Medicinaal gebruik van kamille Matricaria chamomilla L. is een beroemde medicinale plant die veel gebruikt wordt in de traditionele geneeskunde om allerlei ziekten te behandelen. Kamille kwam overvloedig voor in Griekenland, waar men al in de oudheid zijn bijzondere geur had opgemerkt. Het is verrassend vast …
Zal ik jullie een lang en goed bewaard geheimpje onthullen? Lang geleden, toen de dieren nog spraken en ik nog lange blonde lokken had in plaats van kort grijs haar, bracht ik altijd een handjevol kamillebloemen mee van mijn zomerse wandelingen door de velden. Thuis …
Onze mederedacteur, herboriste Andrea Bleeker, publiceerde op YouTube een zeer interessant filmpje over weegbree. We bevelen deze video ten zeerste aan omdat Andrea op een zeer duidelijke en verstaanbare manier uitlegt hoe weegbree inzetbaar is bij allerlei aandoeningen of kleine ongemakken. Vergeet ook niet een duimpje te geven, dat zal Andrea zeker plezieren.
Meer info over Andrea Bleeker: zie onderaan.
Verschillende soorten weegbree
Er bestaan verschillende soorten weegbree. Smalle weegbree (Plantago lanceolata) is een geslacht uit de weegbreefamilie (Plantaginaceae). De bladeren zijn lang en smal en lijken op de bladeren van de lelieachtigen. De grote weegbree (Plantago major) is gemakkelijk herkenbaar aan de brede bladeren. Grote weegbree groeit vaak op onverharde paden, in de straatgoot of tussen de straatstenen. Dat ze goed tegen betreding kunnen komt onder meer door die vlezige bladeren.
Daarnaast komen ook nog hertshoornweegbree (Plantago coronopus), getande weegbree (Plantago major subsp. intermedia) en ruige weegbree (Plantago media)
Weegbree is één van de meest verspreide planten ter wereld. Waar je ook komt, er is een grote kans dat je het kruid zult tegenkomen.
Vele namen
De Latijnse naam Plantago betekent trouwens “voetzool“. Het brede blad van de grote weegbree lijkt inderdaad op een voetafdruk. Ook werd het blad vroeger gebruikt om in primitief schoeisel te leggen voor een beter comfort van de voeten.
De Nederlandse naam weegbree komt al in het Oudsaksisch voor als ‘wegbreda’, samengesteld uit ‘weg’ en ‘breed’, dus een plant die breed op de weg groeit. Dit slaat vooral op de grote weegbree, die met haar brede bladeren algemeen langs wegen voorkomt.
In het oude Griekenland was de plant ook bekend als arnoglosson, ‘lammerentong’. Mogelijk is het zo genoemd vanwege de bladvorm of omdat de lammeren er graag van eten. Een oude Duitse naam is Schafzunge en een Franse naam langue d’agneau, ‘lammerentong’.
In Polen wordt de weegbree ‘Babka’ genoemd. Dat betekent ‘oude, wijze vrouw’, in de betekenis van ‘wijze kruidenvrouw’. Weegbree als gezondheidsbrenger dus.
Andere volkse namen zijn ook: allergiekruid, blarenkruid, jeukkruid, ezelsoren, geneesbladen, wondkruid.
Grote weegbree
Eerste hulp bij brandnetelprikken
Bij velen is weegbree wel bekend als het kruid dat kan helpen om de irritatie van brandnetelprikken weg te nemen. Maar hij kan veel meer!
Een beetje geschiedenis
Al in de oudheid beschouwde men de plant als zeer waardevol en werkzaam zowel bij in- als uitwendig gebruik. Al vroeg kende men het rustgevend effect dat toepassing van een oogwater van weegbree op vermoeide ogen had.
Plinius beweerde zelfs “dat stukken vlees die samen met de weegbree in een pot werden gedaan weer aan elkaar zouden groeien”.
Men kende aan weegbree allerlei magische eigenschappen toe. Zo bestond het gezegde dat drie wortels van de plant een kwaal genezen, vier wortels een andere aandoening laten verdwijnen en zes wortels (om de hals gehangen) nog een andere ziekte genezen.
In het Westen pasten natuurgenezers weegbree bladeren toe ter verlichting van droge hoest, ter verzachting van urineweginfecties en slijmvliesontstekingen van darmen of luchtwegen.
Volgens Hildegard von Bingen (ca. 1150) werd de wortel ook gebezigd bij bewusteloosheid.
Rembert Dodoens
Dat het algemeen bekend stond als een uitstekend geneeskruid blijkt ook nog uit hetgeen Rembertus Dodonaeus (Dodoens, 1517–1585) schreef: ‘De weegbree was bij de ouden soo seer gesocht ende gepresen, dat Themison den ouden Medicijn daer een gantsch boec af gemaect heeft, als den eersten ervinder van de groote ende wonderbaerlijke krachten van dit gewas…’
In zijn “Cruijdeboeck” (deel 1 capitel 60, bladzijde 110-113) schrijft hij het volgende:
Cracht en werckinghe
Die bladeren van Wechbree in spyse oft anders inghenomen sijn seer goet tseghen den loop ende vloet van den catarren/ ende stercken die maghe/ ende sijn bequaem den ghenen die uutdroeghen ende die hoesten.
