Brugge mag dan wereldberoemd zijn om zijn chocolatiers, maar geloof me: de bakkers doen er niet voor onder. De beste van allemaal bevindt zich op welgeteld 420 stappen van mijn voordeur – een zalige afstand, met drie voordelen die ik u niet wil onthouden: 1) De …
Uiteraard koos mijn verkoudheid het weekend uit om toe te slaan – perfecte timing, zoals altijd. Geen neuspray te vinden, geen zakdoekje in de buurt, alleen ik en een steeds drukkender hoofd. Dus werd het improviseren met wc-papier en warme thee, tot de maandagochtend de …
Dat is de vraag die sterrenkundigen al decennia wakker houdt, met hun ogen strak gericht op die roestige buur in de ruimte. Mars, droog, stoffig, rotsig – een planeet die eruitziet alsof hij dringend een goeie regenbui kan gebruiken.
Toch blijft de vraag knagen: kan er daarboven iets leven, iets kruipen, iets bloeien – zelfs al is het maar een koppige korstmos met overlevingsdrang?
Gek genoeg dacht ik onlangs aan diezelfde vraag op de Markt van Brugge. Terwijl ik mij een weg baande tussen horden cruise-toeristen, fietsen, koetsen en terrasjesmensen, schoot het door mijn hoofd: “Kan hier eigenlijk nog iets groeien?”
Tussen het geplaveide verleden en het versteende heden, droomde ik even van een plantje dat dapper tussen de voegen zijn weg naar het licht zoekt. Wat ontdekken we het eerst: leven op Mars… of een verdwaald madeliefje dat halsstarrig zijn kopje opsteekt tussen de kasseien van de Markt?
Dus trokken we eropuit, gewapend met loep en goede moed, om het slagveld te inspecteren: de Markt van Brugge. Welk “onkruid” weerstaat aan de hiking boots van de duizenden toeristen en de spuit van de Roundup-ridders?
Uiteraard rekenden we op het obligate straatgras, dat in elk vergeten hoekje opduikt. Daar konden we — bij wijze van spreken — gerust zélf een shotje Roundup op innemen, zo zeker waren we ervan.
Maar goed, welke andere groene desperado’s zouden we nog aantreffen tussen de kasseien, toeristenvoeten en het dagelijkse stof van wafels, frieten en paardenmest? Dat we geen engelwortel of reuzenberenklauw zouden spotten, dat stond in de sterren geschreven. Nee, voor enig sprietje chlorofyl zouden we bijna op handen en knieën moeten gaan, neus op de kassei, in Sherlock Holmes-modus. Want wie op de Markt nog planten wil vinden, moet letterlijk laag bij de grond blijven. Kruip je mee? We vonden meer dan je vermoedt.
Gehoornde klaverzuring (Oxalis corniculata)
Gehoornde klaverzuring(Oxalis corniculata)
Gehoornde klaverzuring is een laagblijvend plantje met klaverachtige blaadjes en kleine gele bloemetjes. De blaadjes sluiten zich bij donker weer of aanraking. Vaak roodbruin van kleur, groeit het graag tussen stoeptegels en op verstoorde grond. De plant verspreidt zich snel via explosief openspringende zaaddozen. Oorspronkelijk uit Zuidoost-Azië, maar nu wereldwijd ingeburgerd. Ondanks zijn bescheiden uiterlijk is het een taaie overlever en een typische stadsplant.
Gewoon varkensgras (Polygonum aviculare)
Gewoon varkensgras(Polygonum aviculare)
Gewoon varkensgras is een liggende, taaie plant die vaak op kale, betreden plekken groeit, zoals straatranden en opritten. De smalle blaadjes en onopvallende bloempjes vallen weinig op, maar de plant is uiterst bestand tegen vertrapping. Vroeger werd het gevoerd aan varkens, vandaar de naam. Het behoort tot de duizendknoopfamilie en is een echte overlever, zelfs op arme, droge bodems. Een schoolvoorbeeld van stedelijke aanpassing en veerkracht.
