Wie in de late winter of het vroege voorjaar aandachtig naar het voetpad kijkt, ontdekt soms een klein maar verrassend levenskrachtig plantje dat zich vlak tegen de huisgevel nestelt. Het is de kleine veldkers (Cardamine hirsuta), een bescheiden kruid dat zich nauwelijks tien tot twintig centimeter hoog …
Wanneer de winter nog aarzelend over het land hangt en de meeste planten zich stilhouden in de koude aarde, is er één kleine voorbode van het nieuwe seizoen die zich al moedig toont. De kleine veldkers (Cardamine hirsuta) behoort tot de allervroegste groeiers: nog vóór …
Toen ik onlangs aan het grasduinen was voor mijn nieuwe Facebookpagina “De Kruidenfluisteraar”, stootte ik op een intrigerend weetje: gewone kamille zou één van de “negenkruiden” zijn. De wat…? Mijn aandacht was meteen gewekt. Wat waren die mysterieuze negen?
Nieuwsgierig dook ik dieper in de wortels van dit verhaal — en belandde al snel in een duizend jaar oud handschrift vol spreuken, remedies en rituele formules: de “Nigon Wyrta Galdor“, ofwel de “Nine Herbs Charm”. Een magische tekst uit het Angelsaksische Engeland, waarin negen planten worden aangeroepen om ziekte, vergif en kwade invloeden te verdrijven. Een bezwering zo oud als de vroege middeleeuwen — en toch nog altijd krachtig genoeg om de moderne lezer te betoveren…
Benieuwd welke kruiden naast kamille in deze magische negen stonden? En wat ze betekenen voor ons vandaag? Lees verder — en laat je meevoeren naar een wereld waar planten spreken, en woorden genezen.
Het lacnunga handschrift
Ver weg in de nevels van het Angelsaksische verleden, ergens in de tiende eeuw of begin elfde eeuw, werd een betoverend kruidenlied opgetekend in een manuscript dat vandaag bekendstaat als het “Lacnunga” – een collectie van magische spreuken, medische recepten en heidens-christelijke genezingsformules. Onder de teksten in dit boek schittert één bijzonder gedicht: de “Nigon Wyrta Galdor”, ofwel de Betovering van de Negen Kruiden.
Het is een lied, een bezwering, een ritueel en een recept tegelijk. Het mengt Oudengels met magisch denken, geneeskunst met godenverhalen, en wortelt diep in zowel voorchristelijke als christelijke tradities. In dit bezweringslied roept de spreker de kracht aan van negen heilige planten – ieder met een eigen stem, kracht en karakter – om ziekte, vergif en geestelijke kwelling te verdrijven.
De “Nine Herbs Charm” blijft tot de verbeelding spreken, eeuwen nadat een anonieme schrijver de tekst neerschreef. Deze tekst, opgenomen in codex MS Harley 585 (folio’s 160r tot 163v), wordt bewaard in de British Library en werd in de 19de e eeuw voor het eerst zo genoemd door Cockayne (1864–1866).
Nota: De kruidennamen blijven tot vandaag onderwerp van debat – hun exacte naam en/of betekenis is even mysterieus als de tekst zelf. Diverse bronnen geven een andere identificatie. (Zie verder)
Hoe oud is het?
De tekst werd rond het jaar 1000 opgeschreven, maar de inhoud is mogelijk veel ouder, geworteld in mondelinge traditie. Er worden sporen van Germaanse mythologie in gevonden – de god “Wōden” (Oudengelse vorm van Odin) verschijnt in het lied als helende figuur, die met magische twijgen het gif van een slang verslaat. Tegelijk is er ook sprake van christelijke elementen, zoals het gebruik van kruisen, heilig water en zegenende woorden.
De Nine Herbs Charm is dus geen puur medische tekst, maar een rituele genezingsformule: woorden die niet alleen een ziekte beschrijven, maar haar bezweren, onderdrukken en transformeren.
Welke negen kruiden worden bezongen?
