Ik kreeg vandaag het herfstnummer van het magazine “Kruidentaal” toegestuurd. Op pagina 26 tot 29 is mijn artikel over de “Gebedskaarten voor planten” te vinden. De Groene draad die dit nummer verbindt is balans en evenwicht. Precies dat wat de herfst ons zo duidelijk laat …
Brugge mag dan wereldberoemd zijn om zijn chocolatiers, maar geloof me: de bakkers doen er niet voor onder. De beste van allemaal bevindt zich op welgeteld 420 stappen van mijn voordeur – een zalige afstand, met drie voordelen die ik u niet wil onthouden: 1) De …
Dit artikel werd geschreven door de heer Georg Ketting. We zijn hem bijzonder dankbaar voor de toestemming om het hier over te nemen.
Ik heb geen tuin, maar wel een notitieboekje. Oud, met theevlekken, vergeelde bladzijden en een kaft die ruikt naar kelder en kamille. Ik noem het ‘mijn kruidenschriftje’. Niet omdat ik kruiden kweek, maar omdat ze me blijven volgen, als stemmen, als raadgevers, als geur die niet verdwijnt.
Bijvoet staat op pagina vijf. Ze is geen keukenkruid. Ze ligt niet netjes in een potje met een etiket. Ze hangt in de kast, ligt onder het kussen en soms kringelt het op in rook.
Ik weet niet meer precies waar het was. Misschien op een vakantie. Misschien gewoon ergens toen ik nog jong was. Wat ik wel weet: het was warm, stoffig, en mijn voeten deden pijn van het lopen.
Een oude vrouw zat op een bankje. Haar mand lag vol takjes en blaadjes die ritselden alsof ze iets wilden zeggen. Ze keek naar mijn schoenen, knikte, en zonder iets te vragen haalde ze een takje tevoorschijn. Ze stak het in mijn sok. “Bijvoet,” zei ze. “Tegen vermoeidheid. Romeinse soldaten deden dat ook.”
Ze vertelde me ook iets anders, terwijl ze haar vingers over de blaadjes liet glijden:
“Als je niet kunt slapen, maar ook niet durft te dromen — neem een handje bijvoet, een handje kamille, een snufje lavendel. Overgieten met heet water. Niet koken. Drinken bij volle maan.”
Ik vroeg haar waarom bij volle maan. Ze glimlachte. “Omdat bijvoet dan weet wat je nodig hebt. En jij misschien ook.”
Ik geloofde haar meteen. Niet omdat ik wist wie die soldaten waren, of wat de maan ermee te maken had, maar omdat de geur me overtuigde. Bitter, aards, met een hint van dennen — alsof het kruid zelf wist dat het niet hoefde te pleasen om krachtig te zijn.
Ik liep verder. En het voelde alsof er iets met me meeliep. Niet de vrouw. Niet het takje. Maar een soort aanwezigheid. Een kruid dat niet alleen in mijn sok zat, maar ook in mijn gedachten.
Later schreef ik het op in mijn schriftje. Niet als recept. Niet als waarschuwing. Maar als herinnering aan een moment waarop een plant me iets gaf zonder iets terug te vragen.
Bijvoet groeit niet om te behagen. Ze woekert, ze neemt de ruimte en trekt bijen, kevers, motten en vlinders aan alsof ze een vergeten koningin is.
Ze is geen sierplant, maar een grenswachter tussen droom en waken. Tussen genezing en magie. Tussen aarde en adem.
Ik heb haar nooit geplant. Maar ze duikt steeds op in gesprekken die te eerlijk worden. In de geur van een jas die te lang in de kast heeft gehangen. In dromen die blijven hangen, zelfs als ik wakker ben.
Ze is verbonden met Artemis, met Sint-Jan, met sjamanen en dromers. Ze werd geplukt bij zonsopgang, gevlochten tot kransen, geworpen in het vuur. Ze beschermt tegen betovering, ziekte, ongeluk. Ze opent het onderbewuste, versterkt visioenen en reinigt ruimtes.
In mijn schriftje staat:
Bijvoet groeit aan de rand van het pad, maar kijkt je recht aan.
Niet om te plukken, maar om te begrijpen.
