Auteur: Marc Willems

Een receptje voor melkdistel salade

Een receptje voor melkdistel salade

Een receptje voor melkdistel salade: (voor 4 personen) 400 gram jonge scheuten en blaadjes van de melkdistel20 gram tahin (sesampasta)3 cl water5 eetlepels olijfolie1 klein bekertje yoghurtsap van een citroensnufje zout Bron: “Eetbare planten, bloemen en zaden”, François Couplan, pg. 82, ISBN 978-90 6271 954-9 Lees …

Gewone melkdistel

Gewone melkdistel

De gewone melkdistel (Sonchus oleraceus) is één van de eerste planten die mijn vader mij, toen ik nog een kleuter was, leerde kennen. Geen wonder want de moestuin stond er vol van. Bij zoverre dat ik dacht dat het geteelde groente was. De naam ‘melkdistel …

Bomen en struiken op muren

Bomen en struiken op muren

Als ik “boom” zeg, waar denkt u dan aan? Ongetwijfeld aan een dikke, gegroefde stam die elke storm weerstaat, een machtige kruin die hoog naar de hemel reikt en waarin vogels nesten, wortels die diep in de aarde groeien en de boom van het nodige vocht voorziet en hem stevig in de grond verankert. En misschien denkt u ook aan kleurrijke bloesems, rijp fruit, gonzende bijen en … verkleurende bladeren in de herfst.  

Bij bomen – en bij uitbreiding bij struiken – denk je wellicht niet meteen aan muren. En toch treffen we in Brugge op diverse locaties bomen en struiken aan op muren. Een ‘zaailing’ heeft vaak niet meer nodig dan een barstje in steen of de cement om zich te nestelen. Daaruit groeien dan jonge planten die zich meestal sterk vertakken.  Vaak is de precieze soort ook niet gemakkelijk te herkennen.

We zullen af en toe een bepaalde boomsoort of struik nader bekijken.

Esdoorn

Esdoorn of ahorn (Acer) is een geslacht van loofbomen en heesters. De naam Acer is van onduidelijke herkomst. Het Latijnse woord ‘acer’ betekent ‘spits’ of ‘scherp’. De naam zou betrekking kunnen hebben op de spitse vorm van de bladeren die bij sommige soorten voorkomen. Er zijn verschillende soorten en cultivars.

We kennen de esdoorn allemaal vanwege de ‘helicoptertjes’. Wie heeft als kind niet met de zaden gespeeld? Er zitten twee splitvruchten aan één steeltje; de vleugels staan tegenover elkaar en geven zo een goede verspreiding door de wind. De hoek die de vleugels ten opzichte van elkaar maken is, naast de vorm van de splitvruchtjes en de ligging daarvan, een belangrijk kenmerk voor het onderscheid van de soorten. 

Het hout is zeer bruikbaar voor meubels en omdat het goed bestand is tegen slijtage ook voor vloeren. Esdoorn wordt ook gebruikt voor het maken van keukens omdat het een lichte kleur heeft. Wanneer het een mooie golftekening heeft wordt het onder andere voor achterbladen van violen en gitaren gebruikt. 

Hazelaar

De hazelaar (Corylus avellana) is een in West-Europa inheemse struik uit de berkenfamilie (Betulaceae). De vrucht van de hazelaar is de hazelnoot, waarvan de kern eetbaar is. 

De hazelaar is een “naaktbloeier”: de plant bloeit als deze nog geen bladeren heeft. De hazelaar is voor de bestuiving afhankelijk van de wind. Aan de hazelaar zitten de mannelijke en de vrouwelijke bloeiwijzen apart. De mannelijke bloemen zitten in katjes en zijn al in de zomer aanwezig in de oksels van de bladeren. Ze gaan pas bloeien in januari. De vrouwelijke bloemen zitten met drie tot vier stuks in een klein knopje bij elkaar. Tijdens de bloei zijn alleen de rode stijlen met de stempels te zien.

