In de reeks plantenverhalen vertellen we vandaag een waargebeurd verhaal: “Over het straatmadeliefje, een hongerige echtgenote en de 504 stappen naar de warme bakker.“ Deze ochtend stelde ik bij het opstaan vast dat de broodtrommel leeg was. Uit jarenlange ervaring weet ik wat dat betekent. …
Herinner je je nog onze vorige tocht langs de rand van het plaveisel? Toen we tussen stoeptegel en rioolrooster onverwacht cypergras ontdekten dat haast opzettelijk deel leek uit te maken van het straatbeeld? Groot hoefblad dat zich breed maakte alsof het hier thuishoorde, kleine ooievaarsbek …
Dat is de vraag die sterrenkundigen al decennia wakker houdt, met hun ogen strak gericht op die roestige buur in de ruimte. Mars, droog, stoffig, rotsig – een planeet die eruitziet alsof hij dringend een goeie regenbui kan gebruiken.
Toch blijft de vraag knagen: kan er daarboven iets leven, iets kruipen, iets bloeien – zelfs al is het maar een koppige korstmos met overlevingsdrang?
Gek genoeg dacht ik onlangs aan diezelfde vraag op de Markt van Brugge. Terwijl ik mij een weg baande tussen horden cruise-toeristen, fietsen, koetsen en terrasjesmensen, schoot het door mijn hoofd: “Kan hier eigenlijk nog iets groeien?”
Tussen het geplaveide verleden en het versteende heden, droomde ik even van een plantje dat dapper tussen de voegen zijn weg naar het licht zoekt. Wat ontdekken we het eerst: leven op Mars… of een verdwaald madeliefje dat halsstarrig zijn kopje opsteekt tussen de kasseien van de Markt?
Dus trokken we eropuit, gewapend met loep en goede moed, om het slagveld te inspecteren: de Markt van Brugge. Welk “onkruid” weerstaat aan de hiking boots van de duizenden toeristen en de spuit van de Roundup-ridders?
Uiteraard rekenden we op het obligate straatgras, dat in elk vergeten hoekje opduikt. Daar konden we — bij wijze van spreken — gerust zélf een shotje Roundup op innemen, zo zeker waren we ervan.
Maar goed, welke andere groene desperado’s zouden we nog aantreffen tussen de kasseien, toeristenvoeten en het dagelijkse stof van wafels, frieten en paardenmest? Dat we geen engelwortel of reuzenberenklauw zouden spotten, dat stond in de sterren geschreven. Nee, voor enig sprietje chlorofyl zouden we bijna op handen en knieën moeten gaan, neus op de kassei, in Sherlock Holmes-modus. Want wie op de Markt nog planten wil vinden, moet letterlijk laag bij de grond blijven. Kruip je mee? We vonden meer dan je vermoedt.
Gehoornde klaverzuring (Oxalis corniculata)
Gehoornde klaverzuring(Oxalis corniculata)
Gehoornde klaverzuring is een laagblijvend plantje met klaverachtige blaadjes en kleine gele bloemetjes. De blaadjes sluiten zich bij donker weer of aanraking. Vaak roodbruin van kleur, groeit het graag tussen stoeptegels en op verstoorde grond. De plant verspreidt zich snel via explosief openspringende zaaddozen. Oorspronkelijk uit Zuidoost-Azië, maar nu wereldwijd ingeburgerd. Ondanks zijn bescheiden uiterlijk is het een taaie overlever en een typische stadsplant.
Gewoon varkensgras (Polygonum aviculare)
Gewoon varkensgras(Polygonum aviculare)
Gewoon varkensgras is een liggende, taaie plant die vaak op kale, betreden plekken groeit, zoals straatranden en opritten. De smalle blaadjes en onopvallende bloempjes vallen weinig op, maar de plant is uiterst bestand tegen vertrapping. Vroeger werd het gevoerd aan varkens, vandaar de naam. Het behoort tot de duizendknoopfamilie en is een echte overlever, zelfs op arme, droge bodems. Een schoolvoorbeeld van stedelijke aanpassing en veerkracht.
