Wie door de Brugse straten loopt, verwacht niet meteen tussen het voetpad en een gevel een bijzondere ontdekking te doen. Toch groeien ook daar planten die een verhaal te vertellen hebben. Soms moet je er alleen even voor door de knieën. Op de foto zien …
Jullie hebben massaal deelgenomen aan de verkiezing van de stadsplant van de maand oktober. Daarvoor alvast heel hartelijk dank! Het was leuk jullie stemmen zo talrijk in de mailbox te zien binnenkomen! En of het spannend was! Al vrij snel tekende zich een heuse nek-aan-nekrace af tussen het muurleeuwenbekje en …
Uit de enquête die ik onlangs publiceerde, bleek dat heel wat lezers wel zin hebben in een plantenquiz. Hoog tijd dus om jullie plantenkennis eens op een speelse manier op de proef te stellen! Doe je mee?
Geen zorgen: het is vooral voor het plezier. Goed kijken, even nadenken en misschien hier en daar iets nieuws ontdekken. Want ook nu de zomer achter ons ligt, valt er in de plantenwereld nog genoeg te beleven.
Veel succes – en vooral veel plezier!
Zeg je nog steeds ‘onkruid‘ tegen alles wat tussen de kasseien groeit, of ken jij de 20 meest voorkomende stadsplanten gewoon bij hun naam?
Druk hieronder op START DE QUIZ. U zult opeenvolgend 20 foto’s van veelvoorkomende wilde stadsplanten te zien krijgen. Schrijf de naam van de plant bij elke foto en druk op de enter-toets. U ziet dan onmiddellijk of uw antwoord goed (groen) of fout (rood) was. Klik daarna op VOLGENDE VRAAG om door te gaan naar de volgende foto.
Let op: we hebben bewust één buitenbeentje in de quiz opgenomen. Benieuwd wie ook deze plant weet te benoemen! Als je nog een tip wil krijgen voor je het antwoord invult, klik dan op het achter de vraag. Indien je dat wenst kan je ook met de Latijnse wetenschappelijke naam antwoorden. Dat wordt ook goed gerekend.
Aan het einde van de rit volgt het verlossende oordeel. Ben jij een geboren botanicus of gok je maar wat op goed geluk? Ontdek meteen je score, gooi ‘m op sociale media en daag je vrienden uit om te bewijzen dat zij het beter kunnen!
Woord vooraf Met dit artikel over de zeeaster bereikt Stadsplanten.be een kleine mijlpaal: het is het 400ste artikel op deze website.Het werd ook gepubliceerd in de herfsteditie (2026) van Kruidentaal Magazine. Kruidentaal Magazine is een tijdschrift voor iedereen die zich verwondert over kruiden en over …
Onlangs heb ik de enquête van Stadsplanten.be afgesloten, waaraan jullie in groten getale en enthousiast hebben deelgenomen. Mijn oprechte dank daarvoor. De enquête heeft vooral op drie vlakken heel wat duidelijk gemaakt: Wat de enquête Stadsplanten.be over de website vertelt Uit de enquête blijkt dat …
Welke wilde stadsplant verdient volgens jou extra aandacht? Vanaf oktober laten we de bezoekers van Stadsplanten.be iedere maand hun favoriete stadsplant kiezen.
Voor deze eerste verkiezing hebben we vier typische stadsplanten geselecteerd. Bekijk de kandidaten hieronder en breng je stem uit. Je kunt één keer stemmen.
Op 1 oktober maken we bekend welke plant zich de Stadsplant van de maand mag noemen. Daarna zetten we die plant in de kijker, maar is het ook aan jullie! Ga de komende maand zelf op zoek naar de verkozen stadsplant, maak er een mooie foto van en stuur die naar ons door. Ook leuke weetjes of bijzondere waarnemingen zijn welkom. Uit de ingezonden foto’s kiezen we telkens een favoriet. Die maakt kans op een plaatsje in de toekomstige kalender van Stadsplanten.be.
