Half april in Damme: een tijd waarin de oude stenen opnieuw tot leven lijken te komen. Aan de muren van de Damme en rond de Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk kleurt het eeuwenoude metselwerk opnieuw warm goudgeel door de bloei van de muurbloem (Erysimum cheiri). Deze muurbewoner is een ware erfgenaam van het …
Wie midden april langs de Damse Vaart fietst, of een oude spoorwegbedding volgt, kan er haast niet naast kijken: overal lichten gele bloemen op, als kleine zonnetjes die het landschap doen gloeien. Het is een vertrouwd, maar tegelijk intrigerend schouwspel. Want wat staat daar nu …
Sommige planten lijken haast niet van deze wereld. Ze groeien op plekken waar je niets verwacht: tegen verweerde gevels, op oude bruggen, tussen de voegen van een kademuur. Eén van de meest gracieuze onder hen is zonder twijfel muursla (Mycelis muralis). Met haar ranke gestalte, ijle vertakkingen en fijne, gele bloempjes lijkt ze wel de kantwerkster van de stadsmuren – een stille danseres op de wind.
In Brugge heeft ze haar favoriete plekken: op de Meebrug, langs de Groenerei, aan de Verversdijk en – jawel – vandaag nog zag ik haar dartel bloeien langs de Spiegelrei. Maar wie goed kijkt, merkt dat ze op nog veel meer plaatsen haar luchtige aanwezigheid laat voelen. Zeker nu, in volle bloei, is ze overal te vinden, als je maar even je blik van de straat naar de muur durft te heffen.
Haar bloempjes zijn klein, maar wie een loep gebruikt – of een macrofoto maakt – ontdekt een verfijning die je versteld doet staan: vijfbloemige hoofdjes uit de composietenfamilie (Asteraceae), elk met een zachtgele gloed, zwevend op elegante stengels. Alsof ze geen zwaartekracht kennen. De hele plant vertakt zich als een ruimtelijk net van licht: een levend kantwerk tussen steen en lucht.
Muursla
Eetbaar
Muursla is niet enkel een estheet. Ze heeft ook een verrassend rijk palet aan toepassingen. Botanisch gezien is ze verwant aan onze kropsla. Laat die doorschieten, en je herkent gelijkenissen in blad en bloem. De bladeren van muursla zijn eetbaar – jong en mals in een salade, of gestoofd als spinazie. Maar eerlijk? Plukken is zonde. In de stedelijke flora is ze een geschenk: een robuuste overlever die biodiversiteit ondersteunt en schoonheid brengt op onverwachte plekken.
Andere toepassingen
In de volksgeneeskunde heeft muursla een lange traditie. Ze werd ingezet bij artritis, spijsverteringsproblemen, huidziekten en zelfs koorts. De plant bevat antioxidanten, flavonoïden en andere werkzame stoffen met ontstekingsremmende en pijnstillende eigenschappen. Maar ook hier geldt: gebruik met kennis van zaken, want in hoge dosering kan de plant toxisch zijn.
In de cosmetica maakt ze een meer bescheiden opwachting – maar niet minder effectief. Extracten van muursla worden gebruikt in huidverzorging om de huid te verzachten en te beschermen tegen veroudering. Een geheim van de natuur, verpakt in een luchtig plantje tegen een muur.
In de mythologie
Zelfs in de oude mythologie heeft ze haar plaats. Bij de oude Grieken werd muursla geassocieerd met de zonnegod Apollo – genezer en beschermer. In het middeleeuwse Europa schreef men haar beschermende krachten toe tegen boze geesten en hekserij. Misschien is het geen toeval dat ze vandaag nog zo graag op oude muren groeit – als een stille wachter.
Ecologie
En tenslotte is ze ook een weldaad voor het stadsleven zélf: bijen, vlinders en vogels vinden in haar bloemen en zaden een voedzame pleisterplaats.
Muursla is dus veel meer dan een sierlijke verschijning. Ze is een brug tussen verleden en heden, tussen geneeskracht en poëzie, tussen flora en stad.
