Begin juni schreven we nog met een wrang gevoel over de oevers van het Minnewater. Nauwelijks was de periode van ‘Maai Mei Niet’ voorbij of de maaimachine had bijna alle begroeiing weggeveegd. Wat kort voordien nog een levend lint van bloemen en kruiden was, lag er plots …
De zomervakantie houdt zich prima aan de kleine lettertjes van haar eigen naam: het is warm, het is zonnig, het schreeuwt “naar buiten!” Perfect weer dus om de stadsrand eens te verkennen, per fiets of te voet. Nu heb je in de wandelgangen — letterlijk — …
Mensen die kunnen pronken met ronkende diploma’s ecologisch groenbeleid hebben besloten – eindelijk zou ik zeggen – om met een ferme ruk komaf te maken met het “onkruid” dat Brugge overwoekert.
Als typevoorbeeld nemen we de vijf akkermelkdistels op de Sint-Annabrug die mij, en alle andere weldenkende Bruggelingen, al wekenlang een doorn in het oog waren. Het groen van de bladeren en het geel van die bloemen was echt dissonant met het grijs van de kasseien. Iedereen met een beetje gevoel voor schoonheid beseft toch dat groen, geel en grijs kleuren zijn die gewoon niet matchen. Heb je ooit een jurk of een hemd gekocht met groene, gele en grijze strepen? Ja…? Je meent het niet! Je moet eruit gezien hebben als een verouderde, versleten tuinset. Een modieus mens doet dat niet!
Naast het visuele drama waren er natuurlijk ook praktische bezwaren die de doorslag gaven om de hele boel met de grond – euh, kasseien – gelijk te maken. Die planten stonden gewoon in de weg! Je wist op de duur niet meer waar je je voeten moest zetten. Daarenboven vormden ze een acuut gevaar voor de volksgezondheid! Je zal maar eens een steek krijgen van een bijtje dat de bloemen bezoekt! Wie is er dan verantwoordelijk? Wie zal er opdraaien voor de kosten? Is de Groendienst, en bij uitbreiding het voltallige schepencollege, daar wel voor verzekerd? Wat als iemand klacht neerlegt bij de Raad van State? Beter maar snel die distels de nek omdraaien voordat we nog een rechtsgang krijgen voor ‘lijden door ecologische verwaarlozing’.
De beleidvoerders hebben ook een verantwoorde visie op de toekomst: “O je da ollemolle loat stoan, is Brugge ’t noaste joar een wildernesse! Da moe weg!”
En geef ze eens ongelijk! Wat moeten de miljoenen toeristen niet denken van dat ‘onkruid’ op de Sint-Annabrug. De bootjes durven haast niet meer voorbijvaren. De kapiteins zijn als de dood voor de kreten van verontwaardiging en de schunnige opmerkingen. Neen, zo kan je Brugge in het buitenland niet verkopen als milieuvriendelijke stad. Dat men in Parijs en Londen oog heeft voor het wild groen in de stad, tot daaraantoe. Dat moeten ze zelf weten. Maar Brugge?!
Brugge moet “proper” zijn! Bier- en colablikjes, hondenkeutels (vers en vintage), sigarettenpeuken, opengereten GFT-zakjes, frietenbakjes, wafels en pralines… soit! Daar vallen we niet over. Die horen bij het straatbeeld, net zo goed als verdwaalde cruise-toeristen en bijhorende parapluutjes. Maar een veld akkermelkdistels op de Sint-Annabrug?! Ho ho ho… Het woord “akker” alleen al suggereert dat alle Bruggelingen … “boeren” zouden zijn.
In juli gingen we weer op plantensafari in de stad! We ontdekken verrassende stadsplanten die tussen stoeptegels, op gevels en muren groeien. Van geurige kruiden tot taaie pioniers: de stad zit vol leven. Verwondering gegarandeerd, voor jong en oud, ervaren speurder of nieuwsgierige beginner. Gewone klaproos …
Zondagochtend. Vrede in huis. Koffiegeur in de lucht. En dan plots, zoals de klok het wil: “Ga jij vanochtend om de boterkoeken en broodjes?” vraagt mijn vrouw met die blik waaraan ik niet kan weerstaan. Traditie is nu eenmaal traditie — en wie ben ik om …
In Vlaanderen komen drie soorten melkdistels voor: de gewone melkdistel (Sonchus oleraceus), de gekroesde melkdistel (Sonchus asper) en de akkermelkdistel (Sonchus arvensis). Die laatste is vrij gemakkelijk te herkennen aan zijn opvallend grote, gele bloemen. De twee andere lijken sterk op elkaar en zijn voor wie minder vertrouwd is met planten vaak moeilijker van elkaar te onderscheiden.
Alle drie behoren ze tot de composietenfamilie (Asteraceae). Bij kneuzing scheiden ze een wit melksap af, wat typisch is voor dit geslacht. Hun gele bloemen zijn samengesteld uit kleine bloempjes die samen een bloemhoofdje vormen, vergelijkbaar met de paardenbloem. Na de bloei ontwikkelen zich pluisvormige zaadjes, die zich makkelijk met de wind verspreiden.