Die selve bladeren ghesoden ende ghedroncken stelpen dat root melizoen ende den loop des buycx/ ende dijsghelijcx oock dat bloet spouwen/ tbloet pissen/ ende der vrouwen overvloedighe natuerlijcke crancheyt/ en alle bloet ganck.
Tsap van Wechbree inghenomen stelpt ende doet ophouwen dat overvloedich braken/ ende stopt alderhande bloet ganck ghelijck die bladeren ende tsaet.
Die wortel van Wechbree alleen oft met den wortelen ende saet in soeten wijn ghesoden ende ghedroncken opent die verstopte lever ende nieren/ ende sijn goet tseghen die geelsucht ende sweringhen der nieren ende der blasen.
Men scrijft oock van Wechbree dat drije wortelen met water ende met wijn inghenomen die derdedaechse cortse/ ende vier wortelen die vierdedaechse cortse ghenesen ende verdrijven.
Wechbree es oock goet ghebruyckt tot alle quade onsuyvere loopende ulceratien ende sweeringhen/ ouwe ende nieuwe wonden/ alle hittighe apostumatien ende gheswellen/
Geneeskrachtig kruid
Smalle weegbree
Omdat de huidige generatie mensen niet of nauwelijks meer op de hoogte is van de eigenschappen van de plant, wordt hij door de meeste mensen als nutteloos onkruid gezien. Vroeger had men wel waardering voor de plant: archeologische vondsten hebben aangetoond dat de plant twaalfduizend jaar geleden gebruikt werd als voedselbron. In oude geschriften blijkt dat de plant al voor onze jaartelling werd gebruikt als geneeskrachtig kruid.
Sinds de oudheid is weegbree veel gebruikt als geneeskrachtig kruid, maar vandaag de dag wordt het gedroogde kruid nog steeds medicinaal gebruikt (FLEISCHHAUER, ET.AL., 2017, pp. 14-15). Weegbree heeft een verfrissende, reinigende en antibacteriële werking. Uitwendig kan deze veelzijdige plant ingezet worden bij insectenbeten, brandwonden, zwellingen, ontstekingen en verwondingen. Bij eerste hulp is het kneuzen van een handvol bladeren effectief tegen insectensteken en om bloedingen te stelpen. Een aftreksel van weegbree is nuttig bij oogontstekingen, terwijl de inname van weegbree ontstekingen in mond en keel kan verlichten en klachten aan de luchtwegen kan verminderen. Daarnaast wordt de plant ingezet bij ontstekingen van de urinewegen, maagslijmvlies en bij een spastische darm.
In de keuken
Bereid de weegbree net als spinazie. Weegbree is lekker in eiergerechten, als broodbeleg en lekkere decoratie, kan verwerkt worden in sterke drank. Bloemen zijn te plukken in mei tot juli en te eten als snack, lekker door de salade, te stoven en in te maken in azijn of olie. Zaden zijn lekker als smaakmaker in groentegerechten en te verzamelen van augustus tot oktober. Uit de zaden is olie te persen en deze olie is lekker op toast of in de salade. Van oktober tot april kan de wortel worden geoogst. De wortel kan fijngesneden en samen met andere groenten in vullingen worden verwerkt in bladerdeeg en taarten. De smaak lijkt op champignon, met name de bloemen.
Wanneer men het blad doorbreekt ziet men duidelijk de uitspringende nerven of vaatbundels. Het was vroeger (en ook nu nog?) een kinderspelletje om elke nerf die goed waarneembaar tevoorschijn kwam als orakel te beschouwen, om te weten te komen hoe lang men zou leven.
Elke uitspringende vaatbundel gold voor tien jaren. Een ander spelletje was op hetzelfde doorbreken van het blad gebaseerd, maar dan wees het aantal uitstekende nerven aan hoeveel maal men gelogen had. De huwbare meisjes zagen aan het aantal hoeveel kinderen zij hun toekomstige echtgenoot zouden schenken.
De voetstap van de blanke man
De grote weegbree is namelijk door de Europeanen onopzettelijk over de gehele wereld verspreid. Dit ging gemakkelijk want de kleverige – vooral de vochtig geworden – zaden bleven overal aan hangen… De Indianen noemden de plant zelfs “De voetstap van de blanke man“, omdat hij overal werd gevonden waar de Europeanen geweest waren.
Waarschuwing
Excessief gebruik van weegbree kan laxerend en/ of bloeddrukverlagend werken. Gebruik tijdens de zwangerschap of lactatieperiode wordt ontraden daar weegbree de uteruscontracties versterkt.