Voetnoot uit het schriftje
Artemisia vulgaris, de “gewone” bijvoet, is allesbehalve gewoon.
Ze bevat etherische oliën, bitterstoffen en een vleugje thujon.
Ze ondersteunt spijsvertering, menstruatie, slaap en doorbloeding.
Ze wordt gebruikt in moxa-therapie, in rookbundels, in kruidenkussens.
Ze is sterk allergeen en sterk aanwezig.
Haar naam leeft voort in Tsjernobyl (Zwarte bijvoet), haar kracht in verhalen.
Een kruid dat niet verdwijnt maar verdiept.
Disclaimer
De inhoud van “Mijn kruidenschriftje” is bedoeld als inspiratie en reflectie. Hoewel sommige kruiden historische of traditionele toepassingen hebben, vervangt deze tekst geen medisch advies. Raadpleeg bij gezondheidsvragen altijd een gekwalificeerde arts of fytotherapeut. Gebruik kruiden met aandacht, kennis en respect.
Eén van de meest prominente rollen van bijvoet in rituelen was die van beschermer. Men geloofde dat het kruid een krachtig afweermiddel was tegen kwade geesten, hekserij en ander onheil. Bijvoet werd gezien als een krachtig middel om zich te beschermen tegen hekserij en het …
Van bijvoet (Artemisia vulgaris) wordt algemeen aangenomen dat het als eerste voorkomt in de “Nigon Wyrta Galdor” en daar mucgwyrt (mucgƿyrt) wordt genoemd. De Nigon wyrta galdor is een Oudengelse bezweringstekst bedoeld om etterende wonden te genezen. De spreuk is vastgelegd in één enkel manuscript, …
Soms gebeurt het – niet vaak, maar soms – dat ik oog in oog sta met een plant die me compleet ontglipt. Een onbekende. Een raadsel. Mijn blik blijft hangen, alsof de tijd even vertraagt. Het voelt alsof ergens diep vanbinnen een onzichtbaar alarm afgaat, een zacht maar dwingend signaal: “Opgelet! Hier gebeurt iets bijzonders!” Het lijkt een soort zesde zintuig.
Mijn adem stokt. Mijn hartslag versnelt. Ik buk me, bestudeer de bladeren, de stengel, de aarvormige bloeiwijze. Mijn vingers glijden langs de nerven. Mijn hoofd gonst: “Wat is dit in hemelsnaam? Nog nooit gezien!”
In zulke momenten heb ik een trouwe bondgenoot: ObsIdentify. Mijn digitale veldgids, mijn stille kompaan. Vandaag was weer zo’n dag.
Op een zomerse wandeling door de Assebroekse Meersen volg ik een pad dat bijna onzichtbaar geworden is, opgeslokt door een wirwar van bijvoet, melganzevoet, distels en boerenwormkruid. Het is alsof de natuur hier besloten heeft om de orde om te keren en het wild de macht te geven.
En dan… bam! Daar heb je dat oranje knipperlicht in mijn hoofd. “Rechte alsem,” zegt mijn onmisbare vriend, “Artemisia biennis… zeldzaam.”
Serieus? Toch maar eens dubbelchecken. Ik vergelijk foto’s, lees beschrijvingen, bekijk oude waarnemingen. En stukje bij beetje verdwijnt mijn twijfel.
Ja, het klopt. Rechte alsem is hier een buitengewone vondst. Volgens Wilde-Planten.nl is de soort niet ingeburgerd in Vlaanderen en wordt ze zelfs als zeldzaam aangemerkt. Terwijl Artemisia biennis in Noord-Amerika hele velden kan vullen, duikt ze hier slechts sporadisch op, schuchter en onvoorspelbaar, zonder vaste populaties.
En precies dat maakt dit moment zo bijzonder: vandaag stond ik oog in oog met een plant die zich zelden laat zien. Een alien! Een stille passant! Een geheimzinnige gast in het Vlaamse landschap.
Onlangs vroeg iemand mij: “Wat vind je toch zo boeiend aan al dat onkruid?”
