjes vindt u onder meer tuinvlieders, exoten en mossen en korstmossen.
De rubriek Gebruik verzamelt informatie over het medicinaal en culinair gebruik van planten en over ritueel en symboliek.
Bij Allerlei vindt u onder andere plantenverhalen, gebedskaarten voor planten, mindmaps, plantenboeken en interessante links.
Via Over ons maakt u kennis met de maker van de website en vindt u onder meer het contactformulier en informatie over copyright en privacy.
Gebruik de zoekfunctie
Weet u al naar welke plant of welk onderwerp u op zoek bent? Dan is de snelste weg meestal de zoekfunctie. Die vindt u onderaan de pagina bij ‘Zoek binnen deze site’.
U kunt bijvoorbeeld zoeken op een Nederlandse plantennaam, wetenschappelijke naam of een onderwerp zoals medicinaal, symboliek of muurplanten.
Zoek via de categorieën
Onder de zoekfunctie staat een overzicht van de categorieën. Dit is handig wanneer u niet naar één bepaalde plant zoekt, maar bijvoorbeeld alles wilt bekijken over stoepplanten, straatplanten, ruigtekruiden, exoten, parkplanten of medicinaal gebruik.
Een artikel kan bovendien in meer dan één categorie voorkomen. Zo kan een plant tegelijk een straatplant én een stoepplant zijn.
Zoek verder via de tags
Onderaan veel artikelen staan tags (trefwoorden). Deze vormen een extra manier om informatie over een bepaalde plant of een verwant onderwerp te vinden.
Een artikel over verschillende stadsplanten kan bijvoorbeeld tags bevatten voor afzonderlijke soorten. Klik op zo’n tag en u krijgt andere artikelen waarin hetzelfde onderwerp of dezelfde plant voorkomt.
Blader door het archief
Wilt u ontdekken wat er vroeger op Stadsplanten.be verscheen? Gebruik dan het maandarchief. De artikelen zijn daar chronologisch gerangschikt, van de meest recente maanden terug tot de beginperiode van de website.
Dit is vooral interessant wanneer u oudere artikelen wilt terugvinden of eens rustig door de geschiedenis van Stadsplanten.be wilt bladeren.
Bekijk de meest recente artikelen
Op de homepage vindt u een overzicht van de meest recente artikelen. Ook onderaan afzonderlijke artikelen worden recente bijdragen getoond.
Zo kunt u de website eenvoudig volgen zonder zelf naar een bepaald onderwerp te zoeken.
Volg de links binnen een artikel
Veel artikelen bevatten links naar andere artikelen of naar externe bronnen. Ook onderaan een artikel staan vaak links naar vorige of volgende bijdragen.
Op die manier kunt u van het ene onderwerp naar het andere ‘wandelen’ en gaandeweg steeds meer ontdekken.
Voor de plantenliefhebber: de fotocollectie
Wie vooral voor de foto’s komt, kan vanuit de website ook naar de uitgebreide plantenfotocollectie op PBase. Daar vindt u een grote verzameling plantenfoto’s van Marc Willems.
Plantennamen zijn vaak meer dan louter beschrijvende etiketten. Achter heel wat botanische namen schuilt een oud verhaal, waarin waarneming, volkskennis en mythologie met elkaar verweven zijn. In de klassieke traditie werden planten geregeld verbonden met goden en helden, waarbij hun vermeende geneeskracht een plaats kreeg …
Begin juni schreven we nog met een wrang gevoel over de oevers van het Minnewater. Nauwelijks was de periode van ‘Maai Mei Niet’ voorbij of de maaimachine had bijna alle begroeiing weggeveegd. Wat kort voordien nog een levend lint van bloemen en kruiden was, lag er plots …
Wat een heerlijke zomer beleven we toch! Er is haast niets dat meer vrijheid uitstraalt dan in de vroegte op de fiets te stappen, wanneer de eerste zonnestralen het landschap zacht doen ontwaken, de hitte van de dag nog ver weg lijkt, en langs de bermen een kleurrijke stoet van wilde bloemen zich ontvouwt.
