“Laat je meevoeren in het gebruik, de geschiedenis en de magie van de flora tijdens een wandeling van circa 3,5 kilometer. Proef van het lekkers dat wilde planten ons al eeuwen geven.” Dit lazen we op de uitnodiging van Katrien Cattoor – hart en ziel …
Op 15 augustus, het feest van Onze-Lieve-Vrouw-Tenhemelopneming, vindt in de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Damme jaarlijks de ‘Cruydenwijdinghe’ plaats. Als iemand die zich al jarenlang verdiept in wilde planten en de verhalen, gebruiken en tradities die ermee samenhangen, spreekt deze bijzondere viering mij bijzonder aan. Hier komen immers twee werelden samen …
Ik houd van het bouwverlof – het bouwvak voor de Nederlanders. Niet om de stilstaande steigers of de zwijgende betonmolens — daar kan ik prima zonder. Ik hou ervan omdat de natuur, zodra de laatste bouwvakker de poort achter zich dichttrekt, meteen aan de slag gaat. De mens gaat met verlof, de plant gaat aan het werk!
Geen gedreun, geen gedender, geen geraas en geblaas. Er wordt niet verder aan de weg getimmerd. Waar straks een lint vers asfalt overheen rolt, ligt nu nog braakliggende grond — precies lang genoeg voor de plantenwereld om zoete wraak te nemen.
Doornappel schiet groot en een tikkeltje dreigend uit de grond. Niet meteen een plant waar je met je blote handen aan wilt zitten: hij is door en door giftig. Postelein blijft laag bij de grond en groeit intussen vrolijk zijn vlezige blaadjes bij elkaar.
Europese hanenpoot is er als de kippen bij en melganzevoet vult alle gaatjes zonder dat iemand het heeft uitgenodigd. Groene amarant en bijvoet trekken zich niets aan van de hitte en groeien er juist harder om. Hoge fijnstraal torent, zoals gewoonlijk, met kop en schouders boven de rest uit. Grote zandkool en bezemkruiskruid — laatstgenoemde met wortels die tot in Zuid-Afrika reiken — doen of ze hier al eeuwen wonen, en bloeien er vrijmoedig op los.
De meeste planten zoals postelein, melganzenvoet, groene amarant, bezemkruiskruid en bijvoet zijn echte zonneaanbidders die niet verlegen zitten om een graadje meer. Ze vinden deze hete zomer best OK
Het duurt hooguit enkele weken. Dan komt de eerste vrachtwagen alweer aangereden, de eerste steiger weer overeind, en wordt het feestje op de bouwwerf voorlopig afgelast. Maar zolang het duurt, mag alles wat er straks niet meer mag: groeien, bloeien, wortelen, woekeren. Dát is waarom ik van bouwverlof houd.
En omdat ik zelf ook met vakantie ben, sprong ik op de fiets. Met de fiets kom je nu eenmaal op plekken waar je met de wagen nooit raakt. Je rijdt een beetje doelloos langs de stadsrand en voor je het weet, verdwaal je — onverwachts en ongevraagd, maar des te leuker — op een bouwwerf. Klik op de afbeeldingen om een groter formaat te bekijken.
Doornappel (Datura stramonium)
Doornappel (Datura stramonium)
De doornappel (Datura stramonium) is een opvallende verschijning die zich als echte pionierplant snel vestigt op open, stikstofrijke gronden. Je komt deze warmteliefhebbende soort uit de nachtschadefamilie vooral tegen op omgewerkte terreinen, braakliggende akkers, composthopen en stadsruderale plekken.
Hoewel de grote, witte trechterbloemen en de stekelige doosvruchten een sierlijke indruk maken, vraagt de plant om grote voorzichtigheid. Elk onderdeel van de doornappel is namelijk extreem giftig. De aanwezige alkaloïden kunnen al bij minimale inname leiden tot ernstige hallucinaties, verwarring, hartritmestoornissen en zelfs een fatale afloop. Toch een fascinerend stukje ruige stadsnatuur, maar eentje om uitsluitend van op afstand te bewonderen.
Postelein (Portulaca oleracea)
Postelein (Portulaca oleracea)
De postelein (Portulaca oleracea) is een kruipende, vetplantachtige eenjarige die zich als uitgesproken pionier vestigt op open, stikstofrijke en zonovergoten gronden. Je vindt deze warmteliefhebbende soort veelvuldig op omgewerkte akkers, in moestuinen, tussen straatplaveisel en op braakliggende stadsplekken.
