Tijdens mijn recente, avontuurlijke ontdekkingstocht naar de prachtige Stedelijke begraafplaats Steenbrugge in het betoverende Brugge, werd ik vergezeld door mijn kompaan en mederedacteur, natuurfotograaf Nic Carsauw. Te midden van ons fascinerende avontuur, werden onze ogen plotseling getrokken naar de schattige ’trompetjes’ die speels tussen het …
Hij, die naar de blauwe hemel turend op de lente hoopt, ziet nooit de vroegeling.Hij, die op zijn knieën in de modder naar de lente zoekt, vindt hem in overvloed. Verwondert het u waar de vroegeling zijn naam vandaan haalt? Wellicht niet! De vroegeling is, …
Elk jaar wacht ik vol ongeduld op dat betoverende moment waarop de eerste bloempjes van het Gewoon speenkruid tevoorschijn komen! Zodra de tedere streling van de voorjaarszon de aarde verwarmt, voel ik mijn hart sneller kloppen van opwinding, want in parken en bossen verkondigen de gele, stervormige bloemetjes de komst van de lente.
Met elke zonnestraal lijken deze fragiele bloempjes te dansen en te stralen, als een vurige lofzang op de naderende lente. De zee van gele sterretjes lijkt te wedijveren met de groeiende kracht van de zon, die steeds hoger aan de hemel klimt.
Hun verschijning houdt de belofte in van nieuw leven en een golf van hernieuwde energie. Wat een glorieuze tijd staat ons te wachten! Ik kan nauwelijks wachten om er met mijn fototoestel op uit te trekken en deze pracht vast te leggen. Laat maar komen, die stralende voorjaarsbloeiers!
Ook de wetenschappelijke naamgeving van het speenkruid verwijst naar de lente want ‘verna’ betekent letterlijk ‘van de lente’. Ficaria is afgeleid van het Latijnse woord Ficus (vijg), vanwege de vorm van de wortelknolletjes. De plant is ook bekend onder zijn oude Latijnse naam, Ranunculus ficaria, en daaruit blijkt dat ze een neefje is van de bekende Scherpe boterbloem (Ranunculus acris) en andere leden van de ranonkelfamilie.
Signatuurleer
De knolletjes aan de wortels die op aambeien lijken
Volgens de principes van de signatuurleer, waarbij het uiterlijk van een plant aanwijzingen geeft voor de ziekten waartegen het kruid kan helpen, zou speenkruid niet alleen effectief moeten zijn tegen aambeien, maar ook tegen aandoeningen van de teelballen, of misschien zelfs – voor wie wat fantasie toepast – tegen zwak sperma. De opvallende gelijkenis qua vorm leek deze gedachte te rechtvaardigen.
Oké, dus misschien krijg je geen plotselinge boost van energie door in oude kruidenboeken te snuisteren, maar geloof me, het is een feestje voor je brein! In 1644 schreef Rembert Dodoens reeds dat …
“de wortelkens met aanhangende greynkens van het Speencruydt te ghebruycken zijn om de speenen te genesen: want de speenen oft anbeyen met het sap van dit cruydt met wijn oft pisse van den krancken (ja, u leest het goed) ghemengelt zijnde, dikwijls gewassen ende ghenet, worden kleynder ende in een getrocken ende verdroogen heel.”
What’s in a name?
Ook in de Engelse benaming klinkt dat gebruik nog door: ‘Pilewort’. Dit betekent letterlijk ‘aambeienwort”. De Engelse term ‘wort’ is vaak geassocieerd met medicinale planten.
De Nederlandse benaming ‘gewoon’ speenkruid onthult op verrassende wijze zijn alomtegenwoordigheid in de natuur. Ook andere plantennamen beginnen soms met ‘gewoon’ of ‘gewone’. Denk bijvoorbeeld aan ‘Gewoon varkensgras’ of ‘Gewone raket’. Echter, deze schijnbare alledaagsheid betekent niet dat ze altijd overal te vinden zijn. Soms duidt het gebruik van ‘Gewoon’ of ‘Gewone’ ook op subtiele verschillen tussen soorten binnen hetzelfde geslacht. Vooral het Vreemd speenkruid (Ficaria ambigua) is een sterk gelijkende soort. Deze heeft goed ontwikkelde vruchten en geen okselknolletjes. Gewoon speenkruid heeft smalle kroonbladen, die elkaar niet met de randen bedekken. Vreemd speenkruid daarentegen heeft brede kroonbladen, die elkaar met de randen bedekken. Dus… Gewoon en Vreemd speenkruid.
