Eind mei en begin juni gingen we in het Brugs begijnhof op zoek naar wilde orchideeën. Dat men daarbij geduldig en voorzichtig tewerk moet gaan moge duidelijk zijn. Maar ons geduld werd beloond. Mocht u naar aanleiding van dit artikel de locatie willen bezoeken: de …
Onlangs mocht ik – op uitdrukkelijke vraag van de bewoonsters zelf – een plantenwandeling begeleiden in en rond het Brugse begijnhof. Het doel was eenvoudig, althans op papier: in anderhalf uur tijd kennis maken met een reeks planten die daar al jaren rustig hun eigen …
Wilde orchideeën zie je niet meteen als typische stadsplanten. In een drukke winkelstraat hoef je er alvast niet naar te zoeken. En toch — tot mijn eigen verbazing — vond ik vier van de vijf hier besproken soorten midden in de Brugse stadskern. De vijfde ontdekte ik net buiten de stadsomwalling.
Orchideeën behoren tot de meest mysterieuze en zeldzame planten van onze flora. Ze zijn kieskeurig: ze verlangen schrale, kalkrijke bodems en een rustige omgeving, liefst zonder al te veel menselijke ingrepen. Niet bepaald het profiel van een stadsomgeving. Maar juist op vergeten plekken – zoals oude spoorwegdijken, braakliggende terreinen of zonnige bermen – kunnen ze onverwacht opduiken. Daar vinden ze soms precies wat ze nodig hebben: voedselarme grond, veel licht en weinig verstoring.
Hun verschijning in de stad blijft zeldzaam, maar tegelijk hoopgevend. Ze bewijzen dat zelfs tussen steen en asfalt ruimte kan zijn voor kwetsbare biodiversiteit. Als we onze stadsnatuur met wat meer aandacht beheren, niet te veel maaien en spontane groei durven toelaten, kunnen ook deze bijzondere planten een plek vinden – stil en onopvallend, maar wonderlijk aanwezig.
Welriekende nachtorchis x Bergnachtorchis
bergnachtorchis (Platanthera chlorantha)
De welriekende nachtorchis (Platanthera bifolia) en de bergnachtorchis (Platanthera chlorantha) lijken op het eerste gezicht sterk op elkaar, maar er is één opvallend verschil waarmee je ze vrij betrouwbaar uit elkaar kunt houden: de stand van de stuifmeelklompjes, ofwel pollinia.
Bij de welriekende nachtorchis staan deze klompjes dicht bij elkaar, bijna parallel, recht naar beneden gericht. Bij de bergnachtorchis daarentegen staan ze duidelijk uit elkaar in een V-vorm. Dit verschil heeft te maken met de manier waarop de bloemen worden bestoven: bij de welriekende nachtorchis raakt de vlinder met zijn tong het stuifmeel in het midden van de bloem, terwijl bij de bergnachtorchis het stuifmeel aan weerszijden van de kop terechtkomt.
Om die reden gaan we ervan uit dat het hier de bergnachtorchis betreft.
Daarnaast zijn er nog subtiele verschillen. De welriekende nachtorchis verspreidt vooral ’s avonds en ’s nachts een sterke geur om nachtvlinders aan te trekken.
Bijenorchis (Ophrys apifera)
Bijenorchis (Ophrys apifera)
De bijenorchis is één van de meest bijzondere wilde orchideeën in onze streken. Haar bloemen bootsen perfect het uiterlijk en zelfs de geur na van een vrouwelijke bij. Daarmee probeert ze mannelijke bijen te verleiden tot ‘schijnparing’, waardoor stuifmeel wordt overgedragen. In onze contreien gebeurt dit echter zelden; de plant bestuift zich meestal zelf. De bijenorchis houdt van zonnige, voedselarme graslanden en duikt soms verrassend op in steden, op braakliggende terreinen of bermen. Door haar exotisch ogende bloem en slimme strategie spreekt ze tot de verbeelding. Wie haar in het wild vindt, ontdekt een klein wonder van evolutie – zeldzaam, kwetsbaar, maar onvergetelijk.
Gevonden in de buurt van de Brugse stadsring.
Grote keverorchis (Neottia ovata)
Grote keverorchis (Neottia ovata)
De brede keverorchis is een onopvallende, maar fascinerende wilde orchidee. Haar groenige bloemen missen de opvallende kleuren van andere soorten, maar wie goed kijkt, ontdekt een subtiele schoonheid. Ze groeit op uiteenlopende bodems, van loofbossen tot wegbermen, en is minder kieskeurig dan veel andere orchideeën. De plant leeft in symbiose met bodemschimmels, wat haar sterk afhankelijk maakt van haar omgeving. In bloei — van mei tot juli — vormt ze een slanke aar met tientallen kleine bloempjes. Hoewel ze niet zeldzaam is, wordt ze vaak over het hoofd gezien. Toch is de brede keverorchis een stille getuige van hoe verfijnd en verborgen onze inheemse flora kan zijn.
De gevlekte orchis is een elegante wilde orchidee die opvalt door haar slanke bloeiwijze en de donker gevlekte bladeren, waaraan ze haar naam dankt. De bloemen variëren van lichtroze tot paars en zijn vaak fraai getekend met streepjes en stipjes. Ze groeit op vochtige, zure bodems in graslanden, heide en open bosranden. Hoewel ze niet uiterst zeldzaam is, is haar leefgebied in Vlaanderen sterk achteruitgegaan. De gevlekte orchis bloeit van mei tot juli en is een subtiele maar sierlijke verschijning. Wie haar tegenkomt, herkent meteen de delicate schoonheid van onze inheemse flora.