De enkelvoudige, veernervige bladeren hebben een dubbel gezaagde bladrand zonder insnijdingen. Het blad is bijna rond tot eivormig, enkelvoudig, veernervig en met een dubbelgezaagde rand; beide zijden zijn licht behaard.

De hazelaar wordt tot 6 m hoog en gaat pas na tien jaar vrucht dragen. (Wikipedia)

Dat hazelnoten gezond zijn weet iedereen. Ze bevatten  vitamine B, C, E en K. Vitamine C speelt een grote rol in het instandhouden van je afweersysteem en bij de opname van ijzer uit je voeding. Daarnaast helpt het je cellen gezond te houden omdat het een antioxidant is.

Kruipertje

Kruipertje

Voor de meeste mensen – en ik behoor tot die overgrote meerderheid – lijken alle grassen op elkaar. Maar voor het kruipertje maak ik een uitzondering. Dat is zo herkenbaar dat de meeste mensen het zullen associëren met gerst. Het is ook een gerstsoort. Het …

Nic Carsauw

Nic Carsauw

Ik ben woonachtig te Mechelen.  Als natuurfotograaf wil ik zoveel en zo goed mogelijk de wilde natuur in Mechelen in beeld brengen. Daarbij heb ik vooral aandacht voor de natuur zoals die zich spontaan ontwikkelt in straten, op voetpaden, industrieterreinen, rivieroevers enz… Mijn website http://www.wildenatuurinmechelen.be/ …

Zijn paddenstoelen planten?

Zijn paddenstoelen planten?

De afgelopen nacht heeft het geregend, en de komende dagen wordt nog meer neerslag verwacht! Dat moet als muziek in de oren klinken van pad-den-stoe-len-lief-heb-bers. Wat een scrabblewoord is dat!

Door de warmte en de droogte van de voorbije weken was het tot nog toe maar matig gesteld met de paddenstoelen, maar daar komt snel verandering in want wie kent niet de zegswijze: “ze schieten als paddenstoelen uit de grond”. Gisteren waren ze er niet, vandaag zijn ze ineens met heel veel, en enkele dagen later zijn ze weer verdwenen.

En neen… paddenstoelen zijn geen planten! Het zijn de vruchtlichamen van een schimmel die onder de grond of in de boomschors leeft. Dat netwerk aan schimmeldraden – het mycelium – krijgt bovengrondse uitlopers waarop paddenstoelen groeien en die zien we. Een paddenstoel kun je dus in zekere zin vergelijken met een vrucht, met dat verschil dat er geen zaden in zitten maar sporen. 

In dat opzicht horen paddenstoelen dus niet thuis in een website over wilde planten, maar omdat de herfst nadert en omdat ze veel mensen aanspreken willen we het er toch even over hebben. Ze hebben ook prachtige kleuren en vormen, om van hun namen nog maar te zwijgen: duivelsei, heksenboter, panteramaniet, spinragblauwspoorkorstje… noem maar op!

Horen paddenstoelen dan thuis in de stad? Absoluut! Uiteraard zal je ze midden op een trottoir niet vinden, maar een voortuintje of grasperkje kan al voldoende zijn om paddenstoelen te vinden, vooral als de omstandigheden geschikt zijn voor hun groei. Veel soorten paddenstoelen zijn aangepast aan verschillende habitats, en sommige zijn te vinden in gazons, parken en andere stedelijke groene ruimten.  Ze kunnen in de grond groeien of op rottend organisch materiaal zoals dode boomwortels, bladeren of mulch.

Parken in dorpen en steden kunnen verschillende soorten paddenstoelen herbergen. Sommige soorten zijn mycorrhiza, wat betekent dat ze wederzijds voordelige relaties aangaan met bomen en planten in het park, terwijl andere soorten saprofytisch zijn en zich voeden met rottend organisch materiaal.