De exacte identificatie is niet in steen gebeiteld. De Oudengelse namen geven ons richting, maar geen zekerheid. Toch hebben generaties van kruidkundigen, taalkundigen en rituelenzoekers zich gewaagd aan een vertaling. Sommige bronnen geven een andere reeks namen. Van deze vijf kruiden zijn we vrij zeker: bijvoet, weegbree, brandnetel, duizendblad en kamille. Over de andere vier bestaat geen consensus, vooral wat betreft de precieze soort (bijvoorbeeld venkel, betonie, alant en waterkers).
(Bron: British Library Harley MS 585)
Mucgwyrt – Bijvoet (Artemisia vulgaris) Bijvoet is de eerste en meest eerbiedwaardige plant in de bezwering. Ze werd beschouwd als een beschermend kruid, dat vrouwen, reizigers en zieken tegen boze invloeden behoedde.
Attorlaðe – Weegbree (Plantago major) De naam betekent letterlijk ‘gif-verdrijver’. Weegbree was beroemd om haar wondhelende werking en werd gebruikt tegen beten, zweren en vergiftiging. Ze wordt in de tekst aangesproken als een machtige genezeres.
Stune – Waterkers (Nasturtium officinale) of veldkers (Cardamine spp.) Een pittig, scherp kruid dat waarschijnlijk werd ingezet tegen ontstekingen. De exacte soort is niet helemaal zeker, maar het gaat duidelijk om een scherp smakende, geneeskrachtige plant.
Wergulu – Brandnetel (Urtica dioica) Brandnetel komt voor in heel Europa en werd in de volksgeneeskunde gebruikt tegen reuma, koorts en huidklachten. In de bezwering staat ze symbool voor zuiverende kracht en bescherming.
Mægðe – Kamille (Matricaria chamomilla of Anthemis nobilis) Kamille is kalmerend, verzachtend en ontstekingsremmend. Al in de oudheid werd ze gewaardeerd om haar werking op maag, zenuwen en huid.
Gearwe – Duizendblad (Achillea millefolium) Deze plant is bloedstelpend en herstellend. Volgens de mythologie zou Achilles hem hebben gebruikt om wonden van soldaten te helen — en dat sluit perfect aan bij haar rol in de bezwering.
Fille (Finule) – Venkel (Foeniculum vulgare) Venkel werd vooral ingezet tegen indigestie, krampen en ademhalingsproblemen. Ook zou ze bescherming bieden tegen het boze oog.
Eolone – Waarschijnlijk alant (Inula helenium) Dit is de minst zekere identificatie. Alant werd gebruikt tegen hoest, longziekten en spijsverteringsproblemen. In de tekst is haar naam duidelijk aanwezig, maar de exacte soort blijft onderwerp van discussie.
Betonica – Betonie (Stachys officinalis) Betonie was al bij de Romeinen een geliefd geneeskruid. Ze gold als krachtig middel tegen hoofdpijn, angst, boze dromen en geestelijke onrust.
Wat maakt deze tekst zo bijzonder?
De Nine Herbs Charm is uniek omdat het geen puur medisch voorschrift is, maar een levend ritueel. De kruiden worden niet louter genoemd, ze worden aangesproken, opgeroepen, geprezen. Ze hebben een ziel, een persoonlijkheid, een rol in het grote web van genezing. De woorden zijn bedoeld om uitgesproken te worden, met overtuiging en eerbied. Precies wat een ‘kruidenfluisteraar’ hoort te doen.
Het is een bezwering die het lichaam, de geest en de wereld tegelijk aanspreekt – en misschien daarom vandaag nog zo aanspreekt. In een tijd waarin veel mensen opnieuw zoeken naar verbondenheid met natuur, ritueel en heling, spreken de woorden van dit duizend jaar oude lied nog steeds tot de verbeelding.
De kruidenfluisteraar spreekt…
We deden zelf een poging om de tekst een eigentijdse hertaling (interpretatie) te geven, die ritueel kan worden uitgesproken.
