Paardenbloem – kleine zon, grote zuiveraar

In de lente-editie van Kruidentaal Magazine verscheen in maart 2026 een artikel van mij dat gewijd is aan de paardenbloem.
Helemaal in de geest van de Nigon Wyrta Galdor (zie voetnoot 5) heb ik een gebedskaart voor de paardenbloem gemaakt, waarin haar kwaliteiten en rituele gebruiken tot leven komen. Zo kun je haar veerkracht, lichtheid en symboliek oproepen en jezelf verbinden met de energie van deze bescheiden maar krachtige plant. Zo blijft de paardenbloem een kleine zon aan onze voeten — een herinnering dat licht altijd terugkeert.

Er bestaat een foto van mij die al meer dan zeventig jaar oud is, waarop ik – net de wieg ontgroeid – in het gras zit met een handvol paardenbloemen. “Je babbelde altijd tegen die bloemen in een taaltje dat niemand ooit begreep,” lachte mijn moeder vroeger. Nou ja, ik zeg dan maar dat ik mijn eerste stappen als kruidenfluisteraar aan het oefenen was.
Telkens wanneer in het vroege voorjaar de eerste paardenbloemen opduiken doet mijn hart een vrolijk sprongetje. Voor mij zijn ze de echte boodschappers van de lente, met hun gele bloemhoofdjes die de zon bijna uitdagen om nog feller te schijnen. En oh, wat een pret als de eerste pluizenbollen verschijnen! Onwillekeurig denk ik dan terug aan het orakelspelletje dat we als puber speelden: het klassieke “Ze houdt van mij… ze houdt niet van mij…” bij het wegblazen van de pluizen. Uiteraard kwam er altijd maar één uitkomst uit de lucht dwarrelen: liefde, gegarandeerd!
Taraxacum officinale
Eeuwenlang werd de paardenbloem,Taraxacum officinale, gebruikt als zuiverend en versterkend voorjaarskruid. De wortel werkte op de lever en gal, de jonge bladeren werden ingezet als vochtafdrijvend tonicum, rijk aan mineralen. Paadrenbloem stimuleerde de spijsvertering, schonk nieuwe energie en hielp het lichaam ontgiften na de winter. Geen toeval dus dat ze juist in het voorjaar massaal verschijnt: ze kondigt niet alleen de lente aan, maar helpt je ook opnieuw te beginnen, van binnenuit.
Later ben ik me gaan afvragen waar de naam paardenbloem vandaan komt. Hij klinkt mij nog altijd vreemd in de oren. In vroegere tijden werd de plant namelijk gebruikt als veevoer of als medicijn voor paarden. Vooral de wortel zou helpen bij spijsverteringsproblemen bij dieren. Men geloofde ook dat het witte melksap de melkproductie zou stimuleren.
De naam paardenbloem verwijst letterlijk naar de bloem, maar in de kruidengeneeskunde en volksgebruik staat de naam metonymisch (1) voor de hele plant.
Maar goed… wat te denken van het Franse ‘pissenlit? Deze grappige naam verwijst naar het feit dat het wortelsap je al eens naar het toilet kan doen rennen, of – als je niet snel genoeg bent – een ongelukje in bed kan veroorzaken.
In het Duits heet de paardenbloem ‘Löwenzahn’, oftewel ‘leeuwentand’. Die naam past perfect bij de scherp getande bladeren, die zo imposant zijn dat ze uit de bek van een leeuw lijken te komen!
De Engelsen houden het wat mondainer en spreken over ‘dandelion’, rechtstreeks uit het Frans dent de lion – ook weer een subtiele knipoog naar die leeuwentanden. Zo zie je maar hoe elke taal een vleugje humor en oog voor detail in een plant stopt! En als we nog verder terugkijken, horen we de oude stem van Dioscorides…
Dioscorides
In zijn ‘De Materia Medica’ uit de eerste eeuw na Christus, beschrijft de Griekse arts Pedanius Dioscorides de paardenbloem, die hij Leontodon noemt, met sterk getande bladeren en een wortel die beide voor hun geneeskrachtige werking worden gebruikt. Volgens hem reinigen ze de lever en de milt, drijven ze overtollig vocht af via de urine en helpen ze bij zwellingen, galproblemen en huidzweren. De wortel kan worden gekookt en het aftreksel gedronken, terwijl de bladeren vers kunnen worden gegeten of, in zalf bereid, op wonden worden toegepast.
Hildegard von Bingen
Hildegard von Bingen (1098-1179) vernoemt de paardenbloem niet expliciet, maar uit de context en uit de benoeming van Sunnewirbel blijkt dat zij planten met diuretische en reinigende eigenschappen – waartoe de paardenbloem behoort – beschreef in haar werk ‘Physica’.
Rembert Dodoens
“Mechelaar Rembert Dodoens (1517-1585) moet toch zeker over de paardenbloem geschreven hebben,” dacht ik. Maar dat bleek niet te kloppen. In zijn beroemde Cruydeboeck uit 1554 noteerde hij wel talrijke andere namen voor deze planten. Zo maakte hij een onderscheid tussen de groote Condrilla (2) en Papecruyt of Canckerbloemen, waarmee hij de paardenbloem aanduidde. Hij verwees daarbij zelfs naar Dioscorides. (3)
De naam Papecruyt sloeg op de kale bloembodem nadat de pluizen met zaden waren weggewaaid — die leek op een geschoren hoofd zoals dat van een paus (paap).
De benaming Canckerbloemen verwijst naar het oude woord cancker in de betekenis van een zweer, hardnekkige wond of gezwel – niet noodzakelijk in de hedendaagse betekenis van een kwaadaardige kankeraandoening.
In de kruidengeneeskunde van de 16de eeuw stond de paardenbloem dus bekend als een krachtig zuiverend kruid: het reinigde het bloed, stimuleerde de urineafvoer en ondersteunde de lever. Daarnaast werd het gebruikt bij huidzweren, ontstekingen en zogenaamde kankerachtige wonden. Een bijzonder aspect uit de volkspraktijk was het gebruik van de melkwitte latex uit de stengel, die men rechtstreeks op wratten en kleine huidletsels aanbracht. Dit versterkte de associatie met “cancker” en maakte de naam voor iedereen begrijpelijk.
We laten Rembert Dodoens zelf even aan het woord. (4)
“Die cleyne Condrilla, dat es dat Papecruyt wast hier te lande al om in die beempden ende graspleynen.”
“… dat cruyt dat men Papecruyt nuempt/ heeft langhe bladeren over beyde sijden diep ghesneden/ den bladeren van wilden Cichoreye ghelijck/ die meest opter eerden uutghespreyt ligghen. Tusschen die bladeren comen dunne effene hole steelkens voort/ daer op voortcomen schoone geele ghevulde bloemen/ die als sy vergaen sijn/ in wollachtighe bollekens veranderen die met den winde wech stuyven. Die wortel es dun/ lanck/ geelachtich/ ende vol wit melckachtich saps dat daer uut vloeyet als sy ghequetst wordt.”
Ik heb geen letterlijke passage uit het Cruydeboeck kunnen terugvinden waarin Dodoens de medicinale werking van de paardenbloem woord voor woord beschrijft. Het is wél duidelijk hoe de plant in de oude kruidenleer werd gewaardeerd om haar geneeskracht. In historische kruidenboeken wordt die werking telkens op gelijkaardige wijze omschreven.
Ik laat het aan andere auteurs over om de hedendaagse toepassingen van de paardenbloem te bespreken; zij hebben daar veel meer kennis van dan ik.
Ritueel
Paardenbloem werd traditioneel gebruikt als beschermende en rituele plant: de wortel soms als amulet, de bloemen als symbool van levensenergie, bewustzijn en zonneritme. Ze speelde een rol in rituelen voor helderheid, vreugde, genezing en waarzeggerij.
In sommige streken werd een stukje wortel of blad gedroogd en in een zakje gedragen. Men geloofde dat dit boze invloeden weghield.
Omdat de paardenbloem zo gemakkelijk overal verschijnt – tussen stenen, langs wegen, in akkers – ziet men haar als plant van grenzen en overgangen. Ze helpt bij nieuwe beginmomenten. De plant staat symbool voor veerkracht: altijd weer opstaan en opnieuw beginnen. Wanneer iemand aan iets nieuws begint, hoeft men niet steeds ingewikkelde rituelen uit te voeren. Soms plukt men gewoon één paardenbloem of pluizenbol. Wanneer de zaden weggeblazen worden, wees dan overtuigd dat zorgen en angsten met hen mee opstijgen en plaatsmaken voor nieuwe moed.
De paardenbloem keert altijd weer terug. Waar ze verdwijnt, verschijnt ze opnieuw. Ze herinnert ons eraan dat elke overgang onderdeel is van een kringloop: wat je achterlaat, voedt wat komt. Omdat ze zo vaak op grenzen en tussen paden groeit, kan men haar zien als een stille gids bij overgangen—als een zachte, innerlijke poort die je doorstapt wanneer je zegt: “Ik begin opnieuw!” En telkens wanneer dat gele bloemhoofdje in het gras opduikt, klinkt het als een zacht gefluister: “Doe maar. Jij kunt dit!”

