In de reeks plantenverhalen vertellen we vandaag een waargebeurd verhaal: “Over het straatmadeliefje, een hongerige echtgenote en de 504 stappen naar de warme bakker.“ Deze ochtend stelde ik bij het opstaan vast dat de broodtrommel leeg was. Uit jarenlange ervaring weet ik wat dat betekent. …
In de lente-editie van Kruidentaal Magazine verscheen in maart 2026 een artikel van mij dat gewijd is aan de paardenbloem. Helemaal in de geest van de Nigon Wyrta Galdor (zie voetnoot 5) heb ik een gebedskaart voor de paardenbloem gemaakt, waarin haar kwaliteiten en rituele gebruiken tot …
Brugge mag dan wereldberoemd zijn om zijn chocolatiers, maar geloof me: de bakkers doen er niet voor onder. De beste van allemaal bevindt zich op welgeteld 420 stappen van mijn voordeur – een zalige afstand, met drie voordelen die ik u niet wil onthouden:
1) De koffiekoeken en gebakjes zijn zó lekker dat je spontaan overweegt de wandeling meermaals per dag te maken. 2) Die 420 stappen zijn precies ver genoeg om je geweten te sussen: “Ik heb toch gesport vandaag.” 3) Onderweg passeer je een ware “bloemlezing” van stadsplanten: een twintigtal soorten die eigenwijs tussen de kasseien, uit voegen en spleten omhoogschieten.
Deze ochtend was het weer zover. Op mijn korte pelgrimstocht naar de croissant vond ik precies twintig wilde planten. Goed, misschien waren het er 21, 22 of 23 – maar twintig klinkt gewoon zo mooi rond.
Bij de foto’s schreef ik geen uitleg. Alle planten zijn elders op deze site al netjes gedocumenteerd, en bovendien zegt een paardenbloem meer in stilte dan honderd woorden. Dus: kijk, glimlach, en geniet mee van de beelden.
Dus…leun achterover en geniet: de diavoorstelling start vanzelf, wisselt elke 4 seconden van foto en begint steeds opnieuw voor eindeloos kijkplezier.
Vandaag verkennen we opnieuw de stad op zoek naar wilde planten — daar waar je ze misschien niet meteen verwacht: tussen stoeptegels, langs gevels en rondom rioolroosters. In deze vergeten hoekjes van de stad, op de grens tussen particulier initiatief en gemeentelijk groenbeheer, vinden planten …
Geïnspireerd door “De Nigon Wyrta Galdor” – een Oudengels genezingsgebed uit de 9e of 10e eeuw – hebben we, vanuit de visie van de kruidenfluisteraar, een serie gebedskaarten voor planten gemaakt. Gebedskaarten zijn een krachtige en toegankelijke manier om contact te maken met de geest …
Uiteraard koos mijn verkoudheid het weekend uit om toe te slaan – perfecte timing, zoals altijd. Geen neuspray te vinden, geen zakdoekje in de buurt, alleen ik en een steeds drukkender hoofd. Dus werd het improviseren met wc-papier en warme thee, tot de maandagochtend de apotheek weer openging.
Mijn verkoudheid was inmiddels zo ver gevorderd dat ik zelfs niet meer buiten kon zonder te snotteren. Mijn neus was een waterval en mijn hoofd voelde als een overvolle kast. Ik moest dringend iets hebben om deze ellende een halt toe te roepen en die apotheek moest nog net binnen mijn actieradius liggen.
Dus ik ging op pad, vastbesloten om die pil of neusspray te bemachtigen. Maar ja, onderweg was er die eerste afleiding: een paardenbloem, keihard overlevend op de kademuur langs de Reie. “Klik”. Ik stond even stil, bewonderde het, en besloot dat dit toch wel een heel bijzonder plantje was. Wie had gedacht dat dit kleine, gele bloemetje in zo’n harde omgeving zou groeien? Het verdiende echt een plekje op mijn Instagram.