Grote weegbree (Plantago major subsp. major)
Grote weegbree(Plantago major subsp. major)
Grote weegbree is een stevige plant met brede bladeren in een rozet en lange, rechtopstaande bloeistengels. Ze groeit vaak langs paden, trottoirs en op aangestampte grond. De bladeren zijn taai en bestand tegen betreding. Vroeger werd de plant gebruikt als wondkruid en tegen insectenbeten. Door haar veerkracht en verspreiding is ze een van de bekendste stads- en tredplanten: waar mensen gaan, volgt de weegbree. Een groene metgezel van de weg.
Harig knopkruid (Galinsoga quadriradiata)
Harig knopkruid(Galinsoga quadriradiata)
Harig knopkruid is een eenjarig plantje met zacht behaarde stengels en kleine bloemetjes met witte straalbloemen en een geel hart. Oorspronkelijk uit Zuid-Amerika, maar nu wijdverspreid in Europa, vooral in tuinen, tussen tegels en op omgewerkte grond. Het kiemt snel en vormt in korte tijd dichte matten. Ondanks zijn onooglijkheid is het een pionier in verstoorde habitats — vlijtig, onopvallend en altijd dichtbij, zelfs in het hart van de stad.
Herderstasje (Capsella bursa-pastoris)
Herderstasje(Capsella bursa-pastoris)
Herderstasje is een slank plantje met driehoekige hauwtjes die lijken op herderstasjes, waaraan het zijn naam dankt. Het bloeit bijna het hele jaar door met kleine witte bloempjes en komt veel voor langs wegen, op akkers en tussen stoeptegels. Oorspronkelijk uit Europa, maar inmiddels wereldwijd verspreid. Het is een echte overlever, zelfs in arme grond. Vroeger werd het gebruikt als geneeskruid en bloedstelpend middel. Klein, maar vol geschiedenis en veerkracht.
Straatgras (Poa annua)
Straatgras(Poa annua)
Straatgras is een lage, tere grassoort die overal opduikt: tussen stoeptegels, langs wegen en op betreden paden. Het is lichtgroen, bloeit bijna het hele jaar door en zaait zich razendsnel uit. Oorspronkelijk een veldplant, maar nu een typische stadsbewoner. Ondanks zijn kwetsbare uiterlijk is het uitzonderlijk taai. Zelfs op kale grond of in spleten weet straatgras te overleven. Een nederige maar hardnekkige pionier in de verstoorde ruimte van de stad.
Hoge fijnstraal (Conyza sumatrensis)
Hoge fijnstraal(Conyza sumatrensis)
Hoge fijnstraal is een hoge, slanke plant met smalle bladeren en pluizige, witgrijze zaadpluisjes. Ze kan tot twee meter hoog worden en groeit graag op braakliggende terreinen, bouwplaatsen en stoepen. Oorspronkelijk uit Zuid-Azië, maar sinds de 20ste eeuw sterk verspreid in Europa. Ze zaait zich overvloedig uit en is moeilijk weg te krijgen. Een echte stadsklimaatpionier: fors, flexibel en altijd klaar om nieuwe ruimte te veroveren.
Liggende vetmuur (Sagina procumbens)
Liggende vetmuur(Sagina procumbens)
Liggende vetmuur is een minuscule, kruipende plant met fijne steeltjes en piepkleine witte bloempjes. Ze groeit in voegen van stoepen, terrassen en tussen straatstenen, vaak waar men nauwelijks plantengroei verwacht. De blaadjes zijn vetachtig en blijven groen in de winter. Ondanks haar bescheiden uiterlijk is ze verrassend taai en wijdverspreid. Liggende vetmuur is een stille overlever: onopvallend, maar altijd aanwezig waar mensen lopen en stenen kieren achterlaten.
Vertakte leeuwentand (Scorzoneroides autumnalis)
Vertakte leeuwentand (Scorzoneroides autumnalis)
Vertakte leeuwentand is een geelbloeiende plant uit de composietenfamilie. Ze lijkt op een kleine paardebloem, maar bloeit later in het jaar en heeft sterk vertakte stengels. Je vindt haar op gazons, bermen en in ruigere grasstroken in de stad. De bladeren vormen een rozet, de bloemhoofdjes sluiten zich bij regen. Een echte najaarsbloeier, die met haar bescheiden schoonheid en aanpassingsvermogen kleur brengt in het late seizoen.
Tomatenplant (Solanum lycopersicum) !!!
