Het bezemkruiskruid (Senecio inaequidens) is een opvallende vaste plant uit de composietenfamilie, die relatief recentelijk zijn intrede heeft gemaakt in onze streken. Rond 1900 werden de eerste exemplaren van het bezemkruiskruid ontdekt bij een wolverwerkingsbedrijf in België – een onschuldig begin van wat later een …
De basterdwederik is typisch zo’n plant die vaak zonder pardon uit tuinen wordt verwijderd omdat hij als onkruid wordt gezien. Maar wat veel mensen niet weten, is dat deze plant een schat aan medicinale eigenschappen bezit. Terwijl hij misschien ongewenst lijkt, herbergt hij verborgen krachten …
Zowat het eerste wat je te zien krijgt als je even googelt op ‘basterdwederik’ is het volgende: “Basterdwederik is een algemeen voorkomend onkruid. Er zijn diverse soorten die sterk op elkaar lijken en onderling ook kruisen.”
Een hardnekkig stukje onkruid dus! En ik vrees dat velen hem al zonder pardon dat etiket hebben opgeplakt, inclusief de stempel “Doodstraf!” Maar met dit artikel willen we toch een nuance aanbrengen.
Onkruid herkennen
Bent u er ook zo eentje voor wie alle wilde planten onkruid zijn, en per definitie ook ongewenst? Dan kunt u uw kennis van de ‘onkruiden’ bijspijkeren op de website https://www.intratuin.be/inspiratie/onkruid-herkennen Maar wees gewaarschuwd… onkruid bestaat niet!
What’s in a name?
“What’s in a name?” is een beroemde uitspraak uit William Shakespeare’s toneelstuk Romeo and Juliet.
Stel je eens voor: wat als iemand je ineens een bastaard zou noemen? Tja, dan denk je toch ook meteen: “Wat hebbzen we nou?”
Ik heb de betekenissen van het woordje bastaard eens opgezocht en die ogen niet erg fraai. Het woord heeft vaak een negatieve bijklank en wordt gezien als een sociaal stigma. In informele taal wordt “bastaard” als scheldwoord gebruikt, vaak om iemand aan te duiden die als oneerlijk of onaangenaam wordt gezien. Het kan ook figuurlijk verwijzen naar iets dat gemixt of van gemengde oorsprong is.
Wat denken we dan van de ‘basterdwederik’? De Nederlandse naam dankt de plant aan het feit dat de bladen lijken op die van de wederik. De basterdwederik is dus een plantensoort die iets anders is dan de typische wederik.
Epilobium is de wetenschappelijke naam voor een geslacht van planten, dat in het Nederlands bekend staat als wilgenroosjes. De naam Epilobium komt uit het Grieks en bestaat uit twee delen:
“Epi” betekent “op” of “boven“.”Lobion” betekent “peul” of “schoteltje“, een verwijzing naar de vorm van de vruchtbeginsels of zaaddozen van de plant.
Planten uit het geslacht Epilobium zijn meestal kruidachtig en staan bekend om hun lange, slanke zaaddozen die openbarsten en pluizige zaden vrijlaten, die door de wind worden verspreid. De bloemen van wilgenroosjes zijn vaak roze of paars van kleur.
Basterdwederik
Wilgenroosje of basterdwederik?
In de 20ste druk van de Heukels’ Flora van Nederland uit 1983 kregen alle planten die ooit luisterden naar de naam basterdwederik een gloednieuwe titel: wilgenroosje. Want ja, “basterdwederik” klonk toch een beetje alsof de plant een identiteitscrisis had, en dat voor zulke charmante roze bloempjes met schattige hartvormige kroonblaadjes! Maar, de naam basterdwederik heeft wel degelijk een diepere betekenis. “Basterd” betekent simpelweg “niet de echte wederik”, een plant die vroeger bijna als dokter in de volksgeneeskunde werd gezien. In de 21e druk was het echter: “Ach, terug naar het oude!” En voilà… de kleinbloemige soorten dragen sindsdien weer met trots de naam basterdwederik.
Lookalikes
Als je al in de war raakt van namen als wilgenroosje en basterdwederik, wacht maar tot je de planten zelf probeert te herkennen! De verschillende soorten uit dit geslacht lijken zo sterk op elkaar, dat je bijna een vergrootglas én een detectivehoed nodig hebt om ze uit elkaar te houden. Ze geven je het gevoel dat je bij een familiereünie bent, waar iedereen verdacht veel op elkaar lijkt! Bij het determineren vormen ook nog de vele onderlinge kruisingen tussen de soorten een probleem.
