Deze enquête over Stadsplanten.be is voor mij een gelegenheid om eens te luisteren naar jullie, de lezers van de website. Stadsplanten.be bestaat dankzij mijn fascinatie voor de wilde planten die overal in onze steden opduiken: tussen straatstenen, langs gevels en muren, op braakliggende terreinen en …
Je wordt goedgeluimd wakker, staat op om een fijne dag met een dampende koffie te beginnen en gaat de ochtendkrant uit de brievenbus halen. Oei! Er zit een brief in je bus waarin je wordt aangemaand om, op straffe van een boete, het “onkruid” voor je deur …
Rond het wilgenroosje (Chamerion angustifolium) doet een mooi verhaal de ronde over een elfje en een kabouter die vanwege hun verboden liefde uiteindelijk samen veranderen in een plant. In de bloem, de bladeren en het witte zaadpluis zouden nog steeds de sporen van hun vroegere gedaante te herkennen zijn.
Een romantisch verhaal
Lang, lang geleden, aan de rand van een oeroud, groen woud, leefde een familie elfjes verscholen in een wilde rozenstruik. Elke dag speelden de kleine elfjes aan de voet van de struik, tussen doornen en dauw, behalve als de zomerzon te fel brandde. Dan zochten ze de schaduw op onder de oude bomen van het bos, of doken ze kopje-onder in een helder blauw vennetje.
Niet ver daarvandaan, in een knoestige, kromme wilgenboom, woonde een kabouterfamilie. De twee volkjes wisten niets van elkaars bestaan — tot op een dag een elfje speelde onder de oude wilg en tot haar verbazing een kaboutertje uit de holte van de stam zag klimmen. Ze bleven beiden aan de grond genageld staan, en van dat moment af waren ze onafscheidelijk. Elke zomer daarna vonden ze elkaar terug in de koelte van het bos, en wat als kinderspel begon, groeide zachtjes met hen mee.
Toen ze ouder werden, werd uit die vriendschap liefde. Ze wandelden hand in hand langs het vennetje, fluisterden onder de wilgentakken en telden de sterren die door het bladerdak te zien waren. Toen de zomer ten einde liep, bekenden ze elkaar dat een winter zonder elkaar ondraaglijk zou zijn. Ze wilden voortaan nooit meer gescheiden zijn. Op een gouden herfstdag gingen ze naar hun ouders om te vertellen dat ze wilden trouwen.
De schrik was groot. “Elfen en kabouters,” zei de moeder van het elfje zacht maar beslist, “trouwen niet met elkaar.” De kaboutervader riep verontwaardigd: “Elfen trouwen met elfen, kabouters met kabouters!” Wanhopig trokken de geliefden naar de elfenkoningin om raad, maar ook zij wees hen af: “Een kabouter en een elfje op één kussen, daar zit de duivel tussen.”
Gebroken keerde de kabouter terug naar zijn wilg. Hij treurde er zo lang en zo diep dat zijn boom voorgoed zijn takken liet hangen — sindsdien kennen we hem als de treurwilg. Het elfje vluchtte terug naar haar rozenstruik aan de bosrand en huilde er dag na dag, tot haar tranen een klein stroompje vormden dat sindsdien onder de struik door kabbelt.
Hun ouders zagen het verdriet van hun kinderen groeien en vreesden dat het nooit meer zou overgaan. Samen trokken ze naar het paleis van de elfenkoningin om raad te vragen. Ontroerd door zoveel liefdesverdriet vloog de koningin op een kille herfstdag zelf naar de kabouterkoning. Daar, in stil overleg, vonden de twee vorsten een oplossing: de geliefden mochten voor altijd samen zijn — niet als elf en kabouter, want dat kon niet — maar in een nieuwe gedaante. Voortaan zouden ze samen leven als plant: het wilgenroosje.
Dankbaar en gelukkig namen de geliefden hun nieuwe gedaante aan. En zo leefden ze nog lang en gelukkig, dicht tegen elkaar aan langs bosranden en beekoevers, en kregen ze talloze nakomelingen.
Hoe weet je dat het wilgenroosje van hen afstamt? Kijk goed naar de bloem: in de tere, roze bloemblaadjes herken je de vleugeltjes van het elfje, en in het stampertje haar fijne feeënstokje. En in de herfst, wanneer de witte, pluizige zaadstrengen opwaaien in de wind, zie je daarin de zachte, harige baard van de kabouter terug.
Hoewel het verhaal soms als een oude sage wordt voorgesteld, hebben we daarvoor geen historische bewijzen gevonden. De oudste concrete bron die we konden terugvinden dateert uit 2007. Een uitgebreide versie werd vervolgens verspreid door Els Baars in haar boek Natuurverhalen (2008) en via haar website. Later verschenen ook verschillende regionale varianten.
Waarschijnlijk gaat het dus om een moderne natuurlegende, die een romantische verklaring geeft voor de naam wilgenroosje. De werkelijke naam is veel nuchterder: de bladeren lijken enigszins op die van een wilg en de bloemen zijn rozerood.
Mooi is het verhaal niettemin. Het geeft het wilgenroosje een sprookjesachtige geschiedenis.