De grote brandnetel (Urtica dioica) is tweehuizig. Dat betekent dat er afzonderlijke mannelijke en vrouwelijke planten bestaan.Een plant draagt dus óf alleen mannelijke bloemen, óf alleen vrouwelijke bloemen.Later zullen we het daar nog uitgebreider over hebben. De bestuiving gebeurt door de wind. Daarom moeten de bloemen …
De brandnetel (Urtica dioica) is meer dan een prikkelende verschijning langs onze wegen en tuinen. Wie haar durft te naderen, ontmoet een plant die niet alleen steekt, maar ook grenzen stelt — letterlijk en figuurlijk. Al eeuwenlang wordt ze geroemd om haar medicinale, symbolische én rituele kracht. In de beroemde Oudengelse …
De Nigon Wyrta Galdor — de “Nine Plants Spell” of – in de volksmond – de “Nine Herbs Charm” is een Oudengels genezingsgebed, een krachtige spreuk om wonden te helen. Dit ritueel is vastgelegd in het eeuwenoude manuscript Harley MS 585 (pagina’s 160r–163r), beter bekend als de “Lacnunga”, dat teruggaat tot de 9de of 10de eeuw.
Het gebed ademt de sfeer van de tijd vóór het christendom, waarin de kracht van de natuur werd geëerd, het getal negen een magische betekenis droeg, en de Germaanse god Odin — in het Oudengels Wōden — werd aangeroepen om te waken over genezing en bescherming.
Op de website Nigon Wyrta Galdor vind je de integrale tekst in verschillende vertalingen terug.
Geïnspireerd door deze oude, magische tekst willen we – in de geest van de kruidenfluisteraar – een reeks gebedskaarten voor planten creëren. Elke kaart is geworteld in de geneeskrachtige werking en het rituele gebruik van de plant zoals men die vroeger kende. Het is de bedoeling de galerij in de toekomst stelselmatig uit te breiden.
Alle afbeeldingen zijn beschikbaar in hoge resolutie, zodat u ze kunt downloaden en afdrukken voor persoonlijk gebruik.
Bijvoet (Artemisia vulgaris) gold als een krachtig magisch en geneeskrachtig kruid. Het werd gebruikt tegen spijsverteringsklachten, menstruatieproblemen en uitputting. In rituelen fungeerde het als beschermkruid tegen boze geesten, nachtmerries en betoveringen. Reizigers droegen bijvoet in hun schoenen voor uithouding en bescherming. Tijdens midzomerrituelen werd het verbrand of gedragen als krans om het kwade te weren. In droommagie hielp het om visioenen en heldere dromen op te wekken. Bijvoet werd geassocieerd met de maan en de vrouwelijke kracht, en stond symbool voor intuïtie, grensoverschrijding en innerlijke bescherming. Een wachter tussen werelden, die leidt, zuivert en beschermt.
Brandnetel (Urtica dioica) werd al vroeg gewaardeerd om zijn zuiverende en versterkende werking. Het diureticum reinigde bloed en lichaam, en werd ingezet bij reuma, jicht, huidproblemen en voorjaarsmoeheid. In de volksgeneeskunde was het een krachtig tonicum, vol ijzer en levenskracht. Ritueel stond brandnetel voor bescherming en terugslag: men hing het aan deuren of wierp het in het vuur om kwaad af te weren of naar de afzender terug te sturen. Brandnetel symboliseerde weerbaarheid, zuivering en kracht uit tegenslag. Een prikkelende bondgenoot die leert dat heling soms begint met pijn—en dat wat prikt, ook beschermt.
Duizendblad (Achillea millefolium) werd van oudsher ingezet als wondkruid, vooral om bloedingen te stelpen en wonden te helen. Het werkte ook tegen maagklachten, koorts en menstruatiepijn. In de volksgeneeskunde werd het beschouwd als een versterkend en balancerend kruid, zowel lichamelijk als geestelijk. Ritueel diende het als beschermkruid: het werd bij zich gedragen tegen negatieve invloeden en op drempels gelegd om huis en haard te zegenen. In liefdesmagie gebruikte men het om trouw en harmonie te bevorderen. Duizendblad symboliseerde moed, bescherming en genezing—een trouwe metgezel voor strijders, reizigers en wie kracht zocht in onrustige tijden.
