Onlangs had ik het plezier om Tim Claerhout te ontmoeten en samen met hem de stad in te duiken voor een fascinerend onderzoek naar korstmossen. Tim Claerhout (° Brugge, 1998) is een gepassioneerde bioloog, opgeleid aan de Rijksuniversiteit van Gent. Momenteel werkt hij aan zijn …
21 juli vandaag! Tijd om even de “Pauze“-knop in te drukken. We zijn al maandenlang dagelijks bezig met het schrijven van artikels voor deze website. Ondertussen zijn dat er al meer dan 220. Vanaf morgen gaan we voor enkele weken met vakantie. Medio september starten …
Ik heb soms van die dagen dat een stemmetje in mijn hoofd mij regelrecht naar een merkwaardige plant leidt. Zo ook vandaag! Ik ben op weg van het stadscentrum naar een randparking en op een bepaald moment is het daar: “Hé, waarom zou je niet eens een eindje omlopen? Je bent niet gehaast en er is misschien wel iets interessant te zien in dit straatje.”
Ik kan moeilijk aan de verleiding weerstaan en als ik 50 meter verder een braakliggend stukje bouwgrond passeer wordt mijn nieuwsgierigheid al beloond. Ik zie een plantje dat ik op het eerste zicht als een ridderspoor herken, maar ObsIdentify helpt me nog een stapje verder: valse ridderspoor Consolida ajacis (L.) Schur)! Zeldzaam!
Na wat onderzoek op het internet werd het mij al vrij snel duidelijk dat het hier onmiskenbaar gaat om een ‘ontsnapt’ exemplaar. Deze eenjarige plant, die soms in tuincentra wordt aangeboden, heeft het vermogen om zichzelf op een geschikte plek uit te zaaien en zo het volgende jaar voor nieuwe nakomelingen te zorgen. Dit vermindert op geen enkele wijze de pracht van de bloemen. Op deze specifieke locatie groeide slechts één exemplaar, maar zelfs dit ene exemplaar was een genoegen om te ontdekken. Het is altijd leuk om zo’n avonturier verwilderd aan te treffen.
Voorkomen
Valse ridderspoor gedijt in zonnige tot licht beschaduwde omgevingen. Ze verkiest matig vochtige, goed doorlatende, losse en voedselrijke bodems. Deze veelzijdige plant voelt zich thuis langs bermen, op spoorweg- en braakliggende terreinen, en op ruderaal land.
Op de website ‘Manual of the Alien Plants of Belgium’ lezen we o.a. het volgende: “Een vrij frequente maar kortstondige alien, het werd voor het eerst gedocumenteerd in 1854 (Verloove 2006). Delphinium ajacis werd geïntroduceerd als een sierplant die gemakkelijk verwildert. Als zodanig is het te vinden in de buurt van tuinen, op wegbermen, op ruw terrein, stortplaatsen, spoorwegbermen enz…”
Verspreiding
Valse ridderspoor is inheems van Zuid-Europa tot in de Himalaya. De plant komt als ingevoerde plant voor in Noord- en West-Europa, Noord-Afrika, India, Korea, Australie en Noord-Amerika. Valse ridderspoor is in Nederland en België een niet-inheemse sierplant die relatief vaak verwilderd aangetroffen wordt op braakliggende grond in de buurt van bebouwing.
Valse ridderspoor, roze variant
Naamgeving
Consolida komt van consolido = dicht maken, helen, dus wondenhelen. Zo heetten in de kruidengeneeskunde vroeger verschillende planten die men tot genezing van wonden en beenbreuken aanwendde. Ajacis is genoemd naar de Griekse held Ajas (Ajax), uit wiens bloed een bloem, die de beginletters van zijn naam draagt, ontstaan zou zijn.
Gebruik
Valse ridderspoor (Consolida ajacis) is een prachtige, maar giftige plant. De olie uit het zaad van deze plant werd vroeger wel als insecticide gebruikt.