De Duitse naam ‘Scharbockskraut‘ voegt nog een andere intrigerende dimensie toe aan de rijke geschiedenis van deze plant. Deze naam verwijst naar een vroegere medicinale toepassing, waarbij de jonge bladeren werden gebruikt om scheurbuik te voorkomen. Stel je voor: als zeelieden – die leden aan de verwoestende effecten van scheurbuik – aan land kwamen, was hun eerste missie het speenkruid te vinden. Waarom? Het was al lang bekend dat deze sappige bladeren een krachtig middel waren tegen deze vreselijke ziekte, maar het mysterie bleef: waarom werkten ze zo goed? Het duurde tot 1915 voordat het antwoord gegeven werd: het was de overvloedige aanwezigheid van vitamine C in het speenkruid dat deze wonderbaarlijke genezende krachten verklaarde.
Elk aspect van de naamgeving onthult trouwens nieuwe lagen van betekenis en historie, waardoor het speenkruid nog fascinerender wordt. Denk maar aan oude namen voor deze plant, zoals ‘oaneklootjes’. Deze naam is geworteld in de perceptie van mensen die in de langwerpige, verdikte wortels een opmerkelijke gelijkenis zagen met de teelballen van een haan. En wat te denken van ‘katteklootjes’… ?
Ondanks het feit dat je vaak talloze bloempjes ziet maakt de plant moeilijk vruchten. De zaden zijn zeer kortlevend, zelfs korter dan één jaar. De verspreiding gebeurt hoofdzakelijk via de knolletjes (broedbolletjes) in de bladoksels.
Het geheim …
Wanneer de wereld nog sluimert onder een deken van ijs en sneeuw, onthult het speenkruid zijn magische geheim. Diep onder de aarde, verborgen voor het oog van de mens, liggen de kostbare schatten van de plant: kleine, peervormige knolletjes aan de wortels, een schatkist van voedingsstoffen verzameld gedurende de wintermaanden. Het zijn deze knolletjes die de sleutel vormen tot het ontwaken van de betovering. Terwijl de dagen langer worden haalt het speenkruid zijn reserves uit de knolletjes, en begint het zijn metamorfose.
Verspreiding
Vanaf februari ontvouwen zich de eerste delicate blaadjes. Kort daarna volgen de bloemen.
Het speenkruid, een bescheiden juweeltje van de natuur, gedijt op een variëteit aan locaties: van de rustige slootoever tot de levendige wegrand, van statige stadsparken tot de rustige schaduw van loofbossen. Het is meestal te vinden onder de beschermende takken van bomen. Als een prominente vertegenwoordiger van de voorjaarsflora onthult het zijn betoverende kracht nog voordat de lente echt op gang schiet. De bloemen openen zich als een bruisende symfonie van kleur, een eerbetoon aan het leven, terwijl de natuur langzaam uit de winterslaap ontwaakt en nog voor bladeren aan de bomen verschijnen.
Culinair
Vroeger werd Gewoon speenkruid wel gegeten als spinazie. De eerste bladeren in het voorjaar doen het uitstekend in een salade. Neem dan wel de bladeren voor de bloei, want tijdens de bloei vormen zich giftige stoffen in de bladeren. Bij het drogen van de oudere bladeren ontstaat er een giftige stof. Van het poeder hiervan werd vroeger in de Europese Alpen een vergif gemaakt wat op pijlen werd gesmeerd.
Belangrijke waarschuwing
Voorzichtigheid is geboden met betrekking tot het gebruik van deze plant. Alle delen van het speenkruid zijn licht giftig. De gifstoffen zijn onstabiel en hebben een lage toxiciteit. Ze worden gemakkelijk vernietigd door hitte. Het sap kan irritatie van de huid veroorzaken.
We raden ten stelligste af om op eigen houtje te experimenteren met wilde planten. Laat u altijd adviseren door een gehomologeerd fytotherapeut of herborist. Lees daaromtrent onze disclaimer onderaan deze pagina.