Maar geen zorgen… Met een loep in de hand en een betrouwbare flora in de buurt komt er ineens een hele wereld aan details tot leven. Het geheim zit ‘m namelijk in de subtiele verschillen in de beharing en de stengel: soms dik, soms dun, soms rond, soms vierkantig; maar altijd de sleutel tot herkenning! En in de vorm van de stempellobben. Heeft u uw plantenloep bij de hand?
Vier veel voorkomende soorten
Het geslacht van de basterdwederiken telt zo’n 200 soorten en is wereldwijd te vinden. In België en Nederland komen er 9 voor, maar omdat 8 van deze soorten opvallend veel op elkaar lijken, beperken we ons tot vier opvallende soorten: de beklierde basterdwederik (Epilobium ciliatum), de bergbasterdwederik (Epilobium montanum), kantige basterdwederik (Epilobium tetragonum)en de viltige basterdwederik (Epilobium parviflorum). We zetten de belangrijkste kenmerken op een rijtje, zodat je de verschillen moeiteloos kunt herkennen!
Bladeren: Smal lancetvormig, fijn getand, vaak met kleine klierhaartjes aan de rand. Blad duidelijk gesteeld. De Bloemen zijn relatief klein (2,5-6 mm). Vier witte of lichtroze kroonblaadjes, waarvan de toppen vaak diep ingesneden zijn. Bloemen in de knop rechtopstaand. De stempel is knotsvormig (loepje gebruiken) De Vruchten zijn smalle, lange doosvruchten. De stengels zijn vaak behaard met klierharen.
Epilobium montanum (Bergbasterdwederik)
Bergbasterdwederik
Bladeren: Eirond tot ovaal, fijn getand, zittend of met korte steel. De stengelbladen alle tegenoverstaand. Bloemen: 6-10 mm breed, lichtroze, zelden wit. In de knop overhangende bloemen. De stempel heeft 4 stempellobben. (Loepje gebruiken!) Vruchten: Smalle, langwerpige doosvruchten die behaard zijn. De Stengels zijn rond met korte haren.
Epilobium tetragonum (kantige basterdwederik)
Kantige basterdwederik
Bladeren: Lancetvormig, fijn getand, zittend of kort gesteeld. Bloemen: roze tot wit, tot 6 mm breed. Vruchten: Vierkantig, slank en lang. Stengels: Vierkantig, wat één van de opvallendste kenmerken is. Deze soort dankt zijn naam aan de vierkante stengel. Stengel en blad nagenoeg kaal.
Epilobium parviflorum (viltige basterdwederik)
Viltige basterdwederik
Bladeren: Langwerpig tot lancetvormig, fijn getand, onderste bladeren vaak gesteeld. Bloemen: 5 tot 10 mm breed, lichtroze of paars. Vruchten: Lang, dun, behaard. Stengels: Ronder en minder behaard dan E. ciliatum, met een meer compacte groeiwijze. Vier uitstaande stempellobben.
Beschrijving
De bloemen van dit geslacht zijn een lust voor het oog, met kleuren die variëren van zachtroze tot bijna wit. Bijna alle soorten hebben vier elegante kroonblaadjes, met uitzondering van het bijzondere Harig wilgenroosje. Wat nog fascinerender is: deze prachtige bloemen tonen hun volle pracht alleen bij zonnig weer. Hoewel het lijkt alsof ze op lange stelen staan, is dat een illusie—wat je ziet is eigenlijk het onderstandige vruchtbeginsel. En dan, als de zaden rijp zijn, gebeurt er iets magisch: de vrucht opent zich van bovenaf en laat een wolk van talloze, met pluis bedekte zaden los, klaar om door de wind verspreid te worden. Ik vind de planten dan eigenlijk op hun mooist.
De kroonbladen van deze bloemen hebben een bijzondere schoonheid: aan de top zijn ze sierlijk ingesneden, waardoor ze aan een hart doen denken. Dit detail geeft de bloemen een bijna romantische uitstraling. Maar er is meer! De stempel, dat verfijnde centrum van de bloem, kan de vorm aannemen van een knots of van een kruis, wat vooral bij de kleinbloemige soorten een belangrijk onderscheidingskenmerk is. Deze subtiele verschillen maken de bloemen nog fascinerender om te bestuderen!
