“Laat je meevoeren in het gebruik, de geschiedenis en de magie van de flora tijdens een wandeling van circa 3,5 kilometer. Proef van het lekkers dat wilde planten ons al eeuwen geven.” Dit lazen we op de uitnodiging van Katrien Cattoor – hart en ziel …
De brandnetel heeft door de geschiedenis heen een belangrijke rol gespeeld in verschillende religieuze en mythologische contexten, evenals in oude rituelen. Plinius de Oudere (eerste eeuw na Christus) vermeldt dat jonge brandnetels in de lente door velen als “heilig voedsel” werden gegeten. Men geloofde dat dit de gezondheid het …
De brandnetel, met zijn onmiskenbare prikkelende brandharen, is veel meer dan alleen een onkruid. Deze veelzijdige plant, met soorten zoals de grote brandnetel (Urtica dioica L.) en de kleine brandnetel (Urtica urens L.), heeft door de eeuwen heen een diepe impact gehad op mens en natuur. Van medicinale toepassingen tot mythologische verhalen, en van culinaire tradities tot magische rituelen, de brandnetel heeft een rijk en fascinerend verleden.
Oorsprong en verspreiding
Wereldwijd zijn er ongeveer vierendertig soorten brandnetels bekend. Het merendeel van deze soorten gedijt in de gematigde streken en bergen, met een enkele soort die zich thuisvoelt in de tropen.
Bij ons is de grote brandnetel (Urtica dioica L.) een vrij algemene verschijning. Je vindt hem vaak in grote aantallen op stikstofrijke grond en braakliggende terreinen. Deze overblijvende plant is wijdverspreid in Europa, Azië, Noord-Afrika en Noord-Amerika. Het is dan ook geen verrassing dat de grote brandnetel vaak wordt beschouwd als een indicatorplant voor stikstofverrijking in de bodem, aangezien hij goed gedijt in dergelijke verstoorde habitats zoals wegbermen en langs oevers van rivieren en beken.
De kleine brandnetel (Urtica urens L.), hoewel ook inheems, heeft een meer plaatselijk karakter en groeit het liefst solitair. Deze eenjarige plant is voornamelijk aan te treffen op zonnige, droge plaatsen zoals in de duinen en tuinen, en komt voor in Europa, Azië en Noord-Afrika.
Hoewel beide brandnetelsoorten bekend staan om hun brandharen, zijn er duidelijke verschillen tussen de grote en de kleine brandnetel.
Grote Brandnetel (Urtica dioica L.)
De grote brandnetel is een vaste plant die jaar na jaar terugkomt en zich sterk uitbreidt via ondergrondse wortelstokken. Daardoor vormt ze vaak grote, dichte haarden.
De grote brandnetel is een tweehuizige plant: er bestaan dus aparte mannelijke en vrouwelijke planten. Vaak groeien ze in groepen van één geslacht. De latijnse naam dioica duidt erop dat er mannelijke en vrouwelijke planten nodig zijn voor de voortplanting.
De soort wordt door de wind bestoven, en juist daarom zijn de verschillen goed zichtbaar.
De mannelijke planten hebben kortere zijtakken met kleine bloemetjes die bij rijping geel kleuren, door het stuifmeel dat ze produceren. Op een bepaald moment springen deze bloemetjes plots open, waarbij de helmhokjes het stuifmeel als een fijne wolk de lucht in schieten. Dit pollen kan bij gevoelige mensen hooikoortsachtige klachten veroorzaken.
Als je bij de mannelijke plant voorzichtig tegen de stengel tikt op een zonnige dag, zie je vaak een klein wolkje “rook” wegstuiven. Dat is het stuifmeel dat door de meeldraden met kracht wordt afgeschoten. Bij de vrouwelijke plant zul je dit niet zien; die zit daar gewoon geduldig te wachten tot het goud binnenwaait.
