Van dennen, sparren, zilversparren en … kerstbomen

Van dennen, sparren, zilversparren en … kerstbomen

De spar (Picea spec.) is van nature in de bossen te vinden, maar één keer per jaar, van pakweg eind november tot na de jaarwende, wordt het een echte stadsplant. Dan verschijnt hij op elke straathoek, op elk pleintje, in nagenoeg elke woonkamer. Hij laat zelfs tijdelijk zijn naam veranderen: kerstboom!

Een stadsplant pur sang zal hij natuurlijk nooit worden, want niet zelden belandt hij na Driekoningen op de brandstapel. Maar goed… ere wie ere toekomt… een stadsplant dus!

Eén grote familie

Hoewel sparren van dennen te onderscheiden zijn behoren ze wel tot de dennenfamilie (Pinaceae).

Sparren verschillen van dennen (Pinus spec.) doordat de naalden bij sparren alleenstaand zijn, en bij dennen met twee of soms meer bij elkaar staan. Sparren hebben bovendien platte, driehoekige of vierhoekige naalden. Dennen hebben ronde naalden.

De takken staan in kransen rondom de stam. De zijtakken staan in twee rijen min of meer tegenover elkaar. Van veel soorten zijn de naalden aan de horizontale takken zodanig omgekeerd dat de onderkant naar boven wijst. De bovenkant is morfologisch gezien dus eigenlijk de onderkant.

In Europa zijn slechts twee sparrensoorten inheems: de fijnspar (Picea abies) en de Servische spar (Picea omorika). De zilverspar (Abies spec.) is een ander geslacht van groenblijvende naaldbomen die eveneens tot de dennenfamilie behoort. 

Kerstboom

 

fijnspar (Picea abies)

Handelaars verkopen anno 2023 voornamelijk de fijnspar (Picea abies), de Servische spar (Picea omorika), de Kaukasische zilverspar (Abies nordmanniana), en de fraserspar (Abies fraseri).  De naalden van de Nordmann-spar vallen minder snel uit dan die van de fijnspar. 

 

Servische spar (Picea omorika)

Het liedje ‘Oh dennenboom’ gaat over de kerstboom; dit is meestal een spar of een zilverspar, en dus geen den in de huidige betekenis. ‘Oh Tannenbaum’ dat ooit in het Nederlands werd vertaald als ‘Oh dennenboom’, is vermoedelijk wel terecht is, aangezien zowel de spar als de den oude woorden zijn voor naaldboom. De laatste decennia wordt de naam ‘den’ gereserveerd voor wat vroeger ook pijnboom heette (geslacht Pinus).

 

de Kaukasische zilverspar (Abies nordmanniana)

 

fraserspar (Abies fraseri)

Rituelen, mythologie en devotie

Pijnbomen werden – net zoals veel andere boomsoorten trouwens – bij de oude volkeren vereerd. Een pijnboomkegel stond vaak op monumenten ter ere van de Egyptische god Osiris. De pijnboom was ook toegewijd aan tal van Griekse (en Romeinse) goden; onder meer Artemis, Dionysus, Demeter, Pan enzovoort. 
Pijnbomen werden ook door de Germanen als heilige bomen aangezien.  Dennen en sparren komen voor in allerlei sagen en legenden, en in heel wat Germaans volksgeloof en magie.  Het kerstblok houdt ook verband met vroegere rituelen rond het Germaanse Joelfeest. De hedendaagse ‘kerstbuche’ herinnert daar nog aan.

Kerstboom

De joelperiode begon aanvankelijk op de eerste volle of de eerste nieuwe maan na de winterzonnewende (21 december). Later bepaalde men de begindatum voor de joelfeesten op 25 december, het feest van Mithras, en – voor de katholieken – de geboortedag van Jezus.

Bij de Germanen was het gebruikelijk om in de joelperiode groene twijgen in het huis op te hangen en lichten te branden als afweermiddel tegen boze geesten. Later gebruikte men daartoe bomen die men versierde met kaarsen. Vanaf het begin van de 17de eeuw ontstond in Straatsburg het gebruik om met Kerstmis een versierde den of spar in de huiskamer te plaatsen. Al in 1608 heeft men het duidelijk over een kerstboom die behangen is met rozen uit veelkleurig papier, appels, klatergoud, suiker en dergelijke. 

Dat gebruik verspreidde zich later – vooral dan in de 19de eeuw – over heel Duitsland. Via de Engelse koningin Victoria, die gehuwd was met de Duitse Albert von Sachsen-Coburg- Gotha, kwam het gebruik van de kerstboom ook naar Engeland. 

Echt vroege bronnen over het gebruik van kerstbomen zijn er niet, maar men weet wel dat het verlichten van bomen een heel oud gebruik was bij de Germanen. Bij de kerstening werden heel wat verboden uitgevaardigd om die – heidense – bomencultus in te dijken. Toen de kerstboom in de 19de eeuw zijn intrede deed in Italië waarschuwde het Vaticaan nog streng tegen dit heidens gebruik.

De kerstboom, versierd met lichtjes en geschenken, was tot rond 1870 in België nog vrijwel onbekend. In het begin van de 20ste eeuw waaide er vanuit Amerika een nieuwe gewoonte over: het plaatsen van feestelijk verlichte sparren op openbare pleinen. De Kerk gaf een nieuwe betekenis aan de kerstboom: na de kerststal is de kerstboom nu hét symbool van het kerstfeest geworden.