Opgelet: Na het stemmen kan er soms ten onrechte een rode foutmelding verschijnen. Je stem is dan wel degelijk verzonden en ontvangen. Je hoeft dus niet opnieuw te stemmen.
Heel lang geleden – dit lijkt wel het begin van een oud sprookje – maakte ik op 1 september 2007 deel uit van een groep botanici die onder de vlag van FON (Floristisch Onderzoek voor Natuurbehoud) een deel van de Brugse binnenstad inventariseerde. Ook aanwezig …
Deze enquête over Stadsplanten.be is voor mij een gelegenheid om eens te luisteren naar jullie, de lezers van de website. Stadsplanten.be bestaat dankzij mijn fascinatie voor de wilde planten die overal in onze steden opduiken: tussen straatstenen, langs gevels en muren, op braakliggende terreinen en …
Je wordt goedgeluimd wakker, staat op om een fijne dag met een dampende koffie te beginnen en gaat de ochtendkrant uit de brievenbus halen. Oei! Er zit een brief in je bus waarin je wordt aangemaand om, op straffe van een boete, het “onkruid” voor je deur te verwijderen. Daar gaat je fijne dag!
Wie door Brugge wandelt, hoeft niet ver te zoeken naar wilde planten. Ze groeien tussen de straatstenen, in de voegen van het voetpad, tegen gevels en langs de straatgoot. Een paardenbloem, straatgras, muurfijnstraal, muurleeuwenbek of klein glaskruid kan zich zonder enige menselijke hulp een plaatsje veroveren in de stad.
Maar wie is verantwoordelijk voor die spontane begroeiing? En mag een “wilde” plant zomaar blijven staan? We zochten het voor je uit.
Wat zegt de wet?
Er bestaat inderdaad een historische wettelijke basis voor de verplichting om de omgeving van een woning netjes te houden. Het vroegere artikel 551, 3° van het Belgische Strafwetboek bepaalde:
« Ceux qui auront négligé de nettoyer les rues ou passages, dans les communes où ce soin est mis à la charge des habitants. »
Of in het Nederlands: “Zij die hebben nagelaten de straten of doorgangen schoon te maken in gemeenten waar die zorg aan de inwoners is opgedragen.”
Deze bepaling vormde jarenlang de strafrechtelijke achtergrond voor gemeentelijke verplichtingen om onder meer voetpaden en aangrenzende delen van de openbare weg te onderhouden.
Maar dat is inmiddels geschiedenis. Het nieuwe Belgische Strafwetboek is op 1 september 2026 in werking getreden. Het vroegere artikel 551 maakt dus geen deel meer uit van het huidige Strafwetboek. Voor de Brugse situatie moeten we daarom kijken naar de actuele gemeentelijke regelgeving.
Hoe zit het precies in Brugge?
De huidige regels staan in het Algemeen reglement inzake afval en openbare netheid van de Stad Brugge. De gemeenteraad stelde de huidige versie vast op 26 januari 2026. Het reglement is sinds 1 maart 2026 van kracht.
Artikel 7 bepaalt eerst wie verantwoordelijk is voor het onderhoud. Bij bewoonde woningen zijn dat in eerste instantie de bewoners die op het adres in het bevolkingsregister zijn ingeschreven. Als zij in gebreke blijven, komt de eigenaar in beeld. Voor onbewoonde woningen, gebouwen en onbebouwde gronden is de eigenaar verantwoordelijk. Bij handels- en bedrijfsgebouwen ligt de verantwoordelijkheid bij de huurder, gebruiker, vruchtgebruiker of concessiehouder en, wanneer die ontbreekt of in gebreke blijft, bij de eigenaar. Voor appartementsgebouwen en wooncomplexen is de syndicus of een andere aangestelde verantwoordelijke verantwoordelijk. Voor gebouwen van openbare of parastatale diensten, scholen en kerken ligt die verantwoordelijkheid bij de betrokken overheid of beheerder.