De plant is niet zonder gevaar: ze bevat diverse alkaloïden die giftig zijn. Vroeger werd ze medicinaal gebruikt tegen aandoeningen zoals geelzucht en nierstenen.
Bronnen en meer informatie
CC-BY-SA 3.0 Blz. 220, deel 2 van de Flora van Nederland 1909-1911 (3 delen) door H. Heukels. Niels Eimers 2017, Rutger Barendse 2022-2023
Als je dezer dagen langs het water stapt – ’t zij aan de Brugse Ring, aan de Coupure of in een stadspark – dan zie je vaak de roze bloemetjes van het harig wilgenroosje. Het harig wilgenroosje (Epilobium hirsutum) is een 0,8-1,8 m hoge, algemeen voorkomende, …
Eerder schreven we al over het bleek cypergras (Cyperus eragrostis) op deze website (Zie: Stadsplanten: bleek cypergras). Destijds troffen we voornamelijk kleine plantjes aan in de stad. Bij ons recente bezoek aan dezelfde plek stonden we echter versteld: de planten waren uitgegroeid tot indrukwekkende, forse exemplaren. …
Kransmuur (Polycarpon tetraphyllum) is een eenjarige plant uit de anjerfamilie (Caryophyllaceae). Deze soort is betrekkelijk nieuw in onze steden. De verwachting is dat de soort algemeen zal worden in een stedelijke omgeving.
Voorkomen
In Vlaanderen is kransmuur een urbane soort: ze wordt uitsluitend aangetroffen in het stedelijke milieu, waar ze voorkomt op uitgesproken warme, droge, zeer voedselrijke standplaatsen zoals aan de voet van muren, tussen straatstenen en op voetpaden. Haar begeleiders zijn steeds erg banale, meestal inheemse soorten als herderstasje, liggende vetmuur, straatgras of vogelmuur. In dergelijke milieus slaagde kransmuur erin om in enkele Vlaamse steden in te burgeren.
In Mechelen vind je de plant onder meer langs muren in straten aan de achterkant van de OLV-kerk. In Brugge vonden we hem in de Oude Gentweg.
Ze stamt oorspronkelijk uit het westelijke deel van het Middellandse Zeegebied en is tegenwoordig uit alle werelddelen bekend. Ze groeit van nature tussen rotsen maar was ook in het gebied van herkomst al bekend uit het stedelijke milieu.
In Vlaanderen is de plant zeldzaam ingeburgerd in stedelijke omgevingen, o.a. Antwerpen, Brussel, Brugge, Mechelen en Gent. Sinds de jaren 1990 sterk toegenomen als ‘onkruid‘ in stedelijke habitatten. Ontdekt in 1994 in Gent (Brugse Poort) (Verloove 2002) en vervolgens in Brussel rond 1999 (Lawalrée 2000) en in Brugge sinds 2006. In 2007 voor het eerst gevonden in de stad Antwerpen (Kiel). Een actueel overzicht van zijn huidige verspreiding in België vindt u hier: http://waarnemingen.be/soort/view/7216
Kransmuur houdt goed stand en is inmiddels volledig verwilderd. Het duurde echter ca. 10 jaar voordat het zich begon te verspreiden in Gent. In 2009 was het in verschillende wijken van de stad heel gewoon geworden. Een verdere verspreiding binnen de genoemde steden en naar nieuwe steden in de zeer nabije toekomst is onvermijdelijk.
Naamgeving
Kransmuur
De lancetvormige bladeren vormen kransen van 4. Hieraan ontleent de soort zijn naam. De geslachtsnaam Polycarpon slaat op ‘veelvruchtig’ en de soortaanduiding Tetraphyllum betekent ‘vierbladig’.
De plant kan laag blijven door betreding tot ongeveer 20 cm als ze ongestoord kan groeien. De bloemen bloeien wit.