Ik hou van de stad, van haar oude muren en verborgen hoekjes waar planten een onverwachte thuis vinden. Maar af en toe lonkt het open landschap. Dan voert de fiets me langs kronkelende jaagpaden, kabbelende waterlopen en uitgestrekte velden, waar achter elke bocht een nieuwe botanische ontdekking wacht. Ik trap zonder haast, stap geregeld af om een bloem van dichterbij te bekijken of een onbekende plant te fotograferen, en hoor niets dan het geritsel van boombladeren en het zachte gezoem van insecten in de warme lucht.
Op zulke momenten klinkt haast vanzelf het iconische refrein van Queen in mijn hoofd: “I want to ride my bicycle, I want to ride my bike…” Het nummer Bicycle Race, geschreven door Freddie Mercury en uitgebracht in 1978, ontstond naar verluidt toen hij tijdens de opnames van het album Jazz in Montreux de renners van de Tour de France zag voorbijkomen. Die eenvoudige woorden vatten perfect het gevoel samen dat elke natuurliefhebber op de fiets herkent: de vreugde van onderweg zijn, de wind in het gezicht, de geur van bloeiende kruiden en het voorrecht om de natuur op haar eigen, rustige tempo te beleven.
De Chinezen noemen deze periode Dàshǔ (大暑), de Grote Hitte. Wie nu met open ogen fietst, voelt waarom: de zomer heeft haar hoogtepunt bereikt en viert dat uitbundig. Bermen en dijken veranderen in lange, kleurrijke linten vol leven, waar wilde planten hun volle bloeipracht tonen.
Onderweg begroeten de goudgele schermen van boerenwormkruid me als kleine zonnetjes langs de weg. Daartussen schittert het fijne wit van duizendblad, terwijl de zilvergroene bladeren van bijvoet hun kruidige geur vrijgeven. Op vochtige plekken wuiven de sierlijke, roze bloemtrossen van harig wilgenroosje als kleine vlaggetjes in de wind. Waar de bodem voedselrijk is, torenen de purperroze bloeiwijzen van koninginnekruid en grote kattenstaart trots boven de andere planten uit, gretig bezocht door vlinders en bijen. Het felgele Jacobskruiskruid en de heelblaadjes zorgen voor een uitbundig kleuraccent, terwijl langs beken en sloten de frisse geur van aarmunt — of was het toch het zeldzamere hertsmunt? — je uitnodigt even af te stappen en diep adem te halen.
En toch… midden in al die uitbundigheid is de omslag al zichtbaar, zacht maar onmiskenbaar. Aan de vlier hangen geen bloemen meer, maar rijpen de eerste donkere bessen. De grijze pluizen van de speerdistel en het haast uitgebloeide knoopkruid verklappen dat er stilaan iets anders in de lucht hangt.15 augustus nadert! De tijd van de kruidwis.
Die dag, het feest van Maria-Tenhemelopneming, werd een bundel geneeskrachtige en geurige kruiden – de kruidwis – naar de kerk gebracht om te worden gezegend — een traditie die bijvoorbeeld in Damme nog elk jaar liefdevol in leven wordt gehouden.
Maar lang vóór de christelijke kruidenwijding bestonden er in Europa al oudere tradities waarin de kruidwis een bijzondere betekenis had. De kruidverzameling vond vaak plaats rond de zomerzonnewende of in de periode daarna. Men geloofde dat de planten dan de grootste kracht van de zon in zich hadden opgenomen. Vooral aromatische planten als bijvoet, munt, duizendblad, koninginnekruid en boerenwormkruid golden als bijzonder krachtig. De kruidwis hing men in huis of stal om onheil af te weren, of verbrandde men tijdens onweer voor bescherming.
We maakten dus van onze fietstocht gebruik om ook dit jaar onze eigen kruidwis samen te stellen en thuis op te hangen.