Bronnen en meer informatie
Bibliografie: Secrets d’une herboriste. Marie-Antoinette Mulot, edities van de Dauphin, 2015,
Maandag 13 april 2026 Vandaag had ik afgesproken met natuurfotograaf Nic Carsauw (1) uit Mechelen, altijd een garantie voor boeiende gesprekken en een scherpe blik op alles wat groeit en bloeit. We begonnen met een gezellige lunch in restaurant Récolte (2) in Brugge, waar de smaken puur en eerlijk …
Wie met aandacht naar de natuur kijkt, merkt al snel dat achter de ogenschijnlijke chaos een diepe orde schuilgaat. Die orde is vaak terug te voeren op enkele fundamentele wiskundige principes, zoals fractals, de Fibonacci-reeks en de gulden snede. Samen vormen zij als het ware …
Midden in de stad vonden we een grassoort die duidelijk een vingergras is. We laten het in het midden welke soort het precies is – harig vingergras of glad vingergras. Op basis van onze beperkte observatie vermoeden we dat het om het tweede gaat. Er zijn enkele verschillen tussen Harig vingergras (Digitaria sanguinalis) en glad vingergras (Digitaria ischaemum), zowel in hun morfologische kenmerken als hun ecologische voorkeuren.
Harig vingergras (Digitaria sanguinalis)
Harig vingergras is een eenjarige plant die tot wel 80 cm hoog kan worden. Het heeft een verspreide, vaak vrij losse groeistructuur en staat bekend om zijn harige bloeiwijze, wat de oorsprong is van de naam “harig”. De bladeren zijn smal, lichtgroen en vaak behaard, wat de plant een ruwe uitstraling geeft. De bloeiwijze is pluimvormig en vertakt zich in vingerachtige takken die een lichte, elegante structuur creëren. Dit maakt het gras goed herkenbaar, vooral wanneer het in bloei staat van juni tot september.
Harig vingergras komt vaak voor op verstoorde gronden, zoals akkers, bermen, graslanden en braakliggende terreinen. Het gedijt goed in plekken waar de bodem bewerkt of verstoord is, en is te vinden in gematigde klimaten, hoewel het ook goed bestand is tegen droogte. Het groeit het beste op zonnige, goed doorlatende bodems, en kan ook in kalkrijke of zanderige gronden overleven.
Ecologisch gezien speelt harig vingergras een rol in het ondersteunen van biodiversiteit. Het biedt een voedselbron voor verschillende insecten, waaronder sommige vlinders en grassprieten. De plant kan zich snel verspreiden door zaad, wat bijdraagt aan de vestiging van een soort in nieuwe of verstoorde habitats. Desondanks wordt het vaak als onkruid beschouwd, omdat het zich snel in grasvelden en akkers kan vestigen, waar het andere gewassen kan verdringen. Harig vingergras heeft bovendien een lage waterbehoefte, wat het bijzonder geschikt maakt voor droge zomers.
Kortom, Digitaria sanguinalis is een veelzijdige plant die een belangrijke ecologische functie vervult, maar tegelijkertijd ook als lastig onkruid kan worden beschouwd in bepaalde omgevingen.
Glad vingergras (Digitaria ischaemum)
Glad vingergras is een eenjarige plant die doorgaans tussen de 20 en 50 cm hoog wordt, wat het kleiner maakt dan het verwante Digitaria sanguinalis. Het heeft een gladde, niet behaarde uitstraling, in tegenstelling tot het harige vingergras, wat het gemakkelijk te onderscheiden maakt. De bladeren zijn smal, lancetvormig en hebben een heldergroene kleur, zonder de paarse tint die kenmerkend is voor Digitaria sanguinalis.
De bloeiwijze van glad vingergras lijkt veel op die van harig vingergras, maar de vertakkingen zijn minder harig en de bloeiwijzen zijn over het algemeen minder opvallend. De plant bloeit van juni tot september en de bloeiwijze heeft een meer subtiele uitstraling, waardoor het gras vaak minder snel opvalt in het landschap.
Glad vingergras komt vooral voor in graslanden, verstoorde gronden en grasvelden. Het is vaak te vinden op dezelfde soorten plekken als Digitaria sanguinalis, maar heeft de voorkeur voor koelere klimaten en komt daardoor vaker voor in gebieden met een gematigd klimaat. De plant is minder invasief dan sommige andere grassoorten, zoals Cynodon dactylon, en kan zich goed aanpassen aan verschillende bodemsoorten, hoewel het het liefst groeit in zonnige, goed doorlatende bodems.
