Steenkruidkers (Lepidium ruderale) is een één- of tweejarig plantje met een hoogte van 10 tot 35 cm, met een onaangename geur, dat behoort tot de kruisbloemenfamilie. De Steenkruidkers is een plant met groene bloempjes, die bloeien van mei tot september in trossen aan de top …
“We reizen om te leren!” Ja toch?! Voor de meeste van mijn dierbare vrienden en vriendinnen is reizen vooral een poging om te ontsnappen aan de Belgische zomer of om hun geluk te beproeven onder de warme zon op een tropisch strand. Maar wij – en …
In de stenen jungle van de stad, waar gebouwen de hemel lijken te strelen en auto’s als constante stromen door de straten razen, huist een verborgen schat die vaak over het hoofd wordt gezien: de planten die moedig opduiken tussen de kieren van stoepen, langs de muren van gebouwen en zelfs op de meest onwaarschijnlijke plaatsen.
Stel je voor: tussen de grijze tegels van een vergeten steegje of op oude kademuren groeit de dappere muurfijnstraal, haar witte bloemhoofdjes fier omhoog geheven alsof ze willen zeggen: “Hier ben ik, en ik ben prachtig.” Haar bloemblaadjes vangen de zon op een manier die zelfs de meest gehaaste voorbijganger doet stilstaan en glimlachen.
Verderop, tegen de drempel van een oud gebouw, zien we de fijne ranken van de muurleeuwenbekjes, hun paarse bloempjes trillend in de zachte bries. Ze lijken te fluisteren over vervlogen tijden, toen de stad nog jong was en de gebouwen nog nieuw. Nu omarmen ze de oude stenen, als een herinnering aan de veerkracht van de natuur te midden van de stedelijke chaos.
De stad mag dan wel bekend staan om haar grijze en grauwe tinten, maar wie goed kijkt, ontdekt een wereld van kleur, leven en schoonheid die zich vastklampt aan elke mogelijke kier en spleet. De planten van de stad zijn als kleine helden, die de betonnen omgeving veranderen in een oase van leven en hoop.
Het gebeurt niet elke dag dat je in volle stadscentrum een plant aantreft waarvan de Nederlandse naam al verraadt dat ze graag aan de voet van duinhellingen groeit. En toch suggereert de wetenschappelijke soortnaam – muralis – dan toch dat hij ook op steenachtige grond …
Planten met bloemhoofdjes met gele lintbloempjes zijn er bij de vleet en ze lijken allemaal een beetje op mekaar. Dat is niet verwonderlijk want het zijn neven en nichtjes. Ze behoren tot de composietenfamilie (Asteraceae) en hebben allemaal een bloeiwijze die bestaat uit lintbloemen, straal- …
Ken je dat moment waarop je vol goede moed en met een boodschappenlijstje in het achterhoofd naar de lokale kruidenier gaat, maar bij thuiskomst ontdekt dat het ene ding dat je niet mocht vergeten simpelweg uit je geheugen is gewist? Oh, ik kan je vertellen, ik ben daar een expert in. En denk nu niet dat ik er trots op ben. Het overkomt me vaker dan me lief is. Zo ook vandaag!
Na een paar stille verwensingen over mijn verstrooidheid, rest me niets anders dan de hele weg terug te gaan voor dat essentiële item. Maar dan gebeurt er iets magisch! Terwijl ik mopperend naar de dichtstbijzijnde winkel loop, zie ik hem plotseling tegenaan een gevel: hertshoornweegbree!
Hoewel deze plant zo alledaags is als een kopje koffie, lijkt het alsof hij in het hartje van Brugge een onvindbare schat is geworden. Ik kan me nog maar één keer herinneren dat ik hem zag, en dat was al jaren geleden. Of het nu aan mij ligt of aan Brugge, daar valt over te twisten. Maar laten we eerlijk zijn, mijn verstrooide geest heeft vast een groot aandeel in dit mysterie!