Het zijn zowel ‘sluipmoordenaars’ – ze kunnen een grote boom vellen – als ‘opruimers’  want ze spelen een cruciale rol bij het afbreken van dood hout en het terugbrengen van voedingsstoffen naar het ecosysteem. Het zijn dus ook nog eens ‘recycleerders’. Het zijn echte krachtpatsers maar stille werkers.

Paddenstoelen hebben geen bladeren, stengels of wortels. De schimmeldraden in de grond zijn dus geen wortels!  Planten kunnen via hun blad zonlicht en water omzetten in voedsel. Maar paddenstoelen kunnen dat niet. Die leven van bijvoorbeeld bladeren en afgestorven takken.   

Het is belangrijk op te merken dat hoewel veel paddenstoelen onschadelijk of eetbaar zijn, sommige giftig kunnen zijn. Daarom is het van cruciaal belang om voorzichtig te zijn bij het hanteren en consumeren van wilde paddenstoelen. Als je geïnteresseerd bent in het zoeken naar eetbare paddenstoelen, is het raadzaam om van experts te leren en absoluut zeker te zijn van de soort die je verzamelt, aangezien het consumeren van giftige paddenstoelen extreem gevaarlijk kan zijn.

Wat zijn stoepplanten?

Wat zijn stoepplanten?

Stoepplanten zijn wilde planten die groeien tussen de tegels van het trottoir, in voegen en scheuren beneden aan gevels, in de goot, zelfs tussen de kasseien of het asfalt van de straat.

Zakgids Stoepplanten

Zakgids Stoepplanten

Onlangs kocht ik het boekje “Zakgids Stoepplanten”. Deze nieuwe plantengids voor onderweg brengt 100 veelvoorkomende stoepplanten in beeld. Met behulp van duidelijke sleutels en foto’s kun je veel algemene soorten leren herkennen. Planten op je eigen stoep, in je eigen buurt, de meeste mensen gaan …

Mannetjesvaren in de Jeruzalemstraat (Brugge)

Mannetjesvaren in de Jeruzalemstraat (Brugge)

In de Jeruzalemstraat is er een (mooi) huis dat sedert enkele weken leegstaat vanwege “Te huur”. Nu er geen bewoners meer over de vloer komen grijpt de natuur de kans om zijn gang te gaan. En het is opmerkelijk hoe snel dat gaat. In slechts enkele weken tijd heeft zich in een door een rooster afgesloten keldergat een vegetatie ontwikkeld, waaronder deze mannetjesvaren. Het is een fraaie varen.

De mannetjesvaren (Dryopteris filix-mas) is een varen uit de niervarenfamilie (Dryopteridaceae). De plant komt voor in lichte, vochtige loofbossen. Verder komt de soort voor langs slootkanten en greppels.

De wortelstok van de mannetjesvaren wordt wel gebruikt als middel tegen lintwormen en andere ongemakken; het is echter sterk af te raden het middel te gebruiken gezien de niet geringe aantallen vergiftigingsgevallen!

De mannetjesvaren heeft nog enkele nauwe verwanten van hetzelfde geslacht in België en Nederland, waarvan vooral de geschubde mannetjesvaren(Dryopteris affinis) sterk gelijkend is.


Er is ook kans op verwarring met eveneens algemeen voorkomende brede stekelvaren (Dryopteris dilatata), smalle stekelvaren(Dryopteris carthusiana), wijfjesvaren (Athyrium filix-femina) en de zeldzame stippelvaren (Oreopteris limbosperma). Alle hebben ze ongeveer hetzelfde habitat en overeenkomstige kenmerken. De mannetjesvaren is echter te onderscheiden door de tegen de bladnerf gelegen grote, ronde sporenhoopjes. Die van de wijfjesvaren zijn eerder haak- of kommavormig, die van de stippelvaren zijn zeer klein en tegen de bladrand gelegen.
Bron: Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Mannetjesvaren

Ik ben benieuwd hoe lang deze het hier zal volhouden.

