Waarom ik van het bouwverlof (bouwvak) houd…

Ik houd van het bouwverlof – het bouwvak voor de Nederlanders. Niet om de stilstaande steigers of de zwijgende betonmolens — daar kan ik prima zonder. Ik hou ervan omdat de natuur, zodra de laatste bouwvakker de poort achter zich dichttrekt, meteen aan de slag gaat. De mens gaat met verlof, de plant gaat aan het werk!
Geen gedreun, geen gedender, geen geraas en geblaas. Er wordt niet verder aan de weg getimmerd. Waar straks een lint vers asfalt overheen rolt, ligt nu nog braakliggende grond — precies lang genoeg voor de plantenwereld om zoete wraak te nemen.
Doornappel schiet groot en een tikkeltje dreigend uit de grond. Niet meteen een plant waar je met je blote handen aan wilt zitten: hij is door en door giftig. Postelein blijft laag bij de grond en groeit intussen vrolijk zijn vlezige blaadjes bij elkaar.
Europese hanenpoot is er als de kippen bij en melganzevoet vult alle gaatjes zonder dat iemand het heeft uitgenodigd. Groene amarant en bijvoet trekken zich niets aan van de hitte en groeien er juist harder om. Hoge fijnstraal torent, zoals gewoonlijk, met kop en schouders boven de rest uit. Grote zandkool en bezemkruiskruid — laatstgenoemde met wortels die tot in Zuid-Afrika reiken — doen of ze hier al eeuwen wonen, en bloeien er vrijmoedig op los.
De meeste planten zoals postelein, melganzenvoet, groene amarant, bezemkruiskruid en bijvoet zijn echte zonneaanbidders die niet verlegen zitten om een graadje meer. Ze vinden deze hete zomer best OK
Het duurt hooguit enkele weken. Dan komt de eerste vrachtwagen alweer aangereden, de eerste steiger weer overeind, en wordt het feestje op de bouwwerf voorlopig afgelast. Maar zolang het duurt, mag alles wat er straks niet meer mag: groeien, bloeien, wortelen, woekeren. Dát is waarom ik van bouwverlof houd.
En omdat ik zelf ook met vakantie ben, sprong ik op de fiets. Met de fiets kom je nu eenmaal op plekken waar je met de wagen nooit raakt. Je rijdt een beetje doelloos langs de stadsrand en voor je het weet, verdwaal je — onverwachts en ongevraagd, maar des te leuker — op een bouwwerf. Klik op de afbeeldingen om een groter formaat te bekijken.

Doornappel (Datura stramonium)
De doornappel (Datura stramonium) is een opvallende verschijning die zich als echte pionierplant snel vestigt op open, stikstofrijke gronden. Je komt deze warmteliefhebbende soort uit de nachtschadefamilie vooral tegen op omgewerkte terreinen, braakliggende akkers, composthopen en stadsruderale plekken.
Hoewel de grote, witte trechterbloemen en de stekelige doosvruchten een sierlijke indruk maken, vraagt de plant om grote voorzichtigheid. Elk onderdeel van de doornappel is namelijk extreem giftig. De aanwezige alkaloïden kunnen al bij minimale inname leiden tot ernstige hallucinaties, verwarring, hartritmestoornissen en zelfs een fatale afloop. Toch een fascinerend stukje ruige stadsnatuur, maar eentje om uitsluitend van op afstand te bewonderen.

Postelein (Portulaca oleracea)
De postelein (Portulaca oleracea) is een kruipende, vetplantachtige eenjarige die zich als uitgesproken pionier vestigt op open, stikstofrijke en zonovergoten gronden. Je vindt deze warmteliefhebbende soort veelvuldig op omgewerkte akkers, in moestuinen, tussen straatplaveisel en op braakliggende stadsplekken.
In tegenstelling tot giftige stadsplanten is postelein niet alleen volstrekt ongevaarlijk, maar zelfs een smakelijke en uiterst gezonde bladgroente. De dikke, vlezige blaadjes en roodachtige stengels hebben een frisse, licht zoutige en zurige smaak. Ze zitten boordevol omega 3-vetzuren, vitaminen en mineralen. Een dankbaar, eetbaar plantje dat moeiteloos standhoudt op droge en voedselrijke bodems.

