Auteur: Marc Willems

Van tabak, hemelboom en steenbrekers

Van tabak, hemelboom en steenbrekers

Regenweer vandaag, maar tussen de regenvlagen door hadden we toch tijd voor een korte wandeling in de stad. En dat leverde opnieuw enkele fraaie beelden op. Buddleja In de buurt van het Begijnhof te Brugge vonden we op de kademuur een vrolijk bloeiende Buddleja (zie …

De magie en de kracht van de vlier

De magie en de kracht van de vlier

Sambucus nigra, ook wel gewone vlier of zwarte vlier genoemd, is een middelgrote bladverliezende boom met een rond opgaande vorm en op latere leeftijd een brede kroon met afhangende takken. In mei en juni bloeit de zwarte vlier met grote sterk geurende witte bloemtuilen. Het is …

Bomen en struiken op muren (deel 2)

Bomen en struiken op muren (deel 2)

We hadden het er gisteren al over dat je bomen en struiken niet alleen in de tuin, in het park of in het bos moet zoeken. In de stad tref je vaak jonge zaailingen aan op muren, tegen gevels of tussen stoeptegels. Hierbij nog enkele soorten die we vonden. Op elk van deze soorten komen we later in een afzonderlijke bijdrage uitvoerig terug.

Buddleja

Buddleja

In Brugge vinden we op vele muren, zelfs op daken, de Buddleja, beter gekend als de ‘vlinderstruik’. De vlinderstruik (Buddleja davidii) is een plant uit de helmkruidfamilie. In Europa is de soort vooral als tuinplant in gebruik maar is steeds meer als tuinvlieder te vinden. De struik kan enige – maar geen strenge – vorst verdragen.

De plant wordt vlinderstruik genoemd omdat hij vlinders aantrekt. Buddleja heeft bloemen die speciaal gebouwd zijn op bestuiving door vlinders. De bloembuis is lang en smal, waardoor alleen insecten met een lange tong bij de nectar kunnen. De struik heeft nog een aanpassing aan insectenbestuiving: van een onbestoven bloem is het hartje geel, en daarmee goed zichtbaar voor insecten. Na bestuiving wordt het rood, een kleur die insecten slecht zien. (Bron: Wikipedia)

Zwarte populier

Zwarte populier
Zwarte populier

Er bestaan een aantal soorten populieren die vooral in een jeugdig stadium soms moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn. In Vlaanderen kom je voornamelijk de volgende soorten populieren tegen: zwarte populier, trilpopulier, abeel, Canadese populier en de balsempopulier. Verder zijn er nog een groot aantal variëteiten en klonen. Veel van deze soorten komen al erg lang voor in ons landschap en de geschiedenis gaat feitelijk terug tot het oude Rome, waar men populieren in grote aantallen aanplantte. De boom dankt zijn naam aan het Griekse woord ‘paipolos’, wat ‘trillen’ betekent. De bladeren van de populier trillen op typische manier in de wind en maken daarbij soms een ruisend geluid.

In de Middeleeuwen geloofde men er stellig in dat het sap en de hars van de populier door heksen gebruikt werd om heksenzalf van te maken. Ook zouden heksen periodiek met elkaar vergaderen in de kruin van de boom. 

Dat laatste is nooit bewezen maar wel is vast komen te staan dat de bladknopen van de populier geneeskrachtige eigenschappen hebben. Zo heeft het sap van de zwarte populier bijvoorbeeld een ontstekingsremmende- en wondhelende werking. Deze werking is te verklaren door de salicylaten die zich in het sap bevinden. Acetylsalicylzuur wordt ook wel gebruikt in aspirine omdat het koortsverlagend, pijnstillend en ontstekingsremmend werkt. Populierknoppen worden in de homeopathie gebruikt voor behandeling van: uitwendige aambeien, zonnebrand, oppervlakkige wonden, huidproblemen en als trekzalf voor steenpuisten. (Brontekst: https://www.tuinpraat.be/populier/)

Robinia

Robinia
Robinia

Robinia, acacia, witte acacia of valse acacia (Robinia pseudoacacia) die behoort tot de onderfamilie Faboideae in de vlinderbloemenfamilie. Pseudoacacia betekent wel zoveel als “gelijkend op de acacia”.  De Robinia was één van de eerste boomsoorten die door de mens (in dit geval Jean Robin) vanuit Noord-Amerika, het land van herkomst, in Europa werd ingevoerd.Deze boom is een exoot in West-Europa en kan er mogelijk de biodiversiteit verstoren. Hoewel de soort op de lijst van invasieve soorten in België staat biedt deze plant een enorme bron van voedsel voor insecten door zijn uitbundige bloei.

