Korstmossen (deel 7) – Heksenvingermos, kapjesvingermos en witstippelschildmos

Korstmossen (deel 7) – Heksenvingermos, kapjesvingermos en witstippelschildmos

In de vorige bijdragen hebben we het vooral gehad over lithofyten. Dat zijn planten – met inbegrip van korstmossen, want korstmossen zijn geen planten – die op stenen of rotsen groeien.

Hoewel korstmossen vaak worden geassocieerd met organismen die op rotsen of op de grond groeien, kunnen sommige korstmossen ook epifytisch zijn, hetgeen betekent dat ze op andere oppervlakken groeien, waaronder bomen of struiken. 

Epifyten

Epifyten zijn dus planten die op het oppervlak van een andere plant groeien, meestal een boom, zonder voedingsstoffen uit de gastplant te halen. Epifyten hechten zich aan de gastplant voor fysieke ondersteuning, maar ze halen water en voedingsstoffen uit de lucht, regen en puin dat zich om hen heen ophoopt. In tegenstelling tot parasitaire planten, die voedingsstoffen rechtstreeks uit de gastheer halen, zijn epifyten niet parasitair en schadelijk voor de gastheerplant.  De term komt uit het Grieks, van epi- (op) en phyton (plant). Ook planten die op boomschors (corticool) en die op bladeren (epifyl) groeien, worden tot de epifyten gerekend.

Korstmossen worden meestal niet als saprofytisch beschouwd omdat het voornamelijk symbiotische organismen zijn tussen een schimmel en een alg of een cyanobacterie. Er zijn echter korstmossen die wél op dood hout of ander dood organisch materiaal leven, maar dan wordt de schimmel in beschouwing genomen.

Heksenvingermos (Physcia tenella)

Heksenvingermos

Het heksenvingermos (Physcia tenella) is een korstmos uit de familie Physciaceae. Het groeit op vrijstaande, goed belichte, vrijstaande bomen met een niet te zure schors. Het kan voorkomen op zowel de stam als op takken en twijgen. Maar… heksenvingermos is ook te vinden op allerlei soorten stenen, hout, plastic, etc.

Hieronder staan enkele belangrijke kenmerken en over het heksenvingermos.
De verduidelijking van de botanische termen vindt u onderaan dit artikel

  1. Het thallus – het lichaam van de korstmos – van heksenvingermos heeft het een lommerrijke of lobachtige structuur. Het thallus is meestal grijsgroen tot blauwgroen van kleur. De onderkant van het thallus is witachtig van kleur. Vaak vloeien aangrenzende thalli tot grotere clusters.
  2. De lobben zijn liggend tot iets opstijgend en lichtgrijs (groenig wanneer nat), niet gemarmerd, met witte plekken en vrij smal (tot 2 mm).
  3. Sorediën zijn altijd aanwezig en bevinden zich aan het einde van de lobben, ze zijn plat of lipvormige. Hier worden soralen gevormd, die dienen voor de vegetatieve vermeerdering van het korstmos. 
  4. Aan het einde van de lobben bevinden zich witte of zwart Ciliën, dit zijn randstandige, haarachtige uitsteeksels. (Goed te zien op de foto’s)
  1.  Apothecia(schijfjes) zijn zelden aanwezig. Indien aanwezig hebben ze een diameter tot 2 mm en zijn deze donkerbruin of zwart met een grijze, gladde of gekartelde (bij oudere vruchtlichamen) rand. 
  2. Zoals gezegd groeit deze korstmos vaak op bomen (epifyt), maar het kan ook elders voorkomen, zels op plastic.
  3. Isidiën zijn niet aanwezig.
  4. Het thallus heeft de volgende kleurreacties*: K+ geel, C-, KP+ intens geel tot oranje.

Net als andere korstmossen speelt heksenvingermos een rol in de gezondheid van het milieu. Korstmossen zijn gevoelig voor luchtvervuiling en veranderingen in de luchtkwaliteit, waardoor ze nuttig zijn als bio-indicatoren. Ze kunnen voedingsstoffen en vocht rechtstreeks uit de lucht opnemen en hun aanwezigheid of afwezigheid kan de algehele gezondheid van het milieu weerspiegelen.