Bronnen en meer info:

https://www.floravannederland.nl/planten/mannetjesvaren

https://wilde-planten.nl/mannetjesvaren.htm

https://waarnemingen.be/species/6710/

Mannetjesvaren

Mannetjesvaren

Moet u bij het horen of zien van het woord ‘varen’ ook altijd aan ‘veren’ denken? Ik wel.Zonde eigenlijk, want er is best wel veel onderscheid in de soorten. Ik zou er (ooit) eens meer tijd moeten voor nemen om mij erin te verdiepen.Misschien is …

Over mezelf

Over mezelf

Ik ben Marc Willems uit Brugge. Initiatiefnemer voor deze website. Al heel mijn leven lang – en dat is ondertussen al ruim 7 decennia – ben ik gefascineerd door planten.En je mag dat letterlijk nemen. Van zodra ik mijn eerste stapjes kon zetten was ik …

Straatplanten

Straatplanten

What’s in a name?

Straatplanten verwijzen doorgaans naar planten die groeien in stedelijke omgevingen, met name in scheuren en spleten in trottoirs, bestrating, oude muren, bruggen, kaden of andere harde oppervlakken in steden en dorpen. Deze planten worden vaak gekenmerkt door hun vermogen om te gedijen in uitdagende en onherbergzame omstandigheden, zoals beperkte grond, slechte waterretentie, droogte en blootstelling aan vervuiling door het verkeer en betreding door voetgangers, al dan niet vergezeld van hun hond.

Inventieve botanici hebben er allerlei welluidende namen voor bedacht: voegenvullers, stoeptegelspleetplant, pekelspecialisten, langparkeerflora, balkonvlieders, plasplaatsplanten …

Straatplanten zijn doorgaans winterhard en veerkrachtig en kunnen verschillende plantensoorten, grassen, mossen en andere laagblijvende planten bevatten. Enkele veel voorkomende voorbeelden van straatplanten zijn paardenbloemen, melkdistel, bezemkruiskruid, muurfijnstraal, weegbree, klaverzuring, hoge fijnstraal, duizendknoopsoorten, klein glaskruid, straatliefdegras enz…. Dit zijn slechts enkele voorbeelden van straatplanten die zich hebben aangepast om te gedijen in stedelijke omgevingen. Ze worden – vaak ten onrechte – als ‘onkruid ’ beschouwd. Met deze website hopen we de waardering voor (ge-)wild groen in het algemeen, en stadsplanten in het bijzonder, te bevorderen .

Ondanks hun soms negatieve reputatie kunnen straatplanten een waardevolle ecologische rol spelen in stedelijke omgevingen. Ze kunnen de luchtkwaliteit helpen verbeteren, bodemerosie verminderen en leefgebieden en voedselbronnen bieden voor insecten en kleine dieren in het wild. Sommige mensen waarderen ook het groen dat straatplanten kunnen brengen in landschappen die verder door beton worden gedomineerd.

Bovendien cultiveren sommige stadstuinders en natuurbeschermers opzettelijk straatplanten in stadstuinprojecten om verwaarloosde gebieden te verfraaien en de biodiversiteit in steden te bevorderen. Hier en daar doen natuurverenigingen en stedelijke Groendiensten ook inspanningen om verdwenen soorten opnieuw te introduceren.

Alhoewel beide mekaar soms overlappen hebben we het hoofdstuk ‘straatplanten’ opgedeeld in twee habitats: stoepplanten en muurvegetaties.