“Ik ben de Fluisteraar van de Kruiden. Ik spreek met de taal die nog leeft in wortels en wind. Negen zijt gij, helpers van het hart, wachters van het lichaam. Oud zijt gij, krachtig, levend. Kom nu, sta op, laat uw stem klinken.
Bijvoet, wachter van de wegen, zwerver tussen droom en werkelijkheid. Bescherm mij waar ik ga, zuiver mijn geest, bevrijd mijn pad. Ik fluister jouw naam… Mucgwyrt.
Weegbree, sterke beschermer, tegen het vergif dat door de wereld zweeft. Jij bent de hoogste onder de kruiden, van het geslacht der planten. Geboren om het gif te weerstaan, om te waken tegen het naderend kwaad en boze machten af te weren. Ik fluister jouw naam… Attorlaðe.
Waterkers, krachtig, scherp van geur, brengt genezing en verdrijft het gevaar. Bescherm mij tegen pijn en beten, een schild dat waakt en veilig houdt. Ik fluister jouw naam… Stune.
Brandnetel, wachter van vuur en ijzer, met stekende tong en gloeiend hart. Zuiver het bloed dat door mij stroomt, wek het slapende vuur in mijn wezen. Ik fluister jouw naam… Wergulu.
Kamille, gouden oog van de zon, fluister zacht tussen slaap en ziel. Spreid vrede over mijn dromen, sus het hart dat in stilte huilt. Ik fluister jouw naam… Mægðe.
Duizendblad, kracht van open velden, verzacht mijn pijn met milde kracht. Weef genezing door mijn wonden, breng licht waar duisternis heerst. Al is het lot bezegeld, brengt jouw kracht mij nieuwe moed. Ik fluister jouw naam… Gearwe.
Venkel, helderziende in het veld, scherp mijn oog, mijn geest en mijn weten. Leer mij wat waarachtig is, wees mijn gids, zodat ik met vertrouwen verder ga. Ik fluister jouw naam… Finule.
Alant, wortel van kracht en genezing, je brengt adem aan benauwde longen, verlicht de hoest en kalmeert de geest. Ook als het lot zwaar drukt op ons leven, sta jij steeds klaar om te helen. Ik fluister jouw naam… Eolone.
Betonie, zachte beschermer van geest en hoofd, jij verdrijft angst en onrust. Ook als het lot onherroepelijk lijkt, blijf jij paraat, sterk en klaar. Met jouw kracht wordt de geest bevrijd, en verdrijf je alle zorgen. Ik fluister jouw naam… Betonie.
Negen zijt gij, nu wakker en nabij. Uw geur hangt in de lucht, uw kracht in mijn bloed. Wodan sprak tot u in de wind, Ik fluister u toe met adem en aandacht: Blijf bij mij! Wees mij een metgezel, Op mijn pad van genezing en inzicht.”
Zodra de zon zich zo uitbundig laat zien als de voorbije dagen, lijkt de natuur haast te jubelen van vreugde. Alles komt in beweging: kruiden schieten als pijlen uit de grond en vroege bloeiers toveren van de ene dag op de andere een levend palet …
Op 20 maart is het zover: de astronomische lente breekt aan en de natuur ontwaakt uit haar winterse sluimer! Het begin van de lente markeert meer dan alleen een verandering in het weer. Het is een seizoen van vernieuwing, van hoop en van hernieuwde energie. …
Van april af ondergaat de natuur een majestueuze transformatie, waarbij de groeispurt van stedelijke flora ons haast de adem beneemt. Komende lente en zomer zullen we ons regelmatig wagen aan een safari in de stad, een avontuurlijke reis door de jungle van steen en beton. Hoewel we in uitgebreide artikelen de diversiteit van elke plant bespreken, laten we hier slechts een glimp zien van onze ontdekkingen door middel van een – hopelijk indrukwekkend – fotoverslag. Durf jij deze expeditie aan?
Klik op de foto’s om een groter formaat te bekijken, en keer terug naar deze pagina door linksboven op < te klikken.