Grote weegbree (Plantago major subsp. major)
Grote weegbree(Plantago major subsp. major)
Grote weegbree is een stevige plant met brede bladeren in een rozet en lange, rechtopstaande bloeistengels. Ze groeit vaak langs paden, trottoirs en op aangestampte grond. De bladeren zijn taai en bestand tegen betreding. Vroeger werd de plant gebruikt als wondkruid en tegen insectenbeten. Door haar veerkracht en verspreiding is ze een van de bekendste stads- en tredplanten: waar mensen gaan, volgt de weegbree. Een groene metgezel van de weg.
Harig knopkruid (Galinsoga quadriradiata)
Harig knopkruid(Galinsoga quadriradiata)
Harig knopkruid is een eenjarig plantje met zacht behaarde stengels en kleine bloemetjes met witte straalbloemen en een geel hart. Oorspronkelijk uit Zuid-Amerika, maar nu wijdverspreid in Europa, vooral in tuinen, tussen tegels en op omgewerkte grond. Het kiemt snel en vormt in korte tijd dichte matten. Ondanks zijn onooglijkheid is het een pionier in verstoorde habitats — vlijtig, onopvallend en altijd dichtbij, zelfs in het hart van de stad.
Herderstasje (Capsella bursa-pastoris)
Herderstasje(Capsella bursa-pastoris)
Herderstasje is een slank plantje met driehoekige hauwtjes die lijken op herderstasjes, waaraan het zijn naam dankt. Het bloeit bijna het hele jaar door met kleine witte bloempjes en komt veel voor langs wegen, op akkers en tussen stoeptegels. Oorspronkelijk uit Europa, maar inmiddels wereldwijd verspreid. Het is een echte overlever, zelfs in arme grond. Vroeger werd het gebruikt als geneeskruid en bloedstelpend middel. Klein, maar vol geschiedenis en veerkracht.
Straatgras (Poa annua)
Straatgras(Poa annua)
Straatgras is een lage, tere grassoort die overal opduikt: tussen stoeptegels, langs wegen en op betreden paden. Het is lichtgroen, bloeit bijna het hele jaar door en zaait zich razendsnel uit. Oorspronkelijk een veldplant, maar nu een typische stadsbewoner. Ondanks zijn kwetsbare uiterlijk is het uitzonderlijk taai. Zelfs op kale grond of in spleten weet straatgras te overleven. Een nederige maar hardnekkige pionier in de verstoorde ruimte van de stad.
Hoge fijnstraal (Conyza sumatrensis)
Hoge fijnstraal(Conyza sumatrensis)
Hoge fijnstraal is een hoge, slanke plant met smalle bladeren en pluizige, witgrijze zaadpluisjes. Ze kan tot twee meter hoog worden en groeit graag op braakliggende terreinen, bouwplaatsen en stoepen. Oorspronkelijk uit Zuid-Azië, maar sinds de 20ste eeuw sterk verspreid in Europa. Ze zaait zich overvloedig uit en is moeilijk weg te krijgen. Een echte stadsklimaatpionier: fors, flexibel en altijd klaar om nieuwe ruimte te veroveren.
Liggende vetmuur (Sagina procumbens)
Liggende vetmuur(Sagina procumbens)
Liggende vetmuur is een minuscule, kruipende plant met fijne steeltjes en piepkleine witte bloempjes. Ze groeit in voegen van stoepen, terrassen en tussen straatstenen, vaak waar men nauwelijks plantengroei verwacht. De blaadjes zijn vetachtig en blijven groen in de winter. Ondanks haar bescheiden uiterlijk is ze verrassend taai en wijdverspreid. Liggende vetmuur is een stille overlever: onopvallend, maar altijd aanwezig waar mensen lopen en stenen kieren achterlaten.