Behalve de bloemen zijn alle bestanddelen, maar vooral de schors, jonge twijgjes en zaden giftig, vooral voor paarden. Bij het bewerken van het hout kan stof vrijkomen dat leidt tot misselijkheid, hoofdpijn en braakneigingen. Het kan leiden tot verwijde pupillen, braken en diarree. Het eten van zaden kan leiden tot het uitvallen van orgaanfuncties. Daarom wordt vermeden de boom te planten in de buurt van speelplaatsen voor kinderen.

Bron: Wikipedia https://nl.wikipedia.org/wiki/Robinia_(soort)

https://www.floravannederland.nl/planten/robinia

https://www.imkerpedia.nl/wiki/index.php/Robinia

https://waarnemingen.be/species/26821/

https://wilde-planten.nl/robinia.htm

https://groenvanbijons.be/plant/valse-acacia

Zwarte els

Zwarte els

De zwarte els is een boom uit de berkenfamilie (Betulaceae), inheems in Europa en Azië.

De soortaanduiding ‘glutinosa’ betekent kleverig en dat heeft betrekking op de knoppen en de jonge bladeren. De toevoeging ‘zwarte’ duidt op de donkerbruine schors van jonge bomen, in tegenstelling tot de schors van de grauwe of witte els.

Alnus glutinosa is inheems in vrijwel geheel Europa en groeit voornamelijk in vochtige gebieden. Uitgroeiend tot soms meerstammige forse boom. Het verspreid staande blad wordt tot 10 cm groot, is eirond en heeft een afgeronde top. De gesteelde knoppen die grijsviolet van kleur zijn en het jonge blad voelen kleverig aan. 

Vrouwelijke katjes ovaal en onopvallend, ± 0,5 cm lang en mannelijke katjes bruingeel, ± 7 cm lang. Elzenproppen verschijnen vanaf september en blijven lang aan de boom. De boom wortelt zich stevig en vrij diep en verdraagt verharding slecht.

Bron: https://www.vdberk.be/bomen/alnus-glutinosa/

Meer info:

https://www.floravannederland.nl/planten/zwarte_els

https://nl.wikipedia.org/wiki/Zwarte_els

https://www.ecopedia.be/boom/zwarte-els

https://waarnemingen.be/species/6359/

Bomen en struiken op muren (deel 1)

Bomen en struiken op muren (deel 1)

Bomen en struiken op muren? Jawel, als ik “boom” zeg dan denkt u ongetwijfeld aan een dikke, gegroefde stam die elke storm weerstaat, een machtige kruin die hoog naar de hemel reikt en waarin vogels nesten, wortels die diep in de aarde groeien en de …

Een ‘Pink panther’ aan de waterkant… de Grote kattenstaart

Een ‘Pink panther’ aan de waterkant… de Grote kattenstaart

Veel steden zijn destijds ontstaan aan de over van een rivier of aan de samenvloeiing ervan. De Middeleeuwse stedeling bouwde ­ een omvangrijke vestingmuur en legde stadswallen aan. Een schoolvoorbeeld daarvan is Brugge. Daar waar de  oevers in de loop der jaren niet  ‘verstevigd’  zijn bloeit van juni …

Van zwarte nachtschade, heksen en gifmengsels…

Van zwarte nachtschade, heksen en gifmengsels…

De lezer weze bij deze gewaarschuwd: heksen, trollen en kobolten loeren om de hoek bij het horen van de naam alleen al: zwarte nachtschade (Solanum nigrum s. nigrum). Heksen gebruikten – en misschien doen ze het nog – de gitzwarte bessen bij de bereiding van hun toverdranken. Al waren de onrijpe, groene bessen nog beter geschikt voor hun gifmengsels. Sowieso is groen bij de nachtschadefamilie, waarvan aardappel en tomaat ook lid zijn, altijd een aanwijzing voor giftig. Denk maar aan het woord ‘gifgroen’.

