Wilde peen (Daucus carota)

Wie op een zomerse dag langs een berm, dijk of droog grasland wandelt, kijkt misschien achteloos voorbij aan een sierlijke witte schermbloem. Toch groeit daar een plant met een bijzonder verleden. De wilde peen is niet alleen een vertrouwde verschijning in ons landschap, maar ook de verre voorouder van de oranje wortel die dagelijks op ons bord verschijnt.
Met haar fijne, varenachtige bladeren, haar kantachtige bloemschermen en haar merkwaardige donkere hartje tussen de witte bloempjes is wilde peen een plant vol verrassingen. Ze oogt fragiel, maar is tegelijk een sterke overlever die zich thuis voelt op zonnige bermen, dijken, duinen, braakliggende terreinen maar ook in de stad, waar ik ze – zoals bovenstaande foto bewijst – al een aantal keren op de stoep aantrof.
Wilde peen behoort tot de schermbloemenfamilie (Apiaceae) en is een inheemse twee- of meerjarige plant. Tijdens de zomermaanden vormt ze een waardevolle voedselbron voor talloze insecten en vertelt ze een eeuwenoud verhaal over de band tussen mens, natuur en cultuur.

Van wilde peen tot wortel
Alle moderne wortelrassen vinden hun oorsprong in de wilde peen. Al duizenden jaren geleden verzamelden mensen de geurige penwortels van deze inheemse plant. Geleidelijk begonnen ze exemplaren met dikkere, malsere en smakelijkere wortels te selecteren en verder te kweken. Zo ontstonden door eeuwenlange selectie de eerste cultuurvormen.
De oudste gekweekte wortelen waren niet oranje, maar wit, geel of paars. De bekende oranje wortel verscheen waarschijnlijk pas in de 16de of 17de eeuw. Ze werd vermoedelijk ontwikkeld in de Lage Landen, al is het populaire verhaal dat dit gebeurde ter ere van het Huis van Oranje nooit overtuigend bewezen.
De wortel van wilde peen oogt heel anders dan die van haar gekweekte nakomelingen. Ze is wit, slank, vaak vertakt en veel minder vlezig. Toch verraadt de karakteristieke wortelgeur onmiddellijk de nauwe verwantschap. Wie een jonge wilde peen voorzichtig uitgraaft, ruikt meteen de bekende geur van de groente die vandaag wereldwijd wordt geteeld.

Hoe herken je wilde peen?
Wilde peen is een sierlijke, inheemse plant die 30 tot 120 cm hoog kan worden. De rechtopstaande, gegroefde stengel is stevig en over de hele lengte ruw behaard. Ook de fijn ingesneden bladeren voelen behaard aan en doen sterk denken aan wortelloof of peterselie. Trek je voorzichtig een jonge plant uit de grond of kneus je een blad, dan herken je meteen de karakteristieke geur van wortel.
Van juni tot ver in de herfst verschijnen de grote, vlakke bloemschermen, die zijn opgebouwd uit honderden kleine witte bloempjes. Vaak valt één bijzonder detail op: midden in het scherm bevinden zich één of meer donkere bloemetjes. Niet elk bloemscherm bezit zo’n donkere kern, maar wanneer die aanwezig is, vormt ze een handig herkenningskenmerk. Het lijkt precies alsof er een insect in het midden van het bloemscherm zit.
De functie van deze donkere bloemetjes is nog altijd niet volledig opgehelderd. Wetenschappers vermoeden dat ze bestuivende insecten aantrekken doordat ze lijken op een insect dat al op het bloemscherm zit, of doordat ze het kleurcontrast vergroten en het bloemscherm beter laten opvallen.
Na de bloei buigen de stralen van het bloemscherm geleidelijk naar binnen. Zo ontstaat een dicht opgerolde, bolvormige vruchtstand die sterk aan een vogelnestje doet denken. Dit karakteristieke “vogelnestje” is een van de betrouwbaarste herkenningskenmerken van wilde peen en maakt de plant ook na de bloei gemakkelijk herkenbaar.

Enkele foto’s van de wilde peen door Nic Carsauw

Vruchten en verspreiding
De vruchten zijn kleine splitvruchten van slechts enkele millimeters lang. Ze zijn bezet met fijne haakvormige stekeltjes, waardoor ze gemakkelijk blijven hangen in de vacht van dieren of aan kleding. Zo worden de zaden over grote afstanden verspreid.
De zaden rijpen in de herfst en hebben meestal een koude winterperiode nodig voordat ze in het voorjaar kunnen ontkiemen.