Artikel 8 §1 omschrijft vervolgens wat er moet gebeuren. De personen die in artikel 7 worden genoemd, moeten ervoor zorgen dat de trottoirs, rioolroosters en greppels of straatgoten voor hun woning of gebouw in reine staat zijn. Onder meer modder, zwerfvuil, bladeren, onkruid, zand en hondenpoep moeten worden verwijderd. Bevindt zich tussen het voetpad en de straatgoot een groenstrook, dan valt ook die onder dezelfde onderhoudsplicht. Dierenvrienden, opgelet! Hondenpoep wordt hier ook letterlijk vermeld!
Waar geen duidelijk trottoir aanwezig is, bijvoorbeeld in verkeersvrije straten en op pleinen, geldt de verplichting voor een strook van één meter vanaf de perceelsgrens.
En er is nog een opvallende bepaling: “bij het verwijderen van onkruid mogen geen bestrijdingsmiddelen worden gebruikt.” Wie zijn voetpad wil onderhouden, moet het onkruid dus op een andere manier verwijderen.
En wat als je het niet doet?
Wie de onderhoudsplicht niet naleeft, kan daarvoor uiteindelijk een GAS-boete krijgen. Artikel 83 van het Brugse reglement bepaalt dat inbreuken op het reglement worden gesanctioneerd met een administratieve geldboete volgens de toepasselijke wetgeving en het stedelijke GAS-kaderreglement.
Volgens artikel 4 van het Brugse GAS-kaderreglement kan die boete voor meerderjarigen en rechtspersonen oplopen tot 500 euro. Dat is het maximumbedrag, geen vaste boete. De sanctionerend ambtenaar bepaalt het concrete bedrag in elk individueel geval, rekening houdend met onder meer de ernst, omvang en duur van de overtreding, de veroorzaakte schade of overlast, de verwijtbaarheid en eventuele herhaling.
En daarmee komen we bij een interessante vraag:
Wat is onkruid?
Botanisch gezien bestaat er geen plantengroep die onkruid heet. Het is een menselijke beoordeling. Een paardenbloem in een strak gazon wordt gemakkelijk als onkruid beschouwd, terwijl dezelfde paardenbloem in een bloemenweide plots een waardevolle wilde plant is. Een muurleeuwenbek die zich tussen de voegen van een oude gevel heeft gevestigd, kan door de ene voorbijganger als ongewenste begroeiing worden gezien en door de andere als een typisch stukje stadsnatuur.
En precies daar zit een merkwaardige leemte in het reglement. Het bepaalt dat onkruid moet worden verwijderd, maar nergens wat onder “onkruid” moet worden verstaan. Er is geen botanische lijst van planten die wel of niet mogen blijven staan.
Een plant die iemand koopt en in een bloembak zet, noemen we een ‘sierplant’. Dezelfde plant die zichzelf een meter verder tussen twee tegels vestigt, noemen we dan weer ‘onkruid‘.
minipetunia: sierplant of onkruid?
Is minipetunia – zoals op bovenstaande foto – onkruid? Is muurfijnstraal of muurleeuwenbekje onkruid als het op een kademuur groeit? Is de vrij zeldzame gele helmbloem voor mijn deur onkruid of niet? Een plant kan botanisch interessant zijn zonder juridisch beschermd te zijn — en toch vinden wij het jammer wanneer ze wordt verwijderd.
We kunnen een aantal criteria in rekening brengen. Is de plant schadelijk? Is ze esthetisch verantwoord – en voor wie? Vormt ze een bedreiging? Veroorzaakt ze een gevaarlijk obstakel op het voetpad? Is ze giftig? Komt de volksgezondheid in gevaar? Is het een uitheemse soort die andere planten bedreigt? Overwoekert ze de omgeving? Is het een beschermde plantensoort?