Vandaag heb ik een eerste keer deelgenomen aan een veldonderzoek dat gericht is op het begrijpen van de impact van het stadsklimaat op de biodiversiteit, met een focus op mossen en korstmossen. Dit onderzoek maakt deel uit van een groter project genaamd Hidden Biodiversity, gefinancierd …
Laten we het hebben over een echt coole gast in het bos: Cladonia! Geen mos deze keer maar een echt korstmos. Je komt ‘m hier en daar tegen, tussen andere mossen of aan de voet van een boom. Het heeft een grijsgroene kleur en ziet er …
Op deze stralende voorjaarsdag ben ik vol enthousiasme de stad ingetrokken, vastberaden om de eerste tekenen van de naderende lente te ontdekken. Met de zon op mijn gezicht en een sprankelende energie in mijn stap, speurde ik de omgeving af naar de kleurrijke pracht van de eerste bloeiende wilde planten. Het was een aangename verrassing om zoveel jonge wilde bloemen in volle bloei te zien langs de straten. De levendige kleuren en prille bloei brachten een vleugje vreugde en verwondering in het stadslandschap.
Hierbij een (beknopt) fotografisch overzicht. Klik op de foto’s om een groter formaat te bekijken.
Herderstasje
Het maadeliefje hield deze ‘winter’ niet op met bloeien
De eerste paardenbloem liet zich ook fotograferen
Het Gewoon speenkruid staat al volop in bloei. Binnenkort wijden we een volledig artikel aan deze plant.
De winterakoniet staat al enkele weken in bloei.
De blauwe bloempjes van de sneeuwroem zijn een lust voor het oog.
Vogelmuur met zijn fijne witte bloempjes
Brandnetel is ook al volop aan het groeien. De jonge blaadjes zijn ideaal voor een zuiverende thee
Vroeger dachten biologen dat de ware natuur ver verwijderd was van stedelijke gebieden, verstopt in bossen, duinen, vennen en andere afgelegen plekken. Maar nu groeit de interesse in alles wat leeft binnen de stad met de dag. En dat is geweldig nieuws! In de stad …
Elk jaar opnieuw raak ik betoverd door de prachtige, knotsvormige bloeiwijze van het Groot hoefblad (Petasites hybridus)! Het is werkelijk een magisch gezicht. In Brugge zijn er elk jaar talloze exemplaren te vinden aan de voet van de Poertoren en aan de oevers van de …
Laten we het vandaag hebben over het prachtige muurdubbeltandmos (Didymodon vinealis), een juweel in de kleimosfamilie (Pottiaceae), de meest talrijke familie van mossen ter wereld.
Muurdubbeltandmos gedijt in warmte en omarmt liefdevol een alkalisch, vaak kalkrijk substraat, zoals het betoverende kalkrijke duinzand, de verweerde charme van oude muren en de met puin verharde paden. Het siert zelfs de eeuwenoude wijngaardmuren en natuursteenmuren. Ik had het voorrecht om dit wonder te ontdekken op de muur van de H. Magdalenakerk in het centrum van Brugge ‘die scone’.
Laat me je vertellen over zijn betoverende uiterlijk: Muurdubbeltandmos vormt weelderige tapijten, variërend van los tot dicht, gekleurd in nuances van geelgroen tot bruingroen. Zijn tere, vertakte stengels strekken zich uit tot wel 4 centimeter hoog, dragen sierlijke lancetvormige bladeren die geleidelijk versmallen tot een scherpe punt. Als ze worden gekust door de regen, staan deze bladeren trots rechtop, maar als de zon ze droogt, buigen ze nederig of krullen ze zich elegant. En die bladranden, teruggebogen als een teken van bescheidenheid, reiken vaak twee derde tot vier vijfde van de bladlengte, terwijl de nerf zich nederig terugtrekt onder de bladpunt. Wat een meesterwerk van Moeder Natuur!