Giftige bessen

In de herfst kan je zowel de bloempjes als de zwarte bessen samen aan de plant vinden. Maar laat je niet verleiden tot het proeven van enkele rijpe besjes om te zien of je er al dan niet dood van gaat.  De vergiftigingsverschijnselen treden pas zes tot twaalf uur na inname op. De dood volgt door een hartstilstand en het stoppen van de ademhaling. Dus als je denkt: “Hé, ik ga niet dood”, dan kan het toch jouw laatste experiment geweest zijn. 

De rijpe bessen van de zwarte nachtschade

Medicinaal gebruik

Maar goed, we gaan ervan uit dat je een verstandig mens bent en dat je de planten vanuit botanisch en medisch oogpunt bekijkt. En dat kan ook! In Ayurvedische teksten wordt de zwarte nachtschade  genoemd als een belangrijk ingrediënt in kruidenmedicijnen. Het kruid werd door de oude Grieken gebruikt bij de behandeling van ontstekingen. De geslachtsnaam ‘Solanum’ komt trouwens van  ‘solari’, en dat betekent ‘pijn stillen’.

Vroeger meende men dat deze plant nachtmerries verdreef. Het woord ‘nachtschade’ komt vermoedelijk van het middeleeuws woord ‘nachtschaduw’.

Kruidengeneeskunde

In de kruidengeneeskunde gebruikt men de zwarte nachtschade bij maagirritatie , krampen, spasmen, pijn, nervositeit en vele andere aandoeningen, maar er is geen degelijk wetenschappelijk bewijs om dit gebruik te ondersteunen. Hier en daar lees je dat de plant – mits voldoende afkoken en meermaals afgieten van het kookvocht – eetbaar zou zijn. Maar dit is geen betrouwbare info. Ook voor dieren zoals runderen, varkens en paarden is de plant overigens giftig. Ze laten het kruid onaangeroerd.

Zwarte nachtschade wordt in de stad steeds vaker verdrongen door de beklierde nachtschade. Deze stadsplanten groeien vaak op voedselrijke grond, tegen een muur of op braakliggende grond.

Ruigtekruid

De zwarte nachtschade is een echt ruigtekruid. Als pionier is zwarte nachtschade overal te vinden waar open, voedselrijke grond voorhanden is: zoals moestuinen, verstoorde bermen, braakland, stortterreinen, drooggevallen oevers. Geen wonder dat hij het in de stad goed doet op plaatsen waar honden met regelmaat het achterpootje heffen. Als je reukorgaan je niet in de steek laat dan neem je ook vaak een geurtje waar op de plaats waar je de Zwarte nachtschade vindt.

Beklierde nachtschade

In de stad wordt de zwarte nachtschade steeds meer verdreven door de beklierde nachtschade (Solanum nigrum subsp. Schultesii).   Het is een soort die pas in de vorige eeuw vanuit Zuid- en Oost-Europa onze steden is binnengedrongen.

De beklierde nachtschade onderscheidt zich van de zwarte nachtschade door zijn opgerichte gewone haren en meercellige klierharen.
Met een loepje of onder de microscoop zijn die klierharen goed te zien  Ook is de stengel minder kantig dan die van de zwarte nachtschade.

Onder een microscoop zijn de klierharen van de beklierde nachtschade goed te zien.
De klierharen van de beklierde nachtschade onder de microscoop

Onlangs zagen we de beide broertjes … broederlijk naast mekaar, en het verschil in beharing was goed te zien.

De zwarte nachtschade heeft min of meer kantige stengels met zwakke lijsten, die glad of onregelmatig getand kunnen zijn. Onderaan zijn de stengels meestal kaal, maar de jongere delen zijn behaard met naar boven gekromde aanliggende haren.
Zwarte nachtschade
De beklierde nachtschade heeft zwakker kantige stengels en is dicht bedekt met lange, afstaande  klierharen en gewone haren.
Beklierde nachtschade

Bronnen en meer info:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Zwarte_nachtschade

https://www.floravannederland.nl/planten/zwarte_nachtschade

https://www.naturetoday.com/intl/nl/nature-reports/message/?msg=28329

https://www.ecopedia.be/planten/zwarte-nachtschade

https://yggdra.be/reeks-natuurlijke-moestuin/permacultuurprincipes-in-de-natuurlijke-moestuin/giftige-planten/zwarte-nachtschade-solanum-nigrum-nachtschadenfamilie/

https://wilde-planten.nl/zwartenachtschade.htm

https://www.sciencedirect.com/topics/pharmacology-toxicology-and-pharmaceutical-science/solanum-nigrum

https://www.rxlist.com/black_nightshade/supplements.htm

https://www.frontiersin.org/articles/10.3389/fphar.2022.918071/full

https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3660872/

Wat vind ik in een hoekje van het Begijnhof te Brugge?

