Korstmossen (deel 4)-Gelobde citroenkorst

Korstmossen (deel 4)-Gelobde citroenkorst

Vaak zijn op oude kalkrijke muren en kademuren – zie foto boven – oranje korstmossen te zien. Een aantal soorten lijken goed op elkaar en zijn moeilijk te onderscheiden. Een plantenloep kan daarbij goede diensten bewijzen.

De gelobde citroenkorst (Variospora flavescens, ook Caloplaca flavescens) is een korstmos uit de familie van de Teloschistaceae.  Hij groeit op (half)beschaduwde muren van oude gebouwen, op boordstenen, bruggen, kademuren, cement of asbestcement. Hij geeft de voorkeur aan voedselrijke leefgebieden, echter zeer zelden op boomschors.

Kenmerken

Het is een geelgroene, korstvomige soort met randlobben en oranje apothecia. Het thallus ligt strak op het substraat. Het rozetvormige thallus is lichtgeel tot oranje van kleur, soms gematteerd, en kan een diameter bereiken van meer dan 10 cm. Hij vormt rozetten van lange, smalle geel-oranje lobben, witachtig in het midden, die vaak met de leeftijd uitvallen. 

De apothecia, die vooral in het midden van het thallus voorkomen, kunnen een diameter bereiken van maximaal 1,5 mm. Hun rand is lichter gekleurd, de schijven zijn echter geeloranje tot oranjebruin.

De lobben zijn niet of nauwelijks verbreed aan het uiteinde. De gele kleur van het korstmos is te wijten aan de aanwezigheid van het pigment parietine. De apotheciën zijn bij het centrum van het thallus dikwijls aanwezig, 1 tot 1,5 mm groot, en oranje tot bruinoranje met een iets lichter gekleurde rand. In het thallus kunnen witgekleurde gebieden of een witte ring aanwezig zijn, op plaatsen waar het oppervlak verweerd is en het gele pigment ontbreekt.

Het centrum van het korstmos kan bij oude exemplaren afsterven, of het thalluscentrum kan met lobjes of puistjes bedekt zijn in plaats van apotheciën. De soort is warmte- en stikstofminnend. Net als veel andere korstmossen is de gelobde citroenkorst uitstekend bestand tegen uitdroging. In uitgedroogde toestand komt de stofwisseling vrijwel geheel tot stilstand. Zodra het korstmos weer vocht krijgt wordt de stofwisseling hervat en de DNA- schade hersteld. 

Zowel het thallus als de apothecia reageren positief op kaliumhydroxide (K+), d.w.z. ze worden paars als ze worden besprenkeld.

Gelobde citroenkorst
Gelobde citroenkorst met apotheciën in het midden

Sinaasappelkorst (Calogaya pusilla)

Hij lijkt op de sinaasappelkorst (Calogaya pusilla), maar deze is meer oranjegeel van kleur en is een pionier op kalkrijke substraten, zoals beton en kalksteen op zonnige, droge plekken. Dus… vaak moeilijk te onderscheiden.

Teloschistaceae

Teloschistaceae is een familie van korstmosvormende schimmels binnen de orde Teloschistales. Korstmossen zijn symbiotische associaties tussen een schimmel en een fotosynthetische partner, meestal een groene alg of een cyanobacterie (blauwalg). In het geval van Teloschistaceae behoort de schimmelpartner tot deze specifieke familie.

Leden van de familie Teloschistaceae worden gekenmerkt door hun folieuze (bladachtige) of korstachtige groeivormen. Dit betekent dat ze een harde en compacte laag vormen op het substraat waaraan ze zijn bevestigd. 

Ze worden vaak aangetroffen op rotsen, grond en schors, en ze kunnen een reeks ongunstige omstandigheden goed verdragen. 

Korstmossen spelen een belangrijke ecologische rol, dragen bij aan bodemvorming, stikstofcyclus en bieden habitat voor verschillende micro-organismen. De studie van korstmossen, inclusief die in de familie Teloschistaceae, is belangrijk voor het begrijpen van schimmel-algensymbiose en hun aanpassingen aan diverse omgevingen.

De familie Teloschistaceae heeft, net als veel andere schimmelgroepen, een wereldwijde verspreiding. Leden van de familie Teloschistaceae zijn te vinden in verschillende habitats over de hele wereld. Korstmossen zijn in het algemeen zeer aanpasbaar en kunnen diverse omgevingen koloniseren, waaronder rotsen, grond, boomschors en andere substraten.

De verspreiding van Teloschistaceae wordt beïnvloed door factoren zoals klimaat, beschikbaarheid van substraat en lokale omgevingsomstandigheden. Verschillende geslachten en soorten binnen Teloschistaceae kunnen specifieke voorkeuren hebben voor bepaalde ecologische niches of substraten.

Naamgeving

Het woord Teloschistaceae afgeleid van twee componenten:

De term “Teloschista” is van Griekse oorsprong, waarbij “telos” “einde” of “definitief” betekent en “schistos” “verdeeld” of “gesloten” betekent. De naam verwijst waarschijnlijk naar de lobbende of verdeelde thallus (het lichaam van de korstmos) die kenmerkend is voor sommige soorten in dit geslacht.

Het achtervoegsel  ‘aceae‘ wordt vaak gebruikt bij het benoemen van plantenfamilies in de biologie. In botanische nomenclatuur wordt het achtervoegsel -aceae toegevoegd aan de stam van de generieke naam om de naam te vormen van de familie waartoe het geslacht behoort. Rosaceae is bijvoorbeeld de familie waartoe het geslacht Rosa (rozen) behoort.

In de naam Variospora flavescens  is het voorvoegsel  ‘vario’ afgeleid van het Latijnse woord “varius“, wat “divers” of “gevarieerd” betekent. 

Het achtervoegsel ‘-spora’ betekent uiteraard spore. In de context van schimmels zijn sporen reproductieve cellen die nieuwe individuen kunnen aantasten. Het gebruik van dit achtervoegsel duidt op een verband met de voortplantingsstructuren van de schimmels.

De term “flavescens” is een Latijn woord dat “geel worden” of “geel” betekent. Het is afgeleid van het werkwoord “flavescere“, wat “geel worden” betekent. In de taxonomische nomenclatuur duidt het gebruik van deze term in een soortnaam doorgaans op een geelachtige kleur of een neiging van het organisme om een gele kleur te vertonen.

Gelobde citroenkorst (macro-opname)

Bronnen en meer informatie

https://waarnemingen.be/species/18478/

https://nl.wikipedia.org/wiki/Gelobde_citroenkorst

https://www.zwammeninzuidhorn.nl/Gelobde_citroenkorst.html



1 gedachte over “Korstmossen (deel 4)-Gelobde citroenkorst”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *