De kastanjelaan

In de meimaand
In de meimaand, in de meimaand,
Als de vogeltjes zo zingen,
Als de bloemen in de weide
Uit hun groene knopjes springen.
Kastanjebomen staan,
Een hele lange laan,
Met kaarsjes spits en fijn,
Te pronk in zonneschijn.
In de meimaand, in de meimaand,
Komt de zon met gouden stralen,
Om de koude van de winter
Uit de harten weg te halen.
Kastanjebomen staan,
Een hele lange laan,
Met kaarsjes spits en fijn,
Te pronk in zonneschijn.
Elk jaar, wanneer de paardenkastanje in bloei staat, denk ik terug aan het versje “In de meimaand”. Als kind zong ik het op school, en later — toen ik zelf voor de klas stond — gaf ik het door aan mijn leerlingen. Zo leeft het verder, van stem tot stem, zoals dat vroeger altijd ging.
Het rijmpje werd geschreven door Hendrika van Tussenbroek (1854–1935). Ze was een zeer invloedrijke Nederlandse componiste, tekstdichteres en muziekpedagoge. Ze was een van de weinige vrouwen in die tijd die een succesvolle carrière als professioneel musicus en componist wist op te bouwen. Haar liedjes waren zo populair dat ze tot ver in de jaren ’60 van de vorige eeuw standaardonderdeel waren van het Nederlandstalige basisonderwijs.
Dit versje verscheen oorspronkelijk in de bundel Meiliedjes (gepubliceerd rond 1900).
In de meimaand… een oud verhaal
Heel lang geleden, toen de mensen nog luisterden naar wat de wind hen toefluisterde, lag er aan de rand van een dorp een bijzondere laan. Een lange rij oude kastanjebomen wees er de weg naar de velden. Niemand wist nog wie ze had geplant. Sommigen fluisterden dat een zwervende monnik ze had neergezet. Anderen geloofden dat de bomen zelf ooit hun plaats hadden gekozen, alsof ze daar moesten staan.
In de winter leken het donkere wachters, met knoestige armen tegen een bleke hemel. Maar diep in hun kleverige knoppen droegen ze een geheim, dat ze geduldig bewaarden. Terwijl andere bomen zich al vroeg tooiden met fris groen, wachtten de kastanjes. Ze wachtten tot de lucht zacht werd, tot de geur van regen en jong gras precies goed was.
En dan, op een ochtend in mei, gebeurde het. De knoppen sprongen open. Niet aarzelend, maar alsof ze samen een besluit hadden genomen. Uit elke tak verrezen witte bloemtrossen, rank en rechtopstaand, als kaarsen die naar het licht reikten. Het was alsof de hele laan tegelijk ontwaakte.
“De bomen hebben hun kaarsjes aangestoken,” zeiden de dorpsmensen. Maar niemandwist nog waarom dat juist op die dag gebeurde.
Volgens de oudste verhalen begon het met één kind.
Lang geleden was er een jongen die op een vroege mei morgen alleen de laan inliep. Hij voelde zich vreemd stil vanbinnen, alsof hij ergens op wachtte zonder te weten waarop. Toen hij onder de bloeiende bomen stond, begon hij zachtjes te zingen — het lied dat hij van zijn moeder had geleerd.
“In de meimaand, in de meimaand…” Zijn stem was klein in de grote laan, en even leek het alsof er niets gebeurde. Maar toen ritselden de bladeren. Heel zacht eerst. Alsof de bomen naar het lied luisterden.
De jongen aarzelde. Hij wilde stoppen — maar iets hield hem tegen. Hij zong verder, iets luider nu. En toen gebeurde het!
De bloesems leken helderder te worden, de geur werd voller en zoeter, en de takken bogen een weinig naar beneden, alsof ze dichterbij wilden komen. Niet dreigend, maar warm — als een gebaar van herkenning.
De jongen liep die dag terug naar het dorp met een glans in zijn ogen. Hij vertelde wat er gebeurd was, maar de mensen lachten eerst. Tot de volgende ochtend andere kinderen ook naar de laan trokken… en hetzelfde meemaakten.
Sindsdien is het een gewoonte geworden, al weet niemand meer precies wanneer ze begonnen is. Elk jaar, in de meimaand, worden kinderen als vanzelf naar de kastanjelaan getrokken. Niet geroepen, niet gestuurd — maar geleid door iets wat ouder is dan woorden.
Wanneer hun voeten het zandpad raken, worden ze stil. Alsof ze een groene kathedraal betreden. Het licht speelt tussen de bladeren, en de witte bloesems branden zachtjes als kaarsen in de ochtendzon.
Dan klinkt er, aarzelend eerst, weer dat oude lied. En altijd — wie goed luistert, weet het zeker — antwoorden de bomen. Hun bladeren fluisteren mee, hun kruinen bewegen langzaam, en hun bloeiende takken buigen zich licht naar beneden, alsof ze de kinderen willen omarmen.
De oude mensen in het dorp vertellen het nog steeds: dat de kastanjebomen in mei niet zomaar bloeien. Ze wachten. Op stemmen. Op verwondering. Op het lied.
En wie in de meimaand door zo’n laan wandelt, moet maar eens stilhouden en luisteren. Misschien hoor je nog het verre zingen van lang geleden.
En als je dan opkijkt naar de witte bloesems, begrijp je het vanzelf: de bomen hebben hun kaarsjes niet alleen voor zichzelf aangestoken, maar voor iedereen die nog kan kijken met een open hart.
Tekst en © Marc Willems (2026)
Link naar de 16 meest recente artikelen
- Gewone versus gekroesde melkdistel
- With a little help from my friends
- Exoten in het Vlaamse stadslandschap
- Mannelijke vs. vrouwelijke brandnetels
- Links naar andere websites
- Gevlekt longkruid – Pulmonaria officinalis
- De kastanjelaan
- Een plantensafari langs verborgen plekjes in Brugge
- Herik
- Muurbloem
- Raapzaad of koolzaad?
- Muursla
- Een dag in het spoor van natuurfotograaf Nic Carsauw
- De schoonheid van wiskunde in de natuur
- Vingergras sp.
- Steenkruidkers – een plant met een verrassend verhaal
Ontdek meer van Stadsplanten
Abonneer u om de nieuwste berichten naar uw e-mail te laten verzenden.

















Mooi artikel over deze prachtige boom. Spijtig dat hij ernstig bedreigd wordt door allerlei ziektes.
Bladvlekkenziekte is een infectie van de bladeren van paardenkastanjes door de schimmel Phyllosticta paviae. Hierdoor zien de bomen er in de zomer al uit alsof het herfst is.
Recentelijk is daar ook nog de kastanjebloedingsziekte bijgekomen, waaraan vele bomen sterven.