Ik liep verder, maar kon het niet laten om mijn ogen constant op de grond te houden. Tussen de tegels, tegen de gevels, tussen de kasseien, her en der: overal planten. Een opvallende Jakobskruiskruid voor een voordeur, een tomaatplant bij een putdeksel, een Steenkruidkers naast een telefoonkast en zelfs een kleine schijnspurrie dat het blijkbaar prima deed tegen de muur van de Koningsbrug. Een muursla die trek had in een Duvel en een Klein streepzaad tegen de muur van de apotheek.
Tegen de tijd dat ik bij de apotheek aankwam, had ik bijna een mini-bibliotheek aan straatplantjes gefotografeerd. De apotheker keek me aan toen ik de deur binnenstapte, m’n telefoon nog in m’n hand en een bloemblaadje tussen m’n vingers. “Voor wie is het middel?” vroeg ze. “Voor mij,” zei ik, terwijl ik mijn verzameling op mijn telefoon toonde. “Maar ik geloof dat ik me intussen al wat beter voel… misschien heeft de natuur het werk voor me gedaan.”
En, eerlijk gezegd, ik was alweer een beetje vergeten waarom ik daar eigenlijk was.
Snuister je eens mee in mijn verzameling van die ochtend. (Klik op > en < om door het fotoalbum te scrollen)
Op 20 maart is het zover: de astronomische lente breekt aan en de natuur ontwaakt uit haar winterse sluimer! Het begin van de lente markeert meer dan alleen een verandering in het weer. Het is een seizoen van vernieuwing, van hoop en van hernieuwde energie. …
Het doopsel van Christus (Gerard David; ca. 1502-1508; Groeningemuseum) In een prachtig landschap dat op de luiken doorloopt, wordt Christus door Johannes gedoopt, het begin van Christus’ geestelijke ambt op aarde. Boven hem zweeft de duif van de Heilige Geest, en daarboven zegent God de …
Tijdens een recente wandeling door het betoverende Brugge besloot ik iets anders te doen: “Waarom niet eens de meest voorkomende wilde planten in de stad vastleggen en een top tien samenstellen?” Maar eerlijk is eerlijk… dat bleek nog een hele uitdaging! Niet omdat er een tekort was aan wilde planten—verre van dat. De overvloed ervan maakte het juist lastig om een selectie te maken. Hier gaan we…
Straatgras (Poa annua)
Eén plant springt er zó uit dat hij buiten categorie valt: straatgras. Dit plantje is werkelijk overal te vinden. De Tadej Pogačar onder de stadsplanten. Die heeft geen concurrentie… Straatgras (Poa annua)
Straatgras
Daarnaast zijn er drie soorten die zonder twijfel een plekje op het podium verdienen. Bovenaan schittert muurfijnstraal (Erigeron karvinskianus), een échte winnaar. De tweede plaats gaat naar Klein glaskruid (Parietaria judaica), en op de derde trede van het podium prijkt muurleeuwenbek (Cymbalaria muralis).
Muurfijnstraal (Erigeron karvinskianus)
Muurfijnstraal
Muurfijnstraal is een relatief recente nieuwkomer in het stedelijk gebied. Toch heeft deze plant een verrassende opmars gemaakt, vooral in Brugge, waar hij zich met flair heeft genesteld op oude kademuren en langs de gevels in het historische stadscentrum. Dit groene wondertje voelt zich blijkbaar helemaal thuis in de stad, want naast Brugge duikt het ook steeds vaker op in Gent en Roeselare, waar het gestaag terrein wint. In andere steden zoals Mechelen bijvoorbeeld zou het nog maar met mondjesmaat voorkomen. We verwachten dat het ook daar algauw aan zijn veroveringstocht begint.