De vrouwelijke planten zien er anders uit. Hun bloeiwijzen bestaan uit groenige, pluimachtige trosjes in de bladoksels. Uit de kleine bloemetjes steken duidelijke, wittige tot grijzige stempels naar buiten. Die werken als fijne zeefjes en vangen het stuifmeel uit de lucht op. Na de bevruchting gaan de zijtakken vaak wat doorhangen.
Wie de planten in bloei ziet, kan ze dus vrij gemakkelijk van elkaar onderscheiden: de mannelijke planten vallen op door hun geel stuivende bloemetjes, de vrouwelijke door hun uitstaande, bleke stempels.
De vrouwelijke planten vaak als “waardevoller” worden gezien door wildplukkers? Dat komt omdat zij de eiwitrijke brandnetelzaden produceren die je kunt drogen en over je kwark of salade kunt strooien.
Grote brandnetel: mannelijke versus vrouwelijke bloemen
Kleine brandnetel (Urtica urens L.)
De kleine brandnetel daarentegen is een eenjarige plant. Ze kiemt, bloeit en sterft binnen één seizoen en groeit meestal als losse, verspreide exemplaren.
De kleine brandnetel verschilt in een belangrijk opzicht van de grote brandnetel. Waar de grote brandnetel tweehuizig is, is de kleine brandnetel éénhuizig. Dat betekent dat mannelijke en vrouwelijke bloemen op één en dezelfde plant voorkomen.
Ook de bouw van de plant oogt anders. De kleine brandnetel blijft lager en fijner van structuur, en groeit meestal als losse planten, niet in grote, uitgestrekte groepen zoals de grote brandnetel.
De bloeiwijzen zitten bij de kleine brandnetel in de bladoksels en bestaan uit compacte, groenige kluwens van bloemetjes. In zo’n kluwen zitten zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen dicht bij elkaar.
Naamgeving
Zoals de oude wijsheid al zegt: “Urtica heeft den naam gekregen van het branden: want als men die aanraakt, ontsteekt zij onze handen.”
Beide soorten prikken, maar de kleine brandnetel voelt vaak venijniger aan. De brandharen zijn talrijker en zorgen voor een feller, directer branderig gevoel.
De Latijnse naam Urtica is direct afgeleid van het werkwoord uro (infinitief urere), wat “branden” betekent. Deze etymologische verklaring verwijst naar de karakteristieke brandende sensatie die men voelt bij aanraking van de brandnetel, veroorzaakt door de minuscule brandharen op de bladeren en stengels.
Ook in de Arabische cultuur is de brandende eigenschap van de brandnetel niet onopgemerkt gebleven. Door de Arabieren wordt de brandnetel ‘Bintbol-nari, filia ignis’, oftewel “dochter van het vuur”, genoemd. Deze poëtische naam benadrukt op treffende wijze de intense prikkeling die de plant teweegbrengt.
Wat veroorzaakt het brandend gevoel?
Een brandhaar van de brandnetel is eigenlijk een minuscuul, broos buisje met een scherpe punt. Bij aanraking breekt die punt gemakkelijk af, waarna het haar als een kleine injectienaald in de huid werkt.
Zo komen prikkelende stoffen in de huid terecht, zoals mierenzuur, histamine en acetylcholine. Deze stoffen veroorzaken samen een reactie met roodheid, jeuk, warmte en het typische branderige gevoel dat enkele minuten tot soms wat langer kan aanhouden. In de natuur heeft dit een duidelijke functie: het is een verdedigingsmechanisme. Het beschermt de plant tegen vraat door dieren.
Wat te doen als je geprikt wordt?
Word je geprikt? Dan groeit de remedie vaak in de buurt. De bekendste is smalle en grote weegbree. Hun bladeren worden al lang gebruikt in het veld. Ze staat vaak letterlijk naast de brandnetel, alsof de natuur zelf een evenwicht heeft voorzien tussen prikkel en verzachting. Als je een blad kneust en het sap op de plek wrijft, kan dat de jeuk en het branderige gevoel merkbaar verzachten. Ook het sap van de veldzuring en hondsdraf helpen om de jeuk te doen verminderen.