Vertakte leeuwentand (Scorzoneroides autumnalis)
Vertakte leeuwentand (Scorzoneroides autumnalis)
Vertakte leeuwentand is een geelbloeiende plant uit de composietenfamilie. Ze lijkt op een kleine paardebloem, maar bloeit later in het jaar en heeft sterk vertakte stengels. Je vindt haar op gazons, bermen en in ruigere grasstroken in de stad. De bladeren vormen een rozet, de bloemhoofdjes sluiten zich bij regen. Een echte najaarsbloeier, die met haar bescheiden schoonheid en aanpassingsvermogen kleur brengt in het late seizoen.
Tomatenplant (Solanum lycopersicum) !!!
Tomatenplant (Solanum lycopersicum)
De tomatenplant is een bekende cultuurplant met behaarde stengels, geveerde bladeren en gele sterbloempjes. Oorspronkelijk uit Zuid-Amerika, maar wereldwijd geliefd om haar sappige, rode vruchten. In de stad duikt ze soms onverwacht op uit composthopen of tussen stoeptegels, als ontsnapte tuinplant. Haar aanwezigheid verraadt menselijke activiteit en vruchtbare grond. Hoewel ze warmte en zorg nodig heeft, getuigt haar verschijning op straat van de verrassende veerkracht van gecultiveerde soorten.
(Alle foto’s werden op de Markt te Brugge genomen)
In “Is er leven op Mars – deel 2” graven we nog een laagje dieper op zoek naar leven op de Markt te Brugge. Stay tuned!
Tijdens een recente wandeling door het betoverende Brugge besloot ik iets anders te doen: “Waarom niet eens de meest voorkomende wilde planten in de stad vastleggen en een top tien samenstellen?” Maar eerlijk is eerlijk… dat bleek nog een hele uitdaging! Niet omdat er een tekort was …
Tijdens mijn verkenningstocht door de betoverende straten van Brugge ontdekte ik een wereld die vaak over het hoofd wordt gezien – de mysterieuze levens die zich vastklampen aan de oude muren van de stad. Terwijl ik langzaam mijn weg baande door smalle steegjes en langs …
Op mysterieuze wijze dragen woorden die beginnen met “straat” vaak een lading van minachting met zich mee. Wie zou zich willen identificeren als een straatloper? Nog erger, wie verlangt ernaar straatarm te zijn? Een straatjongen wordt al snel gezien als een ondeugende rakker, en een straatvoetballertje zal het nooit ver schoppen. Zelfs een straathond staat in schril contrast met zijn hooghartige overbuur die trots met zijn stamboom pronkt. En denk eens aan de straatkat, die met een holle blik van honger haar maaltijd moet bijeenscharrelen in de straatgoten.
Allen lijken ze beroofd van eer en glorie. Zelfs het bescheiden straatgras krijgt weinig respect; voor de meesten is het niet meer dan een hinderlijk onkruid, als het al niet straal genegeerd wordt. Het zal nooit moeders mooiste zijn, het pronkt niet met kleurrijke bloemen en blijft altijd ‘laag bij de grond’. Wie staat ooit stil om de schoonheid te bewonderen van een plukje straatgras? Misschien die straathond wel; maar dan om andere redenen.
Een nachtmerrie?
Kun je geloven dat straatgras zo’n gebrek aan waardering krijgt? Het wordt vaak afgedaan als niets meer dan ‘onkruid’, iets waar we het liefst vanaf willen. Dat is tenminste wat talloze websites ons vertellen, met gedetailleerde instructies over hoe je er effectief vanaf kunt komen. Eén van die sites schreeuwt het uit: “De nachtmerrie van elke greenkeeper en fieldmanager.” Alsof straatgras alleen maar een obstakel is voor perfect onderhouden gazons! Alsof het geen recht heeft op zijn plekje. Nou, als je van je stadsgazon een biljarttafel wilt maken, dan begrijp ik je misschien nog wel. Maar gelukkig heeft straatgras tenminste nog een thuis: op straat!