Deze site vervangt geen deskundig advies voor medische behandeling. Raadpleeg altijd een deskundig zorgverstrekker of arts. Ook wat betreft de op deze website aangeboden culinaire recepten mag u deze niet beschouwen als deskundig advies. Daarvoor dient u zich te richten tot een gehomologeerde arts, fytotherapeut of diëtist
Dit artikel is een bijdrage van onze mederedacteur Nic Carsauw.Nic is de auteur van de website Wilde natuur in Mechelen. Slaapkamergeluk is een vaste plant die – een beetje merkwaardig – behoort tot de brandnetelfamilie (Urticaceae). Maar je hoeft niet bang zijn om geprikt te worden, …
In deel 2 over de klaproos hebben we het vooral over de rituele en mythische aspecten van de klaproos. Bijgeloof en rituelen De oude Grieken wijdden de klaproos aan Aphrodite, de godin van de landbouw en het moederschap, als een eerbetoon aan haar schoonheid …
Vakantietijd! Wat is er mooier dan het vooruitzicht op twee zonnige maanden vol vrijheid? Als jongeling – te oud voor de knikkers en te jong voor meisjes – herinner ik me nog goed hoe ik op de eerste dag van de zomervakantie op mijn glimmende nieuwe ‘herenfiets’ naar de kust reed. En ja hoor, ik was ontzettend trots op die fiets. Het is zowat het enige dat ik heb overgehouden aan mijn ‘plechtige communie’.
Het beeld van duizenden klaprozen langs de weg tijdens mijn fietstocht staat nog steeds helder in mijn geheugen gegrift. Is dat de reden waarom ik klaprozen altijd associeer met het begin van de ‘grote’ vakantie? Waarschijnlijk wel! Maar misschien moet ik dat beeld zestig jaar na datum toch wat bijstellen, want tegenwoordig zie ik die bekende rode bloemen steeds vroeger in het jaar verschijnen. Had ik er destijds door de examenstress geen oog voor, of bloeien ze tegenwoordig echt eerder? Ligt het aan de zachte winters? Wie zal het zeggen?
Voor velen zijn klaprozen misschien wel het mooiste ‘onkruid’ dat er bestaat.
De plant dankt haar naam aan een oud kinderspelletje. Je kunt een bloemblad tot een bolletje vouwen en vervolgens kapotslaan tegen je voorhoofd of tegen de rug van je hand. De samengedrukte lucht doet het kleine bolletje met een klap openspringen.
Lokale tradities verrijken deze plant met een schat aan namen. Uit mijn kindertijd herinner ik me dat we ze altijd “kolleblommen” noemden. Andere fascinerende namen zijn stinkroos, korepater, donderbloem, doodsbloem, maankop, korenheul en koornroos. Deze benamingen, vol van geschiedenis en mysterie, worden hier en daar nog steeds gebruikt, en elke naam draagt een verhaal en een stukje van de volksziel met zich mee.
Papaver rhoeas
Papaver zou afgeleid kunnen zijn van het Keltische woord papa dat pap of brij betekent. Dat slaat op de Keltische gewoonte om het sap uit deze plant door de pap te doen om zo huilende baby’s in slaap te krijgen. De grote klaproos behoort tot de papaverfamilie.
Er zijn twee verklaringen voor Rhoeas:
Rhoeas (Grieks) en betekent “zij die rap vallen“, en dat is dan een verwijzing naar de vlug vallende blaadjes van de bloem.
Een andere opvatting omtrent de afleiding van Rhoeas is dat deze naam afkomstig is van Rhoia wat “granaatappel” betekent, naar de rode bloemkleur.
Voorkomen
Klaprozen verschijnen op plaatsen waar de grond kortgeleden werd omgewoeld. Vooral dan op zonnige, droge en voedselarme zandgrond kan dit mooie onkruid goed gedijen. Zo kunnen ze massaal verschijnen langs wegbermen, spoordijken, bouwterreinen, plaatsen waar wegwerkzaamheden hebben plaats gevonden…
Elk zaaddoosje van de klaproos bevat honderden zaadjes die zich als ware ontdekkingsreizigers in alle richtingen verspreiden. Wanneer deze zaden diep onder de aarde begraven raken, behouden ze hun kiemkracht voor meer dan vijftig jaar, als slapende schatten die wachten op hun moment. Zodra de grond wordt omgewoeld en de zaden weer aan het daglicht komen, ontwaakt hun potentieel en beginnen ze te kiemen. Daarom wordt de klaproos terecht beschouwd als een echte pioniersplant.
Klaprozen zijn eigenlijk geen inheemse planten. Onze prachtige papavers hebben hun oorsprong in het zonnige Middellandse Zeegebied. Toch zou je dat niet zeggen als je in deze tijd van het jaar de bermen ziet, die felrood kleuren door hun bloemen. Het lijkt wel alsof ze hier helemaal op hun plek zijn. Ze gedijen zelfs veel beter dan andere oude graanonkruiden zoals korenbloem, spiegelklokje en bolderik, die sinds hun verdrijving uit het koren nauwelijks nog een plekje hebben kunnen vinden.
In België groeien in het wild drie soorten rode klaprozen.
De grote klaproos (Papaver rhoeas) is grootste en ook de roodste. De bloembladen hebben vaak een zwarte vlek tegen het centrum. De zaaddoos is eivormig.