Wat vind ik in een hoekje van het Begijnhof te Brugge?

Penningkruid (Lysimachia nummularia)  Penningkruid is een plant die vooral aan de randen van water erg op haar gemak is. Daarom is het des te opvallender dat we hem midden in de stad aantroffen in een klein kloostertuintje van het Begijnhof. Het enige water dat we …

Doornappel… of hoe het komt dat Hans Memling er zo ‘stoned’ bij staat.

Doornappel… of hoe het komt dat Hans Memling er zo ‘stoned’ bij staat.

Doornappel, ook wel dolappel, duivelskruid of mollenkruid genoemd, is een plant uit de nachtschadefamilie (Solanaceae). Het is een giftige plant die hallucinogene alkaloïden bevat.

Plantenwandeling – 17 oktober ’23

Plantenwandeling – 17 oktober ’23

Plantenwandeling

Het is vandaag voor het eerst een frisse oktoberochtend. Maar de zon schijnt! Ideaal weer voor een plantenwandeling. Ik wil wel eens zien welke planten nog in bloei staan in deze tijd van het jaar.

Zwarte nachtschade, bloei en bessen

De zwarte nachtschade (Solanum nigrum subsp. nigrum) is een plant waaraan nu nog bloemetjes én bessen te zien zijn. De bloemetjes zijn net lampionnetjes  waarin een geel lampje brandt. 
De bessen zijn nog tot laat in het jaar aan de verdroogde planten te vinden. Zwarte nachtschade behoort tot dezelfde familie als de aardappel, de tomaat, de aubergine en de paprika, maar is bepaald niet eetbaar. De bessen van zwarte nachtschade zijn giftig.  Zwarte nachtschade wordt in een stedelijke omgeving steeds meer verdrongen door de beklierde nachtschade (Solanum nigrum subsp. schultesii). Daarover hebben we het nog uitgebreid in een volgende bijdrage.

Koninginnekruid of leverkruid (Eupatorium cannabinum)

Hier en daar is nog een exemplaar van het koninginnekruid of leverkruid (Eupatorium cannabinum) te vinden. Hier in de Speelmansstraat te Brugge. Een thee van koninginnekruid werd vroeger gebruikt tegen verkoudheid en als laxeermiddel. Niettegenstaande de plant ook ‘leverkruid’ genoemd wordt tast hij in grote hoeveelheden de lever aan en kan leverkanker veroorzaken.

Stinkende gouwe (Chelidonium majus)

Al heel vroeg in het voorjaar zijn de eerste bloemetjes van de Stinkende gouwe te zien. Tot diep in de herfst vind je planten waarbij tegelijk zaaddozen en bloemen te zien zijn. De vrucht, die van onderaf met twee kleppen geopend kan worden, bevat zaden die door mieren worden versleept, omdat er een mierenbroodje op zit.

Volgens de middeleeuwse signatuurleer kon de plant bij galklachten toegepast worden, vanwege de gele kleur van het melksap en de vorm van de bladeren. Stinkende gouwe werd als geneeskruid ook gebruikt bij onder meer oogziekten. Het gele sap werd tevens tegen wratten gebruikt.  Om een wrat te laten verdwijnen moest het sap van een verse stengel er meerdere malen per dag op worden gesmeerd. Ik heb het zelf nog geprobeerd, al moet ik toegeven dat het een goedbedoelde poging was die niet veel resultaat opleverde. 

Alchemisten gebruikten stinkende gouwe bij het zoeken naar de steen der wijzen. Heksen deden het in hun zalven. 