De plant is sterk vertakt. De vertakkingen eindigen in vele veelbloemige schermen. De groene bladen zijn kaal en elliptisch. Meestal staan ze met vier bij elkaar.
De plant bloeit vanaf maart tot september met onopvallende, vaak gesloten bloemetjes. De bloemetjes zijn klein en wit- of groenachtig met meestal 5 kelk- en kroonblaadjes.
De kroon-, kelk- en schutblaadjes zijn ongeveer even lang.
Als een plant zijn eigen naam zou kunnen veranderen, dan zou akkerkool misschien de eerste in de rij zijn om dat te doen! In het Engels heet het namelijk “Nipplewort” (tepelkruid). Waarom dat zo is dat lees je verder. Ook in het Nederlands wordt het …
De paardenbloemen zijn grotendeels uitgebloeid, en daar is de volgende composiet al om onze gevels mooi geel te kleuren. Gewoon biggenkruid (Hypochoeris radicata) is een overblijvende plant uit de composietenfamilie (Asteraceae). Naamgeving Het Griekse hypo betekent ‘voer’ en chaeris komt van choiros en betekent ‘big’ …
14 juli 2024. Wat een dag! Vandaag hebben we opnieuw de stad verkend op onze eigenzinnige safari, waarbij onze focus vooral lag op de verbazingwekkende diversiteit aan planten die we op oude muren en tussen de straatstenen aantroffen. Tot onze grote verrassing ontdekten we een aantal bijzondere planten die je op die plekken absoluut niet zou verwachten. En toen we ook nog een zeldzame soort tegenkwamen, was onze dag compleet.
Lees verder en laat je verrassen door onze ontdekkingen…
Gele kamille – Anthemis tinctoria
Gele kamille – Anthemis tinctoria
Deze soort is een zeldzame parel in de stad en nog zeldzamer elders, maar gelukkig wordt hij ook uitgezaaid. Hoewel de ontmanteling van oude vestingwerken de plant heeft teruggedrongen, heeft hij nieuwe kansen gekregen, vooral op spoorwegterreinen. Wat een spannende comeback!
Met zowel zonnige gele lintbloemen als opvallende buisbloemen is het een echte blikvanger. Voeg daar de fijnverdeelde, slipvormige geveerde bladeren aan toe, die doen denken aan andere kamillesoorten, en je hebt een prachtige plant om te bewonderen. Deze planten groeien in groepen dankzij hun ondergrondse wortelstokken en kunnen behoorlijk imposant worden. Een opmerkelijk verschil met Echte kamille: de geur ontbreekt. We vonden deze exemplaren op een oude muur in Damme.
Al sinds de late Middeleeuwen is deze plant een veelzijdige schat. Naast zijn rol als sierplant leverde hij ook nog eens prachtige citroengele en olijfgroene verfstoffen. Bovendien werd hij ingezaaid om zand te binden. Wat een indrukwekkende geschiedenis!
De kompassla, ook bekend als wilde sla is een een- of tweejarige plant uit de composietenfamilie (Compositae of Asteraceae). Deze plant dankt zijn Nederlandse naam aan de unieke eigenschap dat de gedraaide bladtoppen de noord-zuidrichting aangeven.
Aan de rij flinke stekels onder de middennerf van de bladeren is de kompassla, Lactuca serriola, al heel goed te herkennen. Daarom wordt kompassla ook wel eens stekelige sla genoemd. Ook de blauwige kleur van de bladeren en het leerachtig, vlezig uiterlijk is onmiskenbaar.
Kompassla heeft een lange geschiedenis van traditioneel medicinaal gebruik. Het melkachtige sap van deze plant bevat een bittere substantie met verrassend kalmerende en pijnstillende eigenschappen. In sommige culturen is dit sap zelfs gebruikt als een natuurlijke vervanging voor opium! Hoewel de effecten veel milder zijn dan die van opium, blijft het een verbluffend voorbeeld van de geneeskrachtige kracht van de natuur.