Kamille (Matricaria chamomilla) werd traditioneel gebruikt als kalmerend kruid bij slapeloosheid, angst, spijsverteringsklachten en ontstekingen. Kamillethee verzachtte maag en zenuwen, terwijl kompressen gebruikt werden voor huid- en oogproblemen. In de volksgeneeskunde stond kamille bekend als een zachte genezeres, vooral bij kinderen en zieken. Ritueel werd ze gebruikt om vrede, zuivering en bescherming te brengen. Men strooide haar soms rond het huis of in het badwater om spanningen weg te nemen. Kamille symboliseerde rust, tederheid en het herstellende licht van de zon. Een bloem van vrede, die zachtheid brengt waar onrust woedt, en licht waar verdriet woont.
Weegbree… voor wie even de weg kwijt is
Smalle weegbree (Plantago lanceolata) was een belangrijk wond- en ademhalingskruid. De bladeren werden gebruikt om snijwonden te stelpen, insectenbeten te verzachten en hoest of keelklachten te verlichten. In de volksgeneeskunde gold het als een “wegwachter” die genezing bracht waar mensen liepen. Ritueel werd het beschouwd als beschermer tegen gif, beten en vervloekingen. In oude bezweringen werd het aangeroepen als krachtig helend kruid. Weegbree symboliseerde veerkracht, bescherming en verbondenheid met de aarde. Trouw, sterk en altijd nabij—een stille genezer langs het pad van reizigers, pelgrims en zoekers.
Toen ik onlangs aan het grasduinen was voor mijn nieuwe Facebookpagina “De Kruidenfluisteraar”, stootte ik op een intrigerend weetje: gewone kamille zou één van de “negenkruiden” zijn. De wat…? Mijn aandacht was meteen gewekt. Wat waren die mysterieuze negen? Nieuwsgierig dook ik dieper in de wortels van dit …
Onze Nederlandse medewerkster Andrea Bleeker (herboriste) maakte een interessant filmpje over het bereiden van brandnetelsoep. Wie ooit onvoorzichtig een brandnetel (Urtica dioica) heeft aangeraakt, herinnert zich vooral het stekende gevoel dat de plant achterlaat. Maar wie dieper kijkt, ontdekt één van de meest veelzijdige planten van onze …
Van april af ondergaat de natuur een majestueuze transformatie, waarbij de groeispurt van stedelijke flora ons haast de adem beneemt. Komende lente en zomer zullen we ons regelmatig wagen aan een safari in de stad, een avontuurlijke reis door de jungle van steen en beton. Hoewel we in uitgebreide artikelen de diversiteit van elke plant bespreken, laten we hier slechts een glimp zien van onze ontdekkingen door middel van een – hopelijk indrukwekkend – fotoverslag. Durf jij deze expeditie aan?
Klik op de foto’s om een groter formaat te bekijken, en keer terug naar deze pagina door linksboven op < te klikken.
Stinkende gouwe – Chelidonium majus
Stinkende gouwe – Chelidonium majus
Stinkende gouwe Chelidonium majus heeft een onaangename geur en bevat een oranjegeel melksap, dat uit iedere verwonding te voorschijn komt. Stinkende gouwe is moeilijk met andere planten te verwarren, zelfs niet vegetatief. Het oranjegele melksap en de geur verraadt in ieder stadium de identiteit van de plant.
Brandnetel
Brandnetel (Urtica)
Wie dacht dat de brandnetel niet in volle stadscentrum voorkomt heeft het mis. Dit exemplaar vond ik in hartje Brugge. Brandnetel (Urtica) is een plantengeslacht, waarvan in Nederland en België de grote brandnetel (Urtica dioica) en de kleine brandnetel (Urtica urens) voorkomen.
Gewoon muursterretje
Gewoon muursterretje (Tortula muralis)
Het gewoon muursterretje is een mos dat in de stad vooral voorkomt op oude muren, kademuren, bruggen, beton enz…De plant komt op muren en stenen in de stedelijke omgeving over de hele wereld voor. Het mos vormt ongeveer 5 cm hoge kussentjes. In vochtige toestand is het geelgroen, maar droog zijn de bladeren zwartachtig van kleur. Door de lange witte haren en de spitse bladeren hebben de kussentjes dan een zwartgrijze kleur. De plant onderscheidt zich van de eveneens veel voorkomende gewoon muisjesmos (Grimmia pulvinata) door de langere seta (vruchtsteel) met een geelgroene kleur.