In de reeks “plantenverhalen” publiceren wij vandaag de legende die vertelt hoe de netel zijn brandharen kreeg. In de begintijd, toen de wereld nog jong was en alles in perfecte harmonie leek te groeien, wandelde Onze Lieve Heer door zijn schepping. Hij zag bomen die …
De grote brandnetel (Urtica dioica) is tweehuizig. Dat betekent dat er afzonderlijke mannelijke en vrouwelijke planten bestaan.Een plant draagt dus óf alleen mannelijke bloemen, óf alleen vrouwelijke bloemen.Later zullen we het daar nog uitgebreider over hebben. De bestuiving gebeurt door de wind. Daarom moeten de bloemen …
De brandnetel (Urtica dioica) is meer dan een prikkelende verschijning langs onze wegen en tuinen. Wie haar durft te naderen, ontmoet een plant die niet alleen steekt, maar ook grenzen stelt — letterlijk en figuurlijk. Al eeuwenlang wordt ze geroemd om haar medicinale, symbolische én rituele kracht.
In de beroemde Oudengelse bezwering“Nine Herbs Charm” uit de 10de eeuw, een magisch-medicinale tekst waarin negen geneeskrachtige kruiden worden aangeroepen tegen gif, ziekte en spirituele verstoring, wordt ook de brandnetel genoemd. Daar verschijnt ze onder de naam “stiðe” — een woord dat kracht, hardheid en strengheid uitdrukt. Het past perfect bij de natuur van de plant: wie haar zonder respect benadert, voelt haar grenzen onmiddellijk.
Brandnetel wordt in de tekst rechtstreeks aangesproken. In vertaling klinkt dat bijvoorbeeld zo:
“Stiðe” ben jij genoemd, sterk ben jij genoemd, je overwint elke kwaal, je weerstaat elke giftige adem. Je vecht tegen het venijn, je verslaat het kwaad.”
Ze wordt opgeroepen als een bondgenoot in de strijd tegen ziekte, vergif en kwaad, en staat daar als een krachtige plantgeest die niet wijkt voor bedreiging, maar op haar post blijft staan — als grensbewaker, reiniger en beschermster.
Medicinaal gebruik
Brandnetel is een krachtig kruid met verschillende geneeskrachtige toepassingen.
1. Zuiverend en vochtafdrijvend Brandnetel werkt als een natuurlijke vochtafdrijver: het stimuleert de urineproductie en helpt zo afvalstoffen uit je lichaam te verwijderen. Daarom wordt brandnetel vaak ingezet bij een voorjaarsdetox, maar ook bij aandoeningen zoals jicht, reuma, artritis en urineweginfecties. Meestal gebruik je hiervoor een thee van de jonge topjes of een tinctuur.
2. Bloedzuiverend en rijk aan mineralen Deze plant zit boordevol belangrijke mineralen zoals ijzer, calcium en kiezelzuur, plus vitamine C en chlorofyl. Daardoor helpt brandnetel bij bloedarmoede, herstel na ziekte en algemene vermoeidheid. Je kunt het dan verwerken in soep, thee, pesto of gebruiken als gedroogd poeder.
3. Versterkend voor huid en haar Brandnetel bevordert de doorbloeding en bevat waardevolle mineralen, wat het nuttig maakt bij haaruitval, een doffe huid en diverse huidproblemen zoals eczeem. Uitwendig kun je brandnetel toepassen als spoeling of in de vorm van kompressen met aftreksels.
4. Ontstekingsremmend en allergiewerend Daarnaast werkt brandnetel ontstekingsremmend en helpt het bij allergieën zoals hooikoorts dankzij een antihistaminische werking. Ook gewrichtspijn en chronische ontstekingen kunnen ermee worden behandeld, zowel inwendig (via capsules of thee) als uitwendig met zalven of kompressen.