Stinkende gouwe – Chelidonium majus
Stinkende gouwe – Chelidonium majus
Stinkende gouwe Chelidonium majus heeft een onaangename geur en bevat een oranjegeel melksap, dat uit iedere verwonding te voorschijn komt. Stinkende gouwe is moeilijk met andere planten te verwarren, zelfs niet vegetatief. Het oranjegele melksap en de geur verraadt in ieder stadium de identiteit van de plant.
Brandnetel
Brandnetel (Urtica)
Wie dacht dat de brandnetel niet in volle stadscentrum voorkomt heeft het mis. Dit exemplaar vond ik in hartje Brugge. Brandnetel (Urtica) is een plantengeslacht, waarvan in Nederland en België de grote brandnetel (Urtica dioica) en de kleine brandnetel (Urtica urens) voorkomen.
Gewoon muursterretje
Gewoon muursterretje (Tortula muralis)
Het gewoon muursterretje is een mos dat in de stad vooral voorkomt op oude muren, kademuren, bruggen, beton enz…De plant komt op muren en stenen in de stedelijke omgeving over de hele wereld voor. Het mos vormt ongeveer 5 cm hoge kussentjes. In vochtige toestand is het geelgroen, maar droog zijn de bladeren zwartachtig van kleur. Door de lange witte haren en de spitse bladeren hebben de kussentjes dan een zwartgrijze kleur. De plant onderscheidt zich van de eveneens veel voorkomende gewoon muisjesmos (Grimmia pulvinata) door de langere seta (vruchtsteel) met een geelgroene kleur.
Kleine veldkers (Cardamine hirsuta)
Kleine veldkers (Cardamine hirsuta)
De kleine veldkers (Cardamine hirsuta) is een eenjarige plant uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae). De planten zijn meestal groen, maar kunnen ook paars gekleurd zijn. Kleine veldkers is een vergeten wintergroente die veel vitaminen bevat. Het blad heeft een peperige smaak en kan worden gebruik in salades, in stamppot en als broodbeleg. Lees meer over de kleine veldkers: klik hier
Klimopereprijs (Veronica hederifolia)
De klimopereprijs (Veronica hederifolia), ook bekend als klimopbladereprijs, is een kleine, eenjarige plant met bloempjes in lichtblauw tot lila, slechts enkele millimeters groot. Op de kroonblaadjes zijn donkere streepjes te zien. Deze plant bloeit vroeg in het jaar, meestal in maart en april, in West-Europa. De bloemen groeien individueel en de stengels ontspringen vanuit de bladoksels. Zowel de botanische naam als de Nederlandse naam verwijzen naar de vorm van de bladeren, die lijken op die van klimop (Hedera helix), met handvormige gelobde bladen en een grotere lob in het midden. De bladeren zijn rond aan de basis. Over het algemeen gaat de plant in de zomer al snel achteruit.
Klimopereprijs (Veronica hederifolia)
Muurleeuwenbek (Cymbalaria muralis)
Muurleeuwenbek (Cymbalaria muralis
De muurleeuwenbek (Cymbalaria muralis; synoniem: Linaria cymbalaria) behoort tot de weegbreefamilie (Plantaginaceae). Het is een plant die jaar na jaar terugkomt, met stengels die hangen of soms kruipen en tot 60 cm lang kunnen worden. De bladeren lijken op die van klimop, zijn enigszins vlezig, en hebben drie tot zeven lobben. De aparte bloemen zijn lichtpaars of licht violet van kleur en hebben twee lichtgele vlekjes. Deze bloemen zijn symmetrisch van beide zijden en zijn 0,8-1 cm breed. Ze groeien op lange stengels in de bladoksels. Muurleeuwenbek bloeit van begin april tot september.
He bloempje van de muurleeuwenbek heeft twee lichtgele vlekjes
We hadden het in een vorige bijdrage al over deze typische muurplant. Zie: https://www.stadsplanten.be/muurleeuwenbek-cymbalaria-muralis/
Tuinwolfsmelk (Euphorbia peplus)
Tuinwolfsmelk (Euphorbia peplus)
Tuinwolfsmelk (Euphorbia peplus) is een eenjarige plant uit de wolfsmelkfamilie (Euphorbiaceae). De soort komt van nature voor in Midden-Europa en het Middellandse Zeegebied en is van daaruit over de hele wereld verspreid.