Deze soort vond ik in de Brugse rand te Sint-Andries. Omdat ik evenwel geen duidelijke foto heb kunnen nemen gebruikte ik voor dit artikel een foto van Wikimedia. <https://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0>, via Wikimedia Commons
Bosorchis (Dactylorhiza fuchsii)
Bosorchis (Dactylorhiza fuchsii) ??
De bosorchis is een sierlijke wilde orchidee met slanke bloeiwijzen vol zachtroze tot lila bloemen, vaak voorzien van fijne paarse lijntjes en stipjes. Haar smalle bladeren zijn meestal gevlekt, wat haar helpt te onderscheiden van andere orchideeën. Ze groeit op voedselarme, kalkrijke bodems in graslanden, bosranden en wegbermen, en bloeit van juni tot juli. Hoewel ze in Vlaanderen vrij zeldzaam is, duikt ze soms op in onverwachte hoeken van het landschap, zelfs in stedelijke zones met de juiste bodem. De bosorchis is een fijne vertegenwoordiger van onze inheemse flora, die met haar subtiele charme de aandacht trekt van wie met aandacht naar de natuur kijkt.
Het belangrijkste verschil tussen de gevlekte orchis en de bosorchis zit in de vorm van de lip, het onderste deel van de bloem.
Bij de gevlekte orchis is die lip breed, afgerond en nauwelijks ingesneden – vaak bijna rond van vorm. De bosorchis daarentegen heeft een duidelijke driedelige lip, met een opvallend smalle middenlob die naar voren uitsteekt.
Beide soorten hebben vaak gevlekte bladeren, maar de bosorchis groeit meestal op drogere, kalkrijke bodems, terwijl de gevlekte orchis eerder vochtige, zure plekken verkiest.
Wie het verschil wil zien, kijkt dus best naar de bloem zelf: de lip verraadt welke orchidee je voor je hebt. Al geef ik toe dat het verschil – ook door mij – vaak moeilijk te zien is.
Zondag 16 juni In de stenen jungle van de stad, waar gebouwen de hemel lijken te strelen en auto’s als constante stromen door de straten razen, huist een verborgen schat die vaak over het hoofd wordt gezien: de planten die moedig opduiken tussen de kieren …
Onlangs stuitte ik op een adembenemende ontdekking midden in het groene hart van Brugge: een zeldzame wilde orchidee, verscholen in het gras. Een magisch moment, maar de identiteit van deze mysterieuze schoonheid bleef aanvankelijk een raadsel. Was het de bergnachtorchis of toch de welriekende nachtorchis? …
Onlangs vond ik in een grasveld in hartje Brugge een prachtige, zeldzame wilde orchidee. We konden niet onmiddellijk uitmaken of het dan wel om de bergnachtorchis dan wel om de welriekende nachtorchis ging, want beide soorten lijken zeer goed op elkaar.
Een beetje opzoekingswerk thuis bracht uitsluitsel.
De bergnachtorchis (Platanthera chlorantha) is het tweelingbroertje van de welriekende nachtorchis (Platanthera bifolia ). De bleekwitte bloemen zijn erg elegant gebouwd en lijken op een engelfiguur. Vooral door de lange lip en het lange spoor heeft de bloem prachtige lijnen. De lange bloemlip heeft vaak een verloop van wit naar bleek groen.
Het onderscheid met de bergnachtorchis is eigenlijk vrij eenvoudig. De hele bloem lijkt ongelofelijk veel op elkaar, maar binnen in de bloem zit een duidelijk verschil. De helmhokjes (de bruinige streepjes in de bloem) lopen bij de welriekende nachtorchis evenwijdig aan elkaar. Bij de bergnachtorchis staan ze bovenaan veel dichter bij elkaar dan onderaan en een handig ezelsbruggetje is dat ze de onderkant van een berg vormen. De helmhokjes treden naar beneden dus uit elkaar, zijn meest boogvormig gekromd.
Bergnachtorchis
Afgaande op dit kenmerk besluiten wij dus dat het wel degelijk gaat om de bergnachtorchis.In Vlaanderen is de bergnachtorchis zéér zeldzaam!
Als een gevolg van haar standplaatsvereisten is bergnachtorchis in Vlaanderen steeds beperkt gebleven tot de Leemstreek en de Voerstreek. Het is een uiterst zeldzame soort. Het is dus een unicim dat zo’n plant in hartje Brugge aangetroffen wordt. Een zeer merkwaardige vondst.
Grote keverorchis
Grote keverorchis
De Grote keverorchis is ook te vinden in hartje Brugge, maar ik vertel er niet bij waar precies.
De grote keverorchis is een plant uit de orchideeënfamilie. Tot voor kort was de classificatie van deze soort in het genus Listera algemeen aanvaard. Typische vindplaatsen zijn vochtige loofbossen en grazige plekken elders. De verwante kleine keverorchis (Neottia cordata) komt in naaldbossen voor. Opvallend zijn de tegenoverstaande bladeren aan de voet van de stengel.
Het meest opvallende aan de Grote keverorchis is zijn onopvallendheid. De bloem is geelgroen en hij valt nauwelijks op tussen het groene gras. De groene lip hangt omlaag en is in twee delen gespleten tot ongeveer de helft. De keverorchis produceert feromonen (sexlokstoffen) die kevers aantrekken maar ook wespen. Op deze manier zorgt de plant ervoor dat het stuifmeel verspreid wordt. De Grote keverorchis wordt door een scala aan insecten bestoven. Vooral de sluipwespen (Ichneumonidae) en kevers zijn goede bestuivers. In Vlaanderen is deze orchidee vrij zeldzaam. Hij komt het meest voor in de duinen, de Voerstreek en de Leemstreek.