De kleine of bleke klaproos (Papaver dubium) is inderdaad kleiner en bleker rood. De zaaddoos is knotsvormig. Het is de meest voorkomende soort.
De ruige klaproos (Papaver argemone) is de kleinste, en die is weer dieprood. Zeldzaam – enkel in het Kustgebied – is de gele hoornpapaver (Glaucium flavum). Je vindt ‘m af en toe in tuinen.
Op de website van Fleurop.nl vind je een mooi overzicht van de verschillende soorten klaprozen. (Zie bronnen en meer informatie)
De papavers in de Volksgeneeskunde
De klaproos werd in Duitsland aangewend in het bestrijden van de vallende ziekte. In Engeland geloofde men dat het contact met klaprozen oog- en oorziekten veroorzaakt. Ook in Frankrijk is dat geloof beschreven. De Nederlandse volksnaam “Zere ogenbloem” verwijst nog naar het gebruik in de Lage Landen.
Volgens de signatuurleer waren de rode bladeren van de klaproos goed bij wondroos, neusbloedingen en andere ziekten die met bloed te maken hadden.
In Duitsland werd een slaapbolkop waarin iemand gebeten had, in een vodje genaaid en om de hals van een kind gehangen dat tandjes krijgt. Slaapbollen werden ook op de rug of op het oor gelegd van kleine kinderen, om rust te geven en gemakkelijk in te slapen.
Het melksap van de klaproos bevat alkaloïden en werd vroeger wel eens toegepast omwille van de zwak kalmerende en pijnstillende werking.
Men gebruikte het sap of thee van de rode bloemen ook tegen verkoudheden vergezeld van een droge hoest, kinkhoest, kinderstuipen, hoofdpijn, borstontstekingen, longziekten en lendenpijnen. In de volksgeneeskunde werden klaprozen ook aangewend als zweet- en koortswerend middel.
De klaproos behoort nog altijd tot de zeven kruiden die in de zogenaamde “vlierbloementhee” verwerkt worden. De aangegeven dosis mag men niet overschrijden wegens het gevaar voor vergiftiging.
De geneeskracht van de papaver zit in het melksap dat uit de bladeren, maar vooral uit de zaaddozen druppelt als men die beschadigt. Rond de 16de eeuw v. Christus werd de plant in Egypte al als verdovend middel gebruikt. In de 13de eeuw v. Christus gaf men een afkooksel van de zaaddozen als slaapmiddel aan kinderen.
Opium
Het gebruik van de papaver als kalmeermiddel was ook bij de Oude Grieken bekend. Het ingedroogde melksap, gewonnen door het insnijden van de zaaddozen, noemde Dioscorides (ca. 50 na Chr.) “opion” en hij gebruikte het om hardnekkige hoest te behandelen.Het gedroogde sap werd opium genoemd en gebruikt als slaapmiddel, op voorwaarde dat het goed gedoseerd werd, want bij te hoge dosis treedt de dood op. Papaverzaad werd ook vermengd met melk en als slaapmiddel gedronken. Als de zaaddozen en de bladeren werden afgekookt, werd het sap “meconium” genoemd, waarvan de werking veel zwakker was dan opium.
Morfine
De Fransman F. Derosne isoleerde in 1803 de actieve bestanddelen van opium. In 1811 vond de Duitser F. Sertürner twee stoffen waarvan één zeer slaapverwekkend was. Die werd “morfine” genoemd, naar Morpheus, de Griekse god van de dromen.
Morfine werd één van de grote ontdekkingen van de 19de-eeuwse geneeskunde, want het bleek een uitstekende pijnstiller.
In navolging van de Oude Grieken bestond in Europa tot het begin van de 20ste eeuw nog de gewoonte om aan baby’s en peuters een afkooksel van de zaaddozen van de slaapbol (papaverkoppen) te geven opdat ze goed zouden inslapen. Dit populaire huismiddel was echter niet zonder gevaar en werd meerdere baby’s fataal. Ook in Vlaanderen heeft dit gebruik tot het begin van WOI bestaan.
In Brugge deed men in einde 1877 een onderzoek naar het geven van “slaapkoppen” en papaversiroop aan kinderen die moeilijk de slaap konden vatten. Het resultaat was verbijsterend. Het geven van dat slaapmiddel was algemeen verspreid onder de arme werkliedenklasse, bijna onbekend bij de middenklasse, maar ook zeer in trek bij de rijkere burgerij en de adel. Voor 1860 was het gebruik van opium in Brugge nog zeer beperkt, maar in 1877 al was het er zeer verspreid. (*)
Bronnen en meer informatie
* “Compendium van rituele planten in Europa: botanisch, cultureel, gebruik” van Marcel De Cleene, Marie Claire Lejeune. Pg.862 e.v. EAN 9789072931801
Dit boek is een modern naslagwerk over de rol van kruiden, struiken en bomen in de mythologie en in religieuze en profane rituelen en de daarvan afgeleide symboliek. Veel zaken die voor de mens van de 21ste eeuw normaal lijken hebben ooit een veel diepere betekenis gehad. Een wetenschappelijk verantwoord overzicht van de kennis van rituele planten door de eeuwen heen, vanuit een breed perspectief en met een kritische blik op de juistheid van de vermelding van de plantensoorten in de literatuur.