Op stap in kruidentuin Tudor

Op stap in kruidentuin Tudor

Op woensdag 23 augustus 2023  brachten we een bezoek aan de kruidentuin Tudor te Brugge. De kruidentuin is ingedeeld in verschillende plantenzones, al naargelang het gebruik. De aromatische kruiden groeien zij aan zij. Er tegenover bloeien de medicinale kruiden. In een derde deel zie je …

Muurfijnstraal

Muurfijnstraal

Als je door de straten en langs de kanalen van Brugge wandelt dan valt het op hoe uitbundig – van vroeg in de lente tot diep in de herfst – de muurfijnstraal (Erigeron karvinskianus) bloeit. Nochtans is dat niet altijd zo geweest. Muurfijnstraal is een betrekkelijke nieuwkomer in onze gewesten.

De plant is oorspronkelijk afkomstig uit Mexico, kwam als tuinplant  (of via een scheepslading?) naar Europa en ontsnapte, zoals zoveel tuinplanten, naar de wereld buiten de tuin. Een ‘tuinvlieder’ dus.

De eerste meldingen in België dateren van het jaar 2000.  Op oude bakstenen muren aan de kade van de Leie in de stad Kortrijk (*). Muurfijnstraal heeft zich in enkele jaren in verschillende steden kunnen verspreiden, vooral in Vlaanderen. Eerst in Brugge, later ook in Gent, Antwerpen, Koksijde, Menen, Roeselare, Veurne… en ongetwijfeld ook aanwezig in verschillende andere steden. In 2008 werd het voor het eerst gevonden in Wallonië (Namen).

In de naam muurfijnstraal staat niet voor niets het woord “muur”. De plant houdt van een stenige ondergrond. Vandaar dat het zo gemakkelijk groeit op oude muren en tussen de stoeptegels en tegen gevels. . Muurfijnstraal is een vaste plant die behoort tot de composietenfamilie (Asteraceae).

De Nederlandse naam fijnstraal slaat op de fijne straalbloemen. Erigeron is samengesteld uit eri (vroeg) en geron(grijs). De naam slaat op het grijze zaadpluis dat snel na de bloei in grote hoeveelheden verschijnt. Karvinskianus is genoemd naar baron Wilhelm Friedrich Karwinski von Karwin (1780-1855), een Duitse, in Hongarije geboren, plantenverzamelaar in Brazilië en Mexico.

De aanduiding fijnstraal heeft betrekking op de breedte van de lintbloemen. Deze vrouwelijke straalbloemen (lintbloemen) zijn hoogstens een millimeter breed en veel smaller dan lintbloemen van andere composieten.

We kennen in Vlaanderen verschillende plantensoorten die we fijnstraal noemen: Canadese fijnstraal, hoge fijnstraal, gevlamde fijnstraal, ruige fijnstraal, scherpe fijnstraal, muurfijnstraal en zomerfijnstraal. Je zou denken dat al deze soorten tot hetzelfde geslacht behoren maar dat is niet waar. Het zijn allemaal composieten die zowel buisbloemen als lintbloemen hebben.

Muurfijnstraal bewoont vooral vochtige, verweerde muren die aan het water liggen. De soort kan op beschaduwde, stenige plaatsen staan, maar verdraagt ook fel zonlicht. Zij kan ook massaal langs gevel- en kademuren opbloeien, vooral in Brugge. Het  is een overblijvende soort, die zich gemakkelijk in bestaande muurvegetaties weet te vestigen.

  • (*) Verloove F. (2001) Conyza bilbaoana J. Rémy, Cotoneaster x watereri Exell en Erigeron karvinskianus DC., nieuw voor de Belgische flora in Kortrijk. Dumortiera 78: 24-27.
  • Verloove F. (2002) Ingeburgerde plantensoorten in Vlaanderen. Mededeling van het Instituut voor Natuurbehoud n° 20: 227 p.
  • Verloove F. (2006) Erigeron karvinskianus. In: Van Landuyt W., Hoste I., Vanhecke L., Van den Bremt P., Vercruysse W. & De Beer D., Atlas van de flora van Vlaanderen en het Brussels gewest. Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Nationale Plantentuin van België en Flo.Wer: 381-382.