Gewone postelein: een vergeten groente tussen de straatstenen

Wie goed kijkt naar de voegen van stoepen, parkeerplaatsen of moestuinen, ontdekt soms een laag groeiend plantje met vlezige, glanzende blaadjes en roodachtige stengels. Op het eerste gezicht lijkt het een onooglijk onkruid, maar schijn bedriegt. Gewone postelein (Portulaca oleracea) behoort tot de oudste bladgroenten die de mens kent. Eeuwenlang stond hij op het menu, diende hij als geneeskruid en werd hij in vele culturen hoog gewaardeerd. Pas de laatste eeuw verdween hij grotendeels uit onze keuken en werd hij vooral als onkruid beschouwd.

Een meester in overleven
Gewone postelein is een eenjarige plant die uitstekend bestand is tegen warmte en droogte. Zijn dikke, sappige bladeren slaan water op, waardoor hij probleemloos kan groeien op plaatsen waar andere planten het moeilijk hebben. De plant vormt vaak een stervormig tapijt van kruipende, roodachtige stengels.
In de stad voelt postelein zich uitstekend thuis. Hij groeit tussen straatstenen, langs muren, op braakliggende terreinen en in moestuinen. Dankzij zijn sterke aanpassingsvermogen behoort hij tot de meest succesvolle stadsplanten ter wereld.
Deze plant doet het vooral goed in stedelijke agglomeraties tijdens warme zomers, wat dit jaar zeker het geval is.
Er bestaat een oud Arabisch spreekwoord dat vrij vertaald luidt: “Snijd de postelein af en morgen is hij weer groen.”
Het is geen letterlijke botanische waarheid, maar een beeld voor veerkracht en volharding. Omdat afgebroken stengels gemakkelijk opnieuw wortelen en de plant enorme hoeveelheden zaad produceert, werd postelein het symbool van iemand die zich steeds weer opricht na tegenslag.
Dat vind ik eigenlijk een prachtig beeld voor een stadsplant.

Kleine bloemen die je gemakkelijk mist
De bloei is opvallend bescheiden. Van juni tot september verschijnen kleine gele bloempjes met vijf kroonblaadjes. Ze zijn nauwelijks een halve centimeter groot en openen zich alleen bij zonnig weer, meestal rond de middag. Na enkele uren sluiten ze zich alweer. Bestuiving vindt plaats via insecten, maar ook zelfbestuiving komt voor.
Wie de plant slechts vluchtig bekijkt, denkt vaak dat hij helemaal niet bloeit. Toch produceert postelein gedurende de hele zomer voortdurend nieuwe bloemen.
Na de bloei ontstaan kleine doosvruchten die als een dekseltje openspringen en duizenden glanzend zwarte zaadjes vrijgeven. Die blijven jarenlang kiemkrachtig, waardoor postelein steeds opnieuw verschijnt zodra de bodem wordt verstoord.
meestal slechts enkele uren in de voormiddag.

Een oude bladgroente
Postelein wordt al duizenden jaren gegeten. Archeologen vonden zaden in nederzettingen uit de prehistorie, en ook de oude Egyptenaren, Grieken en Romeinen kenden de plant.
In de Middeleeuwen werd hij veel in klooster- en moestuinen gekweekt. De frisse, licht zurige smaak maakte hem bijzonder geschikt voor salades, soepen en stoofgerechten. Ook vandaag wordt postelein in landen rond de Middellandse Zee, in het Midden-Oosten en in Azië nog regelmatig gegeten.
De jonge bladeren smaken fris en sappig, met een licht citroenachtige toets.
Gewone postelein behoort tot de voedzaamste wilde groenten. De bladeren bevatten onder meer:
- vitamine C;
- vitamine A;
- kalium en magnesium;
- antioxidanten;
- opvallend veel omega 3-vetzuren, iets wat bij bladgroenten zeldzaam is.
Daardoor krijgt deze vergeten groente de laatste jaren opnieuw belangstelling van koks en voedingsdeskundigen.

Geneeskruid met een oude traditie
Ook als geneeskruid kende postelein een lange traditie.
De Griekse arts Dioscorides beschreef de plant al in de eerste eeuw na Christus. Volgens hem werkte postelein verkoelend en verzachtend. Ook in de Middeleeuwen gold hij als een plant die “de hitte uit het lichaam” kon verdrijven.
In de volksgeneeskunde werden de verse bladeren gebruikt bij:
- brandwonden en insectenbeten;
- kleine huidontstekingen;
- dorst en koorts;
- maag- en darmklachten.
Hoewel hedendaags wetenschappelijk onderzoek een aantal gunstige eigenschappen van postelein bevestigt, vervangt dit uiteraard geen medisch advies.
Ook in de middeleeuwse kruidengeneeskunde werd postelein beschreven. Men baseerde zich daarbij onder meer op de humorenleer, een eeuwenoude medische opvatting waarin de gezondheid van het lichaam werd gezien als het resultaat van een evenwicht tussen vier lichaamssappen. Ook planten en voedingsmiddelen kregen volgens deze leer bepaalde eigenschappen toegeschreven, zoals warm, koud, droog of vochtig. Postelein werd in deze traditie beschouwd als een eerder ‘koude’ plant.