De Nederlandse naam wilgenroosje dankt de plant aan het feit dat de bladen lijken op die van de wilg. Roosje is een algemene aanduiding voor “rode bloemen”.
De oude geslachtsnaam Epilobium komt van het Griekse epi (op de rand van) en lobos (peul), omdat de bloem op het lange vruchtbeginsel staat. Chamerion is afgeleid van het Griekse chamai (dwerg) en neros (vochtig). Angustifolium betekent ‘met smalle bladen’ wat een verwijzing is naar de inderdaad lange, smalle bladeren .
Het wilgenroosje bevat tamelijk veel ijzer en kalk en vitamine C, daarom wordt deze plant regelmatig in versterkende thee gebruikt. De looistoffen werken op de diarree e.d., zijn ook bloedstelpend. Evenals de (kleinbloemige) basterdwederikken bevat de plant ook sitosterol en betasitosterol. Deze stof heeft een goede inwerking op de prostaat.
De jonge scheuten en bladeren van deze plant zijn eetbaar en vormen een heerlijke wilde groente. Je kunt ze rauw gebruiken voor een unieke salade of gekookt als smakelijke groente. De gelachtige substantie van de plant kan soepen verrijken. De wortel wordt vaak gebruikt als saladegroente, en in Scandinavië maken ze er zelfs compote van. Gedroogde bladeren zijn perfect voor het zetten van thee, een traditie die vooral in Rusland populair is. De bloemknoppen kun je aan salades toevoegen of, net als kappertjes, inmaken in azijn om er in de winter van te genieten. Wat een veelzijdige plant!
Sint-jakobskruiskruid, of kortweg jakobskruiskruid, is giftige plant met gele bloempjes die de laatste jaren aan een opmars lijkt te zijn begonnen en die steeds meer voorkomt in de wegbermen, natuurgebieden en weilanden. Het is een pioniersplant die zich snel verspreidt naar open plekken in het gras of de berm.
Met Jakob wordt Sint-Jacob bedoeld. Het hoogtepunt van de bloei is op 25 juli, de kerkelijke feestdag van de apostel Jacobus.
De naam kruiskruid zou te verklaren zijn door het kruisgewijs staan van de bladeren. Maar over het algemeen is men het ermee eens dat dit een gehoorfout is. De naam komt eigenlijk van de Duitse naam ‘Kreuzkraut’ wat grijskruid betekent.
Jacobskruiskruid is giftig voor alle vee! Als paarden of rundvee het eten, worden de giftige stoffen in de lever opgeslagen. Het is trouwens ook giftig voor mensen. De bloemen bevatten tweemaal zoveel gif als de bladeren. Pas als de plant opgegeten wordt, worden deze verbindingen – met name in de dunne darm – omgezet in giftige, vrije alkaloïden die de lever aantasten.
Maar ongelukken gebeuren meestal niet door het eten van verse planten want dat is door de smaak niet te vreten.
Pas sinds de jaren zeventig van de 20ste eeuw is bezemkruiskruid aan een duidelijke opmars bezig. Waarschijnlijk is de soort in 2004 een tweede keer in Europa is geïntroduceerd. Die tweede verspreiding schijnt te hebben plaatsgevonden vanuit het Middellandse Zeegebied.
Bezemkruiskruid is algemeen in Vlaanderen en één van de sterkst uitbreidende, invasieve soorten. Tegenwoordig komt bezemkruiskruid vrijwel overal in Vlaanderen voor. Als bezemkruiskruid gaat woekeren in natuurgebieden verdrijft hij zeldzamere soorten. Deze bedreiging zal steeds grotere vormen aannemen.
Het is een vaste plant uit de composietenfamilie (Asteraceae).
De Nederlandse naam bezemkruiskruid is afkomstig van de vorm, door de sterke vertakking lijkt een uitgetrokken plant wel wat op een bezem. De soortaanduiding inaequidens betekent ‘ongelijke tanden’.