In tegenstelling tot giftige stadsplanten is postelein niet alleen volstrekt ongevaarlijk, maar zelfs een smakelijke en uiterst gezonde bladgroente. De dikke, vlezige blaadjes en roodachtige stengels hebben een frisse, licht zoutige en zurige smaak. Ze zitten boordevol omega 3-vetzuren, vitaminen en mineralen. Een dankbaar, eetbaar plantje dat moeiteloos standhoudt op droge en voedselrijke bodems.
Europese hanenpoot (Echinochloa crus-galli)
Europese hanenpoot (Echinochloa crus-galli)
De Europese hanenpoot (Echinochloa crus-galli) is een robuust, eenjarig gras en een schoolvoorbeeld van een pionierplant. Deze warmteliefhebbende soort vestigt zich als eerste op open, omgewerkte en stikstofrijke gronden. Je komt hem dan ook veelvuldig tegen op ruderale stadsplekken.
Hoewel de plant op zichzelf niet giftig is voor mens en dier, kan hij bij overmatige bemesting grote hoeveelheden nitraten uit de bodem ophopen. Dankzij zijn snelkiemende zaden en krachtige groei is het een typische, sterke bewoner van verstoorde bodems.
Groene amarant (Amaranthus viridis)
groene amarant (Amaranthus viridis)
De groene amarant (Amaranthus viridis) is een opgaande, eenjarige plant die als pionier erg snel verstoorde terreinen koloniseert. De soort gedijt optimaal op zonnige locaties met een stikstofrijke bodem en is veelvuldig te vinden op omgewerkte akkers, in moestuinen, op composthopen en tussen stadsplaveisel.
De bloei is kenmerkend discreet: vanaf de zomer tot in de herfst verschijnen er compacte, groenachtige bloemaren aan het uiteinde van de stengels en in de bladoksels. De piepkleine, onopvallende bloemen missen kroonbladeren en worden voornamelijk door de wind bestoven.
Over de giftigheid bestaat weinig twijfel: de plant is op zichzelf ongevaarlijk en zelfs eetbaar. De jonge bladeren worden wereldwijd als bladgroente gegeten.
Melganzenvoet (Chenopodium album)
melganzenvoet (Chenopodium album)
De melganzenvoet (Chenopodium album) is een opgaande, eenjarige plant en een uitgesproken pionier die omgewerkte gronden razendsnel koloniseert. Deze soort heeft een grote voorkeur voor zonnige locaties met een zeer stikstof- en voedselrijke bodem. Je komt hem dan ook overal tegen op akkers, composthopen, braakliggende terreinen en op ruderale stadsplekken.
De bloei is subtiel maar massaal: van juni tot de herfst vormt de plant dichte, meelachtig behaarde bloemtuilen aan de stengeltoppen en in de bladoksels. De piepkleine, groenachtige bloemen hebben geen opvallende kroonbladeren en worden door de wind bestoven.
De jonge bladeren zijn eetbaar en voedzaam voor de mens, maar de plant bevat oxaalzuur en kan op overbemeste gronden veel nitraten ophopen, wat bij grote opname schadelijk is voor vee. Een onverwoestbare, meelachtig bepoederde bewoner van verstoorde bodems.
Bijvoet (Artemisia vulgaris)
bijvoet (Artemisia vulgaris)
De bijvoet (Artemisia vulgaris) is een opgaande, meerjarige plant en een ijzersterke pionier die verstoorde grond razendsnel inneemt. De soort voelt zich thuis op zonnige tot licht beschaduwde plekken en is veelvuldig te vinden langs wegbermen, ruderale stadsplekken en braakliggende terreinen.
Van juli tot september verschijnen er talrijke, pluimvormige bloemaren met hele kleine, geelbruine tot roodachtige bloemhoofdjes. De bloemen hebben geen opvallende lintbloemen en vallen vooral op door hun grote hoeveelheden vluchtig stuifmeel, wat bij veel mensen hooikoorts veroorzaakt.
De plant is niet strikt giftig en heeft een lange geschiedenis als aromatisch keukenkruid en volksgeneesmiddel, maar bevat wel etherische oliën (zoals thujon) die in grote hoeveelheden schadelijk zijn. Een robuuste, aromatische bewoner van de ruige stadsnatuur.
