Plantenwandeling in en om het begijnhof te Brugge

Onlangs mocht ik – op uitdrukkelijke vraag van de bewoonsters zelf – een plantenwandeling begeleiden in en rond het Brugse begijnhof. Het doel was eenvoudig, althans op papier: in anderhalf uur tijd kennis maken met een reeks planten die daar al jaren rustig hun eigen leven leiden, meestal zonder zich iets aan te trekken van de duizenden toeristen die het begijnhof bezoeken.
Het was niet de bedoeling om de deelnemers te imponeren met plantkundige termen waar je spontaan van gaat stotteren. Dus heb ik de klassieke “botanische overval” netjes opgeborgen en gekozen voor een andere invalshoek: planten met verhalen. En geloof me, dat zijn er meer dan genoeg. Planten hebben niet alleen wortels in de grond, maar vaak ook stevige verankeringen in volksverhalen, oude gebruiken en soms ronduit verrassende anekdotes.
Denk bijvoorbeeld aan het groot heksenkruid (Circaea lutetiana), dat zich met zichtbaar genoegen heeft geïnstalleerd in de private ontmoetingstuin van de bewoonsters. Het staat er alleszins niet toevallig: het voelt zich er zo thuis alsof het zelf de sleutel van de tuinpoort beheert.
De naam Circaea verwijst naar Circe, de legendarische tovenares uit de Griekse mythologie. En geef toe: dat is ook niet moeilijk te begrijpen. Zo’n schaduwminnende plant die op rustige, verborgen plekken opduikt en zich gedraagt alsof hij geheimen bewaart, heeft vanzelf iets van oude magie in zich.
En zo gaat dat verder, van plant tot plant, alsof je door een levend verhalenboek wandelt. Het vergeet-mij-nietje dat met zijn blauwe oogjes precies weet hoe het uw aandacht moet vasthouden. Het “slaapkamergeluk” dat al met zijn naam een glimlach ontlokt nog voor je er goed naar hebt gekeken. De wolfspoot aan het Minnewater, die klinkt alsof hij zo uit een middeleeuwse legende is weggelopen – en dat is hij ook. De bijenorchis, die zich ongestoord tussen al dat bloemengepraat staande houdt, en het hondskruid, een wilde orchidee die al even zeldzaam als fraai is.
En dan heb je nog het lievevrouwebedstro, dat klinkt als iets wat in een kloostertuin thuishoort, het klein glaskruid dat zich nederig maar koppig tussen de stenen wringt, de ereprijs die zich met stille waardigheid presenteert, en het robertskruid dat overal opduikt.
Samen vormen ze een bont gezelschap van planten met karakter, verhalen en een vleugje drama. Ideaal om de aandacht van een gezelschap levendig te houden — en om onderweg af en toe eens te doen vergeten dat men eigenlijk gewoon “naar onkruid aan het kijken” is.
De dames werden daarbij niet alleen luisteraars, maar ook vrolijke medespelers in het geheel. Af en toe werd er een kleine opdracht tussengeschoven, net om te zien of de namen ook echt bleven hangen – en vooral om de sfeer luchtig en levendig te houden.
Zo vertelde ik bijvoorbeeld dat men in Schotland gelooft dat een blaadje van de populier onder de tong wonderen kan doen als je woorden wat stroever komen. Nu is zo’n bewering natuurlijk niet iets dat je zomaar naast je neerlegt in een groep nieuwsgierige Brugse dames.
Dus werd er getest. Een blaadje onder de tong, rechte rug, en dan tien maal na elkaar zo snel mogelijk: populierpapier, populierpapier, populierpapier…
Wat volgde laat zich raden: de ernst hield precies één seconde stand, daarna veranderde het gezelschap in een vrolijke wirwar van gesmoorde klanken, half uitgesproken woorden en vooral veel, zeer aanstekelijk gelach. En ergens tussen de planten, de verhalen en de glimlachen door, voelde het begijnhof weer even zoals het altijd bedoeld is: levend, maar op zijn eigen rustige, ondeugende manier.
Aan het einde van de rondleiding verscheen in de verte een bijzonder aantrekkelijk vooruitzicht: koffie met gebak! Eén van de bewoonsters had bovendien een verfrissende kruidendrank bereid, die bij het warme weer bijzonder in de smaak viel.
Maar … voor wat, hoort wat. En dus moest eerst nog een laatste proef worden doorstaan: “brandnetelknuffelen”.
De vraag was even eenvoudig als verraderlijk: “Wie durft deze plant eens liefkozend in de handen te nemen?”
Om de moed wat op te krikken werd eerst de geruststellende theorie bovengehaald: als je van onder naar boven streelt, zou de brandnetel geen kwaad doen. Een theorie die in de praktijk vooral dient om de hartslag lichtjes te versnellen en de twijfel nog groter te maken.
En jawel, er waren een drietal moedigen — of laat ons zeggen: dames met een opvallende dosis nieuwsgierigheid — die zich niet lieten afschrikken. Zij mochten zonder enige twijfel een officieel, handgeschreven en met trots toegekend getuigschrift van moed in ontvangst nemen.
Tot slot moesten de deelnemers bewijzen dat ze tijdens de wandeling niet alleen naar de koffie hadden uitgekeken, maar ook af en toe hadden opgelet. Daarom kregen ze een heus examen voorgeschoteld. Goed, toegegeven: het woord examen klinkt indrukwekkender dan de werkelijkheid, want het ging om precies één meerkeuzevraag. Maar achter deze academische beproeving schuilde een nobeler doel: onder de aanwezigen een unieke fotobox met 36 kaarten van stadsplanten verloten. Plots bleek die ene vraag toch van levensbelang te zijn!
En toen, eindelijk, na plant, verhaal en een vleugje gezonde spanning: koffie, frisdrank en aardbeien. Misschien smaakte het zelfs iets lekkerder dan anders.

Fotoalbum



















Link naar de 16 meest recente artikelen
- De legende van het groot heksenkruid
- De legende van de knotwilg aan het Minnewater te Brugge
- Brugge, oltied schoane
- Het verhaal van het straatmadeliefje en het 504-stappen-experiment
- Zoek de 7 verschillen
- De legende van wolfspoot aan het Minnewater
- Plantenwandeling in en om het begijnhof te Brugge
- Wolfspoot (Lycopus europaeus)
- Kamilleknopje – Cotula australis
- Smalle weegbree – Plantago lanceolata
- Zachte ooievaarsbek
- Gewone versus gekroesde melkdistel
- With a little help from my friends
- Exoten in het Vlaamse stadslandschap
- Mannelijke vs. vrouwelijke brandnetels
- Links naar andere websites
Ontdek meer van Stadsplanten
Abonneer u om de nieuwste berichten naar uw e-mail te laten verzenden.
















Beste Marc, In het artikel van Begijnhof is de afbeelding van de wespenorchis geen wespenorchis maar een bijenorchis VG Geert Ranson
Klopt helemaal! Dank om mij op de vergissing te wijzen. Ik was iets te haastig om het artikel te publiceren.