Na Driekoningen verbrandt men de kerstbomen. 

Symboliek

Sparren, dennen en zilversparren symboliseren onsterfelijkheid en overwinning. Ze werden ook gebruikt als begrafenisembleem. De grove den werd als teken van rouw op het sterfhuis geplaatst. Niet alleen in Europa, ook in het Verre Oosten heeft de immer groene boom dezelfde symbolische betekenis. De reden daarvoor is wellicht niet ver te zoeken: een pijnboom heeft sterk hout, blijft in de winter zijn groene naalden houden, heeft duurzaam hars, ‘weent’ als men hem verwondt en ‘bloedt’ zelfs dood.  Voor de volksmens waren dit allemaal tekenen die verband houden met leven en dood. 

De pijnappel is ook het symbool van verrijzenis. De pijnappel in de hand van Dionysus symboliseert de terugkeer van de plantengroei en van het leven in het algemeen.

Vruchtbaarheid

De symboliek van de vruchtbaarheid ligt ook voor de hand: pijnappels hebben talrijke zaden. Dennenkegels waren daarom in de Oudheid een geschenk en een symbool van vruchtbaarheid.
In de Christelijke symboliek staat de pijnappel in verband met het zich altijd hernieuwende leven in de natuur en met het toekomstige ‘eeuwige leven’ na de dood.

Boze geesten

Aan alle harshoudende – en dus sterk geurende bomen – kende men vroeger vermogen toe om boze geesten op afstand te houden. Dennen en sparren waren dus als een probaat middel tegen hekserij. In het Ertsgebergte was het tot 1930 de gewoonte om het vee te beschermen tegen beheksing door het met sparren- of dennentakken te slaan.  Zaden van sparren- of dennenappels die nog openstaan, en ’s morgens voor zonsopgang op een nuchter maag gegeten werden, moesten ervoor zorgen dat je de hele dag onkwetsbaar was. 

Berken, maar ook dennen en sparren werden vaak bij de ingang van de woning geplant om zegen in het huis te brengen en het kwaad af te weren. Hetzelfde gold voor stallen om het vee te beschermen. 

Bliksemafleider

In sommige streken werd de as van het kerstblok onder het bed gelegd, opdat de bliksem nooit op het huis zou vallen. Men dacht zelfs dat dennen nooit door de bliksem werden getroffen. 

Een andere gewoonte om zich tegen de bliksem te beschermen was een sparren- of dennentak onder het bed te leggen. 

Vruchtbaarheidsboom

Dennen en sparren kunnen als magische boom uiteraard ook wonderen verrichten. Op sommige plaatsen slaat men in de kerstnacht de bomen om het volgende jaar een goede oogst te krijgen. Men pijnigt de natuur opdat ze vruchtbaar zou worden. In Tirol werd tot 1950 een pijnboom geplant als huwelijksboom. Op andere plaatsen plantte men een zilverspar bij de deur van het huis waar men een bruiloft vierde. 

Levensboom

Elke maand van de Iers-Keltische kalender was verbonden met een boomsoort. Vierentwintig december was de ‘dag van het baren’; en was gewijd aan de spar of den. Dat kan een verklaring zijn voor de gewoonte op in bepaalde streken een den of spar te planten naar aanleiding van een geboorte. Maar de den/spar was ook bij andere volkeren een oeroude ‘levensboom’.

Magische geneeskunde

Dennen en sparren speelden in de sympathische volksgeneeskunde een belangrijke rol. Men bracht  de ziekte – vooral jicht – over op de boom onder het uitspreken van bezweringsformules. Tegen mee-eters in het gezicht wrijft men een jonge vrouw in met de wortel van een jonge spar of den. Daarna plant men de boom omgekeerd in de aarde. In het boek ‘Compendium van Rituele planten in Europa’ (zie bronnen) valt nog veel meer te lezen over rituele en magische toepassingen van dennen en sparren.

 

Bronnen en meer informatie

Ineke Bams heeft het op haar website ook over de fijnspar.
Zie: https://inekebams.com/2023/12/11/soort-van-dag-345-fijnspar/

 

Op de website Milieu Centraal lees je ook meer over kerstbomen: https://www.milieucentraal.nl/bewust-winkelen/uitgelichte-producten/kerstbomen/

 

Deze tekst is voor een stuk afkomstig uit het boek ‘Compendium van Rituele planten in Europa’ van Marcel De Cleene en Marie Claire Lejeune. 

1999, Mens & Cultuur Uitgevers, ISBN 90-72931-80-7

In december 2023 verschijnt een nieuwe uitgave. 

Zie: https://www.nl.fnac.be/a17206564/Marcel-De-Cleene-Compendium-van-rituele-planten-in-Europa

https://jefdejager.nl/kerstmis.php

https://historiek.net/kerstboom-geschiedenis-oorsprong/87878/

https://www.nationalgeographic.nl/cultuur-samenleving/2020/12/het-verrassende-verhaal-achter-de-traditie-van-de-kerstboom

https://isgeschiedenis.nl/nieuws/geschiedenis-van-het-gebruik-van-kerstbomen