Dit artikel is een bijdrage van onze mederedacteur Broeder Yvan Jacques. Hij is medeoprichter en bezieler van het monasterium Mariakluizen in Zegelsem (Brakel). Elke maand geeft hij een nieuwsbrief uit over het monasterium, en ook elke maand voorziet hij daarin – herborist zijnde – enkele …
Vandaag gaan we op avontuur buiten de gebaande paden van de stad: een fietstochtje door de Brugse stadsrand! Onderweg zien we dat op veel plekken de bermen weer gemaaid worden. Tja… misschien is dat wel nodig. Maar tot onze vreugde zijn er hier en …
We zijn ze allemaal wel eens tegengekomen, die eigenwijze plantjes die je niet meteen op de stoep of tegen een huisgevel verwacht. Nee, ik heb het niet over brutale straatmadeliefjes, maar over die avontuurlijke rakkers die zich niet laten beperken door een tuin of bloembak. Deze vrije zielen, de tuinvlieders, trekken met een flinke dosis lef de wijde wereld in.
Een “tuinvlieder” is een plant die ontsnapt uit bloembakken of uit onze tuin. Ze verschijnen vervolgens tegen muren, voetpaden of op ruigten. Niet alleen bloemen, maar ook groenten, kruiden, struiken en zelfs bomen zoeken aldus een nieuw leven.
Vlinderstruiken, stokrozen, blauwe klokjes en zelfs vijgenbomen beginnen in veel steden aan een nieuw, avontuurlijk leven. Ze staan niet langer veilig in een perk, in een tuin of een bloembak, beschut tegen wind en voorbijgangers. Ze zijn niet langer verzekerd van water als het droog is, van voedende mest op geregelde tijden, of van een verfrissende snoeibeurt. Niemand die schimmels of bladluizen voor ze bestrijdt. Deze tuinvlieders moeten alles op eigen houtje doen.
Velen zullen hun eerste jaar niet overleven, want veel mensen hebben een bloedhekel aan dat groen tegen hun gevels. Ze gaan de strijd aan met alles wat ze kunnen vinden: planten worden met blote handen uit de grond getrokken, bespoten met gif, gestoomd alsof het groenten zijn, of zelfs in een vurige barbecue omgetoverd. Slechts een paar onverwoestbare avonturiers zullen de kans krijgen om nieuw nageslacht te produceren en hun groene opmars voort te zetten.
En ik? Ik heb wel een boontje voor die dappere ontdekkingsreizigers.
Dalmatiëklokje (Campanula portenschlagiana)
Dalmatiëklokje (Campanula portenschlagiana)
Het Dalmatiëklokje is zo’n echte avonturier die je steeds vaker in het stadscentrum vindt. Dalmatiëklokje is een groenblijvende, overblijvende plant uit de klokjesfamilie (Campanulaceae).
De plant kan verward worden met het kruipklokje. De bloemen van het kruipklokje hebben echter een wit hart. Veel klokjes lijken trouwens goed op elkaar. Een determinatiesleutel kan dan goede diensten bewijzen. Op de website van “Wilde bloemen in Nederland” vind je zo’n handige sleutel:https://www.wildebloemen.info/pages%20sleutels/sleutel%20klokjes%20Campanula.php
Campanula betekent klokje, naar de vorm van de bloem. Poscharskyana verwijst naar de Duitse botanicus Gustav Adolf Poscharsky (1832-1915), die inspecteur van de botanische tuin in Dresden was en de grondlegger van de botanische tuin Schellerhau in Altenberg in Saksen.
De plant wordt doorgaans 10-30 cm groot. De gezaagde, ’s winters groenblijvende bladen zijn hartvormig. De plant bloeit vanaf mei tot het vroege najaar. Dalmatiëklokje heeft een veelbloemige, vertakte bloeiwijze met 1-2 cm grote, paarsblauwe bloemen.
Dalmatiëklokje blijft in Vlaanderen strikt beperkt tot het stedelijke gebied. De soort wordt er aangetroffen op oude muren, zowel op zonnige als eerder beschaduwde standplaatsen. De ecologische kenmerken van de niche van de soort zijn nog onvoldoende bekend. In haar gebied van herkomst groeit het Dalmatiëklokje op rotsen in bergstreken.
Zowel de bladeren als de bloempjes zijn eetbaar. De milde smaak past goed in salades.
Kruipklokje (Campanula poscharskyana)
Kruipklokje – Campanula poscharskyana
Kruipklokje groeit op allerlei stenige plaatsen in het stedelijk gebied, waar het als ingeburgerd geldt. In Brugge is het ook al her en der te vinden. Het groeit bijvoorbeeld rijkelijk op een oude muur aan het Minnewater.