Naamgeving
De herkomst van het Nederlandse woord peen is niet met zekerheid bekend. Mogelijk gaat het terug op een oud Germaans woord voor wortel, al bestaat daarover geen overeenstemming onder taalkundigen.
De geslachtsnaam Daucus gaat waarschijnlijk terug op het Oudgriekse δαῦκος (daûkos), de benaming voor een aromatische schermbloemige met een eetbare of geneeskrachtige wortel. Het is niet helemaal zeker of de Grieken daarmee precies onze wilde peen bedoelden, maar de naam werd later door botanici voor dit plantengeslacht overgenomen.
Het soortepitheton carota is afgeleid van het Griekse καρωτόν (karōton), dat “wortel” betekent. Via het Latijnse carota vond dit woord zijn weg naar tal van Europese talen, zoals het Engelse carrot, het Franse carotte, het Duitse Karotte en het Italiaanse carota.
De wetenschappelijke naam Daucus carota weerspiegelt zo de lange geschiedenis van een plant die al duizenden jaren door de mens wordt verzameld, gekweekt en veredeld.

Ecologische waarde
Wilde peen behoort tot de belangrijkste insectenplanten van de zomer. De grote, vlakke bloemschermen bestaan uit honderden kleine bloempjes die samen een ideaal landingsplatform vormen. Daardoor kunnen zowel grote als kleine insecten gemakkelijk nectar en stuifmeel verzamelen.
Tijdens de bloei is de plant een waar ontmoetingspunt voor insecten. Wilde bijen, honingbijen, hommels, zweefvliegen, vlinders, wespen en talrijke kevers bezoeken de bloemen. Niet zelden loert tussen de bloempjes ook een krabspin (Misumena vatia), die er onbeweeglijk op een nietsvermoedende prooi wacht.
Wilde peen is bovendien een belangrijke waardplant voor de koninginnenpage (Papilio machaon), een van de mooiste dagvlinders van Europa. De rupsen voeden zich met de bladeren van wilde peen en andere schermbloemigen, terwijl de volwassen vlinders graag nectar komen drinken uit de bloemen.
Nog geen halve eeuw geleden was de koninginnenpage in Vlaanderen op veel plaatsen zeldzaam geworden. Dankzij een beter bermbeheer, bloemrijkere graslanden en de aanwezigheid van waardplanten zoals wilde peen heeft de soort zich de voorbije decennia opnieuw op verschillende plaatsen kunnen vestigen.
Zo vertelt wilde peen vandaag niet alleen het verhaal van de oorsprong van onze gekweekte wortel, maar ook dat van de terugkeer van een van onze meest indrukwekkende dagvlinders. Wilde peen laat zien hoe belangrijk inheemse planten zijn voor het behoud van onze biodiversiteit.

Wilde peen in de landbouw
Wilde en gekweekte peen kunnen elkaar bestuiven. Voor zaadtelers is dat ongewenst, omdat de eigenschappen van de gekweekte rassen daardoor kunnen veranderen. Om die reden wordt wilde peen in landbouwgebieden vaak bestreden, hoewel ze ecologisch een bijzonder waardevolle plant is.
Culinair gebruik
De jonge wortel is eetbaar en smaakt duidelijk naar wortel, al is ze veel houtiger en dunner dan de gekweekte varianten. Ze wordt het best geoogst tussen het eerste en tweede groeijaar.
Ook de jonge bladeren, de bloemschermen en de aromatische zaden kunnen in kleine hoeveelheden in de keuken worden gebruikt. De zaden hebben een kruidige smaak die enigszins doet denken aan wortel en karwij.
Gebruik in de volksgeneeskunde
Wilde peen werd al sinds de oudheid gewaardeerd als geneeskrachtige plant. In de volksgeneeskunde gebruikte men de wortel, de bladeren en vooral de zaden bij uiteenlopende aandoeningen. Zo schreef men de plant een vochtafdrijvende, wormafdrijvende en samentrekkende werking toe. Daarnaast werd zij gebruikt bij maag- en nierklachten en geloofde men dat zij het gezichtsvermogen kon versterken.
De Griekse arts Dioscorides (1e eeuw n.Chr.) en later ook Arabische en Europese kruidkundigen vermeldden wilde peen als een waardevolle geneeskrachtige plant. Veel van deze toepassingen behoren vandaag tot de historische volksgeneeskunde en worden niet of slechts beperkt ondersteund door modern wetenschappelijk onderzoek.