Wie goed kijkt naar de voegen van stoepen, parkeerplaatsen of moestuinen, ontdekt soms een laag groeiend plantje met vlezige, glanzende blaadjes en roodachtige stengels. Op het eerste gezicht lijkt het een onooglijk onkruid, maar schijn bedriegt. Gewone postelein (Portulaca oleracea) behoort tot de oudste bladgroenten die de mens …
Op Stadsplanten.be vindt u heel wat informatie over wilde planten die in en rond de stad groeien. Maar hoe vindt u snel wat u zoekt? Er zijn verschillende manieren om door de website te bladeren. Via het hoofdmenu Bovenaan de website vindt u het hoofdmenu. De informatie …
Plantennamen zijn vaak meer dan louter beschrijvende etiketten. Achter heel wat botanische namen schuilt een oud verhaal, waarin waarneming, volkskennis en mythologie met elkaar verweven zijn. In de klassieke traditie werden planten geregeld verbonden met goden en helden, waarbij hun vermeende geneeskracht een plaats kreeg in een groter, symbolisch verhaal. Zo ontstaat een boeiende laag van betekenis die verder reikt dan de plant zelf en die eeuwenoude ideeën over natuur en genezing weerspiegelt. Zo ook bij duizendblad (Achillea millefolium).
De Latijnse soortnaam millefolium is tweeledig en komt van het Latijnse mille, wat “duizend” betekent, en folium, wat “blad” betekent. Dit alles omdat het blad van deze plant veerdelig is en uit wel duizend kleine blaadjes lijkt te bestaan.
De botanische naam Achillea is rechtstreeks ontleend aan de Griekse mythologie. Ze verwijst naar Achilles, de held uit de Ilias van Homerus. Volgens de overlevering gebruikte Achilles deze plant om de wonden van zijn soldaten te behandelen tijdens de Trojaanse oorlog. Achillea kreeg dus die naam vanwege de vermeende wondhelende eigenschappen van de plant.
We citeren Rembert Dodoens (1517–1585)
“Dit cruyt heeft sijnen naem Achillea naer den edelen ende seer vromen Ridder Achilles dyens historie ende feyten van Homerus bescreven sijn. Die dit cruyt van Chiron Centaurus hem ierst gheweesen ende gheleert/ seer ghebruyckt heeft/ ende daer mede Telephum/ als Apuleius scrijft/ seer quade sweeringhen hebbende/ ghenesen.”
Vrije vertaling: Dit kruid draagt de naam Achillea naar de edele en dappere held Achilles, de beroemde krijger uit de verhalen van Homerus. Volgens de oude overlevering werd hij in zijn jeugd opgevoed en onderwezen door de wijze centaur Chiron. Deze zou hem als eerste dit geneeskrachtige kruid hebben aangewezen en hem geleerd hebben het vaak en doelgericht te gebruiken, vooral bij verwondingen.
In diezelfde overlevering wordt verteld dat Achilles met behulp van dit kruid de zwaargewonde Telephus heeft kunnen genezen, zoals ook Apuleius beschrijft. Zo kreeg het kruid zijn naam, als herinnering aan de kunst van het genezen die zelfs een krijger als Achilles werd toevertrouwd.
Klik op de afbeelding om een groter exemplaar te bekijken (afbeelding AI)
Een wondhelende krachtpatser
De plant stond in de oudheid bekend als een echte wondhelende krachtpatser. De bladeren en bloemen bevatten stoffen die ontstekingen kunnen verminderen en bloedingen helpen stelpen. Dat maakte haar ideaal voor het behandelen van snij- en steekwonden, wat verklaart waarom de Grieken en later de Romeinen haar zo waardeerden op het slagveld.
Bovendien werd Achillea gezien als een “algemeen versterkend kruid”. Men dacht dat ze het hart en de bloedvaten kon versterken, koorts kon verlagen en zelfs de spijsvertering kon ondersteunen. In volksgeneeskunde en kruidenmagie kreeg de plant daardoor een bijna magische status. Het fijne, gevederde blad en de witte of lichtroze bloemetjes versterkten die associatie met bescherming en zuiverheid: de plant leek als het ware beschermend te werken, zowel fysiek als symbolisch.
Interessant genoeg gebruiken sommige moderne kruidkundigen Achillea nog steeds bij kleine wonden, huidontstekingen of menstruatieklachten. De connectie met Achilles blijft dus niet alleen een mythe, maar ook een echo van echte farmacologische eigenschappen.