De planten van de Wolfsmelk-familie waren al ver voor onze jaartelling bekend in zowel Griekenland als China waar ze geneeskundig werden gebruikt. Bepaalde vormen van huidkanker (niet-melanoom) schijnen te genezen te zijn door een korte behandeling met sap van tuinwolfsmelk, maar dit is nog in een experimentele fase en is op slechts 36 patiënten getest. (Bron: Wikipedia)
Vogelmuur (Stellaria media)
Vogelmuur (Stellaria media)
Vogelmuur (Stellaria media) is een lage, eenjarige plant uit de anjerfamilie (Caryophyllaceae). De bloeitijd loopt van januari tot december met een piek in het voorjaar. Vogelmuur is ook makkelijk te herkennen aan de kleine witte bloemen die het gehele jaar zichtbaar zijn. De bloemen staan breed open en doen denken aan een soort ster. De botanische naam Stellaria komt dan ook van het Latijnse stella, wat ster betekent.
Over vogelmuur hadden we het onlangs uitgebreid: Klik hier
Zandraket (Arabidopsis thaliana)
Zandraket (Arabidopsis thaliana)
Zandraket (Arabidopsis thaliana) is een eenjarige plant uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae). Het aantal chromosomen in een diploide cel is 10 (2n = 10). De soort wordt veel gebruikt voor genetisch onderzoek. Het was de eerste plant waar het gehele genoom van is ontrafeld.
Over de zandraket hadden we het al eerder. Klik hier.
Klein glaskruid (Parietaria judaica)
Klein glaskruid (Parietaria judaica)
Klein glaskruid (Parietaria judaica) is een vaste plant die behoort tot de brandnetelfamilie (Urticaceae). In Brugge komt deze plant overal in de stad op muren, kademuren en tegen de gevesl op het voetpad voor. Momenteel bloeit de plant met minuscule bloempjes. Je moet echt een plantenloep gebruiken om ze te kunnen zien.
Klein glaskruid verschilt van groot glaskruid (Parietaria officinalis) door de niet-holle stengel.
Over klein glaskruid hadden we het reeds eerder. Klik hier!
Bronnen en meer informatie
Alle informatie is te vinden op Wikipedia en op deze website.
Momenteel vind je in nagenoeg elk straatje de kleine veldkers (Cardamine hirsuta); hetzij langs een gevelrij, in de straatgoot of in een (wat verwilderd) plantsoentje. Vandaag had ik wel erg veel geluk, want op een stukje braakliggend land stond een hele vegetatie van de kleine …
In de stadsjungle vind je momenteel één van de verborgen juwelen van de natuur: de “Kleine veldkers”. Dit kleine stoepplantje staat trots in bloei, tegen oude historische gevelmuren, in plantsoenen, in straatgoten en tussen de kieren van oude muren. De kleine veldkers, wetenschappelijk bekend als …
Al in december beginnen de bladrozetjes van de Kleine veldkers (Cardamine hirsuta) stiekem op te duiken. Het zaadje, dat al in de winter begint te kriebelen, heeft zo’n haast dat het soms al in december tevoorschijn piept. Alsof het niet kon wachten om de wereld te laten weten: “Hallo, hier ben ik!”
En ja hoor, de naam zegt eigenlijk alles. Dit plantje is klein en het voelt zich prima op z’n gemak op open ruderale plekken, in veldjes, en zelfs in chique moestuintjes. Maar ook in de stad is het een onbezorgde avonturier. Je kunt het aantreffen in gazons, tegen oude muren en zelfs tussen de plaveien van trottoirs. Het is zo’n ongecompliceerde gast dat het zelfs een plekje kiest waar je buurman zijn viervoeter even laat pauzeren. Een ‘hondenpoepstraatje’ zoals ik het liefkozend noem.