Ecologisch gezien speelt Digitaria ischaemum een kleinere rol in de biodiversiteit dan Digitaria sanguinalis, maar het biedt nog steeds een voedselbron voor verschillende insecten. Het is niet zo snel invasief, waardoor het zich meestal in balans houdt met andere plantensoorten in de omgeving. Glad vingergras is een nuttige plant in grasvelden en kan bijdragen aan het in stand houden van een gezonde grasmat, vooral in minder droge omgevingen.
Samenvatting van de belangrijkste verschillen
Digitaria sanguinalis heeft een harige bloeiwijze, terwijl Digitaria ischaemum een gladde bloeiwijze heeft en minder behaard is. Daarnaast is Digitaria sanguinalis meer verwant aan warme zomers en gedijt het het beste in gematigde, zonnige klimaten, terwijl Digitaria ischaemum meer de voorkeur geeft aan koelere omgevingen en vaak in gematigde of koelere klimaten te vinden is.
Harig vingergras lijkt veel op handjesgras (Cynodon dactylon).
Vingergras heeft een losse, rechtopstaande groei en een pluimvormige bloeiwijze, met smalle, behaarde bladeren. Het is een eenjarige plant die voorkomt op verstoorde gronden in gematigde klimaten.
Handjesgras heeft een tapijtvormende groei met stolonen(*) en een compacte, handvormige bloeiwijze. Het is een meerjarige plant, goed bestand tegen droogte.
(*) Stolonen zijn horizontale, ondergrondse of bovengrondse uitlopers die door sommige planten worden gebruikt om zich vegetatief voort te planten. Ze groeien uit de hoofdmoot van de plant en kunnen nieuwe wortels en scheuten vormen op de knopen langs de uitloper. Dit maakt het mogelijk voor de plant om zich snel over een gebied te verspreiden en nieuwe exemplaren te creëren.
Wie langs verweerde muren, vergeten bermen of omgewoelde grond passeert, is misschien al – wellicht onder het te weten – in het gezelschap geweest van Lepidium ruderale, de steenkruidkers.
Op het eerste gezicht oogt ze onopvallend: een frêle plantje met ragfijne blaadjes en bloempjes klein als speldenkoppen. Maar wie de moeite neemt om te buigen en werkelijk te kijken, stuit op een wonder van overlevingskunst. Dit tengere kruid draagt een geschiedenis mee van menselijk gebruik en botanische eigenzinnigheid. Zelfs haar naam fluistert verhalen: van steen en ruigte, van kruid en karakter.
Weegbree (Plantago spp.) is één van de bekendste en meest veelzijdige geneeskrachtige kruiden in Europa. De twee meest voorkomende soorten in Vlaanderen zijn: Beide soorten hebben gelijkaardige medicinale eigenschappen. Medicinale eigenschappen Weegbree staat al eeuwenlang bekend om zijn krachtige werking bij allerlei kwaaltjes. Deze bescheiden plant …
Dit artikel werd ons aangeleverd door Broeder Yvan Jacques (1)
Met hun uitbundige bloei komen de eerste lentebloemen weer tevoorschijn. Alsof ze plots uit de donkere aarde ontwaken, brengen ze licht en vreugde in het landschap. Hun komst kondigt de lente aan, en stilaan groeit ook het verlangen naar de warme dagen van de zomer. Deze bloemen bekoren ons niet alleen door hun schoonheid, ze dragen vaak ook een rijke schat aan geneeskracht met zich mee. Zo willen we even stilstaan bij daslook, een plant die zowel in de natuur als in de kruidengeneeskunde een bijzondere plaats inneemt.
Het loont de moeite om in deze tijd van het jaar een wandeling te maken naar vochtige, schaduwrijke bossen, waar daslook of paarse boshyacinten in volle glorie te bewonderen zijn. Wanneer deze planten massaal bloeien, krijgt het bos een haast feeërieke, bijna mythische uitstraling.