Weegbreefamilie
Als we het hebben over weegbree schieten meteen de gebruikelijke namen door ons hoofd: Smalle, Ruige en Grote weegbree, met hun bladeren die van smal tot cirkelvormig variëren, allemaal goed herkenbaar. Maar, wist je dat er nog een paar andere weegbreesoorten zijn die zich niet zo snel laten kennen, alsof ze een spelletje spelen met hun identiteit? Eén ervan is dus de hertshoornweegbree (Plantago coronopus), een vrolijke bengel uit de weegbreefamilie.
Voorkomen
Deze hertshoornweegbree voelt zich helemaal thuis langs de kust van Europa en Noord-Afrika, vooral op die zilte, zanderige plekjes in duinen, op zeedijken, op hoge schorren en zelfs op die groene stranden. En raad eens? Hij houdt ook van wegen waar men in de winter pekel strooit om de gladheid bij vriesweer te bestrijden. Als een ware doorzetter groeit hij zelfs op plekken waar andere planten het liever laten afweten.
Hertshoornweegbree is een echte straatschuimer; hij kan het hebben om platgelopen te worden. Hij gedijt vooral goed op plekken waar andere planten niet eens willen wortelen. Maar zodra die andere soorten opkomen, maakt onze hertshoornweegbree gewoon ruimte voor hen en trekt hij zichzelf discreet terug. Een wonder dat ik hem nauwelijks in Brugge aantref.
Beschrijving
Hertshoornweegbree
De hertshoornweegbree heeft bladeren gerangschikt in rozetten. Deze bladeren zijn vlezig en zacht behaard, enkelvoudig van vorm, variërend van lijn- tot lintvormig en/of veervormig ingesneden, eindigend in een toegespitste punt. De rand van het blad kan glad zijn of getand. De basis van de bladschijf vertoont vaak vleugels. De nerven volgen een veervormig patroon. De bladsteel is ofwel zeer kort of volledig afwezig.
De bloemstengel van de hertshoornweegbree staat recht op of buigt licht omhoog. Hij is behaard, rond en massief van structuur. De bloeiwijze is een aar. De bloemen zijn wit en kunnen buis- of stervormig zijn. Elke bloem bestaat uit vier kroonbladen en vier kelkbladen. De lengte van de kroon kan gelijk zijn aan of korter zijn dan die van de kelk. De bloeiperiode van de hertshoornweegbree strekt zich uit van mei tot september. Na de bevruchting ontwikkelen zich doosvruchten.
Naamgeving
De bladeren van de hertshoornweegbree lijken een beetje op het gewei van een hert. Als je het zo bekijkt, heeft zelfs de natuur wel een gevoel voor humor. Weegbree komt al in het Oud-Saksisch voor als wegbreda, samengesteld uit weg en breed, dus een plant die breed op de weg groeit.
Plantago komt van het Latijnse Planta pedis en betekent voetzool. Coronopus is afgeleid van het Griekse koronê (kraai) en pous (voet), waarbij de delen van het blad, met een beetje fantasie, de vorm van een kraaienpoot kunnen oproepen.
Rembert Dodoens noemt het in zijn “Cruijdeboeck” (deel 1 capitel 61) trouwens ook ‘Crayenvoet’
Dat ierste Crayenvoet dat oock Hertshoren ghenaempt wordt/ heeft langhe hayrachtighe smalle bladerkens over beyde syden/ met drije oft vier cleyne corte ghelijck aenwassende bladerkens becleet/ van fatsoene eenen ghetackten Hertshoren schier ghelijckende die op der aerden ghelijck een sterre uutghespreyt ligghen….”
Dodoens: Van Crayenvoet (hertshoren) Klik om de afbeelding te vergroten.
Is hertshoornweegbree eetbaar?