Blauw glidkruid (Scutellaria galericulata)

Op een kademuur langs de Reie vonden we nog een bloeiend exemplaar van het Blauw glidkruid (Scutellaria galericulata). Het is een plant die meestal groeit in natte, humusrijke grond,  langs het water en op vochtige, stenige plaatsen. Geen wonder dus dat hij op de kademuur een geschikt plekje gevonden heeft. Dat hij nu nog in bloei staat heeft alles te maken met de uitzonderlijke nazomer die we gekregen hebben. Veel planten hebben een verlengde bloei gehad.

Glidkruid is een plant die al eeuwenlang medicinaal wordt gebruikt en waarvan bekend is dat het veel potentiële voordelen heeft. Daarover zullen we in een afzonderlijke bijdrage berichten.

Tuinlobelia (Lobelia erinus)

We spotten ook opnieuw een leuke ’tuinvlieder’: tuinlobelia (Lobelia erinus). 

De soort komt van nature voor in Zuid-Afrika. De plant is van daaruit verder verspreid naar Europa, Marokko, Verenigde Staten (onder andere Hawaï) en Zuid-Australië.

De tuinlobelia bloeit in het wild vanaf mei tot in oktober met blauwe tot violette, 8-10 mm grote, vijflobbige bloemen.  Toch altijd leuk als je zo’n avonturier zijn geluk ziet beproeven tussen de kasseien van het trottoir. Lobelia’s bevatten een giftig wit melksap, dat ook op de menselijke huid irritatie kan veroorzaken.

Op bezoek in de Tudor kruidentuin St.-Andries Brugge

Op bezoek in de Tudor kruidentuin St.-Andries Brugge

Een bezoek aan de Tudor kruidentuin te Sint-Andries Brugge is in elk seizoen de moeite waard. De meeste kruiden mogen nu wel uitgebloeid zijn, nu is het tijd van vruchten oogsten, zaden verzamelen en aanplanten tegen volgend jaar. Conservator Marnic Ducasteele beheert de kruidentuin met …

Tuinvlieder in het stadscentrum

Tuinvlieder in het stadscentrum

Isotoma axillaris Lindl.Tijdens een zondagse wandeling vond ik in de Kastanjeboomstraat te Brugge een bijzonder leuke tuinvlieder in het stadscentrum: Isotoma. Aanvankelijk herkende ik de plant totaal niet, dus mijn nieuwsgierigheid was gewekt. Door het openstaande raam – het was 23 graden buiten – zag …

Gewone raket

Gewone raket

Wie in deze tijd van het jaar naar planten kijkt stelt vast dat ze er vaak moe en versleten uitzien, alsof ze zitten te wachten op de komende winter. Je zal verbaasd zijn een plant te vinden die er fris groen en nieuw uitziet. Hij lijkt net klaar om te bloeien: de gewone raket. 

Doet de naam ‘raket’ jou ook denken aan de ruimtetuigen van Nasa en Elon Musk? Mij in ieder geval wél.  En toch heeft de Gewone raket niets te maken met ruimtevaart. Deze soort uit de Kruisbloemenfamilie is echt één van de meest algemene planten die je kan vinden. Hij is inderdaad heel ‘gewoon’. Je hoeft de deur maar uit te gaan en je komt hem al tegen. (Al vrees ik dat veel mensen hem dan nog niet opmerken). Het is een echt ruigtekruid. Hij houdt van warme, droge plekjes, dus je kan hem evengoed op de stoep tegen een huisgevel aantreffen. We vonden een mooi exemplaar tegen de muur van een garage en langs de kademuren van de Coupure in Brugge. Gewone raket heeft ook een voorkeur voor straatjes waar honden worden uitgelaten. Creatieve plantkundigen hebben daarvoor een welluidende naam bedacht: plasplaatsplanten. Probeer dat maar eens tien keer snel na mekaar uit te spreken! Een echte tongbreker.

De Gewone raket (Sisymbrium officinale) is een plant uit de Kruisbloemenfamilie (Brassicaceae).  Hij werd ook geclassificeerd in een ander geslacht, daarom wordt hij soms ‘Erysimium officinale’ genoemd. Je kan hem moeilijk verwarren met zijn neven en nichten uit de Kruisbloemenfamilie (die anders vaak heel goed om mekaar lijken). Het is een 30-80 cm hoge, kruidachtige plant. Door de vertakkingen doet de raket enigszins aan een kandelaar denken. De kleine, gele bloemetjes zijn slechts 3 tot 6 mm in doorsnee. De hauwtjes zijn smal, 1 à 2 cm, en liggen opvallend tegen de stengel aangedrukt.