Brandnetel
Ritueel gebruik en symboliek
De brandnetel is een bijzondere plant die van oudsher wordt gewaardeerd om haar krachtige symboliek en rituele toepassingen. Met haar prikkelende haartjes vormt ze een natuurlijke barrière en staat ze symbool voor bescherming en het bewaken van persoonlijke grenzen. Rituelen met brandnetel werden vaak ingezet om huizen te beschermen tegen negatieve invloeden, bijvoorbeeld door takken aan deuren of ramen te hangen.
Ook persoonlijke grenzen werden met haar hulp bewaakt, bijvoorbeeld in amuletten of tijdens rookrituelen. Brandnetel nodigt ons uit om ‘nee’ te durven zeggen, onze ruimte te bewaken en onze kracht terug te nemen.
Daarnaast heeft brandnetel een diepe reinigende werking. In reinigingsbaden of bij het verbranden als rook werd ze gebruikt om het lichaam te zuiveren van ziektes en ‘kwade dampen’, en om het energetisch veld te reinigen na verlies, ziekte of conflict. Het drinken van brandnetelthee of het nemen van een bad met brandnetel werd vaak gedaan rond de nieuwe maan of het begin van de lente, als een krachtige voorjaarskuur die helpt om het oude los te laten en ruimte te maken voor vernieuwing.
In de volksmagie heeft brandnetel ook een magische beschermende functie. Ze werd verbrand om onheil af te wenden, onder het hoofdkussen gelegd om nachtmerries te verdrijven en in kleine buideltjes gedragen om bescherming te bieden tegen aanvallen van buitenaf of jaloezie.
Haar scherpe aanraking zet mensen aan tot bewustwording en transformatie. Brandnetel symboliseert kracht die ontstaat door confrontatie, groei die voortkomt uit ongemak, en het overwinnen van een slachtofferrol. Daarom wordt ze vaak ingezet bij innerlijk werk, rouwverwerking en het doorbreken van oude patronen.
Zo nodigt de brandnetel ons uit om met kracht en helderheid onze grenzen te bewaken, onszelf te reinigen en te transformeren, en vanuit die bewuste kracht ons pad te vervolgen.
De Kruidenfluisteraar spreekt…
Klik op de afbeelding om een groter formaat te bekijken
De Nigon Wyrta Galdor — de “Nine Plants Spell” of – in de volksmond – de “Nine Herbs Charm” is een Oudengels genezingsgebed, een krachtige spreuk om wonden te helen. Dit ritueel is vastgelegd in het eeuwenoude manuscript Harley MS 585 (pagina’s 160r–163r), beter bekend als de “Lacnunga”, …
Toen ik onlangs aan het grasduinen was voor mijn nieuwe Facebookpagina “De Kruidenfluisteraar”, stootte ik op een intrigerend weetje: gewone kamille zou één van de “negenkruiden” zijn. De wat…? Mijn aandacht was meteen gewekt. Wat waren die mysterieuze negen? Nieuwsgierig dook ik dieper in de wortels van dit …
Onze Nederlandse medewerkster Andrea Bleeker (herboriste) maakte een interessant filmpje over het bereiden van brandnetelsoep.
Wie ooit onvoorzichtig een brandnetel (Urtica dioica) heeft aangeraakt, herinnert zich vooral het stekende gevoel dat de plant achterlaat. Maar wie dieper kijkt, ontdekt één van de meest veelzijdige planten van onze streken, met een rijk palet aan culinaire en medicinale toepassingen. Eeuwenlang werd de brandnetel niet alleen gedoogd, maar gekoesterd als bondgenoot in de keuken en de kruidengeneeskunde.
Een voedzaam kruid op het bord
Er staan nu prachtige brandnetels in de natuur. Wanneer je ze wilt oogsten, doe dat dan voordat de plant gaat bloeien. Want de kwaliteit van het blad holt dan hard achteruit.