Symboliek en rituelen De berk is een typische lenteboom. Zijn symboliek is begrijpelijk, want in de noordelijke streken van Europa is de berk de eerste loofboom die in de lente uitloopt en aldus het nieuwe leven aankondigt. De Kelten hadden de gewoonte om de doden met …
Eeuwenlang heeft de berk tot de verbeelding gesproken. Gekend als de ‘witte Vrouwe met de groene sluier’, een naam die haar mystieke aura alleen maar versterkt. Maar laten we eens dieper graven, laten we ons verdiepen in de betoverende oorsprong van de Latijnse naam, Betula. Een naam …
Overal waar je kijkt, vind je groen! In elke stad is er wel een stadspark, en als dat er niet is dan is in de wijde omgeving wel een stadsbos te vinden. Stadsleven vermengd met natuurpracht, en wij waren er klaar voor. Onze bestemming? Het weelderige, bosrijke gebied ten zuiden van Brugge, met pareltjes zoals Beisbroekbos, domein Tudor en de betoverende abdijbossen van Zevenkerken. Onze missie? Mossen spotten! En geloof me, we werden overladen met een overvloed aan deze prachtige planten. Het was een dag vol verwondering en ontdekkingen, waarbij we ons één voelden met de natuur om ons heen.
Fraai haarmos (Polytrichum formosum)
Fraai haarmos
Van de haarmossen is het fraai haarmos het meest aan bos gebonden. De vaak uitgestrekte donkergroene zoden zijn praktisch in elk bos aanwezig in zandgebieden langs de kust en in het binnenland.
Fraai haarmos is een zodevormende plant met tot 15 cm lange, rechtopstaande, meestal onvertakte stengels. De stengelblaadjes zijn 9 tot 12 mm lang, lijnlancetvormig, donkergroen, aan de basis lichter gekleurd en schedevormend. In het bovenste deel van het blad vult de bladnerf bijna het hele blad.
Gewoon haarmos of fraai haarmos lijken sterk op elkaar. Gewoon haarmos kan tweemaal zo lang worden als Fraai haarmos en heeft vaak een lichtere groene kleur dan het diep donkergroene Fraai haarmos. Het blad van Gewoon haarmos is smaller dan dat van Fraai haarmos. Meer uitleg over de verschillen vindt u op de website https://www.yavannah.nl
Ken je het prachtige gesnaveld klauwtjesmos? Het is als een superster onder de mossen, je vindt het overal en het ziet er altijd geweldig uit! Met zijn weelderige, platliggende stengels vormt het een soort groene mat die de natuur echt opfleurt. En wist je dat die stengels wel tot 10 cm lang kunnen worden? Ze zijn plat en bedekt met delicate blaadjes die ze extra charmant maken.
Maar er is meer! Dit mos heeft een interessante eigenschap: het heeft zowel mannelijke als vrouwelijke voortplantingsorganen, maar die zitten op verschillende planten. Dat maakt het hele voortplantingsproces nog boeiender, toch?
En laten we het even hebben over dat opvallende dekseltje, de operculum! Het sluit het sporenkapsel af op een glamoureuze manier, als een modeaccessoire uit de natuur.
Dus, de volgende keer dat je een wandeling maakt, neem even de tijd om dit gesnaveld klauwtjesmos te bewonderen. Het zal je zeker fascineren met zijn unieke uitstraling en interessante eigenschappen!
De botanische naam Hypnum heeft een coole afkomst! Het komt eigenlijk van Hypnos, die oude Griekse dude die de baas was over slaap – ja, de echte slaap! Waarom? Omdat dit mos vroeger werd gebruikt als vulling voor kussens en matrassen, echt waar!
En dan hebben we de soortaanduiding cupressiforme. Klinkt als een mondvol, toch? Maar eigenlijk is het gewoon Latijn voor ‘cipres-vormig’. Dus, stel je voor dat je een stukje mos hebt dat eruitziet als een mini-cipres. Hoe cool is dat?
Dus, als je ooit de botanische wereld in duikt en je ziet Hypnum cupressiforme, dan weet je nu dat het meer is dan alleen maar een naam – het is een stukje geschiedenis en een vleugje natuurlijke flair!
Dit mos is echt verbazingwekkend! Het doet het geweldig goed in allerlei verschillende omgevingen, zoals zure heidegebieden, moerassen en droge, schrale graslanden. En weet je wat echt bijzonder is? Het kan zelfs groeien op de grond bij bomen met zure schors en op dode, omgevallen bomen. Het lijkt niet te worden tegengehouden door dingen als verzuring, uitdroging of bemesting – eigenlijk lijkt het er juist van te profiteren! Het is net alsof dit mos een soort superkracht heeft ontwikkeld waardoor het kan gedijen in omstandigheden waar andere planten het moeilijk zouden hebben. In het bos van de Sint-Andriesabdij komt het vaak voor.