Even proeven?
Als je ooit in de verleiding komt om een hapje te nemen – hoewel ik je niet aanmoedig om het te proberen in dat ‘hondenpoepstraatje’ – zul je meteen begrijpen waarom het de naam “kers” draagt. Als je eerder waterkers of tuinkers hebt geproefd, herken je meteen die pittige smaak. Ze zijn tenslotte familie, behorend tot de ‘Kruisbloemenfamilie,’ ook wel bekend als de familie met een scherp randje. Zwarte mosterd, chinese kool en brocolli en spruitjes … het zijn allemaal neven en nichtjes.
Vitaminebom
Wanneer ik in de stad een plant fotografeer, komt er weleens een nieuwsgierige voorbijganger langs die me vraagt of het eetbaar is. Bij de kleine veldkers kan ik dan altijd – met enige zelfingenomenheid om al mijn diepzinnige wijsheid – zeggen: “Natuurlijk, neem een hapje!” En dan, bam, verrassing! Het laatste deel van de naam, ‘kers,’ komt eigenlijk uit het oud-Germaans en betekent ‘lekkernij.’ Dus, dit plantje was vroeger een ware traktatie. En terecht! Dit plantje bevat vitamine A, C (vooral in de bladeren) en D. Daarnaast bevat het ook de volgende voedingstoffen: calcium, ijzer, magnesium, bètacaroteen, diverse antioxidanten en zwavel.
De natuur heeft echt overal aan gedacht. Dus, voor diegenen die de Kleine veldkers tot nu toe als onkruid beschouwden… trek het eruit en knabbel wat! Maar laten we het wel gezellig houden, alles met mate!
De hauwtjes van de kleine veldkers
Naamgeving
De wetenschappelijke benaming Cardamine vindt zijn oorsprong in het Griekse “cardamine” of “cardemon,” wat ‘een naar kardemom smakende plant’ betekent (kardemom is een plant uit de gemberfamilie). Alternatief kan Cardamine afgeleid zijn van het Griekse “Cardis” (hart) en “Damao” (temperen of verzachten). In de traditionle kruidengeneeskunde werd dit kruid gebruikt bij hartkwalen of om pijn te verzachten. Het woord “hirsuta” betekent ruwharig. Dit lijkt op het eerste gezicht misschien verrassend, gezien de plant een bijna kale uitstraling heeft. Echter, bij nadere inspectie met een plantenloepje of macrolens wordt duidelijk dat de onderste bladeren wel degelijk harig zijn, zoals te zien is op de bijgevoegde foto.
In het Engels heet de plant trouwens Hairy Bitter-cress, en in het Frans Cardamine hérissée. Dit betekent “harige cardamine”. De Duitse naam is Behaartes Schaumkraut, wat te vertalen valt als Behaard schuimkruid.
De haartjes op de onderste blaadjes
Kenmerken
Kleine veldkers draagt vruchten die men ‘hauwen’ noemt. Als de hauw rijp is, springt ze open waarbij de twee kleppen van beneden naar boven snel oprollen, waardoor de zaden weggeschoten worden. Ze kunnen wel 1 meter ver springen.
Culinair
De Kleine veldkers wordt vaak bestempeld als onkruid, maar geloof me, het is net zo smakelijk als je favoriete tuinkers! Dus, voordat je het met wortel en al uit je tuin rukt, overweeg eens om het te oogsten! De bladeren en bloemen van de Kleine veldkers hebben een pittige smaak, vergelijkbaar met tuinkers. Gooi ze in salades, gebruik ze als chique garnering, op een stukje brood, of zelfs door je kruidenboter.
Februari en begin maart zijn de maanden waarin de kleine veldkers op zijn lekkerst is, nog voordat hij zijn bloemetjes laat zien. Voeg deze groene gast toe aan je salades voor een extra kick. En oh, die milde, peperige smaak? Perfect maatje voor roomkaas. Dus voordat je de Kleine veldkers afschrijft als “alleen maar onkruid,” geef het een kans op je bord. Je smaakpapillen zullen je bedanken.