Hier is een eenvoudig recept van een heerlijke brandnetelsoep:
De jonge toppen van de brandnetel, geplukt in het vroege voorjaar, zijn een ware delicatesse. Ze bevatten meer ijzer dan spinazie, meer eiwitten dan men van een wilde plant zou verwachten, en een overvloed aan vitaminen zoals A, C en K. Brandnetelsoep is wellicht de bekendste toepassing: een romige, groene soep die doet denken aan prei of spinazie, maar met een subtiele, aardse toets. In Italië roert men brandnetels door de risotto. In Georgië zijn ze een klassiek ingrediënt in pittige stoofpotjes. Gedroogd kunnen ze dienen als kruidige thee of als smaakvolle toevoeging aan brooddeeg of pannenkoekenbeslag.
Wie brandnetels als groente wil gebruiken, blancheert ze kort om de stekende haartjes te neutraliseren. Wat overblijft is een milde, nootachtige smaak, geschikt voor pesto, quiche, omelet of zelfs als vulling voor ravioli.
Geneeskracht uit de prikkels
Al sinds de Oudheid wordt brandnetel ingezet als geneeskruid. Plinius de Oudere beschreef al haar heilzame werking bij gewrichtsklachten. In de middeleeuwen werd de plant gebruikt om het bloed te zuiveren en het lichaam te ‘ontslakken’ na een lange winter.
Moderne kruidengeneeskunde bevestigt die eeuwenoude kennis: brandnetel werkt vocht afdrijvend, ontstekingsremmend en ondersteunt de werking van de nieren. De wortels worden verwerkt in preparaten tegen goedaardige prostaatvergroting. Het blad, meestal als thee of tinctuur, bevordert de spijsvertering, verlicht hooikoorts en helpt bij huidaandoeningen zoals eczeem. Zelfs bij reumatische pijnen worden verse brandnetels gebruikt in een eeuwenoude, controversiële therapie: ‘urtificatie’, waarbij men bewust de huid prikkelt om de bloedsomloop te stimuleren.
De plant van overvloed
De brandnetel is een typische plant van stikstofrijke bodems – ze groeit waar mensen wonen, waar compost ligt, waar de grond leeft. Misschien is dat geen toeval: ze herinnert ons eraan dat genezing en voeding vaak te vinden zijn in het ongezochte, het wilde, het spontane. Haar prikkels beschermen haar tegen achteloos plukken, maar wie de moeite neemt om haar te leren kennen, wordt rijkelijk beloond.
Van april af ondergaat de natuur een majestueuze transformatie, waarbij de groeispurt van stedelijke flora ons haast de adem beneemt. Komende lente en zomer zullen we ons regelmatig wagen aan een safari in de stad, een avontuurlijke reis door de jungle van steen en beton. …
We zijn begin maart en overal verschijnen de jonge scheuten van de brandnetel. Het is nu het moment om die frisse blaadjes te plukken voor een lekkere en gezonde brandnetelthee. Hoewel het kruid in de top 10 staat van de meest gehate onkruiden, is de …
Het eerste wat ik te horen kreeg toen ik als peuter een brandnetel aftrok om te proeven of hij lekker smaakte was: “Pas op! Pas op!”. Moeder suste nadien haar schreiende eerstgeborene met zoentjes op de geprikte huid. “Stoute brandnetel!”, fluisterde ze in mijn oor. Het was gebeurd! Ongetwijfeld had ze het goed bedoeld, maar vanaf die dag was de brandnetel ‘gebrandmerkt’ als een ‘stout’ onkruid. En ik heb zo’n vermoeden dat het bij u net zo gegaan is.
Het heeft jaren geduurd voor ik – ouder en wijzer geworden – ontdekte dat de brandnetel talloze nuttige eigenschappen heeft, niet in het minst op medicinaal vlak.
In de oudheid
Van zowel de grote brandnetel (Urtica dioica) en de nauw verwante kleine brandnetel (Urtica urens) is de geneeskrachtige werking al duizenden jaren bekend.
In het oude Egypte – een beschaving die rond 3300 voor onze tijdrekening langs de Nijl is ontstaan – zijn bewijzen gevonden dat brandnetels werden gebruikt ter verlichting van artritis en lumbago.