Ja, hertshoornweegbree is eetbaar. De jonge bladeren worden vaak gebruikt als groente en kunnen zowel gekookt als rauw gegeten worden, bijvoorbeeld in salades. Deze bladeren zijn een goede bron van voedingsstoffen, waaronder vitamine C, β-caroteen, vitamine B1 en voedingsvezels. Het is echter belangrijk om hertshoornweegbree te plukken op plaatsen waar geen pesticiden of andere chemicaliën worden gebruikt. Langs wegen waar autoverkeer plaatsvindt, is het niet aan te raden om hertshoornweegbree te plukken vanwege de uitstoot van voertuigen. Het is beter om hertshoornweegbree zelf te kweken, wat eenvoudig is. Als je een zonnige of halfschaduwrijke plek in je tuin hebt waar weinig andere planten gedijen, is hertshoornweegbree een ideale keuze om die ruimte op te vullen.
Hertshoornweegbree wordt trouwens al vier eeuwen lang gekweekt als groente, voornamelijk in Italië. Om hem als groente te telen, kun je hem van februari tot juli zaaien op een warme locatie. Na zeven tot acht weken zijn de jonge bladeren klaar om te worden geoogst. Deze blaadjes zijn perfect voor consumptie en kunnen zowel gekookt worden als rauw in salades worden verwerkt. Het kruid heeft een knapperige textuur en een subtiele zoute, nootachtige, maar licht bittere smaak.
Medicinaal gebruik
Hertshoornweegbree is niet alleen een smakelijke toevoeging aan je maaltijden, het is ook een ware schatkamer aan gezondheidsvoordelen. Deze bladeren zitten boordevol voedingsvezels en caroteen en zijn rijk aan essentiële vitamines. Maar dat is nog niet alles! De medicinale krachten van deze plant zijn bijna eindeloos. Tegenwoordig wordt hertshoornweegbree vaak gebruikt als een natuurlijk kompres om wonden, blaren en insectenbeten te behandelen. De zaden bevatten tannines en pectine, die een krachtige antibacteriële werking hebben, waardoor deze plant nog meer in de schijnwerpers komt te staan als een waardevol natuurlijk medicijn.
Rembert Dodoens schreef al: “Hertshoren es van cracht en werckinghe den Wechbree ghelijck daert een gheslacht af es/ ende mach in alle saken daer Wechbree goet toe es ghebruyckt worden. Ende es seer goet ende sonderlinghe bevonden tseghen dat bloet pissen ende tseghen tgraveel en de rijsende steen in spijse oft anders inghenomen.”
Tegenwoordig wordt hertshoornweegbree gebruikt als diureticum en is het opgenomen in pleisters voor de behandeling van zweren, blaren en insectenbeten. Het wordt tevens ingezet als gorgelwater. De zaden van hertshoornweegbree bevatten tannines en pectine, die een antibacteriële werking hebben. Vanwege deze eigenschappen wordt het soms toegepast in de oogheelkunde en is het nuttig gebleken bij de behandeling van acne. Er is meer bewijs nodig om hertshoornweegbree voor deze toepassingen te beoordelen.
Waarschuwing
Hertshoornweegbree
Houd er rekening mee dat natuurlijke producten niet altijd noodzakelijkerwijs veilig zijn en doseringen belangrijk kunnen zijn. Zorg ervoor dat u de relevante aanwijzingen op de productetiketten volgt en raadpleeg altijd uw apotheker of arts of andere zorgverlener voordat u deze gebruikt.
Er is tevens niet genoeg betrouwbare informatie over de veiligheid van het nemen van hertshoornweegbree als u zwanger bent of borstvoeding geeft. Speel zeker en gebruik het in dat geval niet.
Deze site vervangt geen deskundig advies voor medische behandeling. Raadpleeg altijd een deskundig zorgverstrekker of arts. Ook wat betreft de op deze website aangeboden culinaire recepten mag u deze niet beschouwen als deskundig advies. Daarvoor dient u zich te richten tot een gehomologeerde arts, fytotherapeut of diëtist.Lees daaromtrent onze disclaimer.