Laat me je vertellen over de magische transformatie van die bescheiden Kleine veldkers! Je kunt er bijvoorbeeld een sensationele pesto mee maken: neem een bosje van het kruid, voeg een teentje knoflook toe (of gooi er een bolletje kraailook in als je je echt avontuurlijk voelt), geroosterde pijnboompitten voor die knapperige twist, een snufje zout om de boel wakker te schudden, en maal het geheel fijn als een chef. Als je jezelf wilt trakteren, gooi er dan ook wat kaas bij – want, laten we eerlijk zijn, alles is beter met kaas.
Maar dat is niet alles! Deze groene held kan ook schitteren in kruidenboter en zich comfortabel nestelen in roomkaas. Het is als een groene party in je mond, en de veldkers is de VIP-gast die alle smaakpapillen uitnodigt.
En laten we niet vergeten dat deze kleine veldkers ook een carrière als groente heeft! Kook ‘m kort, gooi ‘m in de wok, of laat ‘m even stomen. Het kan zelfs in de soep hoppen voor een verrassende cameo. Visgerechten zijn dol op een vleugje Kleine veldkers als smaakvolle sidekick. En alsof dat nog niet genoeg is, kun je ook gewoon lekker relaxen met een kopje kleine veldkers-thee. Een slokje, en je bent weer helemaal in balans met de natuur. Wie wist dat zo’n klein plantje zoveel culinaire avonturen kon beleven?
Kleine veldkers op de stoep in de stad
Medicinaal
Vroeger gebruikten mensen dit plantje als rauwkost tegen scheurbuik – ja, serieus, het zit vol met vitamine C! Het was als een kleine vitaminebom tegen scheurbuik, die die vervelende ontstekingen preventief op de vlucht joeg. En wist je dat het ook als een bloedzuiverende detox werkt? Perfect om die voorjaarsvermoeidheid te verslaan, of beter nog, te slim af te zijn.
Maar wacht, er is meer! De kleine veldkers was niet alleen een held tegen scheurbuik, maar ook een sidekick bij hartklachten en epilepsie. Alsof dat nog niet genoeg is, geeft dit kruidje je maag een oppepper. En omdat het ook nog eens chlorofyl in zijn zak heeft, zegt het ‘nee’ tegen ontstekingen nog voordat ze kunnen beginnen. Bloedzuiverend, ontstekingsremmend, en als klap op de vuurpijl, een voorjaarsbloeier die je eetlust een flinke boost geeft. Het is als een lentekuur voor je lichaam.
Dus daar heb je het, een klein plantje dat groots is in de keuken en de medicijnkast. Wie had gedacht dat zo’n mini-krachtpatser zoveel te bieden had?
Photoshoot
De foto’s veranderen om de vier seconden.
Kleine veldkers
Kleine veldkers
Wetenswaardig
Sinds de jaren zestig van de vorige eeuw heeft deze plant een invasie uitgevoerd van open terreinen. Doorgewinterde tuinexperts knikken instemmend en vinden allemaal unaniem dat deze plant vroeger in de tuin veel minder voorkwam. Het gerucht gaat dat de Kleine veldkers zich waarschijnlijk via een ‘straalstroom’ van zaden en planten vanuit chique tuincentra heeft verspreid. Alsof dat nog niet genoeg is, heeft de bodem ook een rol gespeeld. Door de toename van stikstof in de bodem, vanwege ‘overbemesting in de landbouw,’ heeft deze groene avonturier een extra duwtje in de rug gekregen. Het lijkt erop dat de Kleine veldkers zich gedraagt als een rockster van de plantenwereld, met een tourbus vol zaden en een entourage van stikstofrijke bodems.
Net als het merendeel van de Kruisbloemigen met kleine bloemen is Kleine veldkers vooral op zelfbestuiving aangewezen, aangezien insectenbezoek zeer gering is. Toch is het een waardplant voor het oranjetipje en Groot koolwitje.