In Vlaanderen wordt het Klein glaskruid beschouwd als een zeldzaam, verborgen juweeltje. Maar dat is zeker niet het geval in Brugge. Het duikt in welhaast elke straat op. Deze bijzondere plant komt vooral voor in de stille hoekjes van oude abdijen en tussen de eeuwenoude stenen van historische stadskernen zoals Ieper, Gent, Kortrijk, Brugge, Mechelen, Lier en Antwerpen.
Hoewel muurleeuwenbek al eeuwenlang deel uitmaakt van het Vlaamse landschap, blijft deze plant ons verrassen. In de afgelopen decennia heeft hij zijn vleugels nog verder uitgeslagen en zijn aanwezigheid flink vergroot. Tegenwoordig is muurleeuwenbek een vertrouwde verschijning in Vlaanderen, met de grootste concentraties in steden—niet geheel onverwacht, gezien zijn voorliefde voor oude muren en stadsmuren.
Tot daar het makkelijke gedeelte van mijn avontuur. Nu begint de échte uitdaging: een ranglijst opstellen. Maar waarom zou ik het mezelf moeilijk maken? Ik besluit dus om de drie bovenstaande laureaten even buiten beschouwing te laten. Aan het eind van het verhaal zijn er – zoals ook op de recente Olympische Spelen het geval was – een aantal kanshebbers die het net niet haalden. Ze verdienen echt wel hun plekje onder de schijnwerpers, maar we moesten een keuze maken.
Hierna volgt dus een lijst van tien veel voorkomende urbane wilde planten in Brugge. Heel zeker zijn er nog andere soorten die je vaak ‘tegen het lijf loopt’. De volgorde is vrij willekeurig. Het is niet noodzakelijk zo dat de ene soort meer of minder voorkomt dan een andere.
Paardenbloem (Taraxacum officinale)
Paardenbloem
Wie kent ze niet, de paardenbloemen? Hoewel ze in de eerst plaats bewoners zijn van cultuurgraslanden komen ze ook in onze steden frequent voor. Bekend om zijn heldergele bloemen en pluizige zaadhoofden, groeit vaak in trottoirspleten en gazons. Meer informatie over de paardenbloem is te vinden op: https://www.ecopedia.be/planten/paardenbloem
Klein kruiskruid (Senecio vulgaris)
Klein kruiskruid
In Vlaanderen is klein kruiskruid uiterst algemeen. Het is een snelgroeiende plant met kleine gele bloemen die vaak in verstoorde grond wordt gevonden, maar het ook in de stad uitstekend naar zijn zin heeft. https://www.ecopedia.be/planten/klein-kruiskruid
Zwarte nachtschade (Solanum nigrum)
Zwarte nachtschade
Wereldwijd behoort zwarte nachtschade tot de sterkst verbreide onkruiden. Resistentie tegen sommige herbiciden had een tijdlang tot gevolg dat de plant in veel akkers een dominante positie ging innemen. Ook in de stad merk ik deze plant steeds vaker op. De beklierde nachtschade lijkt er goed op en is vaak enkel te onderscheiden met een plantenloep.