Als je door het bos wandelt kan je het heideklauwtjesmos eigenlijk niet missen. Het vormt prachtige matten met zijn stengels die liggen of half opgericht zijn en wel tot 10 cm lang kunnen worden. Ze vertakken zich op een onregelmatige manier en zijn bedekt met bladeren die mooi plat zijn. De stengelblaadjes zijn bleekgroen en zien eruit als kleine ovaaltjes of lancetvormige blaadjes die soms recht en soms een beetje gebogen zijn, net als kleine sikkelvormige kunstwerkjes!
Wat dit heideklauwtjesmos nog spannender maakt, is dat het soms lastig te onderscheiden is van zijn neefje, het gesnaveld klauwtjesmos. Vooral als ze nog jong zijn lijken ze erg op elkaar. Maar weet je hoe je ze kunt onderscheiden? Het heideklauwtjesmos heeft een bleekgroene kleur terwijl het gesnaveld klauwtjesmos meer grasgroen is en vaak een vleugje rood heeft. De stengels zijn duidelijk afgeplat bebladerd. Bovendien groeit het heideklauwtjesmos zelden op bomen, dus dat is ook een handige hint!
Dus, als je de volgende keer door de natuur wandelt en je ziet een prachtige mat van heideklauwtjesmos, stop dan even en bewonder deze wonderlijke plant.
Oké, dus je bent in het bos en je denkt: “Laat ik eens gek doen en van het gebaande pad afgaan!” Dus daar stap je, tussen de bomen door, en ineens zie je het kussentjesmos! Serieus, die naam is echt op z’n plaats. Het ziet eruit als kleine kussentjes verspreid over de grond. Misschien gebruiken de kabouters ze wel als hoofdkussentjes als ze een dutje willen doen. Wie weet liggen er zelfs een paar te snurken terwijl jij voorbij wandelt!
Dit mos is echt een superheld als het gaat om droogte! Het is echt een kampioen in het overleven zonder water. Wanneer het in contact komt met water van boven de grond, zuigt het dit water op en verandert het van kleur naar een opvallend grijsgroen. Maar, wanneer het een tijdje droog blijft, worden de bladeren licht van kleur en krijgen ze een coole blauwgroene tot zelfs witgele tint, allemaal omdat de speciale hyaliene cellen hun water verliezen.
Dus, dit mos is als een echte actieheld in een droge wereld! Het is net alsof het een ingebouwd watersysteem heeft waarmee het kan aanpassen aan de omstandigheden. Echt geweldig, toch? Dit mos is absoluut een natuurlijke wonder dat bewondering verdient!
Geplooid snavelmos
Geplooid snavelmos (Eurhynchium striatum)
Had je ooit gehoord van het geplooid snavelmos? Ik nog niet! Dit buitengewone bladmos, behorende tot de familie Brachytheciaceae, gedijt op voedselrijke humeuze bodems in weelderige bossen, maar ook op stoere rotsen en rond de voeten van bomen! Ik vond het hier in de bossen van de Sint-Andriesabdij Zevenkerke.
Het geplooid snavelmos vormt weelderige, groene tapijten die glanzen als smaragden en zich vaak uitstrekken tot wel 5 cm hoog! Zijn kenmerkende stijf afstaande driehoekige bladeren sieren de grillig vertakte planten die samen losse, weelderige weefsels vormen. En wist je dat als je goed kijkt met een loep, je de prachtige lengteplooien van de stengelbladeren kunt zien? Het is werkelijk een natuurlijk meesterwerk om van te genieten!
Dit opmerkelijk lid van de Brachytheciaceae-familie is overal ter wereld te vinden! Een kosmopolitische wonder dat in de meest uiteenlopende leefgebieden en op een breed scala aan substraten gedijt. En raad eens waar ik het ontdekte? In het centrum van Brugge prijkte het trots op een majestueuze boomstam in het Astridpark.
Maar dat is nog niet alles. Het gewoon dikkopmos pronkt met weelderige sporofyten die overvloedig aanwezig zijn. Zijn sporenkapsels, eerst groen van kleur, transformeren bij rijpheid tot een verleidelijk roodbruin, gekromd en elegant, rustend horizontaal of schuin op een ruwe, lange steel.