Wilde peen en vruchtbaarheid
Een bijzonder aspect van de volksgeneeskunde is het gebruik van de zaden in verband met vruchtbaarheid en zwangerschap. In verschillende culturen werden de zaden beschouwd als een afrodisiacum en als een middel om de vruchtbaarheid of juist de conceptie te beïnvloeden. Daardoor kreeg wilde peen een bijzondere plaats in de kennis van kruidenvrouwen en vroedvrouwen.
Het gebruik van wilde peenzaden om zwangerschap te voorkomen gaat minstens terug tot de Griekse en Romeinse oudheid. Dioscorides beschreef al dat de zaden na de geslachtsgemeenschap konden worden ingenomen om zwangerschap te voorkomen. Ook latere Arabische, Perzische en Europese kruidenboeken vermelden deze toepassing. In sommige delen van India bleef dit gebruik zelfs tot in de twintigste eeuw bestaan.
Sinds de jaren 1970 hebben verschillende onderzoekers extracten van wilde peenzaden onderzocht in dierproeven, voornamelijk bij ratten en muizen. Die studies suggereren dat bepaalde stoffen uit de zaden de innesteling van een bevruchte eicel kunnen bemoeilijken en mogelijk ook de werking van het hormoon progesteron gedeeltelijk remmen. Daarom worden wilde peenzaden in de wetenschappelijke literatuur eerder beschreven als een anti-implantatiemiddel – een middel dat de innesteling van een bevruchte eicel kan verstoren – dan als een klassiek anticonceptiemiddel dat de eisprong voorkomt.
Hoewel deze onderzoeksresultaten wetenschappelijk interessant zijn, ontbreekt overtuigend klinisch bewijs dat wilde peenzaden bij mensen een betrouwbare en veilige vorm van anticonceptie bieden. Daarom worden zij hiervoor niet aanbevolen. Uit voorzorg wordt het gebruik van de zaden tijdens een (mogelijke) zwangerschap zelfs afgeraden.

Verwarring met gelijkende soorten
Wilde peen behoort tot de schermbloemenfamilie (Apiaceae), een plantenfamilie waarin eetbare en uiterst giftige soorten naast elkaar voorkomen. Wie witte schermbloemigen wil verzamelen, moet de planten daarom met absolute zekerheid kunnen herkennen.
De gevaarlijkste dubbelganger is zonder twijfel de gevlekte scheerling (Conium maculatum), een van de giftigste planten van Europa. Deze soort onderscheidt zich door haar gladde, blauwgroene stengel met opvallende roodpaarse vlekken. De plant is vrijwel onbehaard en verspreidt bij het kneuzen van de bladeren een onaangename muizengeur. Wilde peen daarentegen is over de hele plant ruw behaard, heeft geen gevlekte stengel en verspreidt de kenmerkende geur van wortel.
Ook dolle kervel (Chaerophyllum temulum) kan voor verwarring zorgen. Deze soort heeft eveneens witte bloemschermen, maar mist de typische wortelgeur en vormt na de bloei geen opgerold “vogelnestje”.
Een andere gelijkende soort is fluitenkruid (Anthriscus sylvestris), dat al vroeg in het voorjaar bloeit. De plant wordt meestal groter dan wilde peen, heeft luchtigere bloemschermen en de vruchtstand sluit zich na de bloei niet tot een bol.
Waarschuwing!
Verzamel nooit schermbloemigen voor consumptie wanneer je de plant niet met absolute zekerheid hebt herkend. Binnen deze plantenfamilie komen enkele van de giftigste plantensoorten van Europa voor. Een vergissing kan ernstige of zelfs levensbedreigende gevolgen hebben.
Wie zich verder wil verdiepen in de herkenning van witte schermbloemigen vindt een uitstekende determinatiesleutel op de website Wildebloemen.info.
https://wildebloemen.info/pages.sleutels/sleutel.algemene.witte.schermbloemigen.php