Gebedskaart voor de paardenbloem

Voetnoten
- Metonymie: wanneer je zegt “paardenbloem”, bedoel je niet alleen het gele bloemhoofdje, maar de hele plant – wortel, bladeren en zaadhoofd inbegrepen.
- “Die groote Condrilla es der wilder Cichoreye” (Cruydeboeck, deel 5, hoofdstuk 15, bladzijden 605-606).
- “Condrilla es tweederleye als Dioscorides scrijft. Groot ende cleyne”.
- Cruijdeboeck deel 5 capitel 15, bladzijde 605-606
- De Nigon Wyrta Galdor, beter bekend als de “Nine Herbs Charm”, is een Oudengels genezingsgebed – een krachtige bezwering om zwerende wonden te helen. Deze rituele tekst maakt deel uit van de Lacnunga, een verzameling Angelsaksische teksten en gebeden van uiteenlopende aard, bewaard in het Harley 585-manuscript van de British Library in Londen. Deze codex werd waarschijnlijk aan het einde van de 10de of het begin van de 11de eeuw in Engeland samengesteld.

Bronnen en meer informatie
Paardenbloem op Stadsplanten.be
Link naar de 16 meest recente artikelen
- Daslook – Allium Ursinum L .
- Paardenbloem – kleine zon, grote zuiveraar
- Kandelaartje – een lichtpuntje in de lente
- De kleine veldkers – een moedige voorjaarsbode tussen de stenen
- Kleine veldkers – pittige vonk in het vroege voorjaar
- Eindejaars plantenjacht van FLORON (Nederland)
- Gelukkig Nieuwjaar
- Zalig Kerstfeest
- Ik daag jullie uit! Wat bloeit daar in de winter?
- Wortelmeditatie
- Yggdrasil en de kerstboom
- De kruidenfluisteraar spreekt… (deel 6)
- Vijf gele composieten op een rijtje
- Gestreepte witbol
- Ontwakende stad
- Liggende vetmuur
Ontdek meer van Stadsplanten
Abonneer u om de nieuwste berichten naar uw e-mail te laten verzenden.

