Tomatenplant (Solanum lycopersicum)
De tomatenplant is een bekende cultuurplant met behaarde stengels, geveerde bladeren en gele sterbloempjes. Oorspronkelijk uit Zuid-Amerika, maar wereldwijd geliefd om haar sappige, rode vruchten. In de stad duikt ze soms onverwacht op uit composthopen of tussen stoeptegels, als ontsnapte tuinplant. Haar aanwezigheid verraadt menselijke activiteit en vruchtbare grond. Hoewel ze warmte en zorg nodig heeft, getuigt haar verschijning op straat van de verrassende veerkracht van gecultiveerde soorten.
(Alle foto’s werden op de Markt te Brugge genomen)
In “Is er leven op Mars – deel 2” graven we nog een laagje dieper op zoek naar leven op de Markt te Brugge. Stay tuned!
Tot zo’n 30 jaar geleden was de Canadese fijnstraal nog de onbetwiste solist in zijn soort – verwarring met soortgenoten was haast onmogelijk. Maar die tijden zijn veranderd! Nu heeft hij er een stel dubbelgangers bij: de Hoge fijnstraal, de Ruige fijnstraal en ook de …
Ik koos bewust voor de titel ‘fijnstraal’omdat er in Vlaanderen meerdere soorten fijnstraal groeien die vaak sterk op elkaar lijken en soms lastig van elkaar te onderscheiden zijn. Toch zijn er twee familieleden die eruit springen, dankzij hun opvallende grote lintbloemen: de muurfijnstraal (Erigeron karvinskianus) en de zomerfijnstraal (Erigeron annuus). Deze twee soorten kun je als het ware grootbloemige fijnstralen noemen. Over de muurfijnstraal vindt u trouwens elders op deze website al een uitgebreid artikel.
Moeilijker is het met de zogenaamde kleinbloemige fijnstralen gesteld. Er komen in Vlaanderen een aantal soorten voor die allemaal sprekend op mekaar lijken en je hebt vaak een plantenloepje nodig om de verschillen op te merken.
In de 20ste eeuw zag het er heel anders uit, want toen kwam je overal de Canadese fijnstraal (Conyza canadensis) tegen. Deze plant behoort tot het geslacht Conyza. Hoewel de plant vroeger soms werd ingedeeld in het geslacht Erigeron, is de huidige taxonomische classificatie Conyza. Het geslacht Conyza behoort tot de familie van de composieten (Asteraceae).
Canadese fijnstraal
Deze soort – oorspronkelijk afkomstig uit Noord-Amerika – was één van de eerste planten die, na de ontdekking van Amerika, Europa wist te koloniseren. De Canadese fijnstraal is inmiddels al enkele eeuwen een vertrouwd gezicht in Vlaanderen. Wat deze plant bijzonder maakt zijn de 4-lobbige buisbloemen. Maar om dat te kunnen zien heb je wel een loepje nodig! Alle andere fijnstraalsoorten hebben namelijk vijflobbige buisbloemen. Deze 4-talligheid is zeldzaam binnen de composietenfamilie; alleen de schijfkamille deelt dit unieke kenmerk.
Canadese fijnstraal (Conyza canadensis)
Recente inwijkelingen
Maar de Canadese fijnstraal kreeg de voorbije decennia een aantal neefjes en nichtjes op bezoek die ook de overtocht over de Atlantische Oceaan hebben gemaakt, en daardoor is de identificatie er niet eenvoudiger op geworden. Vooral de Canadese fijnstraal en de Ruige fijnstraal (Erigeron floribundus) lijken sterk op elkaar en zijn moeilijk te onderscheiden.
Hoge fijnstraal (Conyza sumatrensis)
De Hoge fijnstraal (Conyza sumatrensis) is een relatief nieuwe verschijning in onze streken. Pas eind vorige eeuw, in 1990, werd deze plant voor het eerst opgemerkt in de Lage Landen, en wel in Antwerpen. Wat daarna gebeurde, is ronduit verbluffend: in een razendsnel tempo verspreidde de Hoge fijnstraal zich door heel Nederland en België. Tegenwoordig kom je hem in steden soms vaker tegen dan de Canadese fijnstraal. Deze plant lijkt zich perfect aan te passen aan het stedelijke leven en wordt, mede door klimaatverandering, steeds zichtbaarder in ons dagelijks landschap.