Burrekenbos
Een prachtig voorbeeld daarvan is het Burrekenbos in Zegelsem, een natuurgebied dat binnen enkele weken weer wit zal kleuren van de daslook. De naam “Burreken” verwijst naar een bron of waterplek, afgeleid van het Middelnederlandse borre of borne, wat “bron” of “waterput” betekent—een mooie aanwijzing voor de vochtige omgeving waarin deze planten gedijen.
In stille, beschaduwde plekken, waar het water zachtjes opwelt en de bodem bedekt is met bloeiende planten, kan men zich gemakkelijk laten meevoeren in oude verhalen en verbeeldingen van spelende natuurgeesten.
Daslook
Daslook – Allium Ursinum L .
Daslook groeit tot ongeveer 40 cm hoog en bloeit van april tot mei met sierlijke, stervormige witte bloemen op lange stelen. De brede, donkergroene bladeren lijken op die van het lelietje-van-dalen, maar voorzichtigheid is geboden: deze laatste is sterk giftig en mag niet verward worden met daslook.
De naam Alliumis afgeleid van het Latijnse olere, wat “geur verspreiden” betekent, terwijl ursinumverwijst naar ursus, het Latijnse woord voor “beer”. Volgens oude overlevering zou daslook een van de eerste planten zijn die beren eten na hun winterslaap, om hun lichaam te versterken. Men zei zelfs dat hun pels ernaar ging ruiken, wat insecten op afstand zou houden—een gedachte die met een knipoog ook voor de mens wel eens nuttig zou kunnen zijn.
In de kruidengeneeskunde gebruikt men enkel de bladeren van daslook; de wortelstok wordt niet toegepast. Deze bladeren bevatten onder meer etherische oliën, flavonoïden en zwavelverbindingen. Net zoals gewone knoflook (Allium sativum) staat daslook bekend om zijn gunstige werking op de bloedsomloop. Het helpt de bloedvaten zuiver te houden, ondersteunt een gezond cholesterolgehalte en draagt bij tot een goede darmflora.
Bij klachten zoals een moeizame spijsvertering of winderigheid kan daslook verlichting bieden. Ook in het voorjaar wordt de plant vaak gebruikt als onderdeel van een zuiverende kuur, om het lichaam na de winter weer op kracht te brengen. In hetzelfde kader past ook het gebruik van vers berkensap, dat weldra opnieuw beschikbaar zal zijn.
Zo herinnert de daslook ons eraan dat de natuur niet alleen schoonheid schenkt, maar ook zorg draagt voor het welzijn van de mens—zoals dat al generaties lang wordt doorgegeven.
Daslook is ook ontstekingsremmend en werkt op de luchtwegen door slijmophopingen op te lossen. Het voorkomt eveneens griep en hoestbuien. Wie diabetes type 2 heeft kan daslookbladeren gebruiken in gerechten of slaatjes want het regelt de bloedsuikerspiegel.
Daslook in het begijnhof te Brugge
Hoe gebruiken?
moedertinctuur: 3 x 40 druppels per dag.
Infuus van blaadjes. 1 theelepel geknipte blaadjes op een tas kokend water en daarna zeven.
Culinair
Gehakte bladeren in salades en soepen.
Wil je een lekkere olie voor salades gebruik dan 1 l olijfolie extra vierge en laat daarin gedurende een maand daslookblaadjes trekken, zeven en gebruiken.
Ik heb zelf eens pesto gemaakt van daslookblaadjes met volgend recept:
Gebruik 50 gram walnoten die je roostert in een pan. Doe dat in je blender en voeg daar 100 gram daslookblaadjes aan toe samen met 50 gram gemalen parmesankaas en 225 ml olijfolie extra vierge. Je kunt het ongeveer een maand bewaren in de frigo. In plaats van walnoten kan je ook pijnboompitten roosteren. Smakelijk.
Contra-indicaties
Niet gebruiken wanneer je irritaties aan het spijsverteringskanaal hebt. Zoals bij maagslijmvliesirritaties. Daslook bezit bloedverdunnende eigenschappen. Niet gebruiken bij acute bloedingen door maagzweren. Geen gebruik maken 14 dagen vóór een tandingreep of operatie.