Ook in augustus trokken we er nog één keer op uit – voor de allerlaatste safari van deze zomer! De nazomer staat al te trappelen en veel planten hebben hun hoogtepunt achter zich gelaten, maar wie denkt dat er niets meer te beleven valt, vergist zich grandioos. De …
Met de Kruidenfluisteraar wil ik mensen opnieuw in contact brengen met de kracht, schoonheid en symboliek van wilde kruiden uit onze streken. Elke plant draagt een verhaal in zich – een geur, een herinnering, een helende kracht, een zachte troost. Via korte gebeden, bezinnende teksten en poëtische …
Dit is al het derde deel van onze ontdekkingstocht naar de mysterieuze wereld van oever- en waterplanten. Want wie eenmaal kijkt, ziet steeds meer. Deze planten vormen een levendige overgangszone tussen land en water, een gebied dat voortdurend in beweging is: nat en droog, stil en vol leven.
Ook deze keer ontdekken we echte pareltjes, zoals de echte valeriaan, met haar verfijnde geur en luchtige bloemenwolken die insecten lokken. Of het geoord helmkruid, een stoere plant met opvallende helmvormige bloempjes. En dan is er natuurlijk de witte waterlelie, die als een koningin op het water drijft – tijdloos, stil en prachtig.
Deze planten zijn niet alleen fraai om te zien. Ze houden oevers vast, zuiveren het water en vormen een toevluchtsoord voor talloze dieren. En ja, ook in de stad zijn ze te vinden: in parkvijvers, langs stadsgrachten, in natte hoekjes tussen muren en water.
Wat begon als een zomerse speurtocht langs het water, groeide uit tot een ode aan de veerkracht van planten die zich nergens door laten tegenhouden. Misschien zie jij ze binnenkort ook langs je vertrouwde wandelroute. Geniet ervan, en fijn dat je drie keer met ons meeging.
Grote kattenstaart (Lythrum salicaria)
Grote kattenstaart (Lythrum salicaria)
Grote kattenstaart is een spectaculaire zomerbloeier die met haar opgaande, paarsroze bloeiaren de waterkant tot leven wekt. Je vindt haar langs grachten, moerassige stadsranden en in natte parken, waar ze soms met tientallen tegelijk bloeit en een ware kleurenzee vormt. Haar naam verwijst naar de slanke bloeiwijze, die doet denken aan de staart van een kat. Bijen, vlinders en andere insecten zijn dol op haar nectar, en ook mensen bewonderen haar sierlijke verschijning al eeuwen. Ze werd vroeger medicinaal gebruikt tegen bloedingen — vandaar de oude naam ‘wondkruid’. Vandaag is ze een sierlijke ambassadeur van natte biodiversiteit. Zie je haar staan langs een Brugse gracht? Sta dan even stil: dit is pure wilde elegantie.
Geoord helmkruid is een subtiele schoonheid van de natte stadsnatuur. Zijn kleine, roodbruine bloempjes lijken op miniatuurhelmjes en verschijnen in slanke aren langs vochtige oevers, grachten en parkvijvers. De naam “geoord” verwijst naar de oortjes aan de voet van het blad, een detail dat hem onderscheidt van zijn knobbelige broer. Hoewel bescheiden van uiterlijk, bruist deze plant van leven: bijen en zweefvliegen weten hem feilloos te vinden. Geoord helmkruid houdt van natte voeten en laat zich verrassend vaak zien in stedelijke randzones, waar natuur en stad elkaar raken. Wie deze stille kracht opmerkt, ontdekt een verborgen parel die moeiteloos haar plek vindt in het wilde weefsel van de stad.
Gele lis is een ware zonnevlam aan de waterkant. Met haar grote, gele bloemen in de vorm van een sierlijke iris straalt ze kracht en elegantie uit. Je vindt haar langs grachten, vijvers en natte parkranden — ook in de stad — waar ze vaak in groep bloeit en zo het water een gouden randje geeft. In Brugge staan er altijd veel bij Gentpoort. Haar stevige zwaardvormige bladeren blijven overeind tot ver na de bloei en bieden schuilplekken voor vogels en kikkers. Vroeger werd ze gebruikt als verfplant en zelfs als symbool van koninklijke macht. Nu siert ze de stadsnatuur als zuiveraar van water én als blikvanger van formaat. Wie haar ziet, weet: dit is geen gewone plant — dit is oeverpracht op haar best.