Hoge fijnstraal (Conyza sumatrensis)
Naast de Hoge fijnstraal komen ook de Ruige fijnstraal (Conyza floribunda) en de Gevlamde fijnstraal (Erigeron bonariensis) voor. Al deze soorten zijn pioniers. Ze houden van een warme, zonnige, stedelijke omgeving.
Gelukkig is er een handige determinatietabel te vinden die je helpt om de verschillende fijnstraalsoorten uit elkaar te houden. Maar laten we eerlijk zijn: het blijft soms een echte uitdaging! Toch maakt deze tabel het een stuk eenvoudiger, en met een beetje geduld kom je er zeker uit.
Klik op de afbeelding om een grotere afbeelding te bekijken
Op het binnenplein van het Gruuthusepaleis te Brugge vonden we de Canadese fijnstraal en de Hoge fijnstraal broederlijk naast mekaar. Toegegeven! Zonder loep zijn de verschillen moeilijk te zien. De bladeren van de eerste waren iets lichter groen getint. Het is ook enigszins misleidend dat de Canadese fijnstraal in dit geval zelfs iets groter was dan zijn ‘Hoge’ soortgenoot.
Links de Hoge fijnstraal, rechts de Canadese fijnstraal
Herkomst
De soorten binnen het geslacht Erigeron, bekend als fijnstraal, zijn oorspronkelijk afkomstig uit Noord- enZuid-Amerika. Dit geslacht omvat een grote verscheidenheid aan soorten die van nature voorkomen in verschillende ecosystemen, van gematigde tot tropische gebieden op het Amerikaanse continent.
Hieronder een overzicht van de herkomst van enkele bekende soorten:
Conyza canadensis(Canadese fijnstraal) heeft zijn oorsprong in Noord-Amerika, inclusief Canada. De naam canadensis is dus enigszins misleidend, want deze soort komt oorspronkelijk uit een veel groter gebied dat ook de Verenigde Staten omvat.
Erigeron sumatrensis Retz(Hoge fijnstraal) De naam “sumatrensis” verwijst niet naar de oorsprong van de plant. De soort is oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-Amerika. Een mogelijke verklaring is dat de naamgever (A.J. Retzius 1742-1821) een exemplaar kreeg toegestuurd dat afkomstig was uit Sumatra.
Erigeron bonariensis (Gevlamde fijnstraal) komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika; met name Argentinië en omliggende gebieden.
Erigeron floribundus (Ruige fijnstraal) komt oorspronkelijk eveneens uit Zuid-Amerika.
Erigeron karvinskianus (Mexicaanse fijnstraal) komt oorspronkelijk uit Mexico en aangrenzende gebieden. Bij ons krijgt het soms de toepasselijke naam ‘Mexicaans madeliefje’.
Erigeron annuus (zomerfijnstraal) is oorspronkelijk afkomstig uit Noord-Amerika. Deze plant komt van nature voor in de Verenigde Staten en Canada.
Hoewel het geslacht Erigeron oorspronkelijk uit zowel Noord- als Zuid-Amerika komt zijn veel soorten door menselijke activiteiten verspreid naar andere delen van de wereld, waar ze in sommige gevallen als invasieve soorten worden beschouwd. Muurfijnstraal bijvoorbeeld komt in Brugge massaal voor op de kademuren en in het straatbeeld.
Naamgeving
Hoge fijnstraal
De naam “fijnstraal” verwijst naar het uiterlijk van de bloemen in dit geslacht. De Nederlandse naam fijnstraal dankt de plant aan de zeer fijne straalbloemen, de vaak delicate bloembladen die rond het centrale gedeelte van de bloem zijn gerangschikt.
De naam “Erigeron” komt uit het Grieks en is samengesteld uit de woorden “ērigēron” (ῆριγερών), wat betekent “oude man” of “oude man met een baard”, en “ēros“ (ἔρως), wat “liefde“ betekent. De naam verwijst naar de baardachtige uitstraling van de zaadhoofden van de planten in dit geslacht. De naam werd voor het eerst gebruikt door de oude Griekse botanici en werd later overgenomen in de moderne taxonomie om het geslacht aan te duiden.
De Engelse naam voor Hoge fijnstraal is Guernsey fleabane. Deze plant komt veel voor op het Kanaaleiland Guernsey, vandaar de Engelse naam. Fleabane betekent zoiets als ‘vlooien verdrijver’. Vroeger werd deze plant in de brand gestoken omdat men dacht dat e rook vlooien zou verdrijven.
