“Laat je meevoeren in het gebruik, de geschiedenis en de magie van de flora tijdens een wandeling van circa 3,5 kilometer. Proef van het lekkers dat wilde planten ons al eeuwen geven.” Dit lazen we op de uitnodiging van Katrien Cattoor – hart en ziel …
Wat een heerlijke zomer beleven we toch! Er is haast niets dat meer vrijheid uitstraalt dan in de vroegte op de fiets te stappen, wanneer de eerste zonnestralen het landschap zacht doen ontwaken, de hitte van de dag nog ver weg lijkt, en langs de …
De zomervakantie houdt zich prima aan de kleine lettertjes van haar eigen naam: het is warm, het is zonnig, het schreeuwt “naar buiten!” Perfect weer dus om de stadsrand eens te verkennen, per fiets of te voet.
Nu heb je in de wandelgangen — letterlijk — twee soorten mensen. Type één loopt met de kin fier omhoog, ogen gericht op de lucht, altijd op zoek naar die ene wolk die toevallig op een konijn lijkt. Type twee doet exact het tegenovergestelde: neus richting grond, speurend tussen het gras, want geen sprietje onkruid ontsnapt aan de aandacht.
En ik? Ik heb blijkbaar geweigerd te kiezen. Al 35 jaar lang ben ik zowel hemelstaarder als grondspeurder. ’s Ochtends de wolken ontrafelen, ’s middags op mijn knieën voor een plantje dat de meeste mensen straal negeren. De bovenstaande omslagfoto van de akkerdistel is een schoolvoorbeeld van mijn beide passies.
Onmogelijk te combineren, die twee obsessies? Helemaal niet. Blijkbaar kan een mens tegelijk naar de lucht én naar de bodem kijken; je moet alleen af en toe eens rechtop gaan staan om niet om of op te vallen.
Het resultaat is vrijwel altijd hetzelfde: een karrenvracht foto’s waaruit het altijd moeilijk kiezen is: “Welke ga ik nu publiceren en welke gaat de prullenbak in.”
Mijn vijf favorieten onder de zomerbloeiers … (het was moeilijk kiezen)
Akkermelkdistel (Sonchus arvensis)
Akkermelkdistel
De akkermelkdistel is een forse, tot 1,5 meter hoge plant uit de composietenfamilie, veelvuldig te vinden langs akkerranden, dijken en ruige bermen. Kenmerkend zijn de gele, paardenbloemachtige bloemhoofdjes en de stekelig getande bladeren, die bij beschadiging een melkachtig sap afscheiden — vandaar de naam. Via een uitgebreid wortelstelsel verspreidt de plant zich ondergronds, waardoor ze vaak op een rijtje te vinden zijn.
Toch is de akkermelkdistel geen storend element zonder waarde: bijen en vlinders bezoeken haar bloemen graag voor nectar en stuifmeel, en de plant bloeit van juni tot in de vroege herfst, wanneer veel andere bloeiers al zijn uitgebloeid. Een taaie overlever dus, met een verrassend belangrijke rol in een stedelijk landschap. Hier aan de Sint-Annarei te Brugge.
Duizendblad (Achillea millefolium)
Duizendblad
Duizendblad is een veelvoorkomende vaste plant met kenmerkend fijn dubbel veerdelig blad — de naam verwijst naar de “duizenden” kleine blaadjes die het geveerde loof lijkt te bevatten. De plant wordt tot 60 centimeter hoog en draagt platte, schermvormige bloeischermen met kleine, witte tot lichtroze bloempjes, die van juni tot in de herfst bloeien op droge graslanden, bermen en dijken. Ook in het straatbeeld is het duizendblad niet weg te denken.
De soort staat al eeuwen bekend om haar geneeskrachtige eigenschappen: van oudsher werd duizendblad gebruikt bij wondverzorging, vandaar volksnamen als “soldatenkruid”. Voor insecten is de plant een ware trekpleister: bijen, zweefvliegen en vlinders bezoeken de bloemen gretig voor nectar. Een onopvallende, maar veerkrachtige verschijning met een rijke geschiedenis.
De zebra-rups van de Sint-Jacobsvlinder
Jacobskruiskruid
Wie in de zomer geel-zwart gestreepte rupsen massaal op jakobskruiskruid aantreft, heeft de larve van de Sint-Jacobsvlinder (Tyria jacobaeae) voor zich. De opvallende “zebra”-tekening is geen toeval: de felle kleuren waarschuwen vogels en andere vijanden dat de rups giftig is. Ze neemt namelijk de alkaloïden van haar waardplant, het jakobskruiskruid, op en slaat die op in haar lichaam.