Dit fascinerende mos gedijt op een verbazingwekkend scala aan substraten – van voedzame bodems tot levenloos hout, van schors tot rotsen, zelfs op stenen muren en afval. En alsof dat nog niet genoeg is, voelt het zich net zo thuis op zonovergoten open plekken als in de beschutting van schaduwrijke hoekjes. Het is geen wonder dat dit mos zo’n algemene verschijning is, zelfs in de weelderigste gazons!
Natuurlijk zijn er nog veel meer coole mossen te ontdekken in het bos (of park). Het zou te gek zijn om ze allemaal hier te beschrijven. Daarom gaan we ons nu beperken tot een teaser van een epische photoshoot die we in de toekomst zullen blijven aanvullen. Dus, als je meer wilt zien, moet je zeker terugkomen naar deze pagina. Blijf nieuwsgierig en laat je verrassen!
Planten zijn fundamenteel voor het leven op onze prachtige planeet. Een episch hoofdstuk in de geschiedenis van de Aarde ontvouwde zich toen planten de aardse omgeving begonnen te koloniseren. Ongeveer 480 miljoen jaar geleden betraden landplanten, ook wel embryophytes genoemd, het toneel. Te midden van deze …
Levermos Tot nog toe bespraken we vooral bladmossen. Maar vandaag komt een vertegenwoordiger van de levermossen aan de beurt: het halvemaantjesmos (Lunularia cruciata) Het halvemaantjesmos is een levermos uit de familie van de Lunulariaceae. Het wordt gevonden tussen kasseien in oude binnensteden, langs oevers van …
Gewoon zijdemos (Homalothecium sericeum) is een lid van de familie Brachytheciaceae. Het koloniseert het liefst kalkrijk gesteente en is ook te vinden op rotsen en oude muren. Daarnaast komt de soort ook regelmatig epifytisch (op bomen) voor en lijkt op dit substraat zelfs vooruit te gaan.
Deze krachtige mossen zijn werkelijk prachtig! In hun vochtige glorie stralen ze zijdezacht, glanzend en frisgroen tot goud- of geelgroen. Ze creëren weelderige, grote plakken die een feest voor het oog zijn.
Zodra de droogte toeslaat transformeren de bladeren tot dakpannen op de stengels en richten de takken zich opwaarts, waardoor de planten een boeiende, bruinachtige tot grijsgroene tint krijgen.
Tijdens vochtig weer leggen de zijtakken zich liefdevol plat tegen het substraat, en de belangrijkste sporten rusten trots op de ondergrond. De zijscheuten vertakken zich dan op een betoverende wijze, waardoor kenmerkende smalle driehoekige scheuten ontstaan. Wat een schitterende transformatie in elke fase van hun prachtige leven!
Gewoon zijdemos
Bedreigde muurvegetaties
In een tragisch verloop van de afgelopen decennia zijn deze eens zo weelderige mossen – samen met andere muurvegetaties – ten prooi gevallen aan een onheilspellende afname, zowel in aantal als diversiteit. De schuldige? Een meedogenloze trend waarbij tijdens de restauratie van eeuwenoude muren, deze prachtige planten genadeloos als ‘rommel’ worden afgedankt of meedogenloos worden weggeschrapt. Hier heerst het kille dogma van netheid, waarbij muren worden gerenoveerd door ze genadeloos schoon te spuiten en te voorzien van harde metselspecie. Een tragisch lot, want dit streven naar perfectie komt met een hoge prijs: de afname van biodiversiteit en het verlies van vaak zeldzame mossen en andere planten. De natuurlijke pracht verdwijnt in de duisternis van onbegrip en onachtzaamheid.
Renovatie met een visie
Gelukkig blijven hier en daar in de stad oude muren onaangeroerd, of gaat men in overleg met de stadsecoloog te werk bij de renovatie.
In deze betoverende setting vinden de prille pioniers, zoals het Muursterretje (Tortula muralis), Gewoon zijdemos (Homalothecium sericeum), Muursnavelmos (Rhynchostegium murale) en Gewoon muisjesmos (Grimmia pulvinata), hun ideale habitat. Als de eerste sporenplanten vestigen ze zich met enthousiasme in de microkosmos van spleten en holtes, waarmee ze de start markeren van een levendige successie op deze stenen canvas. Het is een feest van leven en groei, waar ruwheid en pracht hand in hand gaan op de muren die getuige zijn van dit indrukwekkende natuurlijke schouwspel.