Klik op de afbeelding om een groter formaat te bekijken
Mijn fotoalbum
Ik laat u graag meegenieten van enkele mooie planten die ik vandaag onderweg heb gezien. Al kunnen foto’s de werkelijkheid en de beleving ervan natuurlijk nooit helemaal vatten. Klik op de foto’s om een grote exemplaar te bekijken.
Ik was al onder de indruk van Madeline Millers boek “Circe“, maar haar roman “Een lied voor Achilles” heeft me van mijn sokken geblazen. Inderdaad … heel moeilijk weg te leggen. Internationaal wordt “The Song of Achilles” beschouwd als een van de meest geliefde, moderne …
Eind mei en begin juni gingen we in het Brugs begijnhof op zoek naar wilde orchideeën. Dat men daarbij geduldig en voorzichtig tewerk moet gaan moge duidelijk zijn. Maar ons geduld werd beloond. Mocht u naar aanleiding van dit artikel de locatie willen bezoeken: de …
De Linde bij de kapel van ’t boompje. Dit is een bestaande legende over de linde bij de Mariakapel te Sint-Andries Brugge, herschreven en aangevuld met elementen uit de symboliek en de ritualiteit
Aan de rand van het veld, waar het pad stilvalt tussen gras en akker, staat een kleine kapel. Haar muren dragen de sporen van vele seizoenen. Binnen, in een glazen kastje, staat een eenvoudig beeld van de heilige Maagd en het kind Jezus. De stilte is er tastbaar, en wie de kapel betreedt voelt zich geborgen.
Voor de kapel verheft zich een oude linde, breed van stam, als stond de boom er reeds lang vóór men er begon te bouwen.
Het verhaal gaat dat het Mariabeeld lang geleden in de holte van diezelfde linde werd gevonden. Twee schippers die van de Yperleet langs het veld naar huis trokken, bemerkten hoog in de takken van de boom een klein Lieve-Vrouwbeeldje, omgeven door een zachte, zoete geur. Geen mens kon zeggen hoe het daar gekomen was.
Zij brachten hun vondst ter kennis van de pastoor, en deze liet het beeld eerbiedig overbrengen naar de parochiekerk. Maar toen men ’s anderendaags de kerk betrad, was het beeldje weer verdwenen. En zie: daar stond het wederom, hoog in de linde, op de plaats waar men het eerst had gevonden. Toen begreep men dat Maria hier vereerd wilde worden, en bouwde men een veldkapel.
Nog steeds vangt de linde overdag het zonlicht in haar kruin en laat het getemperd neerdalen op de aarde eronder. Maar wanneer de schemering valt, verandert de toon. Dan ruist de boom, zelfs op windstille avonden.
Wie dan voorbijgaat, hoort geen gewoon geritsel van de bladeren, maar een zacht gefluister. Het klinkt als het prevelen van oude gebeden, als woorden die niet verloren mogen gaan. Men zegt dat het de zielen zijn van hen die hier ooit hebben geknield. Oude zielen, niet verdwenen, maar geborgen in het lover van de boom.
Zo staat de linde daar nog steeds, op de grens van wat is en wat is geweest.
Wandelaars houden er even halt, gelovigen slaan een kruisteken en laten hun blik rusten op de kapel en de boom. Niet uit angst, maar in stil vertrouwen. Want men gelooft dat geen duistere kracht het waagt deze plaats – waar gebed en herinnering zo diepgeworteld zijn – te naderen.
Onlangs, op een ochtend in mei, na een nacht waarin het gefluister sterker had geklonken dan voorheen, vond men aan een lage tak een wit lint. Het lichtte zacht op tussen het groen. Niemand wist wie het er had gebonden. Maar men begreep en knikte elkaar slechts toe, in stil begrip: hier had iemand rust of troost gevonden, en een teken achtergelaten.
En de linde blijft staan, geworteld in de donkere aarde, zijn takken reikend naar de hemel — waar het leven niet eindigt, maar zachter voortgaat.