Gaat u af en toe wel eens bij uw garage langs? Ik hoop dat u dat doet! Zo blijft je auto tiptop in orde. Maar er zijn meer onverwachte voordelen. Tenminste, bij mijn garage wel. Terwijl mijn bolide liefdevol wordt verzorgd – een klusje van …
En wat weet Chat GTP over deze website? Ik deed de proef op de som, dus stelde ik de vraag: “Wat weet u over de website Stadsplanten.be?Dit was het verrassende antwoord: Stadsplanten.be is een informatieve website die zich richt op de flora die voorkomt in …
Onlangs stuitte ik op een adembenemende ontdekking midden in het groene hart van Brugge: een zeldzame wilde orchidee, verscholen in het gras. Een magisch moment, maar de identiteit van deze mysterieuze schoonheid bleef aanvankelijk een raadsel. Was het de bergnachtorchis of toch de welriekende nachtorchis? Beide soorten zijn zo verbluffend vergelijkbaar dat zelfs een doorgewinterde botanicus even zou twijfelen.
Thuis begon de zoektocht naar de waarheid. Met een beetje speurwerk onthulde zich het antwoord. De bergnachtorchis (Platanthera chlorantha) blijkt het spiegelbeeld te zijn van zijn tweelingbroer, de welriekende nachtorchis (Platanthera bifolia). Hun bleekwitte bloemen, elegant gevormd als engelen, trekken de aandacht met hun betoverende lijnen, versterkt door de lange lip en het indrukwekkende spoor dat vaak verloopt van wit naar bleek groen.
Het geheim om deze twee broers uit elkaar te houden zit in de subtiele details van hun helmhokjes, de bruine streepjes binnenin de bloem. Bij de welriekende nachtorchis lopen ze keurig evenwijdig, terwijl ze bij de bergnachtorchis een dramatisch verschil vertonen: bovenaan staan ze dicht bij elkaar en vormen ze naar beneden toe een uitwaaierende boog, als de voet van een berg. Dit ingenieuze ezelsbruggetje onthult hun identiteit en maakt de bergnachtorchis als een verborgen schat in het Brugse grasveld.
Op basis van dit cruciale kenmerk concludeerden we vol ontzag dat we inderdaad te maken hadden met de zeldzame bergnachtorchis.
De ontdekking van deze zeldzame orchidee in een ongebruikelijke locatie zoals Brugge onderstreept de waarde van biodiversiteit en de noodzaak tot bescherming van zeldzame planten en hun habitats. Het is een herinnering aan de verborgen wonderen van de natuur die zelfs in stedelijke gebieden kunnen opduiken.
Als u hem gaat zoeken… kijken mag, maar aankomen niet!
In deel 2 over ereprijs gaan we dieper in op het medicinaal gebruik. Rembert Dodoens, ook bekend onder zijn gelatiniseerde naam Rembertus Dodonaeus (Mechelen, 29 juni 1517 – Leiden, 10 maart 1585)was een plantkundige en arts uit de Zuidelijke Nederlanden. In 1554 verscheen in het Nederlands …
“Alles wat de mens nodig heeft voor gezondheid en genezing is door God in de natuur geleverd; de uitdaging van de wetenschap is om het te vinden.” (Paracelsus) Met dit citaat in het achterhoofd ging ik opnieuw – nu al voor de zesde keer – …
Lang geleden, in het koninkrijk van de Frankische koning, waar de zon goud glansde over de groene heuvels en de wind fluisterde door de eeuwenoude bossen, leefde een oude vorst die bekend stond om zijn eerlijkheid en oprechtheid. Geliefd door zijn onderdanen, droeg hij de last van vele jaren met zich mee: een vervelende huiduitslag die hem dag en nacht kwelde met ondraaglijke jeuk.