De rupsen leven vaak in groepen en kunnen hun voedselplant in korte tijd volledig kaalvreten — een strategie die, ondanks de schade aan individuele planten, zelden een probleem vormt voor de populatie kruiskruid als geheel. Na de rupsenfase verpoppen ze zich in de grond, om als opvallende, roodzwarte vlinder weer tevoorschijn te komen.
Jacobskruiskruid -Jacobaea vulgaris.
Vroeger werd deze plant ook wel aangeduid met de naam Senecio jacobaea — dat was lange tijd de gangbare wetenschappelijke naam. Na een taxonomische herziening is het geslacht echter aangepast, en is Jacobaea vulgaris nu de correcte, actueel aanvaarde benaming. Je kan de oudere naam Senecio jacobaea dus nog wel tegenkomen in oudere bronnen of literatuur, maar botanisch gezien is Jacobaea vulgaris de huidige standaard.
Sint-janskruid (Hypericum perforatum)
Sint-janskruid (Hypericum perforatum)
Sint-janskruid is een overblijvende plant die tot 1 meter hoog kan worden en herkenbaar is aan de heldergele, vijfbladige bloemen met talrijke opvallende meeldraden. De plant bloeit van juni tot september, met een piek rond 24 juni — de feestdag van Sint-Jan de Doper, waaraan ze haar naam dankt. Kenmerkend zijn de kleine, doorschijnende stipjes op de blaadjes, die bij tegenlicht duidelijk zichtbaar worden en de wetenschappelijke naam “perforatum” verklaren.
De plant groeit graag op droge, zonnige plekken zoals wegbermen, dijken en bosranden. Al eeuwenlang staat Sint-janskruid bekend om zijn medicinale eigenschappen: het wordt van oudsher gebruikt bij lichte stemmingsklachten. Voor bijen en andere insecten is de plant een gewaardeerde bron van stuifmeel.
Teunisbloem (Oenothera species)
Teunisbloem (Oenothera species)
De teunisbloem is een opvallende, tot 1,5 meter hoge plant met grote, felgele bloemen die vier hartvormige kroonbladen hebben. Kenmerkend is haar bloeigedrag: de bloemen ontvouwen zich pas in de late namiddag of avond en verwelken vaak al de volgende ochtend — vandaar de Engelse naam “evening primrose”. Die geurige avondbloei trekt vooral nachtvlinders aan, die voor de bestuiving zorgen. Sommige waarnemers beschrijven het openspringen van de bloemknop als een subtiel, bijna hoorbaar proces dat slechts enkele minuten duurt.
Oorspronkelijk afkomstig uit Noord-Amerika, is de teunisbloem sinds de 17e eeuw in Europa ingeburgerd, aanvankelijk als tuinplant en later als verwilderde soort. Ze voelt zich thuis op droge, open plekken zoals spoorbermen, duinen, rivieroevers en braakliggend terrein, waar ze vaak in het eerste jaar enkel een bladrozet vormt en pas in het tweede jaar tot bloei komt (ze is tweejarig).
De plant staat ook bekend om haar zaadolie, die rijk is aan gamma-linoleenzuur en veelvuldig wordt gebruikt in de natuurgeneeskunde, onder meer bij huidklachten en hormonale schommelingen. Daarnaast zijn de wortels van jonge planten in het verleden weleens gegeten als groente, wat haar ook de volksnaam “nachtkaars” heeft opgeleverd — een verwijzing naar haar gele, lampachtige bloemen die in de schemering oplichten.
Hoewel Sint-Janskruid (Hypericum perforatum) en Jakobskruiskruid (Jacobaea vulgaris) totaal verschillende planten zijn, worden ze in de praktijk regelmatig met elkaar verward. Dat is niet zonder risico: Sint-Janskruid is een bekende heilzame plant, terwijl Jakobskruiskruid zeer giftig is voor paarden en vee. Waarom de verwarring? De verwarring ontstaat vooral door …
In juli gingen we weer op plantensafari in de stad! We ontdekken verrassende stadsplanten die tussen stoeptegels, op gevels en muren groeien. Van geurige kruiden tot taaie pioniers: de stad zit vol leven. Verwondering gegarandeerd, voor jong en oud, ervaren speurder of nieuwsgierige beginner. Gewone klaproos …
Op 24 juni viert de Kerk het hoogfeest van de geboorte van Johannes de Doper. Dat is opvallend, want buiten Jezus en Maria is hij de enige heilige van wie de geboorte wordt gevierd, niet de dood.
Zijn geboortedag valt net na de zomerzonnewende, wanneer de zon haar hoogste punt bereikt heeft en de dagen weer stilaan korter worden. Johannes zelf vatte zijn opdracht ooit samen met de woorden: “Hij (Jezus) moet groter worden, en ik kleiner.” Dat is precies wat de natuur ook laat zien: na 21 juni neemt het licht af.
