De zogenaamde kleinbloemige fijnstralen staan momenteel volop in bloei. In Vlaanderen komen verschillende soorten voor die op het eerste gezicht nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn. Vooral de Canadese fijnstraal en de hoge fijnstraal lijken als twee druppels water op elkaar. Voor de leek is het een hele opgave om ze …
Brugge mag dan wereldberoemd zijn om zijn chocolatiers, maar geloof me: de bakkers doen er niet voor onder. De beste van allemaal bevindt zich op welgeteld 420 stappen van mijn voordeur – een zalige afstand, met drie voordelen die ik u niet wil onthouden: 1) De …
Uiteraard koos mijn verkoudheid het weekend uit om toe te slaan – perfecte timing, zoals altijd. Geen neuspray te vinden, geen zakdoekje in de buurt, alleen ik en een steeds drukkender hoofd. Dus werd het improviseren met wc-papier en warme thee, tot de maandagochtend de apotheek weer openging.
Mijn verkoudheid was inmiddels zo ver gevorderd dat ik zelfs niet meer buiten kon zonder te snotteren. Mijn neus was een waterval en mijn hoofd voelde als een overvolle kast. Ik moest dringend iets hebben om deze ellende een halt toe te roepen en die apotheek moest nog net binnen mijn actieradius liggen.
Dus ik ging op pad, vastbesloten om die pil of neusspray te bemachtigen. Maar ja, onderweg was er die eerste afleiding: een paardenbloem, keihard overlevend op de kademuur langs de Reie. “Klik”. Ik stond even stil, bewonderde het, en besloot dat dit toch wel een heel bijzonder plantje was. Wie had gedacht dat dit kleine, gele bloemetje in zo’n harde omgeving zou groeien? Het verdiende echt een plekje op mijn Instagram.
Ik liep verder, maar kon het niet laten om mijn ogen constant op de grond te houden. Tussen de tegels, tegen de gevels, tussen de kasseien, her en der: overal planten. Een opvallende Jakobskruiskruid voor een voordeur, een tomaatplant bij een putdeksel, een Steenkruidkers naast een telefoonkast en zelfs een kleine schijnspurrie dat het blijkbaar prima deed tegen de muur van de Koningsbrug. Een muursla die trek had in een Duvel en een Klein streepzaad tegen de muur van de apotheek.
Tegen de tijd dat ik bij de apotheek aankwam, had ik bijna een mini-bibliotheek aan straatplantjes gefotografeerd. De apotheker keek me aan toen ik de deur binnenstapte, m’n telefoon nog in m’n hand en een bloemblaadje tussen m’n vingers. “Voor wie is het middel?” vroeg ze. “Voor mij,” zei ik, terwijl ik mijn verzameling op mijn telefoon toonde. “Maar ik geloof dat ik me intussen al wat beter voel… misschien heeft de natuur het werk voor me gedaan.”
En, eerlijk gezegd, ik was alweer een beetje vergeten waarom ik daar eigenlijk was.
Snuister je eens mee in mijn verzameling van die ochtend. (Klik op > en < om door het fotoalbum te scrollen)
Dat is de vraag die sterrenkundigen al decennia wakker houdt, met hun ogen strak gericht op die roestige buur in de ruimte. Mars, droog, stoffig, rotsig – een planeet die eruitziet alsof hij dringend een goeie regenbui kan gebruiken. Toch blijft de vraag knagen: kan …
Tot zo’n 30 jaar geleden was de Canadese fijnstraal nog de onbetwiste solist in zijn soort – verwarring met soortgenoten was haast onmogelijk. Maar die tijden zijn veranderd! Nu heeft hij er een stel dubbelgangers bij: de Hoge fijnstraal, de Ruige fijnstraal en ook de bijna onopgemerkte Gevlamde fijnstraal. Deze nieuwkomers hebben eind vorige eeuw de oversteek van Amerika naar Europa gemaakt en hebben vooral stedelijke gebieden veroverd.
Voor dit artikel besloot ik op zoek te gaan naar de Canadese fijnstraal, maar – geloof het of niet – dat bleek een grotere uitdaging dan verwacht. Overal in de stad kwam ik vooral de Hoge fijnstraal tegen. Uiteindelijk had ik geluk in de Hof Arents in Brugge, waar ik een jong exemplaar ontdekte dat onmiskenbaar de typische kenmerken van de Canadese fijnstraal vertoonde. ’s Anderendaags had ik meer geluk tijdens een bezoek aan het Constant Permeke museum te Jabbeke. Ik vond er warempel de twee familieleden, Canadese fijnstraal en Hoge fijnstraal, broederlijk naast mekaar.