Op een zomerse dag, terwijl de koning zich waagde aan een jachtpartij in het uitgestrekte woud, viel zijn oog op een klein plantje, verscholen tussen het weelderige gras. Het plantje bloeide met lieflijke blauwe bloempjes, als kostbare juwelen in een zee van groen. Eén van zijn trouwe metgezellen, een wijze jager, fluisterde hem toe om de zachte blaadjes te kneuzen en ze op zijn geteisterde huid aan te brengen.
En zie daar het wonder: na enkele dagen van zorgvuldige behandeling was de huiduitslag als bij toverslag verdwenen! De oude koning kon zijn geluk niet op en behandelde de wijze jager met eerbied, hem benoemend tot zijn voornaamste raadgever. Het plantje, dat hem zo’n verlichting had gebracht, werd bekroond met de naam “ereprijs“, als eerbetoon aan zijn wonderbaarlijke geneeskracht. En zo ging de legende van de ereprijs, het magische kruid van genezing, door de eeuwen heen voort, als een kostbaar geschenk uit de schatkamer van de natuur.
Tot zover de legende. En zoals meestal met legenden het geval is zal er – wie zal het zeggen? – wel een historische kern van waarheid in schuilen.
Het plantje gold ooit als een symbool van trouw en dapperheid, en daarom gaf men een krans van ereprijsbloempjes aan de winnaar van een middeleeuws tornooi. (Bron: De Vries J. & F. de Tollenaere; Etymologisch woordenboek; 1983). Maar ook deze verklaring ontsproot wellicht aan een rijke verbeelding…
Oorsprong van de naam ‘ereprijs’
De naam ‘ereprijs’ komt van het Duitse ‘Ehrenpreis’, een samenstelling van Ehre, (eer), en een afleiding van preisen (loven.) De planten werden niet ereprijs genoemd omdat de overwinnaar na één of andere wedstrijd met een ereprijs bedeeld werd, maar wel omdat ze, volgens Rembert Dodoens, “eer ende prijs oft loff” verdienen vanwege de geneeskrachtige eigenschappen.
De eerbied die uit deze naam spreekt heeft er waarschijnlijk ook toe geleid dat de ereprijs als bescherming tegen heksen gold. Zo bestaat er in het Duits het rijm: “Ehrenpreis micht dem Deiwel de Ohre heiß. Met andere woorden: “Ereprijs maakt de duivel de oren heet” (= verjaagt hem).
Bron: Bächtold-Stäubli; Handwörterbuch des deutschen Aberglaubens 2, pg. 594-595; en H. Kleijn (1980) Planten en hun naam, Amsterdam, pg. 296
Gewone ereprijs – Veronica chamaedrys
Gewone ereprijs – Veronica chamaedrys
De geslachtsnaam Veronica is een oude plantennaam waarvan men de herkomst niet goed kent. Volgens sommige bronnen is Veronica een samentrekking van verre unica (planta), wat ‘de waarlijk unieke plant’ betekent. Dit zou zinspelen op de uitzonderlijke geneeskrachtige eigenschappen ervan.
De naam Veronica wordt ook vaak geassocieerd met de legende van de heilige Veronica, die volgens de overlevering – die niet in het evangelie bevestigd wordt – tijdens de kruisiging van Jezus zijn gezicht afveegde met een doek, waarop zijn beeltenis miraculeus verscheen. Het is niet helemaal duidelijk hoe deze naam specifiek aan planten binnen het geslacht Veronica is verbonden, maar het kan zijn dat het gebeurde vanwege de vorm of eigenschappen die aan deze afbeelding deden denken.
Veronica kan ook ontstaan zijn uit de Griekse woorden phero (ik breng) en nike (zegen), omdat de plant een geneeskrachtige reputatie had.
De meest waarschijnlijke uitleg lijkt te zijn dat Veronica uit een schrijffout zou zijn ontstaan en wel vanuit Vetonica (Betonica).
De soortnaam chamaedrys is samengesteld uit de Griekse woorden chamai (nederig, op of bij de grond) en drys (eik), vanwege het zich niet hoog van de grond verheffende plantje, met bladeren die op die van de eik gelijken.
(Bron: De Historia Naturalis, Marcel De Cleene, pg. 413, ISBN:9789056159863 )
Gewone ereprijs in andere talen
Nederlandse namen: Gamanderereprijs, Gewone ereprijs Engelse namen: Angels’ Eyes, Bird’s Eye, Germander Speedwell, God’s Eye Duitse namen: Eichenblättriger Ehrenpreis, Gamanderehrenpreis Franse naam: Véronique petit chêne
Beschrijving
De Gewone ereprijs of gamanderereprijs is een vaste plant uit de weegbreefamilie (Plantaginaceae). In de lente valt in onze graslanden en bermen, en soms in lichte loofbossen, het hemelsblauwe opvallende bloemetje van de Gewone ereprijs op.
De plant heeft azuurblauwe bloemen, die ongeveer één tot anderhalve cm groot zijn. Aan de buitenkant worden de bloemen wat lichter van kleur. Bloemen die al een dag oud zijn krijgen een wat roodachtige zweem. De bloem sluit zich bij langdurige regenval en harde wind. Bovendien gaan de gesloten bloemen hangen.
De eironde bladeren zijn gekarteld en aan de voet afgerond. Kenmerkend voor deze soort is dat de beharing van de stengel in twee rijen geconcentreerd is.
Voorkomen
De Gewone ereprijs is een plant van matig voedselrijke, vochtige graslanden en lichte bossen en struwelen. De soort groeit veel in bermen en op dijken. Ook kan hij in gazons voorkomen.
In Brugge is deze soort vooral te vinden langs de vestingwallen, maar ook in andere steden komt hij beslist voor in stadsparken of in bermen langs autowegen.
Mannetjesereprijs (Veronica officinalis)
Johann Georg Sturm (Painter: Jacob Sturm), Public domain, via Wikimedia Commons
Volgens de uitgave uit 1618 van Dodoens’ Cruijdeboeck is er een onderscheid tussen Eerenprijs Manneken en Eerenprijs Wijfken, twee verschillende soorten ereprijs die toch moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn en die door de landelijke bevolking dan maar met manneken en met wijfken benoemd werden. Zo is de huidige naam mannetjesereprijs ontstaan voor Veronica officinalis en het wijfjesereprijs komt overeen met tijmereprijs (Veronica serpyllifolia). Dit onderscheid tussen manneken en wijfje had in de tijd van Dodoens niets te maken met geslachtelijke verschillen of met de voortplanting bij planten.
Rembert Dodoens schreef in zijnCruijdeboeck:
“Eerenprijs es tweederleye van gheslacht/ dat eene es dat oprecht Eerenprijs datmen Eerenprijs manneken heet. Dat ander een cruydeken den Eerenprijs seer ghelijckende/ dat men Eerenprijs wijfken nuempt.”
“Eerenprijs manneken es een cleyn cruyt lancx der aerden cruypende/ met dunne rootachtighe hayrighe steelkens/ daer aen wassen lanckachtighe donckergruene een luttel hayrachtighe rontsomme ghekerfte bladerkens. Sijn bloemkens wassen boven aen die steelkens en zijn cleyn/ van coluere licht blauw met purpur ghemenght/ nae die welcke cleyn breedachtighe teskens wassen/ daer dat saet in leyt. Die wortel es dun met veele veeselinghen.
Eerenprijs wijfken es van bladeren/ stelen/ en wasse den anderen ghelijck/ maer zijn bladeren zijn gruender/ niet hayrachtigh/ noch niet ghekerft. Sijn bloemkens zijn den anderen ghelijck/ en vergaen oock in breede teskens daer dat saet in leyt.”
Klik op de afbeelding om te vergroten.