Veel basterdwederiken bezitten het wonderlijke vermogen om wortelstokken te vormen. Deze ondergrondse stengels zijn niet alleen een bron van kracht voor de plant, maar ook een slim mechanisme om te overleven. In de zomer en het najaar ontwikkelen ze knoppen die klaar zijn om de winter door te komen, en daarmee verzekeren ze hun heropleving in het volgende groeiseizoen. Het is een prachtig voorbeeld van de veerkracht en ingenieuze aanpassingen van de natuur!
Het zaad van de basterdwederiken is verborgen in langwerpige doosvruchten, die zich op elegante wijze in vieren splijten wanneer ze rijp zijn. Wat volgt is een prachtig schouwspel: de zaden, uitgerust met een luchtig vruchtpluis, worden bevrijd en door de wind meegenomen, klaar om nieuwe plekken te veroveren. Bij sommige soorten is dit spektakel extra indrukwekkend door het enorme aantal zaden dat vrijkomt. Een subtiele maar indrukwekkende strategie van de natuur om zich te verspreiden!
Op zaterdagochtend 12 oktober organiseerde ‘Regionaal Landschap Houtland en de Polders’ een boeiende stadswandeling door het hart van Brugge, onder leiding van lichenoloog Tim Claerhout. Nieuwsgierig wat een lichenoloog precies doet? Het is iemand die zich specialiseert in de ecologie en herkenning van korstmossen, fascinerende …
Ik ben helemaal weg van de muursla (Mycelis muralis)! Deze elegante plant, met zijn slanke stengel en verfijnde, gele bloempjes, staat als een koninklijke verschijning op de kademuren en bruggen van Brugge. Het is een echte verborgen schat, die je ook vaak tegenkomt langs huisgevels. …
In de herfst vind je meestal enorm veel kastanjes onder kastanjebomen. Zelf raap ik ze graag op en leg ze in schaaltjes in mijn huis omdat ik ze zo mooi vindt. Er zijn verschillende kastanjebomen. Dit artikel gaat over de witte paardenkastanje, die ik voor het gemak kastanje zal noemen. Wat zo leuk is dat ze verborgen eigenschappen bezitten. Ik zal er iets meer over vertellen.
Witte en Rode paardenkastanje
Er zijn twee soorten wilde kastanjes: de Witte en de Rode paardenkastanje. Je kunt ze gemakkelijk uit elkaar houden, niet alleen door de kleur van de bloemen, maar ook door de bolsters. De bolster van de Witte paardenkastanje zit vol met scherpe stekels, terwijl die van de Rode paardenkastanje juist minder stekelig is of zelfs glad kan zijn.
Dan is er ook nog de tamme kastanje, de enige eetbare kastanje van het stel. Die ken je vast! De bolster van de tamme kastanje ziet eruit als een mini-egeltje, met lange, scherpe naalden die de vrucht beschermen.
De naam ‘paardenkastanje’ komt oorspronkelijk uit het Turks, waar de boom “at kestanesi” wordt genoemd. Men gebruikte de zaden, bladeren of schors van de paardenkastanje voor de behandeling van ademhalingsaandoeningen bij paarden, hoewel er op heden geen sterk bewijs is voor de effectiviteit hiervan.
Een andere verklaring is dat de bladeren van de paardenkastanje een litteken achterlaten op de takken dat lijkt op een hoefijzer, compleet met een spijkervormige afdruk. Hoewel de naam “paardenkastanje” suggereert dat de kastanjes geschikt zijn voor paarden, zijn ze giftig voor mensen en de meeste dieren en dus niet bedoeld voor consumptie.
De ‘hoef’ van de paardenkastanje
Gebruik
De vrucht van de kastanjeboom wordt al eeuwenlang gebruikt als geneeskruid. Het verbetert de doorbloeding en maakt de vaatwanden sterker. Daarom wordt het vooral toegepast bij spataderen, aambeien, oedeem, zware benen, onrustige benen, open benen, koude mensen, maar ook bij stijve spieren.
De vrucht kan alleen niet door mensen worden gegeten. Je spijsvertering zal er heel veel last van krijgen. Daarom wordt er een alcoholische oplossing van gemaakt, die als tinctuur Hippocastanum verkrijgtbaar is bij de betere drogist.