Kapjesvingermos (Physcia adscendens)

Kapjesvingermos op een vensterbank

Heksenvingermos lijkt sterk op het kapjesvingermos (Physcia adscendens), maar deze soort:

  • heeft sorediën op helmvormige kapjes in plaats van op de lipsoralen;
  • is minder groen gekleurd (vooral nat goed te zien);
  • heeft de lobben wél gemarmerd.

Witstippelschildmos (Punctelia borreri)

Witstippelschildmos op boom
Witstippelschildmos

Witstippelschildmos is een korstmos dat behoort tot de familie Parmeliaceae. De thallus van Punctelia borreri heeft een bladachtige structuur. De lobben zijn vaak onregelmatig gevormd en kunnen elkaar overlappen. Het bovenoppervlak van de lobben is meestal glad of licht gerimpeld.  De thallus kan in kleur variëren van grijsgroen tot olijfgroen, en het kan een netwerk van witte lijnen op het bovenoppervlak vertonen. Het leeft epifyt op stammen en takken van goed belichte bomen met een niet al te zure schors. Soms komt het ook voor op steen.

De onderzijde van de lobben is meestal bleek en kan kleine, donkere structuren hebben die ‘rhizine’n worden genoemd en die voor de aanhechting aan het substraat zorgen. Het zijn een soort worteltjes. Ze komen alleen voor bij bladvormige korstmossen.

Zoals veel korstmossen produceert witstippelschildmos reproductieve structuren die bekend staan als apothecia (enkelvoud: apothecium). Dat zijn de duidelijk gevormde, enkelvoudige of samengevoegde bekerstructuren waardoor het korstmos zich kan voortplanten.

Het is een grote, bladvormige soort met puntvormige pseudocyphellen en soralen. Het thallus is loodgrijs met helderwitte pseudocyphellen op het midden van de randlobben.

Het witstippelschildmos kan verward worden met:

  • Gestippeld schildmos (Punctelia subrudecta), maar deze heeft minder contrastrijke pseudocyphellen en heeft ronde soralen.
  • Rijpschildmos (Punctelia jeckeri), maar deze heeft randstandige, lijnvormige soralen met name op de lobranden.
  • Gewoon schildmos (Parmelia sulcata), maar deze heeft lijnvormige structuren midden op de lobben.

Terminologie

  • Thallus: Het hele korstmos, behalve de vruchtlichamen. Het thallus kan verschillende groeivormen hebben, uitgelegd onder het kopje ‘Vormen van het korstmos’.
  • Apotheciën: Een, meestal komvormig, vruchtlichaam voor geslachtelijke voortplanting.
  • Soralen: Plekken op het thallus waar Sorediën vrijkomen.
  • Sorediën: Een manier van ongeslachtelijke voortplanting. Sorediën zijn korreltjes met algencellen en schimmeldraden.
  • Isidiën: Een andere manier van ongeslachtelijke voortplanting. Isidiën zijn staafvormige uitgroeisels van het korstmos die uit het thallus groeien en makkelijk kunnen afbreken.
  • Rhizinen: De ‘wortels’ van het korstmos, deze gebruikt hij om zich vast te hechten in het substraat.
  • Ciliën: Draadvormige uitgroeisels aan de rand van het korstmos.
  • Pycnidiën: Peervormige plekken in het thallus waar ongeslachtelijke sporen gemaakt worden.
  • Pseudocyphellen: Stip- of lijnvormige tekeningen op het korstmos, die later kunnen uitgroeien tot soralen.
Witstippelschildmos

Bronnen en meer informatie

Heksenvingermos:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Heksenvingermos

https://www.zwammeninzuidhorn.nl/Heksenvingermos.html

https://www.nederlandsesoorten.nl/linnaeus_ng/app/views/species/nsr_taxon.php?id=129920&cat=CTAB_MEDIA

http://www.freenatureimages.eu/plants/Lichenes%2C%20Korstmossen%2C%20Lichens/Physcia%20tenella/index.html

Kapjesvingermos:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Kapjesvingermos

https://waarnemingen.be/species/18560/

https://zwammeninzuidhorn.nl/Kapjesvingermos.html

http://natuurfotosite.be/Alfabetischp/Vingermos%20(kapjes-)/

Witstippelschildmos:

https://waarnemingen.be/species/18572/

https://nl.wikipedia.org/wiki/Witstippelschildmos

https://www.zwammeninzuidhorn.nl/Witstippelschildmos.html



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *