Tussen stoeptegels, aan de voet van oude muren of op een dun laagje zandige aarde verschijnt soms een plantje dat zo klein is dat men er gemakkelijk overheen kijkt. Toch behoort het tot de dapperste lenteboden van onze flora: het kandelaartje. De botanische naam, Saxifraga tridactylites, …
Zodra de zon zich zo uitbundig laat zien als de voorbije dagen, lijkt de natuur haast te jubelen van vreugde. Alles komt in beweging: kruiden schieten als pijlen uit de grond en vroege bloeiers toveren van de ene dag op de andere een levend palet …
Tijdens mijn verkenningstocht door de betoverende straten van Brugge ontdekte ik een wereld die vaak over het hoofd wordt gezien – de mysterieuze levens die zich vastklampen aan de oude muren van de stad. Terwijl ik langzaam mijn weg baande door smalle steegjes en langs middeleeuwse kanalen, werd ik betoverd door de immense biodiversiteit die deze muren herbergen. Elk stukje steen leek een eigen verhaal te vertellen.
Langs de kanten van de gevels kropen delicate groene vingers van klimop, hun kronkelende ranken als levenslijnen tussen de stenen, terwijl mos zachtjes fluisterde in de schaduwrijke hoekjes. De kleine bloempjes van het kandelaartje durfden hun hoofden uit te steken, een uitnodiging voor de voorbijgangers om even stil te staan en te genieten van hun eenvoudige schoonheid.
Zelfs de kleinste scheuren en kieren waren gevuld met een schat aan leven. Minuscule mosplantjes vonden hun weg naar het licht, terwijl insecten en kleine diertjes een thuis vonden in deze kleine oases van groen te midden van het stedelijke landschap.
In deze ogenschijnlijk versteende stadsomgeving vond ik een onverwachte rijkdom aan leven en schoonheid. Het was een herinnering aan de veerkracht van de natuur, die zelfs in de meest onwaarschijnlijke hoekjes een plekje weet te veroveren en te gedijen. Ga je mee op tocht?
Een fotoverslag
Klik op de foto’s om een groter formaat te bekijken.
Tegen de muur van het Kantcentrum vond ik op nauwelijks een halve meter 7 verschillende soorten.
Steenbreekvaren, Moehringa, Stinkende gouwe, mos en korstmos spec. én een verborgen kandelaartje.
kandelaartje, mos en korstmos spec. op een muur in de Rolweg
Kluwenhoornbloem, liggende vetmuur, mos en korstmos spec. op een kademuur
Wat een onverwacht mooie Paasmaandag beleven we! De atmosfeer straalt puur lentegeluk uit en de weergoden spelen het spel mee. Terwijl de weersvoorspellingen dagenlang regen beloofden, blijven de dreigende buien op afstand en verwent de zon ons af en toe met haar stralen. Het is …
Terwijl ik vanochtend mijn vertrouwde route naar de plaatselijke bakker liep, werd mijn aandacht plotseling getrokken door een overvloed aan minuscule plantjes met witte bloempjes. Ik herkende het onmiddellijk want het is maart, en zoals verwacht heeft dit kleine wonderplantje zijn stempel gedrukt op het …
De afgelopen dagen hebben we ons laten betoveren door de vroege bloei van de ‘Vroegeling’. Maar vandaag is het tijd om de schijnwerpers te richten op zijn metgezel, het bescheiden kandelaartje. Dit kleine plantje wordt vaak over het hoofd gezien, maar wie de moeite neemt om het te observeren, zal ontdekken dat het een ware schat is.
Naamgeving
Het kandelaartje (Saxifraga tridactylites) is een plant uit de steenbreekfamilie. Saxifraga komt van het Latijnse saxum (rots) en frangere (breken). Veel soorten groeien in scheuren en spleten van muren, en men meende vroeger dat de planten het gesteente tijdens de groei had laten barsten. Kandelaartje is dus een kleine ‘steenbreekachtige’ die vroeg in het voorjaar bloeit. Tridactylites betekent ‘drievingerig’.
Kenmerken
Kenmerkend voor het kandelaartje zijn de vaak rood aangelopen, met klierhaartjes bedekte stengel en blaadjes. De witte bloempjes zijn maar enkele mm groot. De bloemen van kandelaartje blijven open, onafhankelijk of het een zonnige of een bewolkte dag is. Dit doen lang niet alle kleine planten.
De klierharen zijn op de foto’s goed te zien.
De blaadjes voelen vlezig aan. De onderste bladen zijn spatelvormig, niet gedeeld of drielobbig, en al vaak verwelkt tijdens de bloei. De bovenste bladen zijn handvormig met drie tot vijf lobben of spleten, maar ze kunnen ook niet gedeeld zijn. Vandaar: tridactylites.
De typische blaadjes met drie tot vijf lobben
De Nederlandse naam ‘kandelaartje’ heeft wellicht betrekking op de bloemkelkjes, die met enige fantasie, wel wat op een ouderwetse kandelaar lijken.
Voorkomen
KandelaartjeKandelaartjeKandelaartje
Het kandelaartje is inheems in een groot deel van Europa. Het plantje verkiest open zonnige plaatsen op droge en voedselarme gronden. Soms komt het ook massaal voor op spoorwegen zodat het een rode waas geeft over de stenen.
In het betoverende Brugge vind je het vaak gedrapeerd langs kademuren, zoals aan de schilderachtige Langerei, en op oude, doorleefde muren zoals die van de sfeervolle Rolweg. Maar laat je niet misleiden, ook elders in de stad onthult het zich graag, zich vastklampend aan gevels of stilletjes pronkend aan de rand van een parkeerzone.
Het is werkelijk fascinerend om eens op zoek te gaan naar het kandelaartje. Dit betoverende plantje is niet alleen te ontdekken langs spoorwegen, oude muren of op begraafplaatsen; het verrast je ook gewoon op de stoep, langs gevels, op de bestrating langs de kade en op oude muren. Een essentiële vereiste voor het kandelaartje is kalk in de grond. Daarom is het te vinden op oude muren, waar veel kalk in de metselspecie werd gebruikt.
Beschrijving
Het plantje wordt meestal slechts enkele centimeter hoog. De wortels kunnen tot 10 cm diep in de bodem groeien. De kleur kan variëren van groen tot vuurrood. Het plantje voelt kleverig aan door de aanwezigheid van klierharen.
Kandelaartje kiemt tegen de winter, maakt dan een bladrozet en bloeit in de lente, nu dus: van maart tot en met juni. Aan het begin van de zomer sterft het af. Een volgende generatie ontkiemt dan in de volgende herfst. Het plantje komt alleen voor op zonnige, open, droge en vooral kalkrijke plaatsen. Het kandelaartje zit vaak vol zand, dat blijft kleven aan de klierhaartjes waar hij mee bedekt is.
Bloei
Het kleine bloempje
Kandelaartje bloeit in de vroege lente. De witte bloemen zijn 2-4 mm groot en hebben 5 kelk- en kroonbladen. Het bloemsteeltje is veel langer dan de bloem.