Zwarte nachtschade is een ware pionier, en duikt overal op waar de aarde wordt blootgelegd. Je vindt deze plant op onverwachte plekken: in tuinen, langs verstoorde bermen, op braakliggend terrein, stortplaatsen, aan de voet van muren en zelfs tussen de kieren van straatstenen of dakgoten. https://www.ecopedia.be/planten/zwarte-nachtschade
Gewoon herderstasje (Capsella bursa-pastoris)
Gewoon herderstasje
Vandaag is herderstasje in Vlaanderen nog altijd een uiterst algemene soort. Het is gemakkelijk herkenbaar aan zijn hartvormige zaaddoosjes. Ooit vroeg een jonge student mij waar hij het Gewoon herderstasje in Brugge kon vinden. Hij had dit namelijk als opdracht meegekregen van zijn leerkracht biologie. Mijn antwoord was even duidelijk als verwarrend: “Overal!” Vandaag is herderstasje in Vlaanderen nog altijd een uiterst algemene soort. https://www.ecopedia.be/planten/gewoon-herderstasje
Grote Weegbree (Plantago major)
Grote weegbree
Grote weegbree is een typische tredplant die vooral voorkomt op sterk betreden plaatsen zoals randen van paden en straten, ook tussen plaveisel Herkenbaar aan zijn brede, platte bladeren en lange bloeistengels. Het is vaak te vinden in verdichte grond en straatgoten. https://www.ecopedia.be/planten/grote-weegbree
Gewone melkdistel (Sonchus oleraceus)
Gewone melkdistel
Gewone melkdistel is in Vlaanderen uiterst algemeen. Met zijn paardenbloemachtige bloemen en melksap is hij vaak te vinden in verstoorde grond, maar ook tegen de gevels in de stad komt hij zeer vaak voor. https://www.ecopedia.be/planten/gewone-melkdistel
Knopkruid (Galinsoga)
Knopkruid
Knopkruid (Galinsoga) is een geslacht uit de composietenfamilie. Er bestaan twee soorten: harig knopkruid en kaal knopkruid. In ieder geval is harig knopkruid vandaag in Vlaanderen een zeer algemene soort en duidelijk de algemeenste van de twee. In welke mate kaal knopkruid mogelijk lijdt onder de concurrentie van harig knopkruid, is niet duidelijk. https://www.ecopedia.be/planten/harig-knopkruid https://www.ecopedia.be/planten/kaal-knopkruid
Hoge fijnstraal (Conyza sumatrensis)
Hoge fijnstraal
Er zijn een aantal soorten fijnstraal die vaak moeilijk van mekaar te onderscheiden zijn: Canadese fijnstraal, hoge fijnstraal en ruige fijnstraal. We zullen het er later nog uitgebreid over hebben.
Pas in 1990 werd hoge fijnstraal voor het eerst in Vlaanderen waargenomen (Antwerpen), maar wellicht is het pas in de tweede helft van de jaren 90 dat de eigenlijke expansie begonnen is, eerst rond Antwerpen en vervolgens rond Gent. Ondertussen is hoge fijnstraal rond die steden een vrij tot zeer gewone verschijning geworden. Nadien verscheen ze ook rond Brussel, in het zuiden van West- Vlaanderen en plaatselijk ook al talrijk aan de kust (voornamelijk rond de havensteden Oostende en Zeebrugge).
Varkensgras is uiterst algemeen in heel Vlaanderen. In de steden is het een echte tredplant. Ze staat op zeer banale plaatsen, zoals voetpaden, randen van wegen, parkeerplaatsen, paden, enz. Varkensgras kan enige zoutinvloed verdragen, maar groeit toch vooral op zoutloze bodems. Bron: https://www.ecopedia.be/planten/gewoon-varkensgras
Gehoornde klaverzuring (Oxalis corniculata)
Gehoornde klaverzuring
In Vlaanderen is gehoornde klaverzuring vrij algemeen. De soort werd al door DODOENS (1554) vermeld. In 1867 vermeldden Thielens en Devos dat deze zuidelijke soort aan het inburgeren was en voorkwam in de omgeving van Brussel, Gent, Doornik en Sint-Truiden. Tijdens de laatste karteerperiode is het aantal uurhokken sterk toegenomen, vooral in het westen en het midden van Vlaanderen. Ook elders in Europa breidde de soort zich, vooral in de twintigste eeuw, sterk uit. https://www.ecopedia.be/planten/gehoornde-klaverzuring
De afvallers
Zij haalden het podium net niet: Muursla (Mycelis muralis), Perzikkruid (Persicaria maculosa), Klein streepzaad (Crepis capillaris), Steenkruidkers (Lepidium ruderale) en last but nog least… Stinkende gouwe (Chelidonium majus)
Dit artikel werd geschreven door Nele Odeur op haar website Scent & Spice. https://www.scentandspice.nlWe danken Nele voor de toestemming om het artikel over te nemen; en we kunnen haar website warm aanbevelen. “Als etnobotanica heb ik wetenschappelijke kennis over het gebruik van planten, als kruidenkundige weet ik …
Wat een onverwacht mooie Paasmaandag beleven we! De atmosfeer straalt puur lentegeluk uit en de weergoden spelen het spel mee. Terwijl de weersvoorspellingen dagenlang regen beloofden, blijven de dreigende buien op afstand en verwent de zon ons af en toe met haar stralen. Het is …
Wie dezer dagen een stapje buiten zet, wordt begroet door een spectaculaire vertoning. De recente zachtheid van het weer heeft een overvloed aan paardenbloemen doen opbloeien. Deze bloemen behoeven geen introductie. Wie kent ze niet? Met de eerste warme zonnestralen van maart verschijnen, de bekende gele bloemen in grote aantallen in wegbermen, gazons, en zelfs op muren, trottoirs en bruggen.