De laatste 15 jaar is deze plant met zijn wortels vanuit tuinen ‘ontsnapt’. Je kunt het soms aantreffen in voortuintjes, op de stoep en in de gangetjes achter de huizen. Een echte tuinvlieder dus. Het is hier blijkbaar duidelijk goed ingeburgerd. Sinds 2007 is het ook te vinden in andere steden, vooral in Antwerpen en Gent, en ongetwijfeld ook elders.
Soms wordt het ook wel het ‘Servisch klokje’ genoemd, hoewel de plant eigenlijk uit Kroatië komt. Het is van oorsprong een bergplant.
Net als de meeste klokjessoorten wordt ook het kruipklokje veel bezocht door wilde bijen, bv. hommels, klokjes-, dikpoot- en zandbijen. Deze insecten gebruiken vooral de hangende klokjesbloemen graag als slaapplaats en als schuilplaats voor de regen.
De helder paarsblauwe bloemen zijn min of meer stervormig. Deze soort, die zich door uitzaaien op veel plaatsen vestigt, bloeit met name in de maanden juni en juli zeer rijk. Het wordt daarom ook te koop aangeboden in diverse tuincentra.
Tomatenplant (Solanum lycopersicum)
Tomatenplant (Solanum lycopersicum)
Tomaten hebben een rijke geschiedenis die teruggaat naar Meso-Amerika, waar de voorouders van de Inca’s en de Maya’s al kleine varianten kweekten. Toen de Spanjaarden Mexico veroverden, vonden ze een plant die daar al volledig ingeburgerd was. Aanvankelijk werden deze als giftig beschouwde planten als sierplanten gekweekt. Pas rond 1750 ontdekten de inwoners van Italië en de Provence dat de gele vruchtjes eetbaar waren. Door kruising en selectie kregen tomaten hun herkenbare rode kleur, en vanaf 1850 veroverden ze de Europese keuken als onmisbare groente.
Hoewel we de tomaat vaak als groente beschouwen in de keuken, is het technisch gezien een vrucht. De rijpe tomaat is gezond, maar de rest van de plant is giftig omdat ze tot de nachtschadefamilie behoort. De giftige stof in de plant heet tomatine, een glycoalkaloïde die de plant produceert om zich te beschermen tegen ziekteverwekkers, en die ook voor mensen giftig kan zijn.
Tomaten bevatten veel vitamine C, carotenen, vitamine B1, vitamine B2 en vitamine B6 en de mineralen kalium, fosfor en magnesium. De tomaat bevat een kleurstof, namelijk lycopeen, die de menselijke cellen kan beschermen tegen de nadelige invloeden van stikstofdioxiden. Lycopeen speelt mogelijk ook een rol bij bescherming tegen kanker.
Zilverschildzaad (Lobularia maritima)
Zilverschildzaad (Lobularia maritima)
Het zilverschildzaad is een soort van laagblijvende bloeiende plant uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae).
Het zilverschildzaad hoort van nature thuis op rotsachtige en zanderige plekken langs de Middellandse Zee. Dat vindt ook zijn weerklank in de naam. Lobularia is afgeleid van lobus (lob) en maritimum betekent ‘aan de zee’.
Niet verwonderlijk dat het meestal wordt gevonden in de buurt van de kust op zandstranden, in (verharde) duinen en op stenige plaatsen.
In Nederland en België is het een veel toegepaste tuinplant, die dus af en toe op de loop gaat …
Afhankelijk van de variëteit bloeit zilverschildzaad met vele witte, roze, paarse of mauve bloemen. De kroonbladen zijn wit of iets paars. Die bloemen zijn maar vijf milimeter in doorsnede en ruiken heerlijk naar honing. De blaadjes zijn bedekt met zilverkleurige haartjes.
Tijdens mijn wandeling naar het Adornesdomein in Brugge kom ik vaak langs het charmante Blekerstraatje. Enkele dagen geleden viel mijn oog op een kleine verrassing: tussen de kasseien, vlak tegen een huisgevel, piepte een klaverzuring naar boven. Ik wachtte vol spanning op de bloei, want …
Sint-Janskruid speelt een fascinerende rol in de Europese cultuur, omgeven door talloze legenden en zelfs verering in sommige tradities. De plant dankt haar naam aan Sint-Jan, omdat ze op haar mooist bloeit rond zijn feestdag, 24 juni. Sint-Jan, de heilige van het Licht, wordt gevierd …
Op 24 juni is het Johannesfeest, ook wel Sint-Jan of midzomerfeest genoemd. Het is het feest waar stilgestaan wordt bij de zonnewende (solstitium) en de geboortedag van Johannes de Doper. Hoewel het zomersolstitium in de Gregoriaanse kalender op 21 juni valt, vieren veel mensen het zomerfeest nog altijd op 24 juni, de feestdag van Sint-Jan.
Maar de tradities rondom Sint-Jan gaan veel verder terug. Het midzomerfeest is van oorsprong een groot feest, waarbij mensen de langste dag van het jaar vierden, sint-janskruid rooiden en de kracht ervan inzetten om zich te beschermen tegen kwade invloeden. Er werden grote sint-jansvuren gestookt die de kwade geesten, heksen, duivels en demonen moesten wegjagen.