Een half jaar later, net na de winterzonnewende, vieren we op 25 december de geboorte van Jezus. De dagen worden dan opnieuw langer: het licht keert terug. Geen toeval — Jezus wordt immers het “Licht van de wereld” genoemd.
Samen vertellen deze twee feesten een krachtig verhaal. Een wonderlijk samenspel van liturgie, symboliek en natuur.
Sint-Jan (deurnaald in de Kortewinkel – Brugge)
Yin en Yang
Vanaf de winterzonnewende groeit het licht: de natuur ontwaakt, sap stijgt, zaden kiemen – yang is aan het werk. Deze opwaartse kracht bereikt haar hoogtepunt rond 21 juni, bij de zomerzonnewende. Daarna keert het tij. Het licht neemt af, bladeren vallen, de levenskracht trekt zich terug in wortels en zaden. Yin neemt het over: rust, stilte, inkeer.
Deze fascinerende visie komt uit de Chinese filosofie, waar yin en yang de voortdurende wisselwerking van tegenpolen verbeelden. In de seizoenen zien we hun dans: een eeuwige cyclus van worden en vergaan, groeien en terugtrekken, ademen en loslaten.
24 juni en Sint-Janskruid
Niet toevallig hebben we het dus vandaag (24 juni) over een plant die onlosmakend met de zomerzonnewende verbonden is: het Sint-Janskruid. Eerder hadden we het er ook al over:
Katrien Catoorschreef een interssante bijdrage over het verschil tussen Sint-Janskruid en Jacobskruiskruid, twee planten die tegelijk in bloei staan, die vaak met mekaar verward worden, maar dit toch totaal verschillend zijn.
Sint-Janskruid draagt de vurige zonnekracht in zich die de ziel verwarmt en het donker verjaagt. Het is één van de heksenkruiden en hét kruid bij uitstek dat bij Midzomer hoort. Maak jij ook een kruidenwis?
Wist je dat dit geliefde kruid vaak verward wordt met het giftige Jacobskruiskruid? Die verwarring is begrijpelijk, maar niet zonder risico.
Waarom de verwarring?
Misschien deels door de alliteratie met ‘Ja’, de twee mansnamen, Jan en Jacob en allebei eindigend op ‘kruid’? Ook bloeien beide wilde planten rond dezelfde tijd met heldergele bloemen. Bovendien groeien ze vaak op dezelfde plaats, langs wegranden, op open terreinen en in weilanden.
Maar waar Sint-Janskruid (Hypericum perforatum) een milde antidepressieve werking heeft, is Jacobskruiskruid (Jacobaea vulgaris) zeer giftig voor lever en zenuwen – zelfs in kleine hoeveelheden. Deze is dus absoluut geen ‘Sint’.
Toch zijn ze makkelijk te onderscheiden…
De bloempjes van Sint-Janskruid
De bloempjes van Jakobskruiskruid
Jacobskruiskruid herken je aan de gele lintbloemen die in een krans rond het bloemhoofdje staan – een beetje margrietachtig van vorm.
Sint-Janskruid daarentegen heeft kleine, stervormige bloempjes met vijf losse kroonblaadjes en opvallende meeldraden in het midden.
Twijfel je nog?
Hou dan een blaadje tegen het licht. Zie je fijne stipjes of doorzichtige gaatjes? Dat zijn oliekliertjes – een duidelijk kenmerk van Sint-Janskruid.
De kleine “gaatjes” in het blad van Sint-Janskruid.
En er is nog een truc: wrijf een bloemknopje tussen je vingers. Kleuren die donkerrood? Dan weet je het zeker: Sint-Janskruid. Bij planten die al bijna uitgebloeid zijn, zie je dat soms al aan de oranjebruine verwelkte bloempjes. Zo laat de natuur altijd wel ergens haar geheimen zien – als je maar goed kijkt.
Bij kneuzing tussen je vingers zie je de rode kleur
Belangrijke waarschuwing
Ken het kruid vóór je het plukt. Wees altijd 100% zeker van je determinatie. Verwisseling is niet onschuldig – zeker niet in thee, tinctuur of olie. Weet ook dat wie psychofarmaca inneemt, geen Sint-Janskruid hoort te gebruiken.
21 juli vandaag! Tijd om even de “Pauze“-knop in te drukken. We zijn al maandenlang dagelijks bezig met het schrijven van artikels voor deze website. Ondertussen zijn dat er al meer dan 220. Vanaf morgen gaan we voor enkele weken met vakantie. Medio september starten …
14 juli 2024. Wat een dag! Vandaag hebben we opnieuw de stad verkend op onze eigenzinnige safari, waarbij onze focus vooral lag op de verbazingwekkende diversiteit aan planten die we op oude muren en tussen de straatstenen aantroffen. Tot onze grote verrassing ontdekten we een …