Wijfjesereprijs heet dus nu tijmereprijs. Naast deze twee soorten groeien in onze contreien nog tal van andere ereprijssoorten. Denk bijvoorbeeld aan aarereprijs, veldereprijs, akkerereprijs, brede ereprijs, klimopereprijs, draadereprijs enz…
Voorkomen
Mannetjesereprijs groeit op droge plekken zoals bossen, open gebieden en langs randen van bossen. Het heeft een harige stengel die laag bij de grond kruipt, met kleine bladeren die er zilverachtig uitzien en een beetje getand zijn. Vanuit deze bladeren komen hoge stengels met helderblauwe tot paarse bloemen. De bladeren vallen snel af als je ze aanraakt. Mannetjesereprijs bloeit van mei tot augustus.
Mannetjesereprijs in andere talen
Engelse namen: Common Speedwell, Gipsyweed, Heath Speedwell Duitse namen: Echter Ehrenpreis, Ehrenpreis, Gebräuchlicher Ehrenpreis Franse naam: Véronique officinale
Verschil tussen Gewone ereprijs (Veronica chamaedrys L.) en mannetjesereprijs (Veronica officinalis L.)
Hoewel ze enkele gelijkenissen vertonen, hebben ze ook verschillen:
Veronica chamaedrys heeft helderblauwe bloemen en ovale, getande bladeren. De bloemen groeien in een losse tros aan het einde van de stengels.
Veronica officinalis heeft kleinere, lichtblauwe bloemen en smaller, lancetvormige bladeren. De bloemen groeien dichter bij elkaar in een compacte tros.
Mannetjesereprijs gedijt goed in bossen, open gebieden en langs bosranden. Het groeit vaak op droge, zanderige gronden.
Gewone ereprijs groeit vaak in vochtige omgevingen zoals graslanden, weiden en langs waterkanten.
Beide soorten worden traditioneel gebruikt voor medicinale doeleinden, maar er kunnen verschillen zijn in de specifieke toepassingen en effecten.
Wanneer je door de betoverende straten en langs de schilderachtige kanalen van Brugge wandelt, word je overweldigd door de uitbundige bloei van de muurfijnstraal (Erigeron karvinskianus). Van de vroege lente tot diep in de herfst transformeert deze plant het straatbeeld met zijn delicate bloemen, een …
Wie heeft er niet als kind met kleefkruid (Galium aparine) gespeeld? Je gooide het naar je vriendjes en het bleef dan in hun haar of op de klederen hangen. Kleefkruid behoort – net als lievevrouwebedstro – tot de familie van de Sterbladigen (Rubiaceae). Naamgeving Galium komt van …
Leren schoolkinderen nog met pen en inkt schrijven? Met zo’n ouderwets ballonpennetje en die koningsblauwe inkt? Ik had in ieder geval het geluk om dat in mijn kinderjaren wél te doen. Ja, dat was nog eens een ervaring! We schreven traag, want traag is vaak mooi! Met de klemtoon op ‘vaak’, want soms ging het mis. Als er een zware druppel inkt van de pen afdroop dan zagen we die seconden later – tot onze wanhoop – als een diepblauwe vlek over het spierwitte papier uitdeinen. Maar wacht eens even, laten we niet te snel oordelen! Ik kon, ondanks het feit dat ik mijn schrijfwerk zou moeten herbeginnen, genieten van die prachtige blauwe kleur.
Aan die diepblauwe kleur moet ik terugdenken, telkens als ik de veldereprijs op mijn wandeling door de stad zie. Nou, je moet al redelijk opmerkzaam zijn want uitbundig groot is het plantje niet. En het lijkt wel of de Schepper in een spaarzame bui was toen hij de bloempjes ontwierp. Je moet goede ogen hebben om ze op te merken. Maar een plantenloepje maakt veel goed. Het lijkt wel of de bloempjes in de inktpot gedompeld werden. Koningsblauw… het is mijn lievelingskleur, een kleur die recht naar het hart gaat.