Kleine veldkers (Cardamine hirsuta)
Kleine veldkers (Cardamine hirsuta)
De kleine veldkers (Cardamine hirsuta) is een eenjarige plant uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae). De planten zijn meestal groen, maar kunnen ook paars gekleurd zijn. Kleine veldkers is een vergeten wintergroente die veel vitaminen bevat. Het blad heeft een peperige smaak en kan worden gebruik in salades, in stamppot en als broodbeleg. Lees meer over de kleine veldkers: klik hier
Klimopereprijs (Veronica hederifolia)
De klimopereprijs (Veronica hederifolia), ook bekend als klimopbladereprijs, is een kleine, eenjarige plant met bloempjes in lichtblauw tot lila, slechts enkele millimeters groot. Op de kroonblaadjes zijn donkere streepjes te zien. Deze plant bloeit vroeg in het jaar, meestal in maart en april, in West-Europa. De bloemen groeien individueel en de stengels ontspringen vanuit de bladoksels. Zowel de botanische naam als de Nederlandse naam verwijzen naar de vorm van de bladeren, die lijken op die van klimop (Hedera helix), met handvormige gelobde bladen en een grotere lob in het midden. De bladeren zijn rond aan de basis. Over het algemeen gaat de plant in de zomer al snel achteruit.
Klimopereprijs (Veronica hederifolia)
Muurleeuwenbek (Cymbalaria muralis)
Muurleeuwenbek (Cymbalaria muralis
De muurleeuwenbek (Cymbalaria muralis; synoniem: Linaria cymbalaria) behoort tot de weegbreefamilie (Plantaginaceae). Het is een plant die jaar na jaar terugkomt, met stengels die hangen of soms kruipen en tot 60 cm lang kunnen worden. De bladeren lijken op die van klimop, zijn enigszins vlezig, en hebben drie tot zeven lobben. De aparte bloemen zijn lichtpaars of licht violet van kleur en hebben twee lichtgele vlekjes. Deze bloemen zijn symmetrisch van beide zijden en zijn 0,8-1 cm breed. Ze groeien op lange stengels in de bladoksels. Muurleeuwenbek bloeit van begin april tot september.
He bloempje van de muurleeuwenbek heeft twee lichtgele vlekjes
We hadden het in een vorige bijdrage al over deze typische muurplant. Zie: https://www.stadsplanten.be/muurleeuwenbek-cymbalaria-muralis/
Tuinwolfsmelk (Euphorbia peplus)
Tuinwolfsmelk (Euphorbia peplus)
Tuinwolfsmelk (Euphorbia peplus) is een eenjarige plant uit de wolfsmelkfamilie (Euphorbiaceae). De soort komt van nature voor in Midden-Europa en het Middellandse Zeegebied en is van daaruit over de hele wereld verspreid.
De planten van de Wolfsmelk-familie waren al ver voor onze jaartelling bekend in zowel Griekenland als China waar ze geneeskundig werden gebruikt. Bepaalde vormen van huidkanker (niet-melanoom) schijnen te genezen te zijn door een korte behandeling met sap van tuinwolfsmelk, maar dit is nog in een experimentele fase en is op slechts 36 patiënten getest. (Bron: Wikipedia)
Vogelmuur (Stellaria media)
Vogelmuur (Stellaria media)
Vogelmuur (Stellaria media) is een lage, eenjarige plant uit de anjerfamilie (Caryophyllaceae). De bloeitijd loopt van januari tot december met een piek in het voorjaar. Vogelmuur is ook makkelijk te herkennen aan de kleine witte bloemen die het gehele jaar zichtbaar zijn. De bloemen staan breed open en doen denken aan een soort ster. De botanische naam Stellaria komt dan ook van het Latijnse stella, wat ster betekent.
Over vogelmuur hadden we het onlangs uitgebreid: Klik hier
Zandraket (Arabidopsis thaliana)
Zandraket (Arabidopsis thaliana)
Zandraket (Arabidopsis thaliana) is een eenjarige plant uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae). Het aantal chromosomen in een diploide cel is 10 (2n = 10). De soort wordt veel gebruikt voor genetisch onderzoek. Het was de eerste plant waar het gehele genoom van is ontrafeld.
Over de zandraket hadden we het al eerder. Klik hier.