De eetbare kastanje waar je misschien wel eens over gehoord hebt, komt van een andere boom, de tamme kastanje. Ze zijn overigens geen familie van elkaar. De tamme kastanje is familie van de beuk en deze kastanjes zijn onder andere verkrijgbaar in een groenten- en fruitzaak.
De kastanje kent ook uitwendige toepassingen. Daarvoor kun je gewoon een kastanje in je broekzak stoppen. Net als een mobiele telefoon zend een kastanje straling uit. De kastanje heeft invloed op blokkades in het lichaam en kan ervoor zorgen dat je klacht verminderd. Probeer het maar eens! Een dame die in een tweedehandswinkel werkt, vertrouwde me onlangs toe dat ze regelmatig kastanjes in broekzakken aantreft. Er zijn dus nog genoeg mensen die het oude gebruik toepassen!
Medicinaal gebruik
Paardenkastanje wordt al eeuwenlang in de volksgeneeskunde gebruikt als behandeling voor dysenterie, bronchitis, aambeien en veneuze problemen. Klinische studies ondersteunen het gebruik ervan bij chronische, veneuze insufficiëntie, aambeien en postoperatief oedeem.
Er zijn heel wat preparaten op de markt waarin de wilde (witte) kastanje een ingrediënt is .
Wilde kastanje ondersteunt de bloedsomloop, helpt de beenaderfuncties gezond houden en vermindert het gevoel van zware benen.
Hoewel niet alle bijwerkingen bekend zijn, wordt gedacht dat paardenkastanje mogelijk veilig is als hij voor een korte periode wordt ingenomen.
Wees voorzichtig!
Paardenkastanje bevat aanzienlijke hoeveelheden van een gif (esculine) en kan de dood veroorzaken als het rauw wordt gegeten. Gestandaardiseerde paardenkastanjeextracten, waaruit dit onderdeel is verwijderd, lijken veilig te zijn voor kort gebruik.
Paardenkastanjeextracten worden over het algemeen goed verdragen, maar kunnen bij sommige mensen bijwerkingen veroorzaken zoals duizeligheid, misselijkheid en spijsverteringsklachten.
Er is weinig bekend over de vraag of het veilig is om extract van paardenkastanje te gebruiken tijdens de zwangerschap of tijdens het geven van borstvoeding.
Overleg met uw zorgverlener voordat u paardenkastanje gebruikt en consulteer uw arts over de eventuele aanvullende therapieën die u gebruikt. Paardenkastanje mag niet worden gebruikt ter vervanging van medicatie die u door uw arts is voorgeschreven.
Bloesemremedie
bloei
Paardenkastanje (Red Chesnut) behoort tot de bloesemremedies.Red Chestnut is voor mensen met een onbaatzuchtige overbezorgdheid en angst voor het welzijn van anderen, in het bijzonder familie en naaste vrienden.
Zij vrezen het ergste voor hun naasten. Ze zijn ook zeurderig en maken zich zorgen over de problemen van anderen. Vaak is dit een tijdelijke stemming van mensen in verzorgende beroepen zoals verpleegkundigen, therapeuten enz.…
Recept kastanjecrème
Ook worden kastanjes in crèmes verwerkt omdat ze de huid strakker maken, zorgen voor een betere doorbloeding bij winterhanden en -voeten én vanwege de pijnstillende werking wordt deze crème ook bij reuma en jicht gebruikt. Natuurlijk kun je deze crème kopen, maar je kunt hem ook zelf maken.
Snij twee flinke handen vol met kastanjes in 4 stukken en schil ze. Doe alleen het kastanjewit met een beetje water of rozenwater in een pan en kook ze tot ze zacht zijn -ca 20 minuten- (let op dat ze niet droogkoken). Maal alles fijn met een staafmixer en je crème is klaar. (Zorg ervoor dat alle schillen verwijderd zijn, gebruik alleen het kastanjewit, want anders krijg je allemaal stukjes in je crème.)
Let op, het ziet er best lekker uit, maar deze crème is NIET eetbaar.