Europese hanenpoot (Echinochloa crus-galli)
De Europese hanenpoot (Echinochloa crus-galli) is een robuust, eenjarig gras en een schoolvoorbeeld van een pionierplant. Deze warmteliefhebbende soort vestigt zich als eerste op open, omgewerkte en stikstofrijke gronden. Je komt hem dan ook veelvuldig tegen op ruderale stadsplekken.
Hoewel de plant op zichzelf niet giftig is voor mens en dier, kan hij bij overmatige bemesting grote hoeveelheden nitraten uit de bodem ophopen. Dankzij zijn snelkiemende zaden en krachtige groei is het een typische, sterke bewoner van verstoorde bodems.

Groene amarant (Amaranthus viridis)
De groene amarant (Amaranthus viridis) is een opgaande, eenjarige plant die als pionier erg snel verstoorde terreinen koloniseert. De soort gedijt optimaal op zonnige locaties met een stikstofrijke bodem en is veelvuldig te vinden op omgewerkte akkers, in moestuinen, op composthopen en tussen stadsplaveisel.
De bloei is kenmerkend discreet: vanaf de zomer tot in de herfst verschijnen er compacte, groenachtige bloemaren aan het uiteinde van de stengels en in de bladoksels. De piepkleine, onopvallende bloemen missen kroonbladeren en worden voornamelijk door de wind bestoven.
Over de giftigheid bestaat weinig twijfel: de plant is op zichzelf ongevaarlijk en zelfs eetbaar. De jonge bladeren worden wereldwijd als bladgroente gegeten.

Melganzenvoet (Chenopodium album)
De melganzenvoet (Chenopodium album) is een opgaande, eenjarige plant en een uitgesproken pionier die omgewerkte gronden razendsnel koloniseert. Deze soort heeft een grote voorkeur voor zonnige locaties met een zeer stikstof- en voedselrijke bodem. Je komt hem dan ook overal tegen op akkers, composthopen, braakliggende terreinen en op ruderale stadsplekken.
De bloei is subtiel maar massaal: van juni tot de herfst vormt de plant dichte, meelachtig behaarde bloemtuilen aan de stengeltoppen en in de bladoksels. De piepkleine, groenachtige bloemen hebben geen opvallende kroonbladeren en worden door de wind bestoven.
De jonge bladeren zijn eetbaar en voedzaam voor de mens, maar de plant bevat oxaalzuur en kan op overbemeste gronden veel nitraten ophopen, wat bij grote opname schadelijk is voor vee. Een onverwoestbare, meelachtig bepoederde bewoner van verstoorde bodems.

Bijvoet (Artemisia vulgaris)
De bijvoet (Artemisia vulgaris) is een opgaande, meerjarige plant en een ijzersterke pionier die verstoorde grond razendsnel inneemt. De soort voelt zich thuis op zonnige tot licht beschaduwde plekken en is veelvuldig te vinden langs wegbermen, ruderale stadsplekken en braakliggende terreinen.
Van juli tot september verschijnen er talrijke, pluimvormige bloemaren met hele kleine, geelbruine tot roodachtige bloemhoofdjes. De bloemen hebben geen opvallende lintbloemen en vallen vooral op door hun grote hoeveelheden vluchtig stuifmeel, wat bij veel mensen hooikoorts veroorzaakt.
De plant is niet strikt giftig en heeft een lange geschiedenis als aromatisch keukenkruid en volksgeneesmiddel, maar bevat wel etherische oliën (zoals thujon) die in grote hoeveelheden schadelijk zijn. Een robuuste, aromatische bewoner van de ruige stadsnatuur.

Link naar de 16 meest recente artikelen
- De zeeaster, plant van twee werelden
- Resultaten van de enquête
- Kies de “stadsplant van de maand” voor oktober
- Beklierde nachtschade… een brokje geschiedenis
- Uw mening over Stadsplanten.be telt!
- Onkruid voor mijn deur? Moet ik het verwijderen?
- Wilgenroosje … een romantisch verhaal
- Wilgenroosje
- Canadese fijnstraal versus hoge fijnstraal
- Wakker worden in de nazomer met het gefluister van de planten
- Kruidenwijding te Damme
- Waarom ik van het bouwverlof (bouwvak) houd…
- Gewone postelein: een vergeten groente tussen de straatstenen
- Wegwijs op Stadsplanten.be
- Achillea millefolium … van een mythische krachtpatser
- Aan de oever van het Minnewater te Brugge
Ontdek meer van Stadsplanten
Abonneer u om de nieuwste berichten in uw inbox te ontvangen.





