Allemaal vragen waarop het Algemeen reglement inzake afval en openbare netheid geen antwoord geeft. De deur naar willekeur en “alles over één kan scheren” staat dus wagenwijd open.
De vraag is: “Als we alle onkruid – zonder enig onderscheid – verwijderen, gooien we dan niet het kind met het badwater weg?”
De grens tussen gewenste en ongewenste begroeiing – tussen gewild en wild groen – is daardoor niet alleen een botanische kwestie. Ze wordt ook bepaald door beleid en regelgeving, beeldvorming, de inrichting en functie van de omgeving, persoonlijke voorkeuren, esthetische normen, kennis of onwetendheid, cultuur en gewoonten, en soms ook door toevallige of arbitraire keuzes. Wat op de ene plaats als waardevolle stadsnatuur wordt gekoesterd, kan enkele meters verderop plots als ongewenst onkruid worden beschouwd.
Gele helmbloem
Stadsplanten verdienen een plaats
Dat maakt wilde planten in de stad juist zo interessant. Ze wachten niet tot wij voor hen een plaatsje hebben aangelegd. Ze zoeken zelf de plekken op waar ze kunnen leven: een kier in het voetpad, een verweerde muur, een stukje kale grond of een straatgoot.
De inwoner moet zijn voetpad dus netjes onderhouden. Dat staat in het reglement. Maar misschien hoeven we daarbij niet elke spontane plant als vijand te beschouwen.
Want wat voor enkelen onkruid is, kan voor anderen een waardevol stukje stadsnatuur zijn.
Bleekgele droogbloem is in Vlaanderen vrij zeldzaam, maar wordt steeds vaker in stedelijke gebieden aangetroffen.
Ik verwijs ten slotte graag naar het artikel dat mijn collega-natuurfotograaf en webmaster van de website Wilde natuur in Mechelen, Nic Carsauw, onlangs over hetzelfde onderwerp schreef. Hij benadert de problematiek vanuit een wat andere invalshoek, maar komt tot een aantal interessante vragen over de plaats van wilde planten in onze steden.
Stad Brugge – Algemeen reglement inzake afval en openbare netheid, vastgesteld op 26 januari 2026 en van kracht sinds 1 maart 2026. Bekijk het volledige reglement (PDF)
Stad Brugge – Kaderreglement gemeentelijke administratieve sancties (GAS), versie vastgesteld op 26 februari 2024. Bekijk het GAS-kaderreglement (PDF)
Rond het wilgenroosje (Chamerion angustifolium) doet een mooi verhaal de ronde over een elfje en een kabouter die vanwege hun verboden liefde uiteindelijk samen veranderen in een plant. In de bloem, de bladeren en het witte zaadpluis zouden nog steeds de sporen van hun vroegere …
Het wilgenroosje (Chamaenerion angustifolium) is van nature een plant van open, zonnige plekken waar de bodem pas kort geleden is verstoord. Het is een echte pionierplant, een van de eerste planten die zich op een vrijgekomen terrein vestigen. Na boskap, een brand, grondwerken of een andere ingreep kan …
De zogenaamde kleinbloemige fijnstralen staan momenteel volop in bloei. In Vlaanderen komen verschillende soorten voor die op het eerste gezicht nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn. Vooral de Canadese fijnstraal en de hoge fijnstraal lijken als twee druppels water op elkaar. Voor de leek is het een hele opgave om ze uit elkaar te houden – en eerlijk gezegd moet ook ik soms goed kijken.
Maar onlangs kreeg ik in Brugge een buitenkansje. Op een volledig versteende ondergrond stonden beide soorten toevallig broederlijk – of is het zusterlijk? – naast elkaar.
En plots wordt het verschil zichtbaar. Wanneer je de twee fijnstralen zo naast elkaar ziet, hoef je geen botanisch expert te zijn om de verschillen te ontdekken. Wat op het eerste gezicht één en dezelfde plant lijkt, blijkt bij nader toezien toch twee verschillende soorten te zijn.