In West-Vlaanderen noemt men de plant wel eens de “pisseblomme” of de “beddepisser” vanwege de diuretische eigenschappen. In het Frans heeft de plant een net iets eleganter klinkende naam: “le pissenlit” of “le dent-de-lion”.
Medicinaal
In de vroege lente, als we met z’n allen bezig zijn ons lichaam te zuiveren – is dat zo? – komt de paardenbloem als geroepen. De geneeskrachtige en reinigende werking van paardenbloem is legendarisch. Al in de 15de eeuw wordt in het westen melding gemaakt van de geneeskundige toepassingen. Officinale betekent trouwens dat het vroeger erkend werd als werkzaam medicijn. Je zou bijna kunnen zeggen dat het een ‘kwaliteitslabel’ is.
Paardenbloem stimuleert de gal en de lever. Daarnaast is het een antilithicum, wat betekent dat het de vorming van galstenen voorkomt.Paardenbloem stimuleert ook de spijsvertering en is, zoals reeds gezegd, vochtafdrijvend.
Recente wetenschappelijke onderzoeken hebben aangetoond dat paardenbloem mogelijks kan ingezet worden bij de behandeling van sommige kankers. De eerste positieve resultaten in het laboratorium hebben geleid tot meer gesubsidieerd wetenschappelijk onderzoek. Een volgende stap is onderzoek bij proefdieren en mensen. De resultaten bij patiënten moeten worden afgewacht voordat met meer zekerheid over de werkzaamheid van paardenbloemen uitspraken gedaan kunnen worden.
Culinair
De bladeren, bloemen en wortels zijn allen eetbaar, echter de stengels zijn het minst eetbaar. Het sap uit de stengels is licht giftig. Van maart tot juni zijn de bladeren te plukken lekker in salades maar ze hebben een licht bittere smaak. Er zitten veel bitterstoffen in, met name bij de oude bladeren in de zomer.
Ritueel
De Paardebloem speelt ook een merkwaardige rol in oude gebruiken en bijgeloof. Veel mensen geloven dat deze planten het weer of de toekomst van iemand kunnen voorspellen. Ook rookten boeren vroeger hun huis en stallen uit met paardebloemen, om hun boerderij te reinigen van onzuiverheden. Het bekendste bijgeloof over paardebloemen is een wens doen tijdens het weg blazen van de pluizen. Als je de pluizen weg kan blazen, zal je wens uit komen. Wie heeft als kind nooit het spelletje gespeeld waarbij je de pluizen moest wegblazen al zeggende: “Ze houdt van mij… ze houdt niet van mij, ze houdt van mij … ze houdt niet van mij…” Ik in ieder geval wel, en de uitkomst van het spel laat zich raden…
Slideshow
Aan de paardenbloem hebben we eerder al een aantal artikelen geweid. U kan die via de ‘zoek’-functie op deze website zeker terugvinden. Daarom houden we het deze keer kort en besteden we extra aandacht aan een slideshow. De beelden wisselen vanzelf om de vier seconden.