Zoals vrijwel alle soorten uit het geslacht Senecio bevat de plant pyrrolizidine alkaloïden. Consumptie door mens en dier dient vermeden te worden. De consumptie kan leverbeschadiging tot gevolg hebben.
Gele helmbloem behoort tot de familie Papaveraceae. De plant werd in het begin van de 19de eeuw als sierplant vanuit de zuidelijke Alpen naar onze contreien gehaald. Vanaf 1824 vestigde de plant zich ook in het wild. De plant gedijt het best op beschaduwde, ietwat vochtige plaatsen. Klassieke plekken zijn oude muren of oude gebouwen in de stad.
De bladeren zijn eetbaar en kunnen in salades worden gebruikt. Naast de sierwaarde staat gele corydalis ook bekend om zijn geneeskrachtige eigenschappen. De plant heeft een lange geschiedenis van gebruik in de traditionele geneeskunde en is gebruikt om verschillende aandoeningen te behandelen, zoals spijsverteringsproblemen, hoofdpijn en menstruatiepijn. Er wordt ook gezegd dat het milde kalmerende en pijnstillende effecten heeft.
De actieve stoffen in gele corydalis zijn te vinden in de wortels en ondergrondse stengels. Deze verbindingen omvatten alkaloïden, die een breed scala aan fysiologische effecten op het lichaam hebben. Van sommige van deze alkaloïden is bekend dat ze pijnstillende eigenschappen hebben, terwijl van andere wordt gezegd dat ze een kalmerend effect hebben op het centrale zenuwstelsel.
Het is echter belangrijk op te merken dat de geneeskrachtige eigenschappen van gele corydalis niet algemeen zijn bestudeerd in modern wetenschappelijk onderzoek. Zoals met elke medicinale plant, is het het beste om een gekwalificeerde zorgverlener te raadplegen voordat u gele corydalis voor medicinale doeleinden gebruikt.
Literatuur: Stadsflora van de Lage Landen – Ton Denters- ISBN 978 90 5956 973 7, bij Fontaine Uitgevers, Tweede druk 2020; pg 116
In Brugge is op vele plaatsen, o.a. de kademuren de vlinderstruik te zien.
De vlinderstruik (Buddleja davidii) is een plant uit de helmkruidfamilie. In Europa is de soort vooral als tuinplant in gebruik, maar de plant komt ook verwilderd voor. De struik kan enige maar geen zeer strenge vorst verdragen, bij circa -15 °C kan de plant sterven.
De plant wordt vlinderstruik genoemd omdat hij vlinders aantrekt. Een andere benaming is herfstsering, omdat de bloeiwijze op die van de seringen lijkt. De plant bloeit met langwerpige bloeiwijzen van juli tot september. De bloemen van de wilde soort zijn lichtpaars, maar kwekers hebben ook donkerpaarse, roze en witte cultivars ontwikkeld. Geelbloeiende vlinderstruiken in Nederlandse tuinen behoren meestal tot Buddleja × weyerana, een hybride waarvan de vlinderstruik een van de kruisingsouders is. Deze is matig winterhard. De meeste vlinderstruiken zijn bladverliezend maar er zijn ook groenblijvende soorten. De struik kan zo’n drie meter hoog worden.
De soortaanduiding davidii verwijst naar pater Armand David. De plant komt van origine waarschijnlijk uit China.
