Er is een grote kans dat je dit plantje al ontelbare keren hebt gezien – of beter gezegd: dat je er achteloos overheen bent gestapt. Letterlijk. En geef toe, misschien ook een beetje figuurlijk. De liggende vetmuur (Sagina procumbens) is geen schreeuwerige verschijning. Geen flamboyante …
Herinner je je nog onze vorige tocht langs de rand van het plaveisel? Toen we tussen stoeptegel en rioolrooster onverwacht cypergras ontdekten dat haast opzettelijk deel leek uit te maken van het straatbeeld? Groot hoefblad dat zich breed maakte alsof het hier thuishoorde, kleine ooievaarsbek …
Dat is de vraag die sterrenkundigen al decennia wakker houdt, met hun ogen strak gericht op die roestige buur in de ruimte. Mars, droog, stoffig, rotsig – een planeet die eruitziet alsof hij dringend een goeie regenbui kan gebruiken.
Toch blijft de vraag knagen: kan er daarboven iets leven, iets kruipen, iets bloeien – zelfs al is het maar een koppige korstmos met overlevingsdrang?
Gek genoeg dacht ik onlangs aan diezelfde vraag op de Markt van Brugge. Terwijl ik mij een weg baande tussen horden cruise-toeristen, fietsen, koetsen en terrasjesmensen, schoot het door mijn hoofd: “Kan hier eigenlijk nog iets groeien?”
Tussen het geplaveide verleden en het versteende heden, droomde ik even van een plantje dat dapper tussen de voegen zijn weg naar het licht zoekt. Wat ontdekken we het eerst: leven op Mars… of een verdwaald madeliefje dat halsstarrig zijn kopje opsteekt tussen de kasseien van de Markt?
Dus trokken we eropuit, gewapend met loep en goede moed, om het slagveld te inspecteren: de Markt van Brugge. Welk “onkruid” weerstaat aan de hiking boots van de duizenden toeristen en de spuit van de Roundup-ridders?
Uiteraard rekenden we op het obligate straatgras, dat in elk vergeten hoekje opduikt. Daar konden we — bij wijze van spreken — gerust zélf een shotje Roundup op innemen, zo zeker waren we ervan.
Maar goed, welke andere groene desperado’s zouden we nog aantreffen tussen de kasseien, toeristenvoeten en het dagelijkse stof van wafels, frieten en paardenmest? Dat we geen engelwortel of reuzenberenklauw zouden spotten, dat stond in de sterren geschreven. Nee, voor enig sprietje chlorofyl zouden we bijna op handen en knieën moeten gaan, neus op de kassei, in Sherlock Holmes-modus. Want wie op de Markt nog planten wil vinden, moet letterlijk laag bij de grond blijven. Kruip je mee? We vonden meer dan je vermoedt.
Gehoornde klaverzuring (Oxalis corniculata)
Gehoornde klaverzuring(Oxalis corniculata)
Gehoornde klaverzuring is een laagblijvend plantje met klaverachtige blaadjes en kleine gele bloemetjes. De blaadjes sluiten zich bij donker weer of aanraking. Vaak roodbruin van kleur, groeit het graag tussen stoeptegels en op verstoorde grond. De plant verspreidt zich snel via explosief openspringende zaaddozen. Oorspronkelijk uit Zuidoost-Azië, maar nu wereldwijd ingeburgerd. Ondanks zijn bescheiden uiterlijk is het een taaie overlever en een typische stadsplant.
Gewoon varkensgras (Polygonum aviculare)
Gewoon varkensgras(Polygonum aviculare)
Gewoon varkensgras is een liggende, taaie plant die vaak op kale, betreden plekken groeit, zoals straatranden en opritten. De smalle blaadjes en onopvallende bloempjes vallen weinig op, maar de plant is uiterst bestand tegen vertrapping. Vroeger werd het gevoerd aan varkens, vandaar de naam. Het behoort tot de duizendknoopfamilie en is een echte overlever, zelfs op arme, droge bodems. Een schoolvoorbeeld van stedelijke aanpassing en veerkracht.
Grote weegbree (Plantago major subsp. major)
Grote weegbree(Plantago major subsp. major)
Grote weegbree is een stevige plant met brede bladeren in een rozet en lange, rechtopstaande bloeistengels. Ze groeit vaak langs paden, trottoirs en op aangestampte grond. De bladeren zijn taai en bestand tegen betreding. Vroeger werd de plant gebruikt als wondkruid en tegen insectenbeten. Door haar veerkracht en verspreiding is ze een van de bekendste stads- en tredplanten: waar mensen gaan, volgt de weegbree. Een groene metgezel van de weg.
Harig knopkruid (Galinsoga quadriradiata)
Harig knopkruid(Galinsoga quadriradiata)
Harig knopkruid is een eenjarig plantje met zacht behaarde stengels en kleine bloemetjes met witte straalbloemen en een geel hart. Oorspronkelijk uit Zuid-Amerika, maar nu wijdverspreid in Europa, vooral in tuinen, tussen tegels en op omgewerkte grond. Het kiemt snel en vormt in korte tijd dichte matten. Ondanks zijn onooglijkheid is het een pionier in verstoorde habitats — vlijtig, onopvallend en altijd dichtbij, zelfs in het hart van de stad.