Veel mensen hebben vroeger als kind wel eens geproefd van paardenbloem, en dus krijg ik vaak de vraag of de plant eetbaar is. Inderdaad, alle delen van deze plant zijn eetbaar. Jonge bladeren kan men eten als groente of in salade verwerken. Het blad werkt …
Verschillende delen van de paardenbloem, waaronder de bladeren, wortels en bloemen kan men gebruiken vanwege hun potentiële medicinale eigenschappen. Dioscorides Volgens sommige bronnen wordt de paardenbloem al vermeld in de ‘Materia Medica’ (Περὶ Ὕλης Ἰατρικῆς) van Dioscorides, een Griekse arts en farmacoloog die in de 1e …
Bij de paardenbloem hoeven we geen tekeningetje te maken. Wie kent die niet? Je moet al van een andere planeet komen om nog nooit van de paardenbloem gehoord te hebben. En dan nog is de kans groot dat hij daar ook voorkomt. (Grapje)
Bij de eerste warme zonnestralen van maart komen de gekende gele bloemen massaal tevoorschijn in ruigten, wegbermen, gazons, maar ook stoepranden, langs gevels en bruggetjes, zelfs in knotwilgen, regengoten en keldergaten. Een plant die tussen de tegels van een stoep groeit zal over het algemeen kleiner blijven en een meer ingesneden blad hebben dan een plant die in voedselrijk weiland staat.
De paardenbloem is vermoedelijk afkomstig uit Centraal-Azië, maar nu heeft hij zich over de hele wereld verspreid, met uitzondering van de tropen.
Naamgeving
Paardenbloem op de stoep
In West-Vlaanderen noemt men de plant wel eens de “pisseblomme” of “den beddepisser” vanwege de diuretische eigenschappen. Persoonlijk verkies ik de net iets eleganter klinkende Franse naam: “le pissenlit” of “le dent-de-lion”. Merkwaardig trouwens dat in veel talen naar de gelijkenis van de bladeren met leeuwentanden verwezen wordt, zowel in het Spaans (Diente de león), in het Italiaans (Dente di leone) als in het Duits (Löwenzahn). In het Engels klinkt dat nog door: Dandelion. In het Deens luistert hij dan weer naar de naam Almindeligmælkebøtte. Letterlijk betekent dat ‘Algemene melkemmer’ vanwege het witte melksap in de stengel. Maar alle Denen zullen weten dat u het over de paardenbloem hebt.
De Latijnse naam Taraxacum zou afkomstig zijn van het Grieks taraxis (oogziekte) en akeomal (genezen), wat dan weer wijst op het gebruik van paardenbloem bij oogaandoeningen.
Het feit dat in de wetenschappelijke benaming het woord ‘officinale’ voorkomt doet bij velen al een belletje rinkelen: dit is een plant die vroeger in de apotheken gebruikt werd vanwege zijn geneeskrachtige eigenschappen. Daar komen we later uitvoerig op terug, want ook nu nog worden zijn medicinale eigenschappen ten overvloede benut.
Composiet
De paardenbloem behoort tot de composietenfamilie. In deze familie zijn bloemen klein, en staan ze dicht bij elkaar in een bloemhoofdje. In feite zouden we dus kunnen zeggen dat het bloemetje een boeketje is. Het schotelvormig bloemhoofdje van de paardenbloem bestaat enkel uit gele lintbloemen. Ieder geel ‘blaadje’ is een kleine bloem met een stamper en meeldraden. Daarmee is de naam composiet verklaard: samengesteldbloemig. De bloem bestaat uit een bodem waarop de vele lintbloempjes dicht opeen staan.