Echte valeriaan is een sierlijke, rust brengende verschijning langs vochtige stadsranden, grachten en parkzones. Met haar hoge, holle stengel en lichtroze tot witroze bloemschermen torent ze in de zomer boven het gras uit als een zachte wolk vol geur en leven. Bijen en vlinders komen massaal af op haar nectar, en haar wortel verspreidt een mysterieuze geur die katten aantrekt. Al eeuwenlang wordt ze geroemd als geneeskrachtige plant tegen nervositeit en slapeloosheid — vandaar de naam officinalis. Maar ook zonder gebruik is ze een wonder om naar te kijken: fijn vertakt, gracieus, en onmiskenbaar in houding. Spot je haar in de stad? Dan heb je een oerkracht van de natuur ontmoet, vermomd als sierplant.
Dubbelloof, ook bekend als gesnaveld dubbelloof, is een elegante inheemse varensoort die je met wat geluk ook in beschaduwde, vochtige stadsranden kunt ontdekken – vooral op oude muren, vochtige bosstroken of schaduwrijke parktuinen. Zijn naam dankt hij aan de twee soorten bladeren: de brede, steriele bladen vormen een sierlijke groene krans aan de voet, terwijl de smallere, rechtopstaande fertiele bladen de sporen dragen. Het geheel doet denken aan een waaiervormig verenpakket, wat de oude naam “struisvaren” verklaart (Struthiopteris = struisvogel). Deze mysterieuze schaduwminnaar houdt van kalkarme, koele plekken en ademt een prehistorische sfeer. Wie dubbelloof ziet, ontdekt een discreet overblijfsel uit oeroude bossen – een groene sculptuur van stilte en tijd.
Blaartrekkende boterbloem is een kleine, maar venijnige krachtpatser van de natte stadsnatuur. Ze groeit op modderige plekken langs grachten, vijverranden en natte, open grond – soms zelfs in stadsparken of natte bouwterreintjes. De plant lijkt onschuldig met haar frisse groene bladeren en kleine gele bloempjes, maar haar naam verraadt haar karakter: bij kneuzing geeft ze een scherp sap af dat huidirritatie kan veroorzaken. Toch is ze fascinerend: een pioniersplant die houdt van verstoorde, natte bodem en als een van de eersten opduikt waar water en aarde elkaar net raken. Voor wie met respect kijkt, is deze boterbloem een toonbeeld van aanpassingsvermogen – een onverschrokken stadsbewoner met een pittig randje.
Witte waterlelie is pure poëzie op het water. Haar grote, drijvende bladeren vormen een groen tapijt waarop sierlijke, sneeuwwitte bloemen rusten – open in de zon, gesloten bij regen of nacht. Je vindt haar in stille stadswateren zoals parkvijvers en brede grachten, waar ze met haar wortels diep in de modder verankerd ligt. De bloemen verspreiden een subtiele geur en trekken insecten aan, terwijl het blad schuilplaats biedt aan vissen en kikkers. Al eeuwenlang is de witte waterlelie een symbool van zuiverheid, rust en schoonheid – niet voor niets prijkt ze in kunst en literatuur. Wie haar in de stad ziet bloeien, kijkt naar een wonder van verstilling: een waterplant die ademt met de zon.
Mensen die kunnen pronken met ronkende diploma’s ecologisch groenbeleid hebben besloten – eindelijk zou ik zeggen – om met een ferme ruk komaf te maken met het “onkruid” dat Brugge overwoekert. Als typevoorbeeld nemen we de vijf akkermelkdistels op de Sint-Annabrug die mij, en alle …
In augustus trokken we eropuit, langs de rand van het water – op zoek naar een wereld die leeft op de grens van land en nat. Wat we vonden, was een stille, betoverende gemeenschap van oever- en waterplanten, elk aangepast aan een leven in voortdurende …
Onlangs bereikte ons het vreselijke nieuws dat er een nieuwe kazerne zal gebouwd worden in het schitterende natuurgebied Drongengoed-Maldegemveld. Gelukkig zijn er moedige mensen die hiertegen opkomen. Ik kan alleen maar aanraden hen te steunen door deze petitie te ondertekenen, of deel te nemen aan hun andere acties!