Wasgoed
De kastanjeboom is familie van de zeepachtigen, dat betekent dat de boom reinigende inhoudsstoffen bevat. Schil een paar kastanjes en snij ze in stukjes. Stop alleen de witte stukjes in een zakdoek en maak deze met een touwtje dicht. Dit zakje kun je meewassen met een witte was, want….. een witte was wordt hiermee weer stralend wit en sommige vlekken zullen verwijderen. (Het hangt natuurlijk af wat voor vlek het is.) Als ze vers zijn kun je de kastanjes makkelijk schillen. Als ze ouder en rimpeliger zijn, wordt het een lastig klusje.
De boom wordt overigens witte paardekastanje genoemd, omdat hij in het voorjaar witte bloesem heeft. Er is ook een gecultiveerde boom met roze bloemen, deze wordt zover ik weet alleen in de Bach bloesemtherapie gebruikt.
Online kruidenles
Wil je liever kijken dan lezen? Een online kruidenles door Andrea Bleeker over de witte paardenkastanje vind je op YouTube. We bevelen de video ten zeerste aan.
Maak kennis met de akkermelkdistel (Sonchus arvensis), een telg uit de veelzijdige composietenfamilie (Asteraceae)! Zoals de naam al laat vermoeden voelt deze plant zich thuis op bouwland en grasvelden, maar durft ook de ruige duinen te trotseren. En hoewel de gewone melkdistel al lang een …
Tot zo’n 30 jaar geleden was de Canadese fijnstraal nog de onbetwiste solist in zijn soort – verwarring met soortgenoten was haast onmogelijk. Maar die tijden zijn veranderd! Nu heeft hij er een stel dubbelgangers bij: de Hoge fijnstraal, de Ruige fijnstraal en ook de bijna onopgemerkte Gevlamde fijnstraal. Deze nieuwkomers hebben eind vorige eeuw de oversteek van Amerika naar Europa gemaakt en hebben vooral stedelijke gebieden veroverd.
Voor dit artikel besloot ik op zoek te gaan naar de Canadese fijnstraal, maar – geloof het of niet – dat bleek een grotere uitdaging dan verwacht. Overal in de stad kwam ik vooral de Hoge fijnstraal tegen. Uiteindelijk had ik geluk in de Hof Arents in Brugge, waar ik een jong exemplaar ontdekte dat onmiskenbaar de typische kenmerken van de Canadese fijnstraal vertoonde. ’s Anderendaags had ik meer geluk tijdens een bezoek aan het Constant Permeke museum te Jabbeke. Ik vond er warempel de twee familieleden, Canadese fijnstraal en Hoge fijnstraal, broederlijk naast mekaar.
Wanneer je ze zo naast elkaar ziet, valt het verschil – zelfs voor de leek – wel op, maar het is zeker niet altijd zo eenvoudig te onderscheiden. Daarom zetten we een aantal kenmerken nog eens naast mekaar op een rijtje.
Bloemhoofdjes
Een belangrijk verschil zit ‘m in de grootte, vorm en de beharing van de bloemhoofdjes.
De Canadese fijnstraal (Conyza canadensis)heeft vele kleine 2 tot 5 mm brede en 6 mm lange hoofdjes. De bloemhoofdjes zijn duidelijk wat kleiner dan bij de Hoge fijnstraal (Conyza sumatrensis). De vele bloemhoofdjes van de Hoge fijnstraal zijn wat groter (zo’n 5 tot 8 mm in doorsnede) en vooral onderaan ronder (urnvormig).
De bloemhoofdjes van de Canadese fijnstraal zijn lichtjes behaard, maar lang niet zo veel als bij de hoge fijnstraal. Met een plantenloep zijn de vele aanliggende haartjes bij de Hoge fijnstraal goed te zien. Die beharing is meteen een eerste kenmerk om een snel onderscheid te maken.
Bij de Canadese fijnstraal zijn de lintbloempjes wit of soms vuilroze en iets langer dan bij de Hoge fijnstraal waarvan de lintbloemen nauwelijks te zien zijn. Ze zijn immers minder dan een halve mm lang en wit van kleur. Ook dat verschil is met een plantenloep goed te zien.
Tenslotte heeft de Canadese fijnstraal 4-lobbige buisbloemen, terwijl de buisbloemen van de Hoge fijnstraal 5-lobbig zijn. Al geef ik toe dat ook dit verschil moeilijk te zien is.
Een beeld zegt meer dan duizend woorden! Vandaar dat we hieronder enkele foto’s ter verduidelijking publiceren.