In Denemarken werden dan weer lijkwades aangetroffen die gemaakt bleken van brandnetels en die dateren uit de bronstijd, 3000 jaar voor Christus.
Hippocrates (460-377 v. Chr.) schreef al over de vochtuitdrijvende eigenschappen van de brandnetel.
Theophrastus (ca. 372- ca. 305 v.Chr.) gaf de raad om de bladeren van de brandnetel te eten bij bepaalde kwalen. Dioscorides (40-90 n.Chr), auteur van de ‘Materia Medica’,beval de netel aan tegen alle ongemakken, zoals kankerachtige verzweringen, verrekkingen, hondenbeten etc.
Plinius de Oudere (24 – 79 n.Chr), schrijft hetzelfde over de plant en noemt olijfolie als middel tegen de jeuk veroorzaakt door de brandharen. Plinius de Oudere schreef ook dat de plant voor velen een heilige plant was, die gegeten wordt om een heel jaar gezond te blijven.
Net als de Griekse arts Galenius (129-199 n.Chr). Ook hij gebruikte brandnetels als diureticum. Verder raadde hij brandnetels aan als laxerend middel en bij de behandeling van milt-gerelateerde ziekten, longontstekingen, astma en zweertjes in de mond. Galenus schreef gedurende zijn leven om en nabij de 500 boeken. Tijdens de renaissance werden zijn werken vertaald in het Latijn, onder meer door Andreas Vesalius.
In de middeleeuwen
In de middeleeuwen gebruikte men brandnetels ook als diureticum, om het lichaam van overtollig water te ontdoen en om gewrichtspijn te behandelen. De middeleeuwse heelmeester raadde reumapatiënten aan de pijnlijke plekken met een bosje vers geplukte brandnetels te beslaan. Niet ten onrechte! De doorbloeding in de huid en de daaronder liggende organen werd er door bevorderd.
De Britse plantkundige, fysicus, apotheker en astronoom Nicholas Culpeper (1616-1654) adviseerde om brandnetel en honing te gebruiken voor het maken van een gorgeldrank om keel- en mondinfecties tegen te gaan. Hij beweerde dat brandnetels een antiseptische werking hebben bij wonden en huidinfecties. Nicholas Culpeper schreef de plant verder voor tegen jicht en gewrichtspijn.
Ook de Duitse Benedictijnse abdis Hildegard von Bingen (1098-1179) had een hoge dunk van de brandnetel. Zij adviseerde het volgende: “Gekookte jonge, verse brandnetels zijn een nuttig maal voor de mens, omdat ze de maag reinigen en een teveel aan slijm verwijderen.” Brandnetel was volgens haar ook een belangrijk ingrediënt van een liefdesdrankje. Ze vergeleek het ‘netelvuur’ met het ‘liefdesvuur.’
Brandnetel – Urtica dioica
In de hedendaagse geneeskunde
De heilzame werking van brandnetelthee is algemeen bekend: slijmoplossend, ontgiftend, urinedrijvend en bloedzuiverend. Brandnetel is bacteriedodend, en daarom heel geschikt bij infectieziekten. Verder ook nuttig bij hooikoorts door de aanwezige histamine.
Brandnetelthee is heel rijk aan vitaminen en mineralen en is een goed tonicum, ook bij kanker, daarnaast heel geschikt bij vermoeidheid en lusteloosheid en bij bloedarmoede, geschikt tegen hooikoorts en allergie en bij allergische reacties op voedingsmiddelen, en is een algehele reiniger. Het versnelt de spijsvertering, helpt dus bij het afvallen, en verzacht netelroos, reuma, jicht, gewrichtsontstekingen en oedeem. Het verbetert de doorbloeding. Naast ijzer bevat brandnetel ook calcium en silicium en dat maakt brandnetelthee bijvoorbeeld geschikt bij broze nagels en osteoporose.