Het sint-janskruid is een plant uit de hertshooifamilie. De vaste plant komt van nature oorspronkelijk voor in Europa, maar is van daaruit verder verspreid.
Sint-janskruid is in alle Europese culturen een belangrijke plant en er zijn vele legenden aan de plant verbonden. In een aantal gevallen was het zelfs een cultusplant.
Hypericum perforatum
Hypericum perforatum – we zullen het verder afkorten met HP – werd verzameld op 24 juni, als de zon op haar hoogste punt staat. De plant staat dan prachtig in bloei. De helder gele bloempjes lijken naar de zon te willen reiken. Sint-janskruid komt veel voor in tuinen, langs wegen, bermen, bloemenweiden enz….
Als je een blaadje aftrekt en tegen het licht bekijkt zie je kleine puntjes. Precies piepkleine gaatjes. Vroeger dacht men dat het gaatjes in de bladeren waren. De soortnaam “perforatum” (doorboord) is hiervan afgeleid. Het zijn eigenlijk kliertjes die een vloeistof produceren bestaande uit etherische oliën en hars. Wrijf enkele blaadjes en bloemetjes tussen je vingers en je zal zien dat er een rode kleurstof vrijkomt. Vroeger vergeleek men de gaatjes met wonden en veronderstelde men dat zo’n plant beslist een goed wondheelmiddel moest zijn.
Tijdens de kruistochten gebruikten de ridders van Sint-Jan van Jeruzalem de plant om wonden van de kruisvaarders te behandelen.
Naamgeving
Voor ‘Hypericum’ vond ik als verklaringen dat het vertaald kan worden als ‘een geestverschijning te boven komen’, en dit zou gebaseerd zijn op de overtuiging dat het kruid zo schadelijk was voor kwade geesten dat het voldoende was om er even mee te zwaaien om ze te verjagen. Een andere verklaring is dat de naam Hypericum’ verwijst naar de god Hyperion, vader van de zon in de Griekse mythologie. Een reden van deze verwijzing naar de zon is dat de bloemen zo schitterend geel zijn, en dat het kruid bloeit ten tijde van de midzomerzonnewende, de tijd dat de zon haar hoogste punt bereikt.
Beschrijving
Sint-janskruid is een tot 70 cm hoge, overblijvende plant met kleine blaadjes en vertakte stengels met eindstandige bijschermen van goudgele bloemen.
De stengel is enigszins roodachtig. De bladeren bevatten doorschijnende oliekliertjes die, als de blaadjes tegen het licht worden gehouden, op gaatjes lijken. De bloemen hebben vijf kelkbladeren en vijf ongelijke kroonbladeren die ook bezaaid zijn met oliekliertjes. Bij fijnwrijven van de bloemen tussen de vingers komt een rode kleurstof te voorschijn. (zie foto)
Kruidenremedie tegen boze geesten
Het gebruik van het sint-janskruid als kruidenremedie voor de behandeling van een verscheidenheid aan interne en externe aandoeningen dateert al uit de tijd van de oude Grieken. De Griekse artsen van de eerste eeuw, Galenus, Dioscorides, Plinius en Hippocrates bevelen sint-janskruid aan als een diureticum, wondgenezend kruid, als behandeling voor menstruatiestoornissen en remedie voor darmwormen en slangenbeten.
De ouden geloofden dat de plant mystieke eigenschappen had en planten werden verzameld om zich te beschermen tegen demonen en boze geesten. In feite is de generieke naam ‘Hypericum’ afkomstig van de Griekse naam voor de plant, hyperikon. Letterlijk vertaald is de naam een samensmelting van de stamwoorden “hyper” (over) en “eikon” (verschijning), verwijzend naar het veronderstelde vermogen van de plant om boze geesten af te weren.
Omwille van zijn haast legendarische eigenschap om kwade geesten te verdrijven werd het ook “jaagt-den-duivel” genoemd. Krankzinnigen dwong men thee van het sint-Janskruid te drinken om zo de demonen te weren.
In Wales beschreven kruidenkenners in de 13e eeuw een remedie tegen winterhanden of voeten als volgt: “Voor winterhanden en voeten: kook de wortels van het sint-janskruid en giet er gestremde melk over. Stamp het met oud vet en breng het als een pleister aan” (Physicans of Myddfai).
Medicinaal gebruik
De plant werd ook al in de Middeleeuwen gebruikt als kruidengeneesmiddel. Zestiende-eeuwse herboristen, waaronder Paracelsus, Gerard en Culpeper, raadden allemaal het sint-janskruid aan om wonden te behandelen en pijn te verlichten. In 1525 raadde Paracelsus het aan voor de behandeling van depressie, melancholie en overmatige opwinding. Het gebruik als geneeskrachtig kruid verspreidde zich tussen de achttiende en negentiende eeuw vanuit Europa naar andere continenten. Er werd (wordt?) vaak thee en tinctuur van gemaakt voor de behandeling van angst, depressie, slapeloosheid, het vasthouden van water en gastritis. Door de jaren heen zijn preparaten van plantaardige olie gebruikt voor de behandeling van aambeien en ontstekingen. Anderen hebben sint-janskruid gebruikt om zweren, snijwonden, lichte brandwonden en schaafwonden te behandelen, vooral die met zenuwbeschadiging.