Klein glaskruid (Parietaria judaica)
Klein glaskruid (Parietaria judaica)
Klein glaskruid (Parietaria judaica) is een vaste plant die behoort tot de brandnetelfamilie (Urticaceae). In Brugge komt deze plant overal in de stad op muren, kademuren en tegen de gevesl op het voetpad voor. Momenteel bloeit de plant met minuscule bloempjes. Je moet echt een plantenloep gebruiken om ze te kunnen zien.
Klein glaskruid verschilt van groot glaskruid (Parietaria officinalis) door de niet-holle stengel.
Over klein glaskruid hadden we het reeds eerder. Klik hier!
Bronnen en meer informatie
Alle informatie is te vinden op Wikipedia en op deze website.
We zijn begin maart en overal verschijnen de jonge scheuten van de brandnetel. Het is nu het moment om die frisse blaadjes te plukken voor een lekkere en gezonde brandnetelthee. Hoewel het kruid in de top 10 staat van de meest gehate onkruiden, is de …
Stout onkruid Het eerste wat ik te horen kreeg toen ik als peuter een brandnetel aftrok om te proeven of hij lekker smaakte was: “Pas op! Pas op!”. Moeder suste nadien haar schreiende eerstgeborene met zoentjes op de geprikte huid. “Stoute brandnetel!”, fluisterde ze in …
“Urtica” heeft den naam gekregen
van het branden
Want als men die aenraeckt
ontsteeckt sy onze handen”
Macer Floridus zoals vermeld bij Dodoens (*)
Grote en kleine brandnetel
Wie kent de brandnetel niet? De meeste mensen hebben een grondige hekel aan de plant en mijden hem als de pest omwille van de venijnige prikken die je er kan aan overhouden. Toch is deze plant rijk aan geneeskrachtige stoffen die de stofwisseling gunstig beïnvloeden. Maar vandaag willen we het vooral hebben over het ritueel gebruik van brandnetel in magie en volksgeloof.
En als je toch geprikt wordt staat de remedie meestal in de onmiddellijke buurt. Wrijf de jeukende huid in met de gekneusde bladeren van hondsdraf of weegbree. Het werkt altijd, en al zeker als je ervan overtuigd bent. Goed om weten is dat gedroogde brandnetelbladeren niet meer prikken.
De grote brandnetel behoort tot de Brandnetelfamilie, Urticaceae. Urtica komt van het Latijnse ‘urere’ (branden). Dioica betekent ‘tweehuizig’. Bij tweehuizige planten komen de mannelijke en vrouwelijke geslachtsorganen niet op dezelfde plant voor. Er bestaan dus zowel mannelijke als vrouwelijke exemplaren van deze soort.
De grote brandnetel is vaak te vinden op ruderaal terrein, zoals afvalplaatsen en verlaten bouwplaatsen. Het is een indicatorsoort voor stikstof en verstoorde grond.
Eigenlijk zijn er twee soorten brandnetels: de grote brandnetel, Urtica dioica, en de kleine brandnetel (Urtica urens). Ze lijken op elkaar maar toch zijn er enkele belangrijke verschillen. De bladeren van de kleine brandnetel zijn – what’s in a name? – kleiner. De grote brandnetel is een overblijvende plant, de kleine brandnetel daarentegen is eenjarig. Terwijl bij de kleine brandnetel de stengel meestal enkel bedekt is met brandharen komen bij de grote brandnetel naast de venijnige brandharen ook gewone, kortere haren voor. D
Medicinaal en culinair gebruik
De geneeskrachtige werking van de bladeren en het gebruik van brandnetel in de keuken is al heel lang bekend. Daarover zullen we het in een volgende bijdrage uitgebreider hebben. Deze keer willen we het vooral hebben over het ritueel gebruik van brandnetels in magie en volksgeloof.
Brandnetels in magie en volksgeloof
De brandnetel is het symbool van lichtgeraaktheid, onverdraagzaamheid en boosheid.
Planten met brandharen – zoals de brandnetel – hebben altijd een belangrijke rol gespeeld in de rituelen, magie en volksgeloof. Door dit kruid bij zich te dragen wist men zich beschermd tegen duivelse invloeden en zwarte magie.
“De ghene die de Netelen over hem draeght, …, die sal vrij syn van alle gheesten… want sy benemen den mensche alle vreese.” (Rembert Dodoens)
Boeren hingen aan de vooravond van Sint-Jan (24 juni) brandnetels aan hun staldeuren om de kwade geesten buiten te houden. In een deel van de melk, die voor het maken van kaas bedoeld was, werd op de kerstnacht een brandnetelwortel gelegd en alles werd op het driekoningenfeest op de mestvaalt gegoten; dan kon de zuivelbereiding geen schade lijden door beheksing.
