Schrijf je plantennamen met een kleine letter of hoofdletter?

Schrijf je plantennamen met een kleine letter of hoofdletter?

 

‘Wat voor nut heeft het dat ze namen hebben,’ zei de Mug, ‘als ze daar geen antwoord op willen geven?’
‘Ze hebben er niets aan,’ zei Alice; ‘Maar het is nuttig voor de mensen die ze een naam geven, denk ik.
Zo niet, waarom hebben de dingen dan überhaupt een naam?”
(Lewis Carroll, Through the looking-glass)

Alice dacht aan insecten, maar het gaat ook op voor planten: de naam is niet direct relevant voor de plant, maar wel voor wie informatie over die plant wil vastleggen of delen met anderen.

Verwarring

Er is redelijk wat verwarring over de schrijfwijze van plantennamen. In sommige boeken en websites zie je ze met een hoofdletter, in andere dan weer met een kleine letter. 
Hoe zit het nu juist en welk advies geeft de Taalunie?

Algemene regel

Plantennamen worden – net als dierennamen trouwens – in algemene teksten met kleine letters geschreven: geranium, monnikskap, ooievaarsbek, begonia, hortensia, rode beuk, grove den, enz…
Voor plantenfamilies geldt hetzelfde: duizendknoopfamilie, vlinderbloemenfamilie, kruisbloemenfamilie, papaverfamilie, enz…

Uitzondering

Een hoofdletter komt alleen in het volgende geval voor:

Als in de plantennaam een aardrijkskundige naam als bijvoeglijk naamwoord zit. Bijvoorbeeld: Amerikaanse eik, Kaukasisch vergeet-mij-nietje, Europese hanenpoot, enz…

Wetenschappelijke namen

Wetenschappelijke namen voor soorten hebben een tweeledige naamgeving, die in 1753 is ingevoerd door Carolus Linnaeus. Dit betekent dat iedere naam uit twee delen bestaat: de naam van het geslacht wordt met een hoofdletter geschreven, en die van de soort  met een kleine letter.  Bijvoorbeeld; Ranunculus acris voor de scherpe boterbloem, of Stellaria media voor de vogelmuur.

Wetenschappelijke plantennamen worden steeds vaker gebruikt, niet meer alleen onder wetenschappers en in flora’s en encyclopedieën, maar ook door leken en in tuincentra. Bovendien worden veel niet-inheemse planten ingevoerd die geen Nederlandse volksnaam hebben.

Vakteksten

In vakteksten, zoals een dieren- of plantengids, wordt voor Nederlandse namen soms ook de Latijnse conventie gehanteerd. Dat wil zeggen dat elke plantennaam met een hoofdletter begint: Grote ratelaar, Gewone zandmuur. Dit heeft als voordeel dat duidelijk is of kleuraanduidingen of woorden als ‘kleine’ en ‘grote’ deel uitmaken van de naam of niet.

In de gegeven voorbeelden is het woord Grote dus geen bijvoeglijk naamwoord, want de Grote ratelaar is niet meteen groot. Maar het onderscheid met de Kleine ratelaar is duidelijk.

En de Gewone zandmuur is geen ‘gewoon’ plantje.  

Dat hoofdlettergebruik is echter niet in overeenstemming met de Nederlandse spelling

Bronnen en meer informatie


Over planten en hun naam: wetenschappelijke namen, volksnamen, Nederlandstalige namen

Taaladvies

site logo