Een plantensafari langs verborgen plekjes in Brugge

MIJLPAAL ! Dit is het 350ste artikel van deze website.
Volgende maand leid ik een plantenwandeling in Brugge, en vandaag leek me het uitgelezen moment om alvast op verkenning te trekken. Nieuwsgierig ging ik kijken wat er op dit ogenblik al groeit en bloeit op verborgen plekjes in de stad. Ik verwachtte al het een en ander te ontdekken, maar wat ik vond overtrof werkelijk mijn stoutste verwachtingen. Tot mijn verrassing stootte ik op een aantal planten die ik helemaal niet had voorzien — een rijke vondst die alleen maar doet uitkijken naar wat die wandeling nog zal brengen.
Grote keverorchis (Listera ovata)
De narcissen zijn nog maar net uitgebloeid en daar zijn de eerste wilde orchideeën al. In het begijnhof van Brugge duikt de grote keverorchis (Listera ovata) op als een stille verrassing tussen het groen. Met haar twee brede bladeren en ranke bloeistengel oogt ze eenvoudig, maar wie goed kijkt ontdekt de fijne rij groenige bloempjes. Het is geen zeldzaamheid zoals sommige wilde orchideeën, maar ook zeker geen alledaagse plant. Wie haar ziet, heeft toch iets bijzonders ontdekt.

Bosvergeet-mij-nietje (Myosotis sylvatica)
Tegen een oude kerkmuur verschijnt het bosvergeet-mij-nietje (Myosotis sylvatica) als een zachte blauwe toets tussen het voorjaarsgroen. Zijn kleine, helderblauwe bloempjes met geel hartje lijken haast licht te geven in de halfschaduw. Deze bescheiden plant houdt van rustige, licht vochtige plekken en voelt zich thuis in de luwte van oude muren en bomen.

Gewone veldbies (Luzula campestris)
Dit plantje had ik uiteraard wel verwacht. Het is een overblijvende, grasachtige plant die lage zoden vormt en ongeveer 20 tot 40 cm hoog wordt. Ze heeft smalle bladeren met fijne witte haartjes en een verdikte voet. Van maart tot mei bloeit ze met kleine kastanjebruine, stervormige bloempjes die samen bol- tot aarvormige hoofdjes vormen. Deze staan rechtop of licht schuin op de stengel. Ondanks haar bescheiden uiterlijk is ze een karaktervolle soort.

Waterviolier (Hottonia palustris)
In een verborgen en haast vergeten arm van de Reie – op een plek waar haast niemand komt – groeit de waterviolier. Het is een sierlijke verschijning van stilstaand of traag stromend water. Vanuit de modderige bodem rijzen fijne stengels omhoog, waaraan kransen van fijn geveerde bladeren als zachtgroene waaiers in het water zweven. In het voorjaar verheft de plant zich boven het wateroppervlak met tere, lila tot lichtroze bloemen die als kleine lichtjes boven het water lijken te zweven. Het is een plant die tegelijk verfijnd en sterk is, en die sloten en vijvers een bijna poëtische schoonheid verleent.

Vogelmelk (Ornithogalum)
Op verschillende plekken is nu vogelmelk te vinden. Het is een elegante voorjaarsbloeier die met haar zuiver witte sterbloemen meteen opvalt in graslanden, bosranden en oude tuinen. Elke bloem heeft een zachte, bijna porseleinachtige glans en een groen streepje op de buitenzijde, wat haar een verfijnde uitstraling geeft. De bloemtrossen openen zich langzaam in het zonlicht en sluiten zich weer bij minder licht, alsof ze het ritme van de dag volgen. Tijdens de wandeling in mei zal de bloei wellicht al voorbij zijn, maar wat fijn om deze prachtige sterretjes nu zo te zien bloeien.