Disclaimer
Deze site vervangt geen deskundig advies voor medische behandeling. Raadpleeg altijd een deskundig zorgverstrekker of arts. Ook wat betreft de op deze website aangeboden culinaire recepten mag u deze niet beschouwen als deskundig advies. Daarvoor dient u zich te richten tot een gehomologeerde arts, fytotherapeut of diëtist. Lees onze uitgebreide disclaimer op: https://www.stadsplanten.be/disclaimer-2/
(1) Over Broeder Yvan Jacques
Broeder Yvan Jacques werd geboren in Brugge op 6 maart 1954. Samen met Andreas Vanvlasselaer stichtte hij op 13 augustus 1980 het monasterium Mariakluizen in Brakel-Zegelsem.
Deze gemeenschap is een semi-kluizenaarsgemeenschap, geïnspireerd door de traditie en geschriften van de eerste kluizenaars uit Egypte. Het monasterium heeft een oecumenisch karakter. Broeder Yvan is priester en abt-bisschop en leidt een seminarie dat openstaat voor vrouwen en mannen, ongeacht hun levensstaat.
Daarnaast volgde Broeder Yvan een herboristenopleiding bij Syntra in Aalst. Zijn belangstelling voor geneeskrachtige kruiden gaat echter al vele jaren terug en sluit aan bij de tradities van de middeleeuwse abdijen. Maandelijks stelt hij het tijdschrift GOM samen, een spiritueel en cultureel tijdschrift waarin telkens ook aandacht wordt besteed aan de medicinale en culinaire toepassingen van kruiden.
Broeder Yvan Jacques in de tuin van het monasterium Mariakluizen.
In de lente-editie van Kruidentaal Magazine verscheen in maart 2026 een artikel van mij dat gewijd is aan de paardenbloem. Helemaal in de geest van de Nigon Wyrta Galdor (zie voetnoot 5) heb ik een gebedskaart voor de paardenbloem gemaakt, waarin haar kwaliteiten en rituele gebruiken tot …
Tussen stoeptegels, aan de voet van oude muren of op een dun laagje zandige aarde verschijnt soms een plantje dat zo klein is dat men er gemakkelijk overheen kijkt. Toch behoort het tot de dapperste lenteboden van onze flora: het kandelaartje. De botanische naam, Saxifraga tridactylites, …
Wie in de late winter of het vroege voorjaar aandachtig naar het voetpad kijkt, ontdekt soms een klein maar verrassend levenskrachtig plantje dat zich vlak tegen de huisgevel nestelt. Het is de kleine veldkers (Cardamine hirsuta), een bescheiden kruid dat zich nauwelijks tien tot twintig centimeter hoog opricht, maar dat een opmerkelijke rol speelt in de vroege lente. Terwijl veel planten nog slapen onder de koude grond, durft dit plantje al te bloeien. Het is een van de eerste groene tekens dat de winter zijn greep begint te lossen en de lente er aan komt.
De kleine veldkers behoort tot de kruisbloemenfamilie, dezelfde plantenfamilie als mosterd, kool en tuinkers. Dat zie je meteen aan de kleine, witte bloempjes met hun vier kroonblaadjes in kruisvorm. De bloemen zijn klein en eenvoudig, maar wanneer ze in groep verschijnen, vormen ze een fijn wit wolkje boven de lage rozet van blaadjes. Bekijk ze eens met een plantenloep.
kleine veldkers (Cardamine hirsuta)
Typisch stadsplantje
Wat dit plantje bijzonder maakt, is zijn moedige vroege bloei. Al vanaf februari, soms zelfs nog vroeger tijdens zachte winters, verschijnen de eerste bloempjes. Op kale plekken tussen stoeptegels, langs muren of in kleine spleten waar nauwelijks aarde lijkt te liggen, groeit het onverstoorbaar verder. De stad is voor de kleine veldkers geen hinderpaal maar een leefgebied. Het is een typisch stadsplantje, een stille metgezel van het dagelijkse leven, dat zich thuis voelt waar mensen wonen: tegen gevels, langs muren, in bloembakken en tussen de voegen van het voetpad.