Tijdens mijn wandelingen door de stad stuit ik steeds vaker op de delicate bleekgele droogbloem, die verrassend genoeg niet alleen tegen gevels opduikt, maar zelfs op de kademuren langs het water te vinden is. Deze plant, die normaal gesproken gedijt in vochtige gebieden zoals oevers, …
Zodra de lente zich op gang trekt verschijnen overal die prachtige, warmgele boterbloemen, zo helder en uitnodigend. Als kind meende ik dat van die gele bloemetjes boter gemaakt werd. Op een dag wou ik de proef op de som nemen en dus stak ik een …
De margriet is een iconische bloem, bekend om zijn stralend witte bloemblaadjes die een zonnig, geel hart omringen. Het beeld van iemand die bloemblaadjes plukt en de woorden “Hij houdt van me… hij houdt niet van me” mompelt, is diep verankerd in het volksgeloof. Oorspronkelijk afkomstig uit Europa, is de margriet een geliefde tuinplant en een veelgeziene gast in boeketten en decoraties.
In verschillende religies wordt de margriet gezien als een symbool van liefde, loyaliteit en zuiverheid. Daarnaast speelt deze bloem een rol in de traditionele geneeskunde. Laten we ons verdiepen in de fascinerende wereld van de margriet!
Vraag een kind om een bloem te tekenen, en de kans is groot dat het de vorm van een margriet kiest. Deze meerjarige plant is herkenbaar aan haar prachtige witte bloemblaadjes en stralende, goudgele hart. Margrieten sieren niet alleen vele Nederlandse tuinen, maar bloeien ook volop langs bermen, in graslanden en op akkerland tijdens de zomermaanden. De margriet is een wonder van de natuur, die met haar schitterende bloei een ware ode aan de zon brengt.
Naamgeving
De naam margriet komt van het Oudgriekse “margarites”, dat weer uit het Babylonisch komt en parel betekent. Bij deze weten alle Margaretha’s, Greetjes en Margrietjes dat ze “parels van vrouwen” zijn. Vroeger werd de plant ook wel ‘paarlemoentje‘ genoemd.
Leucanthemum betekent ‘witte bloem’ en is afkomstig van het Griekse leukos = wit, en anthemon = bloem. Vulgare wil zeggen dat de plant algemeen voorkomt. Wat niet wil zeggen dat ze vulgair is!
De geschiedenis van de margriet
De margriet heeft een rijke geschiedenis die teruggaat tot de oudheid. In de tijd van de oude Grieken en Romeinen werd deze bloem niet alleen gewaardeerd om haar decoratieve waarde, maar ook om haar geneeskrachtige eigenschappen. Tijdens de middeleeuwen werd de margriet geëerd als symbool van zuiverheid en verscheen ze vaak in religieuze kunstwerken, een teken van haar diepere betekenis.
In de 19e eeuw begon de margriet aan een opmars als geliefde tuinplant en als snijbloem in boeketten. De tijdloze schoonheid die de oude Grieken en Romeinen al bewonderden, wordt ook vandaag de dag nog erkend en gekoesterd. Tegenwoordig staat de margriet symbool voor herdenking, en wordt ze geroemd om haar esthetische waarde in tuinen en boeketten.
Composiet
De gewone margriet (Leucanthemum vulgare) is een opvallende, overblijvende plant uit de composietenfamilie (Asteraceae). De margriet is dus familie van de zonnebloem en de paardenbloem.
Symboliek van de margriet
We hebben al even kort gesproken over de symbolische betekenis van de margriet, een bloem die een belangrijke rol speelt in verschillende rituelen en tradities. In diverse culturen staat de margriet voor onschuld, liefde en puurheid. Deze kernwaarden verbinden de margriet met heilige figuren, zoals de maagd Maria in het christendom, waardoor de bloem een symbool van deugd en zuiverheid werd in de middeleeuwen.
De margriet is een krachtige boodschapper van toewijding en liefde. Het geven of ontvangen van een margriet draagt een diepgaande boodschap: het betekent dat iemand zijn liefde, waardering of respect voor jou wil uitdrukken.
In bepaalde culturen wordt de witte margriet geassocieerd met de zon, een symbool van energie, jeugd en vitaliteit. Het ontvangen van een margriet in deze context is een wens voor een lang, gezond en gelukkig leven.