De bloemhoofdjes van de Canadese fijnstaal
De bloemhoofdjes van de Hoge fijnstraal
Beharing
Er is ook een duidelijk verschil in beharing te zien. Canadese fijnstraal heeft minder opvallende beharing; de haren zijn korter, minder dicht verspreid en vaak bijna afwezig op de bloemhoofdjes.
Hoge fijnstraal heeft duidelijke haren die wollig en dichter zijn. De haartjes op de bladrand zijn kort en als het ware gebogen. Op bijgaande foto is het verschil ook duidelijk.
Beharing bij Canadese fijnstraal
De ‘kromme’ aanliggende haartjes van de Hoge fijnstraal (hier met een speciale techniek zichtbaar gemaakt)
Bladeren
De bladeren van de Hoge fijnstraal zijn vaak breder en hebben een gekartelde rand. De bladeren van de Canadese fijnstraal zijn smaller en lancetvormig met minder duidelijke tanden en minder haren.
Uiterlijk
De Hoge fijnstraal wint het van alle andere fijnstralen in lengte en kan meer dan twee meter hoog worden. De naam Hoge fijnstraal is dus zeer toepasselijk. Canadese fijnstraal groeit meestal minder hoog, vaak tot ongeveer 1 meter.
Doordat de vertakkingen kort zijn is de hele bloeiwijze van de Hoge fijnstraal eerder ruitvormig. De zeer talrijke, kleine bloemhoofdjes van de Canadese fijnstraal staan in een sterk vertakte, pluimvormige bloeiwijze. Maar… toegegeven… ook dat verschil is niet altijd heel duidelijk.
In de tuin van het Constant Permeke museum te Jabbeke vond ik de twee soorten netjes naast elkaar. Op de foto is duidelijk de ruitvormige bloeiwijze van de Hoge fijnstraal te zien en de eerder pluimvormige bloeiwijze van de Canadese fijnstraal.
De twee soorten broederlijk bij elkaar.
Bloeitijd
Tenslotte is er ook nog een verschil in bloeitijd. De Hoge fijnstraal bloeit iets later in het seizoen, meestal van juli tot oktober/ november. De Canadese neef bloeit eerder, vaak al vanaf juni tot september.
Canadese fijnstraal in de tuin van het Permekemuseum te Jabbeke
Ik koos bewust voor de titel ‘fijnstraal’ omdat er in Vlaanderen meerdere soorten fijnstraal groeien die vaak sterk op elkaar lijken en soms lastig van elkaar te onderscheiden zijn. Toch zijn er twee familieleden die eruit springen, dankzij hun opvallende grote lintbloemen: de muurfijnstraal (Erigeron karvinskianus) en …
Tijdens een recente wandeling door het betoverende Brugge besloot ik iets anders te doen: “Waarom niet eens de meest voorkomende wilde planten in de stad vastleggen en een top tien samenstellen?” Maar eerlijk is eerlijk… dat bleek nog een hele uitdaging! Niet omdat er een tekort was …
Tijdens het eerste deel van onze ontdekkingsreis door Brugge, samen met bioloog en lichenoloog Tim Claerhout, doken we diep in de betoverende wereld van mossen en korstmossen. We richtten onze aandacht op vijf types die cruciaal zijn voor een experiment dat de impact van hittestress op biodiversiteit onderzoekt.
Maar onze zoektocht hield daar niet op. Waar we ook keken – op kademuren, vensterbanken, verkeersborden, stoepranden en bomen – werden we steeds opnieuw verrast door de vele soorten die onze interesse wekten. In deel 2 bespraken we al zes van deze soorten, en in deel 3 zullen er nog meer bijzondere ontdekkingen aan bod komen.
Sinaasappelkorst
Sinaasappelkorst (Calogaya pusilla)
Calogaya pusilla is een soort korstmos die behoort tot de familie Teloschistaceae. Het is een kleine, vaak moeilijk te onderscheiden soort die vooral op rotsen en schors groeit. Deze korstmos heeft een grijsachtige of geelachtige kleur en kan soms een beetje lobbig of korrelig van structuur zijn.
De soort speelt een rol in ecosystemen door bij te dragen aan de beginnende afbraak van substraten en het creëren van omstandigheden die andere organismen kunnen ondersteunen. Het is een voorbeeld van de vele kleine, vaak over het hoofd geziene lichenen die samen de biodiversiteit van een omgeving vormen.