Canadese fijnstraal en hoge fijnstraal op dezelfde locatie
Een duidelijk overzicht van de onderlinge verschillen
Kenmerk
Canadese fijnstraal Erigeron canadensis
hoge fijnstraal Erigeron sumatrensis
Oorsprong
Noord- en Midden-Amerika
Mexico tot tropisch Zuid-Amerika
Aanwezig in België/Vlaanderen
Al sinds de 17de eeuw
Pas sinds ca. 1990
Silhouet
Slanke, vrij smalle en compacte plant
Grovere, vaak forser vertakte plant
Vorm
Smalle zuil/pluim; fijn, slank en rechtop
Brede, bossige pluim; grof, breed en vertakt
Stengel
Slank, rechtopstaand en dicht bezet met bladeren
Meestal steviger en duidelijker vertakt
Stengel – beharing
Groen, met verspreide, vrij lange, afstaande haren
Meestal duidelijker en dichter behaard, met kortere haren;
Bladeren
Smalle, relatief gladde en groene bladeren
Doorgaans breder en langer, vooral onderaan. Grijsgroen
Vrijwel kaal tot weinig behaard
Duidelijk behaarde bladeren
Bladrand
Lange, opvallende wimperharen. Vrijwel kaal of hooguit zeer schaars behaard
Ca. 0,5–1 mm; steken duidelijk buiten het omwindsel uit
Minder dan 0,5 mm; vaak vrijwel onzichtbaar en steken niet buiten het omwindsel uit
De bloemhoofdjes van de Canadese fijnstraal
De bloemhoofdjes van de hoge fijnstraal
Samenvatting
Bij de Canadese fijnstraal evolueren de bladeren van smal naar zeer smal en lijnvormig, terwijl de bladeren van de hoge fijnstraal breder blijven. De Canadese fijnstraal heeft bovendien relatief gladde, groene bladeren met langere wimperharen langs de rand; de hoge fijnstraal heeft duidelijk grijsgroene, kort behaarde bladeren. Juist de combinatie van bladvorm, beharing en bladrand is daarom een bruikbaar kenmerk om beide soorten van elkaar te onderscheiden.
De bloemhoofdjes vormen een goed onderscheid tussen de Canadese fijnstraal (Erigeron canadensis) en de Hoge fijnstraal (Erigeron sumatrensis). Vooral de grootte, de beharing van het omwindsel en de zichtbaarheid van de lintbloemen zijn daarbij bruikbaar. (Zie foto’s hierboven)
Bij de Canadese fijnstraal zijn de bloemhoofdjes klein, ongeveer 2–4 mm breed. Het omwindsel is vrijwel kaal en groen. De witte lintbloemen zijn relatief lang, ongeveer 0,5–1 mm, en steken duidelijk buiten het omwindsel uit. Daardoor is rond het gele hart van het bloemhoofdje een fijn, maar duidelijk zichtbaar wit randje te zien.
Bij de hoge fijnstraal zijn de bloemhoofdjes groter, ongeveer 4–6 mm breed. Het omwindsel is duidelijk kort en dicht behaard en heeft daardoor vaak een grijsgroene, wat wollige uitstraling. De witte lintbloemen zijn hier zeer kort, minder dan 0,5 mm, en steken nauwelijks of niet buiten het omwindsel uit. Ze zijn daardoor met het blote oog vrijwel onzichtbaar.
Nota: de lintbloemen zijn bij beide soorten wel degelijk aanwezig. Het is dus niet correct om te zeggen dat hoge fijnstraal geen lintbloemen heeft. Ze zijn alleen zo kort dat ze met het blote oog vaak nauwelijks opvallen. De Belgische sleutel vermeldt expliciet dat de lintbloemen aanwezig zijn; “bij de hoge fijnstraal zijn ze slechts rudimentair en steken ze niet buiten het omwindsel uit.”
Hoge fijnstraal in Vlaanderen / België
De Canadese fijnstraal komt al veel langer in Vlaanderen voor dan de hoge fijnstraal.
De Canadese fijnstraal is een oude Amerikaanse nieuwkomer. Ze bereikte Europa al in de 17e eeuw en was in de 20e eeuw in Vlaanderen al wijdverspreid.
De hoge fijnstraal is daarentegen een veel recentere inwijkeling. Deze soort vestigde zich pas tegen het einde van de 20e eeuw in onze streken en heeft zich vooral in de afgelopen decennia sterk uitgebreid.
De eerste vondsten van de hoge fijnstraal in Vlaanderen / België
De geschiedenis van de hoge fijnstraal in België gaat terug tot 1990. In dat jaar werd de soort voor het eerst officieel vastgesteld door M. Lannoy op een steen- of mijnterrein in Châtelineau (Henegouwen).
Ook in 1990 werd de soort door J. Lambinon waargenomen in de haven van Antwerpen. Deze vondst werd in 1991 gepubliceerd. De twee waarnemingen uit 1990 vormen de eerste gedocumenteerde Belgische records.
Tegen het begin van de 21ste eeuw was ze in België als een ingeburgerde nieuwkomer te beschouwen. Verloove en Boullet beschreven de soort in 2001 dan ook als een recente, maar inmiddels gevestigde plant. Op veel plaatsen komt hij zelfs al vaker voor dan zijn soortgenoot.
Ruige fijnstraal en gevlamde fijnstraal
Volledigheidshalve vermelden we dat in Vlaanderen ook – zij het in mindere mate – de ruige fijnstraal (Erigeron floribundus) en de gevlamde fijnstraal (Erigeron bonariensis) voorkomen Collega Nic Carsauw maakte een mooie foto van de ruige fijnstraal.
Ruige fijnstraal ( foto Nic Carsauw)
In België werd de ruige fijnstraal (Erigeron floribundus) voor het eerst vastgesteld in 1999 in Kortrijk. De soort was toen nog zeldzaam, maar begon zich daarna geleidelijk uit te breiden. Ze werd aanvankelijk vooral gevonden in het zuiden van West-Vlaanderen, onder meer in Bissegem, Menen, Moen, Spiere-Helkijn en Wevelgem, maar ook in Brugge, Dadizele, Nieuwpoort, Roeselare en Ursel. Sindsdien heeft ze haar verspreidingsgebied verder uitgebreid naar onder meer de Kempen, Wallonië en het Brusselse havengebied.
De gevlamde fijnstraal is afkomstig uit Zuid-Amerika en in België een zeldzame, plaatselijk ingeburgerde exoot. Ze groeit vooral op warme, droge en stenige plekken in steden. Kenmerkend zijn de zeer smalle bladeren en de relatief grote bloemhoofdjes, waarvan de omwindselblaadjes vaak paarsachtig getint zijn. Vanaf de jaren 1990 nam haar verspreiding in België toe.
“Laat je meevoeren in het gebruik, de geschiedenis en de magie van de flora tijdens een wandeling van circa 3,5 kilometer. Proef van het lekkers dat wilde planten ons al eeuwen geven.” Dit lazen we op de uitnodiging van Katrien Cattoor – hart en ziel …
Op 15 augustus, het feest van Onze-Lieve-Vrouw-Tenhemelopneming, vindt in de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Damme jaarlijks de ‘Cruydenwijdinghe’ plaats. Als iemand die zich al jarenlang verdiept in wilde planten en de verhalen, gebruiken en tradities die ermee samenhangen, spreekt deze bijzondere viering mij bijzonder aan. Hier komen immers twee werelden samen …
Ik houd van het bouwverlof – het bouwvak voor de Nederlanders. Niet om de stilstaande steigers of de zwijgende betonmolens — daar kan ik prima zonder. Ik hou ervan omdat de natuur, zodra de laatste bouwvakker de poort achter zich dichttrekt, meteen aan de slag gaat. De mens gaat met verlof, de plant gaat aan het werk!