Mythen en rituelen
Zowel de Indianen als de Sumeriërs maakten al gebruik van duizendblad. De meeste gebruikte toepassing was het stelpen van bloed. In plaats van watjes deed men duizendblad in de neus tegen neusbloedingen. Het blad is namelijk uitstekend geschikt om een propje van te maken dat in de neusopening past. Er werd eerst op de bladeren gekauwd om de bladeren te kneuzen; zo komen de werkzame stoffen beter vrij.
Duizendblad was heilig voor de Kelten. Druïden deden voorspellingen met het kruid en het verzamelen ervan ging met de nodige rituelen gepaard. De Angelsaksen noemde het kruid, ‘gaeru gearwian’, dit betekent ‘bereiden” of ‘behandelen’, waarschijnlijk werd er gerefereerd aan de genezende kwaliteiten van het kruid.
Gedurende de Middeleeuwen was de naam van het kruid ook wel ‘supercilium Veneris’ ofwel ‘de wenkbrauw van Venus’, waarschijnlijk omdat het kruid veel werd gebruikt bij vrouwenziekten.
Een mooie legende verklaart waarom duizendblad in het Duits ook Zimmermanskraut genoemd wordt: Toen Jozef met Jezus aan het timmeren was schoot het mes van Jozef uit waardoor hij zich lelijk verwondde. Jezus snelde naar buiten en plukte wat duizendblad dat hij snel op de wonde legde, die daardoor onmiddellijk genas. Sindsdien geneest duizendblad wonden en werd het in het Romeinse rijk door de soldaten ook vaak daarvoor gebruikt.
De bloemen van duizendblad
Kruidenmeesters
Pedanius Dioscorides (1ste eeuw n.Chr.) De Griekse arts beschreef duizendblad in zijn beroemde kruidenwerk De Materia Medica. Hij vermeldde de plant als middel om bloedingen te stelpen en wonden te behandelen.
Claudius Galenus (Galenus) (2de eeuw) De invloedrijke Romeinse arts nam duizendblad op in de klassieke geneeskunde en zag het als een verwarmend en drogend kruid.
Hildegard von Bingen (12de eeuw) De Duitse abdis en kruidenkundige beschreef wondkruiden en reinigende planten in haar medische geschriften. Duizendblad paste goed binnen die traditie van helende veldkruiden.
Rembert Dodoens (1517–1585) In zijn beroemde Cruydeboeck beschreef Rembert Dodoens duizendblad (Gerwe) uitvoerig. Hij vermeldde toepassingen bij bloedingen, “oude wonden” en inwendige kwalen.
We citeren Dodoens:
“Geruwe ghesoden ende ghedroncken stelpt ende gheneest dat roode melizoen ende alle loop des buycx.
Geruwe oock in water ghesoden ende ghedroncken/ stelpt alle vloet maer sonderlinge die roode vloet der vrouwen. Tselve doet zy oock op die scamelijcke plaetsen gheleyt/ oft alsmen in water sidt daer sy in ghesoden es.
Geruwe ghestooten ende op die wonden gheleyt/ stelpt dat bloeyen/ bewaert ende bescermt die wonden van alle verhittinghen en swellinghen/ ende gheneest die selve.”
Dit kunnen we vrij vertalen als:
Duizendblad, gekookt en gedronken, stopt en geneest de rode loop en alle vormen van buikloop. Duizendblad, ook in water gekookt en gedronken, stelt elke bloeding stil, en in het bijzonder de rode vloed bij vrouwen. Hetzelfde effect heeft het wanneer men het op de schaamdelen aanbrengt, of wanneer men zit in water waarin het kruid is gekookt. Duizendblad, gestampt en op wonden gelegd, stelpt het bloeden, beschermt de wonden tegen hitte en zwelling, en bevordert de genezing ervan.
Leonhart Fuchs (1501–1566) De Duitse botanicus nam de plant op in zijn rijk geïllustreerde kruidenboek De Historia Stirpium, een van de belangrijkste renaissance-herbaria.
Nicholas Culpeper (1616–1654) De Engelse kruidenkundige koppelde duizendblad aan de planeet Venus en schreef dat het “wonden sluit en het bloed stilt”.
Carl Linnaeus (1707–1778) Carl Linnaeus gaf de plant haar huidige wetenschappelijke naam: Achillea millefolium. Daarmee verbond hij de klassie
Duizendblad – Achillea millefolium
Duizendblad in de magie.