Herderstasje (Capsella bursa-pastoris)
Herderstasje(Capsella bursa-pastoris)
Herderstasje is een slank plantje met driehoekige hauwtjes die lijken op herderstasjes, waaraan het zijn naam dankt. Het bloeit bijna het hele jaar door met kleine witte bloempjes en komt veel voor langs wegen, op akkers en tussen stoeptegels. Oorspronkelijk uit Europa, maar inmiddels wereldwijd verspreid. Het is een echte overlever, zelfs in arme grond. Vroeger werd het gebruikt als geneeskruid en bloedstelpend middel. Klein, maar vol geschiedenis en veerkracht.
Straatgras (Poa annua)
Straatgras(Poa annua)
Straatgras is een lage, tere grassoort die overal opduikt: tussen stoeptegels, langs wegen en op betreden paden. Het is lichtgroen, bloeit bijna het hele jaar door en zaait zich razendsnel uit. Oorspronkelijk een veldplant, maar nu een typische stadsbewoner. Ondanks zijn kwetsbare uiterlijk is het uitzonderlijk taai. Zelfs op kale grond of in spleten weet straatgras te overleven. Een nederige maar hardnekkige pionier in de verstoorde ruimte van de stad.
Hoge fijnstraal (Conyza sumatrensis)
Hoge fijnstraal(Conyza sumatrensis)
Hoge fijnstraal is een hoge, slanke plant met smalle bladeren en pluizige, witgrijze zaadpluisjes. Ze kan tot twee meter hoog worden en groeit graag op braakliggende terreinen, bouwplaatsen en stoepen. Oorspronkelijk uit Zuid-Azië, maar sinds de 20ste eeuw sterk verspreid in Europa. Ze zaait zich overvloedig uit en is moeilijk weg te krijgen. Een echte stadsklimaatpionier: fors, flexibel en altijd klaar om nieuwe ruimte te veroveren.
Liggende vetmuur (Sagina procumbens)
Liggende vetmuur(Sagina procumbens)
Liggende vetmuur is een minuscule, kruipende plant met fijne steeltjes en piepkleine witte bloempjes. Ze groeit in voegen van stoepen, terrassen en tussen straatstenen, vaak waar men nauwelijks plantengroei verwacht. De blaadjes zijn vetachtig en blijven groen in de winter. Ondanks haar bescheiden uiterlijk is ze verrassend taai en wijdverspreid. Liggende vetmuur is een stille overlever: onopvallend, maar altijd aanwezig waar mensen lopen en stenen kieren achterlaten.
Vertakte leeuwentand (Scorzoneroides autumnalis)
Vertakte leeuwentand (Scorzoneroides autumnalis)
Vertakte leeuwentand is een geelbloeiende plant uit de composietenfamilie. Ze lijkt op een kleine paardebloem, maar bloeit later in het jaar en heeft sterk vertakte stengels. Je vindt haar op gazons, bermen en in ruigere grasstroken in de stad. De bladeren vormen een rozet, de bloemhoofdjes sluiten zich bij regen. Een echte najaarsbloeier, die met haar bescheiden schoonheid en aanpassingsvermogen kleur brengt in het late seizoen.
Tomatenplant (Solanum lycopersicum) !!!
Tomatenplant (Solanum lycopersicum)
De tomatenplant is een bekende cultuurplant met behaarde stengels, geveerde bladeren en gele sterbloempjes. Oorspronkelijk uit Zuid-Amerika, maar wereldwijd geliefd om haar sappige, rode vruchten. In de stad duikt ze soms onverwacht op uit composthopen of tussen stoeptegels, als ontsnapte tuinplant. Haar aanwezigheid verraadt menselijke activiteit en vruchtbare grond. Hoewel ze warmte en zorg nodig heeft, getuigt haar verschijning op straat van de verrassende veerkracht van gecultiveerde soorten.
(Alle foto’s werden op de Markt te Brugge genomen)
In “Is er leven op Mars – deel 2” graven we nog een laagje dieper op zoek naar leven op de Markt te Brugge. Stay tuned!
Zondag 26 mei 2024Stap om de veertien dagen mee in een levendige, stedelijke wildernis tijdens een opwindende en verbluffende stadssafari! Ga op ontdekkingsreis langs smalle steegjes en betoverende stadskanalen, en laat je betoveren door de verborgen pracht van de stadsplanten. Laat je verbazen door de …
Tijdens mijn verkenningstocht door de betoverende straten van Brugge ontdekte ik een wereld die vaak over het hoofd wordt gezien – de mysterieuze levens die zich vastklampen aan de oude muren van de stad. Terwijl ik langzaam mijn weg baande door smalle steegjes en langs …
Ik denk niet dat het zal gebeuren, maar mochten de planten ooit een wedstrijd organiseren voor de nederigste plant dan moet liggende vetmuur in ieder geval deelnemen. En de kans is groot dat het een medaille in de wacht sleept, als ze al niet op het hoogste schavotje terecht komt. Liggende vetmuur groeit letterlijk ‘laag bij de grond’, doet alles om niet op te vallen, heeft geen hoge stengels, geen bloemen als rozen, verspreidt geen opvallende geur. Liggende vetmuur zal u niet overdonderen door haar schoonheid… Met andere woorden… je ziet het plantje zo over het hoofd of je loopt het letterlijk onder de voet. En het vreemde is… het heeft het nog graag ook.