Wie beter kijkt, merkt dat de plant ook een bijzonder mechanisme heeft om zich te verspreiden. Wanneer de zaden rijp zijn, springen de smalle hauwtjes plots open. De zaden worden dan weggeschoten, soms wel een meter ver. Zo verovert het plantje telkens nieuwe plekjes tussen de stenen.
kleine veldkers (Cardamine hirsuta)
Eetbaar
Maar de kleine veldkers is niet alleen een dappere overlever – ze is ook eetbaar. De jonge blaadjes kunnen zonder probleem worden gegeten. Ze hebben een frisse, pittige smaak die sterk doet denken aan tuinkers of mosterd. Die lichte scherpte verraadt opnieuw haar verwantschap met de kruisbloemenfamilie. Een handvol jonge blaadjes kan een eenvoudige salade net dat sprankeltje geven dat aan het vroege voorjaar herinnert. Ook op een boterham met kaas of in een kruidige omelet past het plantje uitstekend.
Een kleine waarschuwing hoort er wel bij. Wie het plantje wil plukken om op te eten, kijkt best eerst even rond. De groeiplaats moet natuurlijk schoon zijn. De straatgoot is bijvoorbeeld niet meteen de meest verfijnde plek om je salade te gaan oogsten. En ook de plek vlak tegen een gevel vraagt soms wat gezond wantrouwen… laten we zeggen dat honden daar wel eens op een heel eigen manier gebruik van maken. Jawel, u begrijpt het al. Kortom: een beetje boerenverstand maakt van dit stadsplantje een heerlijke vondst in plaats van een twijfelachtig hapje.
Omdat de veldkers zo vroeg groeit, was ze vroeger voor veel mensen een van de eerste verse groene kruiden na de winter. In tijden waarin de wintermaanden arm waren aan verse groenten, vormden zulke vroege kruiden een welkome bron van vitaminen.
Toch blijft de kleine veldkers vaak onopgemerkt. Veel mensen zien haar slechts als een onkruid tussen de tegels. Maar wie even stilstaat en kijkt, ontdekt iets anders: een klein plantje dat met grote vastberadenheid de lente aankondigt.
kleine veldkers (Cardamine hirsuta
Bronnen en meer informatie
Over de KLEINE VELDKERS hebben we reeds eerder geschreven op deze website. Hieronder de links:
Wanneer de winter nog aarzelend over het land hangt en de meeste planten zich stilhouden in de koude aarde, is er één kleine voorbode van het nieuwe seizoen die zich al moedig toont. De kleine veldkers (Cardamine hirsuta) behoort tot de allervroegste groeiers: nog vóór …
Tussen Kerst en 3 januari organiseerde FLORON (FLORistisch Onderzoek Nederland ) voor de twaalfde keer de Eindejaars Plantenjacht. Honderden plantenliefhebbers gingen weer op zoek naar bloeiende planten. In totaal werden gemiddeld 13,2 soorten gevonden per wandeling. Bijna 400 mensen werkten vrijwillig mee aan dit onderzoek. Rond …
Wij wensen al onze lezers een stralend 2026, vol nieuwe ontdekkingen en verwondering in de natuur om ons heen. Moge dit jaar ons voldoening brengen bij elke wandeling door de stad, bij elk plantje dat we tegenkomen en bij elke groene ruimte die we koesteren. Laten we samen werken aan een stad die leeft, waar mens en natuur in harmonie samen groeien. Op naar een jaar van bloei, verwondering en groen!
Wat bloeit er tussen Kerst en Nieuwjaar?
Enkele weken geleden deden we een oproep om tussen Kerst en Nieuwjaar foto’s te maken van de nog bloeiende wilde planten in de stad. Misschien zat de vrieskou er voor iets tussen en werden er inderdaad weinig nog bloeiende plantjes gevonden, misschien hadden onze lezers het te druk met eindejaarsinkopen, maar we kregen bitter weinig respons op onze uitdaging. Enkel Katrien Cattoor van “De Kruidenspiegel” stuurde ons enkele foto’s toe. Van harte dank daarvoor!
Verder was ‘de oogst’ dit jaar inderdaad geringer dan vorig jaar, toen we met gemak een top-10 konden samenstellen.
Enkele foto’s van Marc Willems
Wat aantal nog bloeiende stadsplanten in Brugge betreft steekt muurfijnstraal er met kop en schouders bovenuit. Deze plant blijkt zich de voorbije decennia stevig in onze stad gevestigd te hebben.