Wanneer je ze zo naast elkaar ziet, valt het verschil – zelfs voor de leek – wel op, maar het is zeker niet altijd zo eenvoudig te onderscheiden. Daarom zetten we een aantal kenmerken nog eens naast mekaar op een rijtje.
Bloemhoofdjes
Een belangrijk verschil zit ‘m in de grootte, vorm en de beharing van de bloemhoofdjes.
De Canadese fijnstraal (Conyza canadensis)heeft vele kleine 2 tot 5 mm brede en 6 mm lange hoofdjes. De bloemhoofdjes zijn duidelijk wat kleiner dan bij de Hoge fijnstraal (Conyza sumatrensis). De vele bloemhoofdjes van de Hoge fijnstraal zijn wat groter (zo’n 5 tot 8 mm in doorsnede) en vooral onderaan ronder (urnvormig).
De bloemhoofdjes van de Canadese fijnstraal zijn lichtjes behaard, maar lang niet zo veel als bij de hoge fijnstraal. Met een plantenloep zijn de vele aanliggende haartjes bij de Hoge fijnstraal goed te zien. Die beharing is meteen een eerste kenmerk om een snel onderscheid te maken.
Bij de Canadese fijnstraal zijn de lintbloempjes wit of soms vuilroze en iets langer dan bij de Hoge fijnstraal waarvan de lintbloemen nauwelijks te zien zijn. Ze zijn immers minder dan een halve mm lang en wit van kleur. Ook dat verschil is met een plantenloep goed te zien.
Tenslotte heeft de Canadese fijnstraal 4-lobbige buisbloemen, terwijl de buisbloemen van de Hoge fijnstraal 5-lobbig zijn. Al geef ik toe dat ook dit verschil moeilijk te zien is.
Een beeld zegt meer dan duizend woorden! Vandaar dat we hieronder enkele foto’s ter verduidelijking publiceren.
De bloemhoofdjes van de Canadese fijnstaal
De bloemhoofdjes van de Hoge fijnstraal
Beharing
Er is ook een duidelijk verschil in beharing te zien. Canadese fijnstraal heeft minder opvallende beharing; de haren zijn korter, minder dicht verspreid en vaak bijna afwezig op de bloemhoofdjes.
Hoge fijnstraal heeft duidelijke haren die wollig en dichter zijn. De haartjes op de bladrand zijn kort en als het ware gebogen. Op bijgaande foto is het verschil ook duidelijk.
Beharing bij Canadese fijnstraal
De ‘kromme’ aanliggende haartjes van de Hoge fijnstraal (hier met een speciale techniek zichtbaar gemaakt)
Bladeren
De bladeren van de Hoge fijnstraal zijn vaak breder en hebben een gekartelde rand. De bladeren van de Canadese fijnstraal zijn smaller en lancetvormig met minder duidelijke tanden en minder haren.
Uiterlijk
De Hoge fijnstraal wint het van alle andere fijnstralen in lengte en kan meer dan twee meter hoog worden. De naam Hoge fijnstraal is dus zeer toepasselijk. Canadese fijnstraal groeit meestal minder hoog, vaak tot ongeveer 1 meter.
Doordat de vertakkingen kort zijn is de hele bloeiwijze van de Hoge fijnstraal eerder ruitvormig. De zeer talrijke, kleine bloemhoofdjes van de Canadese fijnstraal staan in een sterk vertakte, pluimvormige bloeiwijze. Maar… toegegeven… ook dat verschil is niet altijd heel duidelijk.
In de tuin van het Constant Permeke museum te Jabbeke vond ik de twee soorten netjes naast elkaar. Op de foto is duidelijk de ruitvormige bloeiwijze van de Hoge fijnstraal te zien en de eerder pluimvormige bloeiwijze van de Canadese fijnstraal.
De twee soorten broederlijk bij elkaar.
Bloeitijd
Tenslotte is er ook nog een verschil in bloeitijd. De Hoge fijnstraal bloeit iets later in het seizoen, meestal van juli tot oktober/ november. De Canadese neef bloeit eerder, vaak al vanaf juni tot september.
Canadese fijnstraal in de tuin van het Permekemuseum te Jabbeke
Ik koos bewust voor de titel ‘fijnstraal’ omdat er in Vlaanderen meerdere soorten fijnstraal groeien die vaak sterk op elkaar lijken en soms lastig van elkaar te onderscheiden zijn. Toch zijn er twee familieleden die eruit springen, dankzij hun opvallende grote lintbloemen: de muurfijnstraal (Erigeron karvinskianus) en …
Tijdens een recente wandeling door het betoverende Brugge besloot ik iets anders te doen: “Waarom niet eens de meest voorkomende wilde planten in de stad vastleggen en een top tien samenstellen?” Maar eerlijk is eerlijk… dat bleek nog een hele uitdaging! Niet omdat er een tekort was …