Goedaardige prostaatvergroting (BPH)
Brandnetelwortel wordt in Europa veel gebruikt om BPH te behandelen. Studies bij mensen bewijzen dat brandnetel, in combinatie met andere kruiden zoals zaagpalmetto, effectief kan zijn bij de vermindering van symptomen als gevolg van BPH. Sommige onderzoeken suggereren dat brandnetel vergelijkbaar is met finasteride, een medicijn dat soms wordt voorgeschreven voor BPH. Wetenschappers weten niet zeker waarom brandnetelwortel de symptomen vermindert. Het kan zijn omdat hij chemicaliën bevat die hormonen beïnvloeden (inclusief testosteron en oestrogeen), of omdat hij recht op prostaatcellen inwerkt. Behandel jezelf NIET met brandnetel voor BPH. Ga naar uw arts om een correcte diagnose te stellen en prostaatkanker uit te sluiten.
Brandnetel in de straatgoot
Artrose
De bladeren en stengels van brandnetel zijn historisch gebruikt om artritis te behandelen. Studies toonden aan dat sommige mensen verlichting van gewrichtspijn ondervonden door brandnetelblad lokaal op de pijnlijke gewrichten aan te brengen. Andere studies tonen aan dat het nemen van een oraal extract van brandnetel, samen met niet-steroïde anti-inflammatoire geneesmiddelen (NSAID’s), nuttig kan zijn.
Hooikoorts
Een (voorlopige) studie bij mensen suggereerde dat brandnetelcapsules hielpen niezen en jeuk bij mensen met hooikoorts te verminderen. In een andere studie beoordeelde 57% van de patiënten brandnetels als effectief, en 48% zei dat brandnetels effectiever waren dan allergiemedicijnen die ze eerder hadden gebruikt. Er zijn meer onderzoeken nodig om de eigenschappen van brandnetel te bevestigen.
Nevenverschijnselen
Brandnetel wordt over het algemeen als veilig beschouwd wanneer het wordt gebruikt zoals aangegeven. Incidentele bijwerkingen zijn onder meer milde maagklachten, vochtretentie, zweten, diarree en netelroos of huiduitslag (voornamelijk door lokaal gebruik). Het is belangrijk om voorzichtig te zijn bij het omgaan met brandnetel, want het aanraken kan een allergische uitslag veroorzaken. Brandnetelbladeren mogen nooit op een open wond worden aangebracht.
Omdat brandnetel de menstruatiecyclus kan veranderen en kan bijdragen aan een miskraam, mogen zwangere vrouwen geen brandnetel gebruiken.
Er zijn aanwijzingen dat brandnetelpreparaten de bloedsuikerspiegel kunnen zowel kunnen verhogen als verlagen. Patiënten met diabetes moeten hun bloedsuikerspiegel nauwlettend in de gaten houden wanneer ze brandnetel gebruiken.
Men kan de thee maken door twee theelepels gedroogde en fijngewreven brandnetelbladeren in een beker te doen en te overgieten met bijna kokend water. Laat de thee een zevental minuutjes trekken. Voor de thee gebruik je het best de bladeren van de grote brandnetel. Drie kopjes thee per dag zijn voldoende om al het gewenste resultaat te bereiken. Het is veilig in gebruik voor volwassenen. Sommige bronnen raden het gebruik voor kinderen af.
Brandnetels zijn ook een weldaad voor de huid: het voorkomt en geneest huiduitslag, steenpuisten, acne, netelroos, zweren en geeft een ondersteunende werking bij psoriasis. Het gaat verder een vette huid én vette haren tegen en helpt je af van roos en slechte haargroei.
Brandnetels kunnen ook culinair gebruikt worden. De mogelijkheden zijn zo talrijk dat het weinig moeite zal kosten om een volwaardig brandnetelgerecht te bereiden. Maar daarover hebben we het een volgende keer.
“Urtica” heeft den naam gekregen van het branden Want als men die aenraeckt ontsteeckt sy onze handen” Macer Floridus zoals vermeld bij Dodoens (*) Grote en kleine brandnetel Wie kent de brandnetel niet? De meeste mensen hebben een grondige hekel aan de plant en mijden hem …