Rembert Dodoens (1517-1585)
Ook Rembert Dodoens, een van de belangrijkste plantkundigen van de 16e eeuw, beschreef de postelein in zijn beroemde Cruydeboeck, dat in 1554 voor het eerst verscheen. Hij onderscheidde daarbij twee vormen die hij aanduidde als „Tamme Porceleyne” (Portulaca hortensis) en „Wilde Porceleyne” (Portulaca sylvestris).
Dodoens behandelde deze planten in het vijfde deel van zijn Cruydeboeck, waarin hij onder meer de „Cruyden, wortelen ende vruchten, diemen in die spijse ghebruyckt” beschreef. Op pagina 612 bespreekt hij de „Tamme Porceleyne” en de „Wilde Porceleyne”. Het onderscheid dat Dodoens in zijn tijd maakte, komt niet overeen met de huidige botanische indeling. Beide door hem onderscheiden vormen worden tegenwoordig gerekend tot de soort Portulaca oleracea, de gewone postelein.
Zijn benaming porceleyne houdt waarschijnlijk verband met het gladde, glanzende en enigszins vlezige uiterlijk van de bladeren. De oorspronkelijke tekst en de bijbehorende afbeelding uit Dodoens’ Cruydeboeck van 1554 zijn online te bekijken via Wilde-planten.nl.
Bron: Rembert Dodoens, Cruyde Boeck, Antwerpen: Jan van der Loe, 1554, p. 612, hoofdstuk Portulaca hortensis, „Tamme Porceleyne”.


Waar komt de naam vandaan?
De wetenschappelijke naam Portulaca gaat waarschijnlijk terug op het Latijnse portula, wat “klein poortje” of “deurtje” betekent. Dat verwijst naar het bijzondere vruchtje, waarvan het bovenste deel als een klein dekseltje openspringt zodra de zaden rijp zijn.
De soortnaam oleracea betekent letterlijk “van de moestuin” of “als groente gebruikt”. Die naam herinnert eraan dat postelein eeuwenlang niet als onkruid, maar als een gewaardeerde groente werd beschouwd.
Ook de Nederlandse naam postelein is uiteindelijk van Portulaca afgeleid.
Van moestuin naar de stoep
Met de opkomst van nieuwe bladgroenten raakte postelein geleidelijk uit de mode. Wat vroeger bewust werd gezaaid, werd steeds vaker als lastig onkruid verwijderd.
Toch beleeft de plant vandaag een bescheiden herwaardering. Zijn voedzame bladeren, zijn uitzonderlijke droogtetolerantie en zijn vermogen om zelfs tussen straatstenen te overleven maken hem tot een fascinerende stadsplant.
Gewone postelein vraagt niets. Hij groeit waar de zon de stenen verwarmt en de grond arm en droog is. Eeuwenlang voedde hij mensen zonder ooit bewust gezaaid te worden. Misschien is dat zijn mooiste verhaal: dat een plant die vaak als onkruid wordt uitgewied, eigenlijk een oude vriend van de mens is: bescheiden, voedzaam en onverwoestbaar.

Bronnen en meer informatie
https://nl.wikipedia.org/wiki/Postelein
Postelein
https://www.ecopedia.be/planten/postelein
https://www.floravannederland.nl/planten/postelein
https://waarnemingen.be/species/7234

Link naar de 16 meest recente artikelen
- Uw mening over Stadsplanten.be telt!
- Onkruid voor mijn deur? Moet ik het verwijderen?
- Wilgenroosje … een romantisch verhaal
- Wilgenroosje
- Canadese fijnstraal versus hoge fijnstraal
- Wakker worden in de nazomer met het gefluister van de planten
- Kruidenwijding te Damme
- Waarom ik van het bouwverlof (bouwvak) houd…
- Gewone postelein: een vergeten groente tussen de straatstenen
- Wegwijs op Stadsplanten.be
- Achillea millefolium … van een mythische krachtpatser
- Aan de oever van het Minnewater te Brugge
- I want to ride my bicycle
- Een lied voor Achilles
- Wilde orchideeën in het Begijnhof te Brugge
- De legende van ’t boompje
Ontdek meer van Stadsplanten
Abonneer u om de nieuwste berichten in uw inbox te ontvangen.


