Wie op een zomerse dag langs een berm, dijk of droog grasland wandelt, kijkt misschien achteloos voorbij aan een sierlijke witte schermbloem. Toch groeit daar een plant met een bijzonder verleden. De wilde peen is niet alleen een vertrouwde verschijning in ons landschap, maar ook …
De brandnetel heeft door de geschiedenis heen een belangrijke rol gespeeld in verschillende religieuze en mythologische contexten, evenals in oude rituelen. Plinius de Oudere (eerste eeuw na Christus) vermeldt dat jonge brandnetels in de lente door velen als “heilig voedsel” werden gegeten. Men geloofde dat dit de gezondheid het …
De brandnetel, met zijn onmiskenbare prikkelende brandharen, is veel meer dan alleen een onkruid. Deze veelzijdige plant, met soorten zoals de grote brandnetel (Urtica dioica L.) en de kleine brandnetel (Urtica urens L.), heeft door de eeuwen heen een diepe impact gehad op mens en natuur. Van medicinale toepassingen tot mythologische verhalen, en van culinaire tradities tot magische rituelen, de brandnetel heeft een rijk en fascinerend verleden.
Oorsprong en verspreiding
Wereldwijd zijn er ongeveer vierendertig soorten brandnetels bekend. Het merendeel van deze soorten gedijt in de gematigde streken en bergen, met een enkele soort die zich thuisvoelt in de tropen.
Bij ons is de grote brandnetel (Urtica dioica L.) een vrij algemene verschijning. Je vindt hem vaak in grote aantallen op stikstofrijke grond en braakliggende terreinen. Deze overblijvende plant is wijdverspreid in Europa, Azië, Noord-Afrika en Noord-Amerika. Het is dan ook geen verrassing dat de grote brandnetel vaak wordt beschouwd als een indicatorplant voor stikstofverrijking in de bodem, aangezien hij goed gedijt in dergelijke verstoorde habitats zoals wegbermen en langs oevers van rivieren en beken.
De kleine brandnetel (Urtica urens L.), hoewel ook inheems, heeft een meer plaatselijk karakter en groeit het liefst solitair. Deze eenjarige plant is voornamelijk aan te treffen op zonnige, droge plaatsen zoals in de duinen en tuinen, en komt voor in Europa, Azië en Noord-Afrika.
Hoewel beide brandnetelsoorten bekend staan om hun brandharen, zijn er duidelijke verschillen tussen de grote en de kleine brandnetel.
Grote Brandnetel (Urtica dioica L.)
De grote brandnetel is een vaste plant die jaar na jaar terugkomt en zich sterk uitbreidt via ondergrondse wortelstokken. Daardoor vormt ze vaak grote, dichte haarden.
De grote brandnetel is een tweehuizige plant: er bestaan dus aparte mannelijke en vrouwelijke planten. Vaak groeien ze in groepen van één geslacht. De latijnse naam dioica duidt erop dat er mannelijke en vrouwelijke planten nodig zijn voor de voortplanting.
De soort wordt door de wind bestoven, en juist daarom zijn de verschillen goed zichtbaar.
De mannelijke planten hebben kortere zijtakken met kleine bloemetjes die bij rijping geel kleuren, door het stuifmeel dat ze produceren. Op een bepaald moment springen deze bloemetjes plots open, waarbij de helmhokjes het stuifmeel als een fijne wolk de lucht in schieten. Dit pollen kan bij gevoelige mensen hooikoortsachtige klachten veroorzaken.
Als je bij de mannelijke plant voorzichtig tegen de stengel tikt op een zonnige dag, zie je vaak een klein wolkje “rook” wegstuiven. Dat is het stuifmeel dat door de meeldraden met kracht wordt afgeschoten. Bij de vrouwelijke plant zul je dit niet zien; die zit daar gewoon geduldig te wachten tot het goud binnenwaait.