Geen gedreun, geen gedender, geen geraas en geblaas. Er wordt niet verder aan de weg getimmerd. Waar straks een lint vers asfalt overheen rolt, ligt nu nog braakliggende grond — precies lang genoeg voor de plantenwereld om zoete wraak te nemen.
Doornappel schiet groot en een tikkeltje dreigend uit de grond. Niet meteen een plant waar je met je blote handen aan wilt zitten: hij is door en door giftig. Postelein blijft laag bij de grond en groeit intussen vrolijk zijn vlezige blaadjes bij elkaar.
Europese hanenpoot is er als de kippen bij en melganzevoet vult alle gaatjes zonder dat iemand het heeft uitgenodigd. Groene amarant en bijvoet trekken zich niets aan van de hitte en groeien er juist harder om. Hoge fijnstraal torent, zoals gewoonlijk, met kop en schouders boven de rest uit. Grote zandkool en bezemkruiskruid — laatstgenoemde met wortels die tot in Zuid-Afrika reiken — doen of ze hier al eeuwen wonen, en bloeien er vrijmoedig op los.
De meeste planten zoals postelein, melganzenvoet, groene amarant, bezemkruiskruid en bijvoet zijn echte zonneaanbidders die niet verlegen zitten om een graadje meer. Ze vinden deze hete zomer best OK
Het duurt hooguit enkele weken. Dan komt de eerste vrachtwagen alweer aangereden, de eerste steiger weer overeind, en wordt het feestje op de bouwwerf voorlopig afgelast. Maar zolang het duurt, mag alles wat er straks niet meer mag: groeien, bloeien, wortelen, woekeren. Dát is waarom ik van bouwverlof houd.
En omdat ik zelf ook met vakantie ben, sprong ik op de fiets. Met de fiets kom je nu eenmaal op plekken waar je met de wagen nooit raakt. Je rijdt een beetje doelloos langs de stadsrand en voor je het weet, verdwaal je — onverwachts en ongevraagd, maar des te leuker — op een bouwwerf. Klik op de afbeeldingen om een groter formaat te bekijken.
Doornappel (Datura stramonium)
Doornappel (Datura stramonium)
De doornappel (Datura stramonium) is een opvallende verschijning die zich als echte pionierplant snel vestigt op open, stikstofrijke gronden. Je komt deze warmteliefhebbende soort uit de nachtschadefamilie vooral tegen op omgewerkte terreinen, braakliggende akkers, composthopen en stadsruderale plekken.
Hoewel de grote, witte trechterbloemen en de stekelige doosvruchten een sierlijke indruk maken, vraagt de plant om grote voorzichtigheid. Elk onderdeel van de doornappel is namelijk extreem giftig. De aanwezige alkaloïden kunnen al bij minimale inname leiden tot ernstige hallucinaties, verwarring, hartritmestoornissen en zelfs een fatale afloop. Toch een fascinerend stukje ruige stadsnatuur, maar eentje om uitsluitend van op afstand te bewonderen.
Postelein (Portulaca oleracea)
Postelein (Portulaca oleracea)
De postelein (Portulaca oleracea) is een kruipende, vetplantachtige eenjarige die zich als uitgesproken pionier vestigt op open, stikstofrijke en zonovergoten gronden. Je vindt deze warmteliefhebbende soort veelvuldig op omgewerkte akkers, in moestuinen, tussen straatplaveisel en op braakliggende stadsplekken.
In tegenstelling tot giftige stadsplanten is postelein niet alleen volstrekt ongevaarlijk, maar zelfs een smakelijke en uiterst gezonde bladgroente. De dikke, vlezige blaadjes en roodachtige stengels hebben een frisse, licht zoutige en zurige smaak. Ze zitten boordevol omega 3-vetzuren, vitaminen en mineralen. Een dankbaar, eetbaar plantje dat moeiteloos standhoudt op droge en voedselrijke bodems.