Paardenbloemen bevatten een harige vruchtpluis dat eruit ziet als een parachuutje. En dat is natuurlijk ideaal om op de wind grote afstanden te overbruggen en zich uit te zaaien.
Ik krijg altijd zo’n aangenaam gevoel als ik de gele bloemhoofdjes eind maart, begin april overal zie verschijnen. Het zijn net zonnetjes die de hergeboorte van de lente aankondigen. Ze vertellen ons dat de periode van lange, donkere dagen achter de rug is en dat we ons mogen opmaken voor de zonniger dagen van de lente. De gele bloem opent zich bij zonsopgang, staat altijd naar de zon gericht en sluit zich in de schemering en bij regen.
Stengel en bladeren
De stengel is altijd glad en hol. Als je hem doorsnijdt zie je een wit melksap dat overigens niet giftig is. Het is opmerkelijk dat de stengel nooit bladeren heeft en dat elke stengel aan de top één bloemhoofdje heeft. De bladeren zijn onderaan te vinden, in een rozet om de penwortel. De bladeren kunnen er soms heel verschillend uitzien; ze zijn frisgroen van kleur en hebben een gelobde, of min of meer diep ingesneden, getande rand. Ze lijken inderdaad een beetje op leeuwentanden.
Wortel
De paardenbloem wortelt met een penwortel waarmee hij zich tot 30 centimeter diep in de grond kan verankeren. Als je ooit al eens geprobeerd hebt om de plant met een mesje uit je gazon weg te snijden dan heb je wellicht ervaren dat dit haast niet te doen is. Daarom ook is de plant zo moeilijk te verwijderen. Ook de wortel bevat melksap. Hij is bruin van buiten en wit van binnen. Het vreemde is dat een plant met zo’n lange penwortel ook op muren en tussen tegels kan gedijen. Waar groeit die wortel dan in?
Kwaliteitslabel
Onze voorouders deden elk jaar in de lente een grote schoonmaak in huis. Doet u dat nu ook nog? Maar ons lichaam kan een reinigingsbeurt na de winter ook best gebruiken. Dan komt de paardenbloem als geroepen. De geneeskrachtige en reinigende werking van paardenbloem is legendarisch. Al in de 15de eeuw werd in het westen melding gemaakt van de geneeskundige toepassingen. De soortnaam ‘officinale’ betekent trouwens dat het vroeger erkend werd als werkzaam medicijn. Je zou bijna kunnen zeggen dat het woord ‘officinale’ een kwaliteitslabel is.
Spelling
Eind 2005 verscheen een nieuwe uitgave van de ‘Woordenlijst Nederlandse Taal’ (het Groene boekje), met enkele aanpassingen van de spellingwijzigingen uit 1995. Daarbij werd de befaamde ‘paardebloemregel’ teruggedraaid.
In de officiële spelling is de hoofdregel voor het wel of niet schrijven van de tussen-n: als het eerste deel alleen een meervoud heeft op -en (en dus niet een meervoud op -es), schrijf je een tussen-n in de samenstellingen met dat eerste deel. Volgens deze regel is het dus paardenbloem, omdat paard alleen het meervoud paarden heeft.
Toch komt ook ‘paardebloem’ in de praktijk soms nog voor. Wie bijvoorbeeld vindt dat paardenbloem te veel doet denken aan ‘een bloem voor paarden’, schrijft het woord misschien liever zonder tussen-n. Dan zie je ‘paardebloem’ als één vast geheel. Dat is op zichzelf een logische redenering, maar in de officiële spelling worden alle samenstellingen met paard met een tussen-n geschreven. Dus… paardenbloem!