Conyza canadensis (Canadese fijnstraal)
Canadese fijnstraal
Conyza canadensis (Canadese fijnstraal) heeft smalle, lijn- of lancetvormige bladeren die tamelijk kaal zijn. De bladrand is bezet met recht afstaande haren die vaak meer dan 1mm lang zijn.De rechtopstaande, grijsgroene stengel is eveneens behaard met afstaande haren.
De geelgroene omwindselblaadjes zijn licht behaard. De buisbloempjes zijn 4-lobbig! De lintbloempjes zijn iets langer dan bij de Hoge fijnstraal (0,5 tot 1 mm lang). De bloemhoofdjes zijn dan weer iets minder breed (3 tot 5 mm).Ze vormen een lange, zuilvormige pluim. De bloeitijd is van juli tot de herfst.
Erigeron sumatrensis Retz (Hoge fijnstraal)
Hoge fijnstraal
Erigeron sumatrensis Retz(Hoge fijnstraal) is groter, soms tot wel twee meter hoog. De stengelbladen zijn smal, langwerpig en begroeid met korte, aanliggende, meestal kromme haren.
De bloemhoofdjes zijn iets breder dan bij de Canadese fijnstraal. De omwindselblaadjes zijn grijsgroen en dicht behaard. Ze hebben géén rode toppen zoals bij de Gevlamde fijnstraal. De lintbloemen zijn nauwelijks te zien, ze zijn immers zeer klein (0,2 tot 0,5 mm), dus minder dan een halve mm lang en wittig van kleur. Ze vormen een brede, ruitvormige pluim met vrij korte zijtakken. De bloeitijd is van augustus tot laat in de herfst.
Erigeron floribundus (Ruige fijnstraal)
Ruige fijnstraal (foto: Nic Carsauw)
Erigeron floribundus (Ruige fijnstraal) is een rechtopstaande plant met een bossige vertakking bovenin. De bladeren zijn ruw behaard en langwerpig, lancetvormig. Aan de bladrand zijn de haren ten dele aanliggend, gekromd. Aan het eind van de zijtakken staan kleine bloemhoofdjes (3-5 mm breed) die niet of zeer licht behaard zijn. Aan de rand, ook niet in volle bloei, zijn geen lange witte randbloemen te zien.
De buisbloemen zijn 5-tallig. Dat is hét verschil met de Canadese fijnstraal die 4-tallige buisbloemen heeft. U heeft een loepje nodig om dit te zien. Een voordeel bij determinatie is dat de Ruige fijnstraal veel minder frequent voorkomt dan zijn Canadese naamgenoot. De eerste vondsten in Nederland en België zijn rond de eeuwwisseling gedaan.
Erigeron bonariensis (Gevlamde fijnstraal)
Meteorquake, CC BY 4.0 <https://creativecommons.org/licenses/by/4.0>, via Wikimedia Commons
Erigeron bonariensis (Gevlamde fijnstraal) heeft dikke, behaarde bladeren en compacte bloemhoofdjes. De hoofdjes zijn circa 8-11 mm in doorsnede. De hoofdjes zijn in zijaanzicht ketelvormig. De bladeren zijn bezet met korte, kromme haren langs de blandrand. De omwindselbladen hebben meestal een opvallende roodgekleurde top. Het pappus is rozig bruin.
Om zeker te weten welke van deze vier fijnstraal soorten het is, moet je de plant van heel dichtbij bekijken. Kijk of de bloemhoofdjes, bladeren en stengels van de fijnstraal behaard zijn. Als ze dicht bezet zijn met korte aanliggende haartjes en niet met enkele afstaande haren, betreft het ofwel de Hoge ofwel de Gevlamde fijnstraal.
In deel 2 gaan we dieper in op de Canadese fijnstraal en de Hoge fijnstraal. In een derde deel zullen we het hebben over de culinaire en medicinale toepassingen van fijnstraal.
Tijdens een recente wandeling door het betoverende Brugge besloot ik iets anders te doen: “Waarom niet eens de meest voorkomende wilde planten in de stad vastleggen en een top tien samenstellen?” Maar eerlijk is eerlijk… dat bleek nog een hele uitdaging! Niet omdat er een tekort was …