Europese hanenpoot (Echinochloa crus-galli)
Europese hanenpoot (Echinochloa crus-galli)
De Europese hanenpoot (Echinochloa crus-galli) is een robuust, eenjarig gras en een schoolvoorbeeld van een pionierplant. Deze warmteliefhebbende soort vestigt zich als eerste op open, omgewerkte en stikstofrijke gronden. Je komt hem dan ook veelvuldig tegen op ruderale stadsplekken.
Hoewel de plant op zichzelf niet giftig is voor mens en dier, kan hij bij overmatige bemesting grote hoeveelheden nitraten uit de bodem ophopen. Dankzij zijn snelkiemende zaden en krachtige groei is het een typische, sterke bewoner van verstoorde bodems.
Groene amarant (Amaranthus viridis)
groene amarant (Amaranthus viridis)
De groene amarant (Amaranthus viridis) is een opgaande, eenjarige plant die als pionier erg snel verstoorde terreinen koloniseert. De soort gedijt optimaal op zonnige locaties met een stikstofrijke bodem en is veelvuldig te vinden op omgewerkte akkers, in moestuinen, op composthopen en tussen stadsplaveisel.
De bloei is kenmerkend discreet: vanaf de zomer tot in de herfst verschijnen er compacte, groenachtige bloemaren aan het uiteinde van de stengels en in de bladoksels. De piepkleine, onopvallende bloemen missen kroonbladeren en worden voornamelijk door de wind bestoven.
Over de giftigheid bestaat weinig twijfel: de plant is op zichzelf ongevaarlijk en zelfs eetbaar. De jonge bladeren worden wereldwijd als bladgroente gegeten.
Melganzenvoet (Chenopodium album)
melganzenvoet (Chenopodium album)
De melganzenvoet (Chenopodium album) is een opgaande, eenjarige plant en een uitgesproken pionier die omgewerkte gronden razendsnel koloniseert. Deze soort heeft een grote voorkeur voor zonnige locaties met een zeer stikstof- en voedselrijke bodem. Je komt hem dan ook overal tegen op akkers, composthopen, braakliggende terreinen en op ruderale stadsplekken.
De bloei is subtiel maar massaal: van juni tot de herfst vormt de plant dichte, meelachtig behaarde bloemtuilen aan de stengeltoppen en in de bladoksels. De piepkleine, groenachtige bloemen hebben geen opvallende kroonbladeren en worden door de wind bestoven.
De jonge bladeren zijn eetbaar en voedzaam voor de mens, maar de plant bevat oxaalzuur en kan op overbemeste gronden veel nitraten ophopen, wat bij grote opname schadelijk is voor vee. Een onverwoestbare, meelachtig bepoederde bewoner van verstoorde bodems.
Bijvoet (Artemisia vulgaris)
bijvoet (Artemisia vulgaris)
De bijvoet (Artemisia vulgaris) is een opgaande, meerjarige plant en een ijzersterke pionier die verstoorde grond razendsnel inneemt. De soort voelt zich thuis op zonnige tot licht beschaduwde plekken en is veelvuldig te vinden langs wegbermen, ruderale stadsplekken en braakliggende terreinen.
Van juli tot september verschijnen er talrijke, pluimvormige bloemaren met hele kleine, geelbruine tot roodachtige bloemhoofdjes. De bloemen hebben geen opvallende lintbloemen en vallen vooral op door hun grote hoeveelheden vluchtig stuifmeel, wat bij veel mensen hooikoorts veroorzaakt.
De plant is niet strikt giftig en heeft een lange geschiedenis als aromatisch keukenkruid en volksgeneesmiddel, maar bevat wel etherische oliën (zoals thujon) die in grote hoeveelheden schadelijk zijn. Een robuuste, aromatische bewoner van de ruige stadsnatuur.