Symboliek
De paardenbloem heeft geen officieel nationaal of cultureel symbool dat eraan wordt toegeschreven. De plant is echter op verschillende manieren symbolisch gebruikt in verschillende culturen en samenlevingen. Symbolische betekenissen die verband houden met de paardenbloem zijn onder andere:
Veerkracht en volharding
De paardenbloem staat bekend om zijn vermogen om te gedijen in verschillende omgevingen en weerstand te bieden aan pogingen om het uit te roeien. Als zodanig wordt het soms gezien als een symbool van veerkracht, doorzettingsvermogen en het vermogen om uitdagingen te overwinnen. Daarom gaven Christenen vanaf de 16de eeuw paardenbloemen als symbolisch geschenk. Het schijnt symbool te hebben gestaan voor de overgave en volharding van Jezus bij zijn kruisiging. Het is daarmee ook het symbool van rouw en verrijzenis in de Christelijke iconografie.
Wensen en dromen
De pluizige witte zaden van de paardenbloem worden vaak geassocieerd met het maken van wensen. Iedereen kent wel het gebruik om op de zaden te blazen terwijl je een wens doet. Men gelooft dat de wind de wensen zal wegvoeren.
Regeneratie en genezing
Paardebloem is in de traditionele geneeskunde gebruikt vanwege zijn potentiële gezondheidsvoordelen. Sommige mensen associëren het met genezing en regeneratie, zowel in fysieke als metaforische zin.
Aanpassingsvermogen
Het vermogen van de paardebloem om zich in verschillende omstandigheden te verspreiden en te groeien heeft ertoe geleid dat het wordt gezien als een symbool van aanpassingsvermogen en veelzijdigheid.
Transformatie
De levenscyclus van een paardenbloem, van een gele bloem tot een witte zaadkop, is geïnterpreteerd als een symbool van transformatie en verandering.
Zonnesymbool
Tenslotte zal het niemand verwonderen dat de paardenbloem vaak als symbool voor de zon gezien wordt. De bloem symboliseert de stralende zon die op haar beurt weer beschouwd wordt als de bron van alle leven. In de mythologie van veel culturen werd de zonnegod vereerd, van het Oude Egypte tot Griekenland, Inca’s en Azteken.
De bloem symboliseert de stralende zon. De pluizenbol symboliseert de volle maan.
Vee en huisdieren
Koeien, schapen en geiten eten paardenbloemen als medicijn. De mogelijke ondersteuning van de leverfunctie van melkvee is voor de melkveehouderij dan ook een belangrijk aspect van de paardenbloem. Cavia’s en konijnen kan men goed voeren met versgeplukte bladeren van de paardenbloem. Ze zijn er dol op!
Een paradijs voor insecten
Paardenbloemen zorgen in de tuin voor ongelooflijk veel leven. In het voorjaar zorgen ze voor een waar stuifmeel- en nectarfeest voor heel wat insecten. Verschillende dagvlinders waaronder de atalanta, kleine vos, citroenvlinder en dagpauwoog komen smullen van de paardenbloem. Zeker in het vroege voorjaar zijn paardenbloemen heel belangrijk voor vlinders, bijen en andere insecten als bron van nectar en stuifmeel. En dan hebben we het nog niet gehad over zweefvliegen, lieveheersbeestjes, kevers, wantsen die allemaal langs de paardenbloem durven passeren. Alle reden dus om in een bloemenweide paardenbloemen te laten staan. Initiatieven als ‘Maai mei niet’ zijn daarom bijzonder toe te juichen.
Gebruik
Hoewel de paardenbloem vaak als een onkruid wordt beschouwd, kent de plant een lange geschiedenis van gebruik, zowel in de keuken als in de traditionele geneeskunde.
Verschillende delen van de paardenbloem, waaronder de bladeren, wortels en bloemen kan men gebruiken vanwege hun potentiële medicinale eigenschappen. We zullen daar later in een afzonderlijk artikel uitvoerig op terugkeren.
De jonge bladeren van de paardenbloemplant kunnen rauw worden gegeten in salades of gekookt als groente. Ook de culinaire toepassingen zullen we later in een afzonderlijk artikel uitvoerig belichten.