Het bestrijden van straatgras is de laatste jaren steeds lastiger geworden. Strengere eisen, die een positief effect hebben op het milieu, hebben de chemische bestrijding van straatgras (gelukkig) aan banden gelegd. Daardoor is het voor velen een moeilijk te bestrijden ‘onkruid’.
Voorkomen
Straatgras (Poa annua)
Misschien groeit het straatgras zelfs aan je voordeur. Het is te vinden tussen stoeptegels, in gazons, in stadstuintjes, in de straatgoot, op parkeerplaatsen, op plekken waar honden worden uitgelaten en op allerlei zogenaamde ruderale plekken. Het groeit zowel op relatief schaduwrijke plaatsen als in de volle zon. De soort kan zelfs standhouden in licht brakke milieus. Zelfs van een dakgoot is het niet vies.
Het lijkt een voorkeur te hebben voor vastgelopen grond en voor kiertjes tussen tegels en straatstenen.
Je kunt er gerust over lopen, dat doet straatgras geen kwaad. Het is goed bestand tegen betreding.
Je ziet het ook altijd bloeien: de kleine pluimen met witte tot lichtgroene aartjes steken altijd weer de kop op. Straatgras is een een- of tweejarige plant met een ondiepe beworteling.
Straatgras herkennen
Straatgras is één van de ongeveer vijfhonderd soorten beemdgras. Beemdgrassen hebben een onbehaarde stengel en bladeren, en bloeien rijkelijk met open pluimen.
Op de overgang van de bladschede, het deel van het blad dat om de stengel zit, en de bladschijf, het deel dat van de stengel afwijst, is een puntig tongetje te zien. De bladeren zijn lijnvormig, dat wil zeggen lang en smal en over praktisch de hele lengte even breed, en zijn vaak gerimpeld of geplooid. Ze eindigen in een bootvormige punt. Kenmerkend voor beemdgras zijn de twee evenwijdig lopende lijnen op het blad dicht bij de middennerf. Bij straatgras is dit pas goed te zien als men het blad tegen het licht houdt. (Bron: Hortus Botanicus Leiden; Stoepplantje van de week)
Superoverlever
Verbaas je over de verborgen kracht van straatgras: een bescheiden bundel van intens groene sprieten, een delicaat bleke bloeipluim, en wortels die slechts een oppervlakkige grip op de aarde hebben. Maar laat je niet misleiden door zijn nederige gestalte, want deze plant heeft een verrassend robuuste natuur. Met een hoogte die zelden meer dan een twintigtal centimeters bereikt, verspreidt straatgras zich moeiteloos vanaf het prille begin van de lente. Zijn lichte, bijna etherische bloeipluim zaait overal ontelbare zaadjes. En wees niet verbaasd als je hem aantreft in de ijzige vrieskou. Het trostseert temperaturen tot -15°C zonder te verzwakken. Dit gras is een meester in overleving, waardoor het bijna het hele jaar door te vinden is, en andere planten vaak te snel af is. In een paar weken tijd kan het straatgras van zaadje tot een volwassen plant uitgroeien.
Leuk om weten
Straatgras is eigenlijk ontstaan uit een intrigerende kruising tussen twee andere beemdgrassen, Poa infirma en Poa supina. Het is alsof de natuur zelf een experiment uitvoerde en per toeval een meesterwerk creëerde. Deze onverwachte samensmelting bleek verrassend succesvol te zijn en heeft zich over de hele wereld verspreid. In de Benelux is het zelfs uitgegroeid tot een alomtegenwoordige verschijning, een bescheiden maar vastberaden heerser over de grasvelden en stedelijke landschappen.
Bronnen en meer informatie
Stoepplantjesalbum. KNNV Uitgeverij, Zeist, 2022, ISBN 9789050118644