Het is duidelijk dat het ontvangen van een margriet veel meer betekent dan een simpel gebaar. De margriet draagt een rijkdom aan mooie, liefdevolle betekenissen die over culturen heen resoneren. Nu we de diepe symboliek van deze vrolijke, witte bloem begrijpen, kunnen we haar met nog meer betekenis uitdelen aan de mensen die we liefhebben.
Gewone margriet – veldmargriet
Medicinale eigenschappen
Zoals we eerder beschreven, is de margriet niet alleen een schoonheid om te zien, maar ook een bloem met een fascinerende geschiedenis in de traditionele geneeskunde. De essentiële oliën uit de margriet staan bekend om hun ontstekingsremmende eigenschappen en werden ingezet bij de behandeling van aandoeningen zoals spierpijn en artritis.
Naast de bloemen hadden ook de bladeren van de margriet een medicinale rol. In vroeger tijden werden ze gebruikt om koorts en hoofdpijn te bestrijden. De hele plant fungeerde als diureticum, waarmee men vochtophoping in het lichaam probeerde tegen te gaan. Bovendien werd deze wonderlijke bloem ingezet om de eetlust te stimuleren, de spijsvertering te bevorderen en de ademhaling te vergemakkelijken.
De oude geneeskunde beschouwde de margriet als een helende en waardevolle bloem. Hoewel er enige wetenschappelijke onderbouwing bestaat voor het gebruik van de margriet, is er meer onderzoek nodig om de veiligheid en effectiviteit volledig te bevestigen.
Opmerking: Deze site vervangt geen deskundig advies voor medische behandeling. Raadpleeg altijd een deskundig zorgverstrekker of arts. Ook wat betreft de op deze website aangeboden culinaire recepten mag u deze niet beschouwen als deskundig advies. Daarvoor dient u zich te richten tot een gehomologeerde arts, fytotherapeut of diëtist.
Rembert Dodoens
Dodoens heeft het in zijn Cruijdeboeck (deel 2 capitel 19, bladzijde 207-209) ook over de margriet. Hij onderscheidt twee soorten: “Madelieven sijn tweederleye van gheslachte. Groot ende cleyne. Die cleyne sijn oock tweederhande/ deen tam ende dander wildt.”
Bron: https://www.leesmaar.nl/cruijdeboeck/
Culinair
Margrieten kunnen gegeten worden. De bloemblaadjes zijn regelmatig terug te vinden in salades of andere gerechten. De smaak is scherp en een beetje bitter. Ook de bloem kan je gebruiken in een salade of als versiering op een gerecht. Je kan lekkere thee zetten van de bloemen. De wortelen kan je rauw eten of stomen/koken.
Voorspellingen
In bepaalde culturen wordt de margriet geassocieerd met waarzeggerij. Dit komt door het spelletje dat ook de meesten van ons als kind hebben gedaan: “he loves me, he loves me not.” Hierbij trek je één voor één de bloemblaadjes uit terwijl je per bloemblaadje afwisselend ‘Hij/zij houdt van mij’ of ‘Hij/zij houdt niet van mij’ zegt. Dit doe je totdat er geen blaadjes meer over zijn. Succes!
Weetjes over de margriet
Elke maand heeft een eigen geboortebloem. De margriet is de geboortebloem van de maand maart.
De margriet is een fascinerende bloem, met zowel mannelijke als vrouwelijke delen, wat haar tweeslachtig maakt. Haar zaden worden op elegante wijze door de wind verspreid, terwijl ze door een indrukwekkend scala aan bestuivers – waaronder vlinders, bijen, hommels, wespen, vliegen en kevers – wordt bestoven.
Vermeerdering van de margriet kan eenvoudig plaatsvinden door het delen van de plant in het voorjaar of na de bloei. Om de aanwezigheid van deze prachtige bloem te bevorderen, is het beheer cruciaal. Jaarlijks of tweejaarlijks maaien na de zaadvorming helpt hierbij.