Witte schotelkorst
Witte schotelkorst (Lecanora chlarotera)
Lecanora chlarotera is een korstmos dat behoort tot de familie Lecanoraceae. Dit soort korstmos komt voor op verschillende substraten, waaronder rotsen en schors. Hier zijn enkele kenmerken van Lecanora chlarotera:
De soort speelt een rol in het ecosysteem door bij te dragen aan de afbraak van substraten en het leveren van een habitat voor andere kleine organismen. Lecanora chlarotera kan nuttig zijn voor ecologische studies, vooral als indicator voor bepaalde milieufactoren.
Deze soort heeft een gele reactie op K-test zoals op de foto te zien is. De K-test, ook wel de kaliumhydroxide-test genoemd, is een chemische test die wordt gebruikt bij de identificatie van korstmossen, waaronder kortmossen. Deze test helpt bij het onderscheiden van verschillende soorten korstmossen door te bepalen hoe hun thallus (de korstachtige laag) reageert op een oplossing van kaliumhydroxide (KOH).
De K-test is een nuttig hulpmiddel bij de identificatie van korstmossen, omdat verschillende korstmossen verschillende kleurreacties vertonen op KOH. Dit kan helpen bij het onderscheiden van soorten die visueel moeilijk te onderscheiden zijn.
Kalkschotelkorst
Kalkschotelkorst (Polyozosia albescens)
De kalkschotelkorst (Polyozosia albescens) is een korstmos uit de familie Lecanoraceae. Hij groeit op zowel steen als hout. Hij groeit meestal op muren, rotsen, grafmonumenten, beton, cement en dijkbeschoeiingen, maar soms ook op verweerde houten palen en stoffige boomschors. Het korstmos is kalkminnend en houdt van zonnige plekken. De fotobiont in het korstmos is een groene alg uit het geslacht Trebouxia.
De identificatie van Polyozosia albescens kan uitdagend zijn en vereist vaak gedetailleerde kennis van lichenen en hun specifieke kenmerken. Het kan nuttig zijn in ecologische studies, vooral bij het onderzoeken van biodiversiteit en het monitoren van milieufactoren die van invloed zijn op korstmossen.
Donkerbruine schotelkorst
Donkerbruine schotelkorst (Rinodina oleae)
Dit korstmos behoort tot de familie Lecanoraceae.
De thallus van Lecanora expallens is meestal donkerbruin tot zwartbruin en heeft een schotelvormige structuur. Het kan een relatief gladde tot korstige textuur hebben. Deze korstmos heeft vaak een enigszins glanzend uiterlijk en kan goed zichtbaar zijn door zijn donkere kleur en schotelvormige lobben.
De sporen zijn meestal klein en worden gevormd in apotheciën, die in dit geval vaak iets verheven en schotelvormig zijn.
Lecanora expallens komt vaak voor op rotsen, bomen en andere harde oppervlakken in zowel stedelijke als natuurlijke omgevingen. Het groeit vaak in vochtige tot droge omstandigheden en kan soms worden aangetroffen op schaduwrijke plekken. We troffen het aan op een vensterbank.
Rode kalksteenkorst
Rode kalksteenkorst (Protoblastenia rupestris)
Protoblastenia rupestris is een soort korstmos die behoort tot de familie Blasteniaceae en dat goed gedijt op kalksteen.
Dit korstmos heeft een thallus dat vaak dun en schilferig is, met een grijs tot groenachtige kleur. Het kan op rotsen of op andere harde oppervlakken groeien en heeft een relatief onopvallend uiterlijk, wat het soms moeilijk maakt om te onderscheiden van andere korstmossen.
De kleur van de thallus kan variëren afhankelijk van de omgevingsomstandigheden, zoals blootstelling aan zonlicht of luchtvervuiling.
Het groeit vaak op rotsachtige oppervlakken, zoals muren, rotswanden, en andere harde substraten en kan ook in stedelijke gebieden worden aangetroffen.
Kapjesvingermos
Kapjesvingermos (Physcia adscendens)
Kapjesvingermos is een soort die behoort tot de familie Physciaceae. Het is te vinden op drogere plekken van goed belichte en vrijstaande bomen. Ook komt de soort voor op kalkachtig gesteente.