Verhalen, folklore en symboliek
In Engeland staat wilde peen bekend als Queen Anne’s Lace. Volgens een oude Engelse legende was koningin Anna bezig met kantklossen toen ze zich met haar naald in de vinger prikte. Een druppeltje bloed viel op het fijne witte kantwerk. Daarom zou het bloemscherm in het midden vaak een klein donker paarsrood bloemetje dragen. Hoewel die donkere bloemetjes niet altijd aanwezig zijn, blijft het een van de bekendste volksverhalen rond de plant.
In enkele streken van Duitsland en Oostenrijk werd bloeiende wilde peen verwerkt in sint-jansboeketten die rond 24 juni werden geplukt. Ook in kruidwissen, die op 15 augustus werden gewijd, maakte de plant deel uit van het boeket. Samen met sint-janskruid, duizendblad, bijvoet en kamille moest zij huis en haard beschermen tegen onweer, ziekte en ander onheil. Wilde peen speelde daarin geen hoofdrol, maar maakte wel deel uit van het beschermende kruidenboeket.
In delen van Midden-Europa hing men ook gedroogde bloemschermen van wilde peen in schuren of boven staldeuren. Volgens het volksgeloof zouden boze geesten eerst alle fijne vertakkingen moeten tellen voordat zij een gebouw konden binnendringen. Daardoor zou de plant bescherming bieden tegen kwade invloeden. Een gelijkaardig geloof bestond ook rond duizendblad, venkel en dille.
In Duitsland gebruikten jonge meisjes de plant soms als een eenvoudig liefdesorakel. Een bloeiend bloemscherm werd in een vaas gezet. Bleef het lang fris, dan zou de geliefde trouw blijven; verwelkte het snel, dan voorspelde dat een ongelukkige liefde. Zulke plantenorakels waren vroeger voor tal van plantensoorten populair.
Ook de vruchtstand sprak tot de verbeelding. Na de bloei buigt het bloemscherm langzaam naar binnen en vormt het een gesloten bol die sterk aan een vogelnestje doet denken. In verschillende streken geloofde men dat kleine elfjes of feeën hierin konden schuilen. Daarom wordt wilde peen in oude Engelse volksverhalen soms ook Bird’s Nest of Fairy’s Nestgenoemd.
In sommige landelijke streken gold wilde peen bovendien als een weervoorspeller. Men meende dat de plant regen aankondigde wanneer de bloemschermen zich begonnen te sluiten. Daarin schuilt een kern van waarheid: de vruchtstand reageert inderdaad op veranderingen in de luchtvochtigheid en sluit zich onder vochtige omstandigheden sterker.
De plant stond bovendien symbool voor bescherming en vruchtbaarheid. De diepe penwortel, stevig verankerd in de bodem, werd gezien als een teken van levenskracht en verbondenheid met de aarde. Tegelijk werd wilde peen in de volksgeneeskunde in verband gebracht met zwangerschap en geboorte.
Opvallend is dat wilde peen, ondanks haar eeuwenlange betekenis als voedsel-, genees- en cultuurplant, vrijwel ontbreekt in de grote Europese mythologieën. Ze speelt geen rol in de Griekse heldenverhalen, de Keltische sagen of de Noordse Edda’s. Sommige moderne kruidenboeken brengen haar wel in verband met Aphrodite, de Griekse godin van de liefde, maar daarvoor bestaat nauwelijks steun in de klassieke bronnen. Wilde peen is vooral een plant van het dagelijkse leven: een trouwe metgezel van boeren, kruidenvrouwen en natuurliefhebbers, eerder dan van goden en helden.
Wie in de nazomer een uitgebloeide wilde peen bekijkt, begrijpt misschien waarom deze bescheiden plant zoveel verhalen heeft voortgebracht. Het tere witte bloemscherm is veranderd in een fijn gevlochten nestje dat de rijpende zaden beschermt. Pas wanneer de tijd rijp is, opent het zich opnieuw om zijn zaden aan de wind toe te vertrouwen. Misschien schuilt juist daarin de mooiste symboliek van wilde peen: beschermen, loslaten en telkens opnieuw ruimte scheppen voor nieuw leven.

Bronnen en meer informatie
Nic Carsauw is de auteur van de website “Wilde natuur in Mechelen”.
We bevelen de website van Nic ten zeerste aan. Op zijn website krijg je een overzicht van de wilde natuur in de regio Mechelen. Hiermee wil hij tevens een pleidooi houden voor het behoud van die natuur.
https://nl.wikipedia.org/
https://www.floravannederland.nl/
https://www.ecopedia.be/
https://www.naturetoday.com/
https://waarnemingen.be/
https://wilde-planten.nl/
https://www.wildebloemen.info/
https://www.blumeninschwaben.de/
https://www.plantennamen.info/
https://mens-en-gezondheid.infonu.nl/

Link naar de 16 meest recente artikelen
- De legende van ’t boompje
- Wilde peen (Daucus carota)
- Brandnetel: een verhaal van mythologie, rituelen, legenden en magie
- Brandnetel: een brandend verhaal
- De ereprijs van de stille weg — een oude legende
- Waarom de blaadjes van de ratelpopulier ritselen
- Zomerbloeiers… mijn vijf favorieten
- De paardenkastanje — boom van kracht en genezing
- Sint-Janskruid versus jakobskruiskruid
- De legende van de gaatjes in het Sint-Janskruid
- Het groot heksenkruid en de legende van Circe
- Hoe de netel zijn brandharen kreeg…
- Natuurfilm “Wilde planten in Brugge”
- De legende van de beuk die de gedachten bewaart
- De legende van het groot heksenkruid
- De legende van de knotwilg aan het Minnewater te Brugge
Ontdek meer van Stadsplanten
Abonneer u om de nieuwste berichten in uw inbox te ontvangen.
