De vrouwelijke planten zien er anders uit. Hun bloeiwijzen bestaan uit groenige, pluimachtige trosjes in de bladoksels. Uit de kleine bloemetjes steken duidelijke, wittige tot grijzige stempels naar buiten. Die werken als fijne zeefjes en vangen het stuifmeel uit de lucht op. Na de bevruchting gaan de zijtakken vaak wat doorhangen.
Wie de planten in bloei ziet, kan ze dus vrij gemakkelijk van elkaar onderscheiden: de mannelijke planten vallen op door hun geel stuivende bloemetjes, de vrouwelijke door hun uitstaande, bleke stempels.
De vrouwelijke planten vaak als “waardevoller” worden gezien door wildplukkers? Dat komt omdat zij de eiwitrijke brandnetelzaden produceren die je kunt drogen en over je kwark of salade kunt strooien.
Grote brandnetel: mannelijke versus vrouwelijke bloemen
Kleine brandnetel (Urtica urens L.)
De kleine brandnetel daarentegen is een eenjarige plant. Ze kiemt, bloeit en sterft binnen één seizoen en groeit meestal als losse, verspreide exemplaren.
De kleine brandnetel verschilt in een belangrijk opzicht van de grote brandnetel. Waar de grote brandnetel tweehuizig is, is de kleine brandnetel éénhuizig. Dat betekent dat mannelijke en vrouwelijke bloemen op één en dezelfde plant voorkomen.
Ook de bouw van de plant oogt anders. De kleine brandnetel blijft lager en fijner van structuur, en groeit meestal als losse planten, niet in grote, uitgestrekte groepen zoals de grote brandnetel.
De bloeiwijzen zitten bij de kleine brandnetel in de bladoksels en bestaan uit compacte, groenige kluwens van bloemetjes. In zo’n kluwen zitten zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen dicht bij elkaar.
Naamgeving
Zoals de oude wijsheid al zegt: “Urtica heeft den naam gekregen van het branden: want als men die aanraakt, ontsteekt zij onze handen.”
Beide soorten prikken, maar de kleine brandnetel voelt vaak venijniger aan. De brandharen zijn talrijker en zorgen voor een feller, directer branderig gevoel.
De Latijnse naam Urtica is direct afgeleid van het werkwoord uro (infinitief urere), wat “branden” betekent. Deze etymologische verklaring verwijst naar de karakteristieke brandende sensatie die men voelt bij aanraking van de brandnetel, veroorzaakt door de minuscule brandharen op de bladeren en stengels.
Ook in de Arabische cultuur is de brandende eigenschap van de brandnetel niet onopgemerkt gebleven. Door de Arabieren wordt de brandnetel ‘Bintbol-nari, filia ignis’, oftewel “dochter van het vuur”, genoemd. Deze poëtische naam benadrukt op treffende wijze de intense prikkeling die de plant teweegbrengt.
Wat veroorzaakt het brandend gevoel?
Een brandhaar van de brandnetel is eigenlijk een minuscuul, broos buisje met een scherpe punt. Bij aanraking breekt die punt gemakkelijk af, waarna het haar als een kleine injectienaald in de huid werkt.
Zo komen prikkelende stoffen in de huid terecht, zoals mierenzuur, histamine en acetylcholine. Deze stoffen veroorzaken samen een reactie met roodheid, jeuk, warmte en het typische branderige gevoel dat enkele minuten tot soms wat langer kan aanhouden. In de natuur heeft dit een duidelijke functie: het is een verdedigingsmechanisme. Het beschermt de plant tegen vraat door dieren.
Wat te doen als je geprikt wordt?
Word je geprikt? Dan groeit de remedie vaak in de buurt. De bekendste is smalle en grote weegbree. Hun bladeren worden al lang gebruikt in het veld. Ze staat vaak letterlijk naast de brandnetel, alsof de natuur zelf een evenwicht heeft voorzien tussen prikkel en verzachting. Als je een blad kneust en het sap op de plek wrijft, kan dat de jeuk en het branderige gevoel merkbaar verzachten. Ook het sap van de veldzuring en hondsdraf helpen om de jeuk te doen verminderen.