Vroeger werd duizendblad onder de drempel van je huis gelegd omdat het spoken afweert en de duivel buiten de deur houdt. Zo dacht men in ieder geval. Ook de indianen verdreven de boze geesten door duizendblad te laten roken, dat wil zeggen een bosje gedroogd kruid te laten roken en daarmee rond te lopen. We zien dat veel met salie gebeuren maar je kunt voor dat doel wellicht ook eens wat duizendblad drogen! Wanneer gedragen beschermt duizendblad en geeft het moed en stopt het angst. Een bos gedroogd duizendblad boven het bed of gebruikt in bruidsboeketten verzekert dat de liefde zeker zeven jaar zal duren. Duizendblad wordt ook gebruikt in liefdesbezweringen. Als het gedragen wordt verzekert duizendblad niet alleen van liefde, maar trekt het ook vrienden aan.
Begin juni schreven we nog met een wrang gevoel over de oevers van het Minnewater. Nauwelijks was de periode van ‘Maai Mei Niet’ voorbij of de maaimachine had bijna alle begroeiing weggeveegd. Wat kort voordien nog een levend lint van bloemen en kruiden was, lag er plots …
Wat een heerlijke zomer beleven we toch! Er is haast niets dat meer vrijheid uitstraalt dan in de vroegte op de fiets te stappen, wanneer de eerste zonnestralen het landschap zacht doen ontwaken, de hitte van de dag nog ver weg lijkt, en langs de …
Ik was al onder de indruk van Madeline Millers boek “Circe“, maar haar roman “Een lied voor Achilles” heeft me van mijn sokken geblazen. Inderdaad … heel moeilijk weg te leggen.
Internationaal wordt “The Song of Achilles” beschouwd als een van de meest geliefde, moderne hervertellingen van een stukje Griekse mythologie.
“Het beste boek dat ik het afgelopen jaar heb gelezen.” (J. K. Rowling)
Duizendblad is naar hem genoemd. De wetenschappelijke naam is Achillea millefolium.
Volgens de Griekse mythologie leerde de wijze centaur Chiron aan Achilles hoe hij de plant kon gebruiken om bloedingen te stelpen en wonden van zijn soldaten te behandelen tijdens de Trojaanse Oorlog. Daarom kreeg het geslacht de naam Achillea.
Of Achilles de plant werkelijk gebruikte, is natuurlijk niet historisch te bewijzen. De naam is een eerbetoon aan de mythe. De Zweedse botanicus Carl Linnaeus nam deze klassieke geslachtsnaam in 1753 over in zijn botanische naamgeving.
Waarom juist duizendblad
De plant heeft inderdaad eigenschappen die goed aansluiten bij de oude overlevering:
ze helpt kleine bloedingen stelpen;
ze werd eeuwenlang gebruikt als wondkruid;
ze heeft een licht ontstekingsremmende werking;
ze behoort tot de bekendste geneeskruiden van Europa.
De soortnaam millefolium betekent letterlijk “duizend bladeren”, een verwijzing naar de fijn geveerde bladeren.
Een mooie symboliek
Het is opvallend dat de grootste krijgsheld uit de Griekse mythologie niet aan een wapen, maar aan een geneeskrachtige plant zijn naam heeft nagelaten. Dat weerspiegelt een oud inzicht: wie strijdt, moet ook kunnen genezen.
Voor iemand die Een lied voor Achilles leest, vormt duizendblad een mooie botanische verbinding met de figuur van Achilles. Hoewel de roman vooral draait om de relatie tussen Achilles en Patroclus, blijft de oude traditie van Achilles als krijger én genezer op de achtergrond meeklinken.
Gegevens
Auteur: Madeline Miller
Oorspronkelijke titel:The Song of Achilles
Oorspronkelijke uitgave: 2011 (Engeland: Bloomsbury Publishing; Verenigde Staten: Ecco)
Nederlandse vertaling: Robert Neugarten.
Uitgever Nederland (huidige editie): Uitgeverij Orlando, Amsterdam.
Eind mei en begin juni gingen we in het Brugs begijnhof op zoek naar wilde orchideeën. Dat men daarbij geduldig en voorzichtig tewerk moet gaan moge duidelijk zijn. Maar ons geduld werd beloond. Mocht u naar aanleiding van dit artikel de locatie willen bezoeken: de …