Voorkomen
Veldereprijs is niet bepaald zeldzaam. De naam is enigszins misleidend want dit bescheiden plantje toont zijn pracht tussen april en oktober vrijwel overal in de stad. Maar door zijn bescheiden omvang wordt het vaak over het hoofd gezien. En dan die bloempjes… je moet je bukken om ze te ontdekken, want ze openen zich slechts ten dele. De veldereprijs komt voor op open plekken op gronden die niet te zwaar mogen zijn. Zo is ze in akkers en tuinen veel te vinden. Ook groeit ze tussen de tegels van het trottoir. In weilanden is ze te vinden in molshopen en op plekken waar mieren de grond open hebben gemaakt. Ze groeit ook in de duinen op open kalkrijke plekken.
Naamgeving
Veldereprijs (Veronica arvensis L.) behoort tot de weegbreefamilie.
De naam ereprijs is mogelijk afkomstig van de Vlaamse botanist Rembert Dodoens (1517-1585), die de planten “eer ende prijs oft loff” gaf vanwege hun geneeskrachtige eigenschappen.
Een niet zo plausibele verklaring van de naam ereprijs zou het plantje te danken hebben aan het feit dat in de Middeleeuwen, winnaars van grote toernooien een krans kregen van de bloemen.
Een derde verklaring is dat een Frankische koning vele jaren aan huiduitslag leed en daarvoor, na goede raad van een jager, dit plantje gebruikte, en genas van de huiduitslag. Toen gaf hij het plantje de naam ereprijs.
Dit geslacht is genoemd naar de heilige Veronica, die aan Jezus een doek zou hebben aangeboden, om het bloed van zijn gelaat af te drogen op zijn weg naar de kruisiging. Volgens de legende – want dit verhaal staat niet in de bijbel – was in haar doek de ‘vera iconica’, ‘de ware beeltenis’ van Christus’ te zien. Vera iconica is eigenlijk een mix van Griekse en Latijnse termen.
Arvensis betekent ‘op het veld groeiend’.
Beschrijving
De kleine, blauwe bloempjes van veldereprijs
De planten zijn helemaal behaard en hebben een liggende tot rechtopstaande stengel. De vertakte stengels die op de grond liggen buigen dan met een boog omhoog. De tegenoverstaande bladen zijn driehoekig-eirond tot soms vrijwel rond en grof getand. De onderste bladen zijn kort gesteeld, de bovenste bladen zijn echter langer gesteeld. De zeer kort gesteelde bloemen vormen eindelingse trossen. Ze staan in de oksels van de schutbladen. De 2-3 mm grote bloemen (met vier kroonbladen) zijn blauw. Vaak blijven de bloemen gesloten. De stijl met stempel is ongeveer 1 mm lang en er zijn twee meeldraden.
Medicinale toepassingen
Bittere plant met vocht afdrijvende en samentrekkende eigenschappen. De medische toepassing van ereprijs betreffen het verhelpen van ontstekingen in mond en keel, hoest, verkoudheid en nog veel meer. Extern kan het aangebracht worden voor het genezen van brandwonden en zweren.
Over de schrijfwijze van plantennamen
Woorden die soortnaam zijn schrijven we in de regel met een kleine letter. Die regel geldt ook voor namen waarmee we dieren, planten en fruit benoemen. Het maakt daarbij niet uit of het om de naam van een familie, geslacht of soort gaat.
In wetenschappelijke teksten, zoals een dieren- of plantengidsen, wordt voor Nederlandse namen soms ook de Latijnse conventie gehanteerd. Dat wil zeggen dat elke dieren- of plantennaam met een hoofdletter begint. Bijvoorbeeld: Gele lis, Rode spoorbloem, Witte dovenetel. Dit heeft als voordeel dat duidelijk is of kleuraanduidingen – of woorden als kleine en grote – deel uitmaken van de naam of niet. Hoofdletters verderop in de naam zijn in het Nederlands niet nodig. Bijvoorbeeld Grote ratelaar, Gewoon duizendblad, Klein hoefblad…
Een weetje
Het taxon werd vroeger als een goed middel tegen hondsdolheid beschouwd.