Raket komt namelijk van het Franse ‘roquette’, dat is afgeleid van het Latijnse ‘eruca’, de naam voor een koolplant. We vinden dat ook terug in het woord ‘rucola’. Het is inderdaad een familielid.  Sisymbrium komt van het Oudgriekse ‘sisymbrion’, waarmee verschillende aromatische planten werden aangeduid (munt of waterkers). Officinale betekent ‘geneeskrachtig’ of ‘uit de apotheken’.  Dat duidt al onmiddellijk op de vele geneeskrachtige eigenschappen die aan dit kruid toegeschreven worden.

Eén van de beter bekende toepassingen van het kruid is voor de behandeling van heesheid. Gewone raket is trouwens het werkzame bestanddeel in de bekende Euphon siroop of zuigpastilles. Om die reden wordt de Gewone raket ook wel het “zangerskruid” genoemd. In het Frans luidt een bijnaam trouwens ook “herbe aux chantres”, wat teruggaat op Matthias Lobelius (1538-1616) die schreef dat zangers de bladeren van het kruid dienden te gebruiken ‘om hun stem weer helder en klinkend te krijgen‘. Over de medicinale toepassingen zullen we het later in een afzonderlijke bijdrage uitgebreider hebben.

Deze plant wordt in heel Europa ook gekweekt vanwege zijn eetbare bladeren en zaden. Het wordt veel gebruikt als specerij in Noord-Europa, met name in Denemarken, Noorwegen en Duitsland. De bladeren kunnen worden verwerkt in soepen, sausen, salades en omeletten. De zaden zijn gebruikt om mosterdpasta’s te maken.

Het is een waardplant voor: Oranjetipje (Anthocharis cardamines) en Groot koolwitje (Pieris brassicae)

Bronnen:

Elseviers Gids van Eetbare en Geneeskrachtige planten, dr. Edmunt Launert, ISBN 90 1004373 8

https://www.floravannederland.nl/planten/gewone_raket

https://nl.wikipedia.org/wiki/Gewone_raket

Herbarium, gids voor plant en tuin

De kleine gele bloempjes… een kruisbloemige
Bleek cypergras

Bleek cypergras

Onlangs zag ik in de Zwarteleertouwersstraat te Brugge het Bleek cypergras (Cyperus eragrostis) tijdens mijn dagelijkse wandeling door de binnenstad. Ik had deze plant enkele jaren geleden ook al eens gezien n.a.v. een inventarisatie met de mensen van F.O.N. Nadien had ik ze niet meer …

De hemelboom

De hemelboom

In de Rolweg in Brugge vond ik vandaag een jonge scheut van de hemelboom (Ailanthus altissima) Het is een boom uit de hemelboomfamilie (Simaroubaceae) die een hoogte tot ongeveer 25 meter kan bereiken. Je zou het hem op bijgaande foto niet aangeven maar het wordt …

Tuinvlieders en pelgrimplanten

Tuinvlieders en pelgrimplanten

Foto boven: zilverschildzaad (Lobularia maritima)

Citroenmelisse (Melissa officinalis)

Vandaag had ik tijdens mijn dagelijkse wandeling door de stad vooral oog voor ’tuinvlieders’ en ‘pelgrimplanten’. Wie verzint dergelijke mooie namen? Tuinvlieders zijn planten die uit een tuin ontsnappen, hun vleugels uitslaan en op avontuur gaan in de ‘wilde’ natuur. Ze zoeken een plekje, soms niet meer dan een spleet tussen een paar verweerde tegels. Het zijn vaak taaie rakkers. Ze worden soms vertrapt of afgeknakt, maar ze springen telkens opnieuw weer uit. Maar ook ongekende wilde planten die ongevraagd en plots opduiken in je tuin of in de straat zorgen voor verrassing. Je kan ze ‘pelgrimplanten’ noemen.

De oogst was niet gering. Alle planten werden gevonden in het centrum van Brugge. Een overzicht:

Aardbeiplantje
Citroenmelisse
Hemelboom
Isotoma
Moederkruid
Munt
Vijgenboompje
Petunia
Stijf ijzerhard
Tomaat
Tuinlobelia
Viooltje
Postelein