De gewone margriet gedijt het beste op goed gedraineerde, neutrale grond en verdraagt kalkrijke bodems. Je vindt deze zonminnende plant langs wegen en paden, waar ze snel groeit en vanaf haar tweede levensjaar begint te bloeien, aan het einde van de lente of in de zomer.
Naast enkele andere typische stadsplanten zoals gehoornde klaverzuring, straatliefdegras, geelrode naaldaar en harig vingergras, heeft ook kransgras zich definitief gevestigd als een trouwe bewoner van onze stedelijke omgeving. Ook in Brugge kan je deze soort frequent aantreffen. Deze soort sluit zich aan bij de steeds …
Laat me je meenemen naar de betoverende wereld van de kluwenhoornbloem! Met haar fijne haartjes en haar bloemen, die als een kluwen op korte steeltjes dicht bij elkaar zitten, is ze helaas niet echt pronkstuk in de natuur. Neen, moeders mooiste zal ze nooit worden. …
Af en toe vind je zomaar midden in de stad, tussen de plaveien van het voetpad een wilde plant die je er totaal niet verwacht. Het overkwam me onlangs toen ik in hartje Brugge zowaar de blaassilene aantrof.
Blaassilene (Silene vulgaris) is een plant uit de anjerfamilie (Caryophyllaceae). Het is een in Vlaanderen vrij algemeen voorkomende plant. Hij komt voor in graslanden en pioniersvegetaties op droge, kalkrijke, enigszins verstoorde standplaatsen.
Naamgeving
Volgens sommigen stamt silene af van het Griekse sialon (speeksel), omdat vele soorten kleverig zijn. Vulgaris betekent ‘gewoon’. Als je de bloem bekijkt dan is het ook meteen duidelijk waarom deze plant ‘blaas’silene heet. De blaassilene valt op door de dikke buikvormige kelk rondom het vruchtbeginsel en de doosvrucht. De planten zijn meestal kaal en de kale kelken vallen op doordat ze 20 dunne nerven hebben die met elkaar in verbinding staan. De kleur van de kelk varieert van witachtig tot roodbruin, wat naast het onbehaard zijn, een duidelijk onderscheid is met de avondkoekoeksbloem, waar de blaassilene wel wat op lijkt.
De zeer kenmerkende bloemen van blaassilene
Blaassilene heeft mooie opvallende bloemen met haar opgeblazen bleke kelk en witte kroonbladen. Deze vaste plant is de waardplant voor de Silenedwergspanner (Eupithecia venosata).
Beschrijving
De bloemen hebben geen honingmerk. De honing ligt 10 tot 12 mm diep verborgen, toch is de ingang in de bloem niet zo nauw of ook een hommelslurf kan zich naar binnen bewegen. Gewoonlijk zijn echter nachtvlinders de bezoekers. De opgeblazen kelk schijnt een uitstekend middel om honing rovende hommels te beletten de bloem vanbuiten te bereiken, maar helpt toch niet voldoende, want inbraak is al waargenomen want hommels hebben geleerd hebben deze lastige weg te omzeilen door aan de basis een gat te bijten.
Blaassilene in het centrum van Brugge (Schuttersstraat)
Gebruik
Bladen en jonge scheuten zouden eetbaar zijn. In sommige streken werden de bladen vroeger in salades verwerkt. De bladen moeten dan wel voor de bloei geplukt worden. Ze zijn na vijf tot tien minuten koken ook geschikt voor gebruik in soep. Ik heb het nooit geprobeerd.
De plant wordt nauwelijks medicinaal toegepast, maar de sappige jonge scheutjes zouden wel culinair gebruikt kunnen worden. Ze zouden smaken als erwtjes met een licht-bittere ondertoon, een bitterheid die bij blancheren verdwijnt. Ik heb het ook nooit geprobeerd! Door de aanwezigheid van saponinen is voorzichtigheid sterk aangewezen.