De gewone melkdistel (Sonchus oleraceus)
Gewone melkdistel
De gewone melkdistel is een éénjarige plant uit de composietenfamilie (Asteraceae), die veel voorkomt in Vlaanderen. Ze groeit op voedselrijke, verstoorde bodems zoals akkers, tuinen, bermen en braakliggende terreinen. Ze heeft echter ook de stad veroverd. De plant kan tot 1 meter hoog worden en heeft sappige, blauwgroene bladeren die diep gelobd zijn en zacht aanvoelen. Als je de stengel doorsnijdt komt een wit melksap vrij, waaraan de soort haar naam dankt.
De gewone melkdistel bloeit van mei tot in de herfst met gele bloemhoofdjes die lijken op kleine paardebloemen. De zaden worden verspreid door de wind dankzij een fijn, wit vruchtpluis. Hoewel de soort vaak als onkruid wordt beschouwd, is ze ecologisch van waarde: de bloemen leveren nectar en stuifmeel voor bijen en andere insecten.
De bladeren zijn jong eetbaar en werden vroeger soms als groente gebruikt. Dankzij haar aanpassingsvermogen en snelle groei is de gewone melkdistel een typische pioniersplant in verstoorde stedelijke en agrarische milieus.
De gekroesde melkdistel (Sonchus asper)
Gekroesde melkdistel
De gekroesde melkdistel (Sonchus asper) is een robuuste éénjarige plant uit de composietenfamilie (Asteraceae), die in Vlaanderen algemeen voorkomt, vooral op droge, zonnige en verstoorde plaatsen zoals wegbermen, spoorwegterreinen en industrieterreinen. De plant kan tot anderhalve meter hoog worden en is te herkennen aan haar stijf aanvoelende bladeren met sterk gekroesde, stekelige randen.
De blauwgroene bladeren staan verspreid langs de stengel en omarmen die met afgeronde oortjes aan de bladvoet. De gele bloemhoofdjes, die van juni tot in de herfst bloeien, lijken op die van de paardenbloem, maar zijn kleiner en staan in losse trossen bijeen. Ook de gekroesde melkdistel produceert wit melksap.
Hoewel ze minder eetbaar is dan haar verwant Sonchus oleraceus, heeft de gekroesde melkdistel een ecologische waarde als nectarbron voor bijen en zweefvliegen. Ze is een typische vertegenwoordiger van pioniervegetatie op voedselrijke, droge bodems.
Akkermelkdistel (Sonchus arvensis)
Akkermelkdistel
Alhoewel het woord ‘akker’ in zijn naam staat komt hij ook volop in de stad voor.
Het beste identificatiekenmerk voor de akkermelkdistel is in de bloem. De bloemhoofdjes worden tot wel vijf centimeter groot, duidelijk groter dan die van de andere melkdistels. De lintbloemen aan de rand zijn groter. Die vallen beter op bij bijen en vliegen. Zoek de bloemen vooral ‘s ochtends en bij zonnig weer: dan staat het bloemhoofdje er stralend bij.
De akkermelkdistel heeft een holle, gegroefde stengel die soms vertakt is aan de top. De plant kan uitgroeien tot een hoogte van wel 1,5 meter. Dankzij zijn ondergrondse wortelstokken kan hij zich snel uitbreiden en woekeren, wat hem tot een hardnekkige verschijning maakt in weilanden en akkers. Je vindt hem ook vaak met meerdere op één rijtje samen.
Het belangrijkste verschil met zijn twee soortgenoten is nog dat hij meerjarig is.
Samengevat
Kort samengevat onderscheiden de drie melkdistelsoorten zich vooral door bladstructuur, groeigedrag en standplaats. De gewone melkdistel heeft zachtere, weinig stekelige bladeren en komt algemeen voor op uiteenlopende bodemtypes. De gekroesde melkdistel valt op door zijn scherp gekroesde, harde bladeren met duidelijk stekelige randen, wat hem makkelijk herkenbaar maakt. De akkermelkdistel is een meerjarige soort die zich uitbreidt via wortelstokken, grotere bloemhoofdjes ontwikkelt en vooral voorkomt op vochtige, voedselrijke landbouwgronden.
De functie van het melksap
Het melksap, ook wel latex genoemd, dat voorkomt bij melkdistels en vele andere planten, vervult vooral een beschermende functie.
In de eerste plaats dient het als verdediging tegen vraat. Het sap smaakt bitter of scherp en is voor veel insecten en grazende dieren onaangenaam, waardoor het hen ontmoedigt om verder van de plant te eten. Bovendien is het melksap vaak kleverig, waardoor het de monddelen van kleine insecten kan verstoppen.
Daarnaast speelt het sap een belangrijke rol in de bescherming tegen infecties. Het bevat namelijk stoffen die antibacterieel en schimmelwerend werken, zodat ziekteverwekkers minder kans krijgen om via wonden in de plant binnen te dringen.
Een derde functie van het melksap is wondafsluiting. Zodra een plant verwond wordt, stroomt het melksap naar buiten en droogt het snel op tot een rubberachtig laagje. Dat laagje sluit de wond af, vermindert vochtverlies en vormt een barrière tegen schadelijke micro-organismen.
Zo is het melksap een efficiënt natuurlijk afweermechanisme dat op meerdere niveaus de gezondheid en overleving van de plant ondersteunt.
Maak kennis met de akkermelkdistel (Sonchus arvensis), een telg uit de veelzijdige composietenfamilie (Asteraceae)! Zoals de naam al laat vermoeden voelt deze plant zich thuis op bouwland en grasvelden, maar durft ook de ruige duinen te trotseren. En hoewel de gewone melkdistel al lang een …