Roomse kervel (Myrrhis odorata)
Plots viel mijn oog op een schermbloemige die zich niet meteen liet thuisbrengen. Pas toen ik een blad voorzichtig kneusde tussen de vingers, viel alles op zijn plaats: een uitgesproken anijsgeur! Roomse kervel heeft inderdaad een heel duidelijke anijs- tot zoethoutgeur wanneer je de bladeren kneust. Die geur is zelfs zo uitgesproken dat de plant vroeger wel eens als natuurlijke zoetmaker werd gebruikt in desserts en fruitsalades.
De roomse kervel is een ware keukenbondgenoot: haar jonge bladeren zijn het hele jaar door eetbaar, de rijpe zaden dienen als aromatisch inlegkruid en ook de wortel kan gekookt als groente worden gegeten. Bovendien speelt ze een rol in de bereiding van de beroemde Chartreuse en diverse andere likeuren — een kruid met een lange traditie, stevig verankerd in zowel tuin als keuken.

Rankende duivenkervel (Fumaria capreolata)
In de stilte van een oude, verlaten site, waar de tijd zich lijkt terug te trekken tussen verweerde stenen en verwilderd groen, viel plots de rankende duivenkervel op.
Met haar fijne, grijsgroene loof slingert ze zich tussen het ruigere groen.
De bloemen zijn wit met een subtiele purperen top en hangen langs de dunne stengels als kleine, regelmatige klokjes. Ze geven de plant een licht en bijna luchtig voorkomen, zonder opvallend te zijn, maar wel kenmerkend.
Net die onverwachte vondst maakt haar interessant. De rankende duivenkervel is bij ons betrekkelijk zeldzaam en wordt slechts lokaal aangetroffen, meestal op warme, verstoorde of kalkrijke bodems. Een waarneming blijft daardoor eerder uitzonderlijk en geeft een goed beeld van de variatie die zich soms onverwacht in oude sites kan ontwikkelen.

Klein robertskruid (Geranium purpureum)
Even onverwacht was het klein robertskruid op een verlaten stuk in een tuin. Het vertoont een sterke gelijkenis met het gewone robertskruid (Geranium robertianum) en wordt door sommige botanici zelfs als een ondersoort daarvan beschouwd. Toch zijn er enkele duidelijke verschillen. Zo heeft klein robertskruid gele helmknoppen, terwijl die van robertskruid roodbruin zijn. De bloemen zijn bovendien kleiner en missen de vertakte nervatuur die bij robertskruid wel aanwezig is. Ook de kelkvorm verschilt: bij klein robertskruid is die eerder rond, terwijl ze bij robertskruid meer kruikvormig is. Ten slotte ontbreken bij klein robertskruid de lange klierloze haren die zo typisch zijn voor zijn verwant.

Gewoon barbarakruid (Barbarea vulgaris)
Iets verder kwamen we het gewoon barbarakruid tegen, een lid van de kruisbloemenfamilie dat in Vlaanderen en Nederland vrij algemeen voorkomt. Deze plant verdient zeker aandacht als eetbare soort: de jonge bladeren zijn volledig eetbaar en rijk aan vitamine C. Ze hebben een frisse, licht pittige smaak en kunnen zowel rauw in salades als kort gestoofd worden gebruikt. Een eenvoudig ogend kruid dus, maar met een duidelijke culinaire waarde die het opnieuw interessant maakt voor wie graag met wilde planten in de keuken werkt. Geen wonder dus dat het ook in de buurt van de voormalige keuken te vinden was.

Link naar de 16 meest recente artikelen
- Gewone versus gekroesde melkdistel
- With a little help from my friends
- Exoten in het Vlaamse stadslandschap
- Mannelijke vs. vrouwelijke brandnetels
- Links naar andere websites
- Gevlekt longkruid – Pulmonaria officinalis
- De kastanjelaan
- Een plantensafari langs verborgen plekjes in Brugge
- Herik
- Muurbloem
- Raapzaad of koolzaad?
- Muursla
- Een dag in het spoor van natuurfotograaf Nic Carsauw
- De schoonheid van wiskunde in de natuur
- Vingergras sp.
- Steenkruidkers – een plant met een verrassend verhaal
Ontdek meer van Stadsplanten
Abonneer u om de nieuwste berichten naar uw e-mail te laten verzenden.


