Brandnetels en bliksem worden vaak met elkaar in verband gebracht. In Hongarije, Tirol en Engeland geloofde men dat de plant de bliksem weghield.
De brandnetel is ook een heksenplant. Ze gebruiken hem om er hun toverdranken mee te bereiden. En waar heksen samenkomen groeien steevast brandnetels.
Om vogels van de akkers weg te houden nam men vier bezemstelen en vier brandnetelplanten en zette die op de vier hoeken van de akker onder het opzeggen van het volgende versje: “Daar kraai, dat is voor jou; en wat ik plant dat is voor mij”.
Waarzeggerij en toekomstvoorspelling
Het gebruik van brandnetels in de waarzeggerij was ook erg verspreid. In de 12de en 13de eeuw werden brandnetels onder het ziekbed gelegd. Bleven de bladeren frits groen dan zou de zieke in leven blijven. Verwelkten ze dan zou de zieke sterven.
Groeiden brandnetels in de zomer zeer hoog dan zou een strenge winter volgen. Vertoonden brandnetels die op het erf groeiden witte bladeren dan voorspelde dat een sterfgeval in het huis.
Om te weten of een meisje nog maagd was liet men haar plassen op brandnetels. Verdorden ze dan was het meisje geen maagd meer.
Men beweert ook dat een oprechte jongen of meisje een brandnetel kan aftrekken zonder geprikt te worden. Wat overigens wel degelijk mogelijk is door de de plant vast te nemen in de richting van de brandharen: van onderen naar boven.
Grote brandnetel
Brandnetels en de liefde
Brandnetels gelden al bij de Romeinen als stimulerend middel voor de geslachtsdrift. Ze streken bijvoorbeeld brandnetels over de geslachtsdelen van ‘frigide’ vrouwen en van dieren die weigerden om gedekt te worden. Het eten van brandnetelzaden zou ook een goed middel zijn om de sexuele drift op te wekken.
Brandnetels werden vaak toegepast in de signatuurleer. Men dacht immers dat brand moest worden verdreven met brand: de lijder aan netelroos, eczeem of huiduitslag liet men een afkooksel van brandnetel drinken. Een geliefd anti-reumamiddel was het slaan van brandnetels op de reumatische ledematen of het leggen van brandnetelpleisters op de pijnlijke plekken.
Romeinse soldaten wreven, als ze koud hadden, hun lichaam in met brandnetels. Dat gebruik lijk zo gek niet omdat de histamine de bloedvaten openzet. De histamine is de veroorzaker van het irritatiegevoel en de roodverkleuring die volgen als je door de brandnetel ‘geprikt’ wordt.
(*) Op 9 mei 1477 gaf drukker Arnaldus de Bruxella in Napels de eerste gedrukte editie uit van ‘De viribus herbarum’.
De tekst “over de eigenschappen van planten” wordt traditioneel toegeschreven aan Odo de Meung (Odo Magdunensis), die vermoedelijk in de eerste helft van de 11e eeuw heeft geleefd en uit Meung aan de Loire kwam. Recent onderzoek heeft echter aangetoond dat de De Viribus Herbarum waarschijnlijk in een eerdere versie is geschreven, misschien al in de tiende eeuw in Duitsland.
Macers ongeïllustreerde tekst beschreef de geneeskrachtige eigenschappen van 77 kruiden en werd geschreven in Latijnse hexameter, een poëtische versvorm die hoogstwaarschijnlijk werd gebruikt als een geheugensteuntje voor artsen, apothekers en anderen.
Bronnen en meer informatie
Compendium van rituele planten in Europa; Marcel De Cleene & Marie Claire Lejeune; Mens & Cultuur Uitgevers N.V. – Gent
ISBN 90-72931-80-7
Een wetenschappelijk verantwoord overzicht van de kennis van de rituele planten door de eeuwen heen, vanuit, een breed perspectief en met een kritische blik op de juistheid van de vermelding van de plantensoorten in de literatuur. 1456 pagina’s, 314 kleurenfoto’s, 250 zwart-wit illustraties.
“Onbekende kanten van bekende planten”, H. Van Den Bosch en Dick Scheps. Pg 27 – 33) Uitgeverij Bigot & Van Rossum BV; Baarn, ISBN 90 6134 227 9