De lobben van het thallus kunnen een beetje omhoog krommen, waardoor een enigszins opstaande of opgerolde uitstraling ontstaat. De bovenkant van het thallus is vaak lichtgrijs tot grijs en kan een beetje glanzend zijn, terwijl de onderkant vaak lichtbruin is met enkele kleine, onopvallende wortelknopjes.
De identificatie van Physcia adscendens kan worden ondersteund door het gebruik van chemische testen en microscopische observatie.
Gestippeld schildmos
Gestippeld schildmos (Punctelia subrudecta)
Punctelia subrudecta is een soort korstmos die behoort tot de familie Parmeliaceae.
Het thallus van Punctelia subrudecta is meestal grijs tot groenachtig van kleur en heeft een enigszins korstige structuur. Het oppervlak kan een beetje ruw en schilferig zijn, met duidelijk zichtbare punctaties (kleine stipjes of putjes) die de naam van de soort verklaren.
Het thallus is vaak verdeeld in relatief grote, brede lobben die soms licht op kunnen krullen aan de randen. De punctaties op het oppervlak zijn een belangrijk kenmerk voor de identificatie van deze soort.
Punctelia subrudecta groeit op een verscheidenheid aan substraten, waaronder rotsen, schors van bomen, en andere harde oppervlakken. Het komt vaak voor in vochtige en beschutte omgevingen, maar kan ook in drogere omstandigheden worden aangetroffen.
Groene boomschildmos
Groene boomschildmos (Flavoparmelia soredians)
Het groene boomschildmos (Flavoparmelia soredians) is een korstmos uit de familie Parmeliaceae. Het komt voor op allerlei boomsoorten met een niet te zure schors. Het is algemeen op laanbomen in de bebouwde kom. Zelden komt het voor op steen en rottend hout.
Groene boomschildmos is een grote grijsgroene, bladvormige soort met in het midden van het thallus ronde tot samenvloeiende, soredieuze plekken met fijnmelige sorediën. Het thallus heeft een diameter van 5 cm en zelden tot 10 cm. De lobben zijn vrij rond, tot 1 cm breed. Apothecia zijn afwezig. De witgelige soralen zijn vrij regelmatig rondachtig en worden gevormd vanuit het centrum van het thallus.
In het eerste deel van onze verkenningstocht door Brugge, samen met bioloog en lichenoloog Tim Claerhout, doken we diep in de fascinerende wereld van mossen en korstmossen. We richten onze aandacht op de vijf soorten die centraal staan in een experiment om de invloed van …
Teunisbloem is een hele bijzondere plant. Wanneer andere bloemen hun kopjes bij de schemering sluiten, doet teunisbloemen juist zijn bloemknoppen open. Teunisbloem bloeit de hele nacht.
Daarnaast bezit de plant allerlei verborgen en waardevolle eigenschappen.
Stadsplanten hebben ook recht op een beetje vakantie, ja toch? Dus trokken we van het stadsbeton naar het zanderige paradijs van het strand. We verruilden onze stedelijke garderobe voor strandoutfits en, net als de planten, pasten we ons moeiteloos aan. We gingen incognito op avontuur en verrasten enkele maritieme planten in hun dagelijkse zeezout-soapopera!
Blauwe zeedistel
Op de foto bovenaan: Blauwe zeedistel – Eryngium maritimum
De blauwe zeedistel is een vaste plant uit de familie van de schermbloemigen. Het is dus geen echte distel! Hij wordt distel genoemd vanwege de stekende bladeren. De plant komt van nature voor in Europa. Aan de Vlaamse kust kan de blauwe zeedistel plaatselijk vrij talrijk zijn.
De blauwgroene plant wordt 30-60 cm hoog. De bladeren zijn grijsgroen en voorzien van een waslaagje. Het blad is stekelig getand. De ronde wortelbladeren zijn drie- tot vijflobbig.
De wortels zijn licht zoet en ruiken naar wortelen – Ze kunnen als groente worden gebruikt en kan worden gekookt of gekonfijt.
Zeeraket
Zeeraket – Cakile maritima
Stekend loogkruid
Stekend loogkruid – Salsola kali
Smal vlieszaad
Smal vlieszaad – Corispermum intermedium
Grote zandkool of wilde rucola
Grote zandkool of wilde rucola – Diplotaxis tenuifolia