Het meest lijkt het nog op een toefje mos of een grasje. Je zou het nauwelijks geloven maar toch behoort de plant tot de anjerfamilie (Caryophyllaceae), al lijken de bloemen totaal niet op de anjers die je thuis in je bloementuil hebt zitten. Het wordt vaak aanzien als een ‘onkruid’. Maar als je het aandachtig bekijkt – een plantenloepje kan daarbij goede diensten bijwijzen – dan merk je toch heel kleine wit-groene bloempjes. Het is dus geen mossoort, want mossen hebben geen bloemen.
De plantjes vormen een soort kussentjes tussen o.a. straatstenen, op gevelstenen en stoeptegels. Hier op een huisgevel in de Rolweg te Brugge (foto). De stengels zijn slank, vertakkend en groeien langs de grond of langs de muur. De bladeren zijn klein, naaldachtig en gerangschikt in kransen rond de stengel. De plant produceert kleine, witte of geelgroene bloemen met een diameter van ongeveer 2-3 mm die bloeien van lente tot herfst.
Als je zo klein bent en ‘laag bij de grond’ blijft dan is het inderdaad niet verwonderlijk dat je over het hoofd gezien wordt en dat je vaak letterlijk onder de voet gelopen wordt. Het ziet er zeer fragiel uit maar de liggende vetmuur is een echte tredplant. Meer zelfs… het maakt gebruik van die betreding omdat de kleverige zaadjes aan schoenen, banden of hondenpootjes blijven plakken. Op die manier liften ze mee en kan de plant zich verspreiden.
Naamgeving
Sagina betekent meststof. De planten werden meer als mest dan als voedsel gebruikt. Volgens anderen komt sagina echter van saginare (vetmesten). Mogelijk i.v.m het voeren van vee, bijv. ganzen, die werden gevoerd (vetgemest) met sagina. Procumbens betekent ‘neerliggend‘. De plant werd mogelijk gebruikt voor het voeren van vee. Die werden “vetgemest”. Dit is het meest waarschijnlijk want de stengels van deze soort vetmuur zelf zijn niet dik of vlezig.
Liggende vetmuur (Sagina procumbens) en zeevetmuur (Sagina maritima)
Er is nog een andere eenjarige vetmuur, namelijk zeevetmuur. Ik moet eerlijk toegeven dat het verschil moeilijk te zien is. In de zomer 2023 vond ik de zeevetmuur op de stoep aan de Jeruzalemkapel te Brugge.
Hoewel ze enkele overeenkomsten hebben zijn liggende vetmuur en zeevetmuur twee verschillende soorten. Het belangrijkste verschil is – zoals de naam al laat vermoeden – de habitat waar ze zich best thuis voelen. Liggende vetmuur komt meest voor in vochtige, schaduwrijke plaatsen. Zeevetmuur wordt het meestal aangetroffen in kustgebieden, kwelders en zandgronden. Zoals de naam al doet vermoeden, heeft het een voorkeur voor maritieme omgevingen.
De bladeren van liggende vetmuur zijn klein, smal en puntig, gerangschikt in een dicht, spiraalvormig patroon rond de stengels. Van zeevetmuur zijn de bladeren ook klein maar zonder stekelpuntje. In sommige gevallen kunnen ze breder zijn dan die van de liggende vetmuur.
Bij de liggende vetmuur zijn de kelkblaadjes tijdens de vruchttijd afstaand en witgerant, terwijl die van de zeevetmuur aanliggend zijn en wit en/of paarsgerand.
Er komen trouwens nog een aantal soorten vetmuur voor, o.a. de donkere vetmuur en de uitstaande vetmuur. Op de website van waarnemingen.nl vindt u een goed overzicht met de verschillen. (Zie bronnen)
Naamgeving
Sagina betekent meststof. De planten werden meer als mest dan als voedsel gebruikt. Volgens anderen komt sagina echter van saginare (vetmesten). Mogelijk i.v.m het voeren van vee, bijv. ganzen, die werden gevoerd (vetgemest) met sagina. Procumbens betekent neerliggend. De plant werd mogelijk gebruikt voor het voeren van vee (bijv. ganzen). Die werden “vetgemest”. Dit is het meest waarschijnlijk want de stengels van deze soort vetmuur zijn niet dik of vlezig (vet).
Gebruik
In sommige traditionele geneeswijzen wordt Sagina procumbens gebruikt om verschillende aandoeningen te behandelen, zoals hoesten, diarree en huidaandoeningen. Er is echter beperkt wetenschappelijk onderzoek naar de geneeskrachtige eigenschappen en het wordt niet vaak gebruikt in de moderne geneeskunde.