Het nut ervan bij het verminderen van ontstekingen is algemeen bekend en lijkt, althans gedeeltelijk, verband te houden met het vermogen om als antibacterieel middel te dienen. Recent onderzoek suggereert ook dat het nuttig kan zijn bij het bestrijden van virussen.
De effectiviteit van sint-janskruid als middel tegen depressie is bijzonder goed bestudeerd en de onderliggende mechanismen zijn goed begrepen. De preparaten hebben relatief weinig nadelige effecten wanneer ze worden ingenomen in de aanbevolen doseringen. Sint-janskruid wordt momenteel gewaardeerd voor de behandeling van (lichte) depressie en andere stemmingsstoornissen. Producten die HP bevatten in de vorm van tabletten, capsules, theeën en tincturen waren eind jaren negentig goed voor naar schatting 6 miljard euro omzet in Europa.
In de homeopathie past men HP toe als geneesmiddel bij aandoeningen van het centrale zenuwstelsel, perifere zenuwen en huid. In China schrijven fytotherapeuten het kruid voor bij acute hepatitis, puisten, abcessen, slangenbeten en appendicitis.
Disclaimer
Er dient ook een waarschuwing gegeven te worden: Soms gebruiken mensen sint-janskruid om beter te slapen of zich minder somber te voelen bij depressieve klachten. Maar opgelet: dit kan invloed hebben op andere medicijnen die u slikt. Het gaat niet samen met medicijnen tegen angst of tegen depressie , de gewone pil, chemotherapie en medicijnen tegen schimmelinfecties of virusinfecties. Vertel het uw arts als u sint-janskruid gebruikt! Er zijn talloze interacties met andere geneesmiddelen gemeld.
Voor veel recent onderzoek i.v.m. HP kan men terecht op: “Medical Attributes of St. John’s Wort (Hypericum perforatum)”
De spoorbloem of rode spoorbloem – vroeger wel rode valeriaan genoemd – is een plant uit de kamperfoeliefamilie. De plant komt oorspronkelijk uit Zuid-Europa en is in België verwilderd, vooral in de Condroz en de Famenne. De plant houdt van een droge kalkrijke bodem. Vandaar …
De Centrale Begraafplaats van Brugge (Assebroek) is een verborgen juweel: een serene, groene oase waar de tijd lijkt stil te staan. Deze plek ademt geschiedenis, met graven van prominente Brugse kunstenaars, schrijvers, politici en adellijke families. Hier rusten onder andere de beroemde schrijvers Guido Gezelle en Julius Sabbe, die hun stempel op de Brugse cultuur hebben gedrukt.
Wat deze begraafplaats extra bijzonder maakt, is dat het volledig pesticidenvrij is. In de jaren negentig liep Brugge voorop in Vlaanderen met het ecologisch beheer van openbare ruimtes. Deze vooruitstrevende aanpak heeft ervoor gezorgd dat de begraafplaats nu een ongeëvenaarde biodiversiteit kent. Het is fascinerend om te zien hoe de natuur hier de vrije hand krijgt, zelfs op een plek die gewijd is aan de eeuwige rust.
We gingen onlangs een kijkje nemen. Een fotografisch overzicht. (Klik op de foto’s om een grotere afbeelding te bekijken.)
Vingerhoedskruid
Vingerhoedskruid (Digitalis purpurea)
Walstroleeuwenbek
Walstroleeuwenbek (Linaria purpurea)
Knopige ooievaarsbek
Knopige ooievaarsbek (Geranium nodosum)
Puntwederik
Puntwederik (Lysimachia punctata)
Geitenbaard
Geitenbaard (Aruncus dioicus)
Mos
Mos spec. en knopige ooievaarsbek
Knopig helmkruid
Knopig helmkruid (Scrophularia nodosa)
Muurleeuwenbek
Muurleeuwenbek (Cymbalaria muralis)
Bergbasterdwederik
bergbasterdwederik (Epilobium montanum)
Grote kattenstaart
Grote kattenstaart (Lythrum salicaria)
Robertskruid
Robertskruid (Geranium robertianum)
Gewoon biggenkruid
Gewoon biggenkruid (Hypochaeris radicata)
Teunisbloem
Teunisbloem spec. (Oenothera )
Vrouwenmantel
Vrouwenmantel (Alchemilla)
Hangende zegge
Hangende zegge (Carex pendula)
Mannetjesvaren
Mannetjesvaren (Dryopteris filix-mas)
Akkerkool
Akkerkool (Lapsana communis)
Lelie
Lelie spec. (Lilium)
Graf van Guido Gezelle
En tot slot…
Het graf van dichter GUIDO GEZELLE op de Stedelijke Begraafplaats Brugge