Bovenstaande foto van zonnedauw werd genomen in het natuurgebied Drongengoed- Maldegemveld door Maarten, fotograaf en de creatieve webmaster van www.natuurvertelsels.be
Tijdens de maand augustus trokken we eropuit, op zoek naar het leven langs de waterkant – een fascinerende wereld vol oever- en waterplanten. Wie goed kijkt, ontdekt daar een verrassend rijke vegetatie die zich heeft aangepast aan het grensgebied tussen land en water: een plek van …
Dit is het 300ste artikel op de website! Onlangs werd mij een blik gegund op een verborgen tuin, een ‘secret garden’, diep verscholen in het hart van het Brugse stadscentrum. Het was een plek waar de tijd leek te vertragen, een oase die een mysterieuze …
Dit artikel werd geschreven door Georg Ketting. Met onze dank om het te mogen overnemen.
15 augustus nadert, getuigend van een belofte die net zo oud is als de zon. Eén keer per jaar, in de stilte van de zomer, klinkt er een oproep die je niet met je oren hoort. Vrouwen voelen haar in hun bloed en dromen. Ze volgen de roep en begeven zich naar de randen van het veld om planten te plukken en herinneringen te verzamelen. Zo verbinden ze zich met een traditie die als een fluistering van generatie op generatie is doorgegeven, zo oud als de aarde, levend in hun handen, en kloppend in hun harten.
Een reis door traditie, getallen en vrouwelijke wijsheid
Het verhaal van de kruidwis is er een van cycli, van zon en aarde, en van eeuwenoude wijsheid. Het begint niet op één specifieke dag, maar volgt de seizoenen. Er zijn twee cruciale momenten waarop de kruidwis wordt samengesteld: de mannelijke, zonnekrachtige energie van het Sint-Jansfeest rond 24 juni en de moederlijke, voedende kracht van Maria-Hemelvaart op 15 augustus.
Een kruidwis is geen willekeurig boeket, maar een zorgvuldig samengestelde bundel van kruiden. De kracht ligt niet alleen in de planten zelf, maar ook in hun aantal, een overblijfsel van oude numerologie. Traditioneel bevat een kruidwis zeven, negen of zelfs eenentwintig verschillende soorten kruiden. Het getal zeven staat voor spiritualiteit en goddelijke bescherming, terwijl negen, het getal van voltooiing en universele liefde, een nog krachtigere bescherming symboliseert. Eenentwintig, als drie keer zeven, vertegenwoordigt transformatie en de volledige cyclus van het leven.
Deze mystieke getallen leiden ons terug naar een oeroude bezwering: de Negenkruidenspreuk. Die wordt in het Oudengels de Nigon Wyrta Galdor genoemd, wat letterlijk “De bezwering van de negen kruiden” betekent. Het een magische tekst die in de 10de eeuw werd opgetekend. Deze spreuk, ook wel bekend als de Nine Herbs Charm, is geen gewone geneeskundige instructie, maar een ritueel waarin woorden, planten en goddelijke krachten samenkomen in een helende formule. In de spreuk worden negen specifieke kruiden aangeroepen om vergiftiging en ziekte te genezen. Elk kruid wordt aangesproken als een levend wezen, met een eigen karakter en kracht. De spreuk roept de god Wodan (Odin) op, die volgens de tekst een slang versloeg door haar met negen magische twijgen te slaan, een beeld dat de kracht van het getal negen als bezwerend en beschermend symbool benadrukt.
De kruiden die in deze spreuk worden genoemd, zijn geen willekeurige planten. Het gaat om Bijvoet, Weegbree, Veldkers, Brandnetel, Koortskruid, Kamille, Wilde appel, Kervel en Venkel. (n.v.d.r.: over de identiteit van de planten is men het niet altijd eens.)
Elke plant heeft een specifieke werking: zuivering, bescherming, heling, moed, en verbinding met de aarde. Ze werden niet alleen gebruikt om lichamelijke klachten te verlichten, maar ook om de ziel te zuiveren en het huis te beschermen tegen onheil. De Nine Herbs Charm is een echo van een tijd waarin genezing niet alleen fysiek was, maar ook spiritueel en magisch. In de kruidwis leeft deze traditie voort, de kracht van negen, de bezwering van woorden, en de helende hand van de vrouw die haar samenstelt.
De oogst, Maria en de vrouwelijke wijsheid
In de bloeiende natuur verzamelen de vrouwen van de gemeenschap de planten voor de bundel. Het is een traditie die van generatie op generatie is doorgegeven, een diepe kennis van de geneeskrachtige en beschermende krachten van de natuur. Hun band met de natuur is niet alleen praktisch, maar ook diep persoonlijk: hun eigen lichamelijke cycli weerspiegelen de ritmes van de maan en de seizoenen, waardoor zij de hoeders van de natuur worden.
De kruidwis weerspiegelt de drie fasen van de vrouw: Maagd, Moeder en Wijze Vrouw. Het verzamelen van kruiden is een ritueel dat vrouwen verbindt met hun intuïtie, hun cyclus en de aarde. Kruiden zoals vrouwenmantel, bijvoet en passiebloem versterken deze symboliek en brengen heling op zowel fysiek als spiritueel niveau.
Met zorg stellen zij de kruidwis samen. De graansoorten, zoals tarwe en rogge, symboliseren de cyclus van leven en wedergeboorte. Helende kruiden zoals duizendblad en kamille representeren de zorgende hand van de natuur. Beschermende kruiden zoals bijvoet en brandnetel worden gebruikt om te zuiveren en het huis te beschermen. Soms voegen ze vijf kruiden toe die samen de naam M-A-R-I-A vormen, een stille hulde aan de Moederlijke bescherming die alles omvat.
Bij het plukken wordt vaak een spreuk gefluisterd, een intentie uitgesproken:
“Met dank aan zon en aarde groot, breng jij bescherming, leven en brood.”
Deze bundel, zorgvuldig samengesteld door vrouwenhanden, symboliseert de vrouwelijke wijsheid en zorg die het gezin en de gemeenschap beschermen.
De zegening, kerstening en het levende erfgoed
Wanneer de kruidwis is samengesteld, wordt hij meegenomen naar de kerk. De geur van de kruiden vult de ruimte, als een zucht van de aarde die de hemel bereikt. Tijdens de Hoogmis wordt de kruidwis gezegend, en in die zegen versmelt de menselijke dankbaarheid met de spirituele belofte van bescherming.
Hoewel de oorsprong van de kruidwis ligt in prechristelijke rituelen, werd deze traditie later door de kerk opgenomen. De zegening op Maria-Hemelvaart werd verbonden met het verhaal dat het graf van Maria, na haar hemelvaart, gevuld was met geurende bloemen en kruiden. Zo ontstond een brug tussen oude natuurverering en christelijke symboliek.
Na de zegening keert de kruidwis terug naar de wereld, maar nu met een nieuwe kracht. Hij wordt opgehangen boven de voordeur, in de stal, op zolder of zelfs boven het wiegje van een pasgeborene. Hij beschermt tegen ziekte, bliksem, onheil en veeziekten. Bij onweer werd soms een takje op het vuur gegooid terwijl men bad tot Sint Donatus, de patroonheilige van het onweer.
De kruidwis is geen statisch object, maar een levende kalender die de seizoenen weerspiegelt. De frisse geur van de zomer wordt langzaam vervangen door de aardse geur van gedroogde kruiden, en de felle kleuren vervagen. De gedroogde kruiden kunnen later in de winter worden gebruikt als medicijn, waardoor de kracht van de zomer behouden blijft.
En zelfs aan het einde van zijn cyclus, wanneer het nieuwe jaar nadert, is de kruidwis nog niet nutteloos. Oude kruidwissen werden vaak verbrand om de as over de velden uit te strooien, als een laatste gebaar van dankbaarheid en om de voedende krachten van de aarde terug te geven. De kruidwis is zo een tastbaar bewijs dat de bescherming en zorg van de moederfiguur altijd aanwezig is en de cirkel van leven, dood en wedergeboorte symboliseert.