Dit artikel werd geschreven door Nele Odeur op haar website Scent & Spice. https://www.scentandspice.nlWe danken Nele voor de toestemming om het artikel over te nemen; en we kunnen haar website warm aanbevelen. “Als etnobotanica heb ik wetenschappelijke kennis over het gebruik van planten, als kruidenkundige weet ik …
Het is zaterdag 13 april en de natuur ontvouwt haar meest verleidelijke lentecharmes. De zon streelt genereus de aarde en het kwik klimt vrolijk naar een zalige 20 graden. De belofte van een lunch in de boomgaard van de abdij van Zevenkerken na een schier …
Iedereen heeft de akkerpaardenstaart – zo wordt heermoes ook genoemd – al dikwijls gezien; en zeer waarschijnlijk ook even dikwijls hartsgrondig verwenst. Vooral als u een tuinier bent die de bloemetjes graag allemaal op een rijtje heeft. Herkent u zich daarin? Ja? Geen paniek; daaraan gaan we met dit artikel iets aan doen. Lees verder!
In het voorjaar verschijnen de fertiele, bladgroenloze stengels van heermoes (Equisetum arvense). De infertiele, groene stengels verschijnen ongeveer twee weken later, wanneer de fertiele stengels aan het verdorren zijn. Wie ‘m niet kent kan haast niet geloven dat het om één en dezelfde plant gaat. Heermoes is een plant uit de paardenstaartenfamilie. Die zijn allen gemakkelijk te herkennen aan de gelede stengels, waarbij op de knopen een krans van eveneens gelede zijtakjes staat.
Prehistorische roots
Equisetum komt van het Latijnse equus (paard) en setum (borstel of haren). Veel soorten lijken namelijk op een paardenstaart. Arvense betekent ‘op de akker groeiend’. Het is een lid van de oude groep planten die bekend staat als Equisetaceae, en die een afstamming hebben die teruggaat tot het Paleozoïcum, dat zich uitstrekte van ongeveer 541 miljoen tot 252 miljoen jaar geleden. In het Carboon werden de leden van de paardenstaartenfamilie zo’n 30 meter hoog. De tegenwoordige heermoes haalt een bescheiden 30 tot 60 centimeter Het is één van de oudste plantensoorten. Je zou het een levend fossiel kunnen noemen.
De fertiele, bladgroenloze stengel van heermoes (akkerpaardenstaart)
Sporenplant
In tegenstelling tot veel andere kruiden die tot nu toe op deze site besproken zijn, is heermoes geen zaadplant, maar een sporenplant. Heermoes vormt dus geen bloemen. De voortplanting geschiedt door middel van sporen. Maar hij kan zich ook vegetatief voortplanten, want de wortel groeit zo diep dat hij niet uit te roeien is. Elk stukje wortel dat achterblijft groeit weer uit tot een plant.
Habitat
Hij komt voor in delen van Europa, Azië, het Midden-Oosten en Noord-Amerika en heeft een voorkeur voor zure, vooral voedselarme, mineraalarme, vochtige, dichtgeslagen grond én zon. Hij groeit het liefst op vochtig en leemachtig akkerland, langs randen van grasland, op woeste grond en in bermen.
Bijzonderheden
Stamstructuur: Het meest onderscheidende kenmerk van akkerpaardenstaart is de unieke stengelstructuur. De stengel is hol, verbonden en gesegmenteerd en lijkt op bamboe. De stengelsegmenten staan bekend als internoden. De groene, infertiele stengels hebben een holte die kleiner is dan de een derde van de doorsnede van de stengel. De zijtakken staan in kransen rondom de stengel, die ter plaatse voorzien is van een stengelschede met zes tot twaalf tanden. Het eerste lid van de zijtakken is veel langer dan de bijbehorende stengelschede. Dit is al een belangrijk onderscheid met lidrus (Equisetum palustre). We komen daar verder nog op terug.
Sporenplant: In het vroege voorjaar verschijnen van deze paardenstaart eerst de stengels met de sporendragers, later verschijnen de ‘gewone’ stengels. De zijtakken zitten in kransen aan de stengels. Een belangrijk kenmerk is de lengte van de leden van de centrale as, die zijn korter dan de eerste leden van de zijtakken. Als de sporen rijp zijn, sterft de stengel af. Daarna verschijnen steriele stengels met vele vertakkingen. Zij staan in kransen om de stengel heen. Deze bestaat uit zes of meer schakels of ribben.
Hoogte: Veldpaardestaart kan een hoogte bereiken van ongeveer 20 tot 60 centimeter. In sommige gevallen kan het groter worden.
Vertakking:De plant heeft een vertakkend, bossig uiterlijk met wervelingen van slanke takken die van elk gewricht langs de stengel uitstralen.
Bladeren:Equisetum arvense mist echte bladeren. In plaats daarvan heeft het kleine, schaalachtige structuren die bij elk gewricht aan de stengel zijn gefuseerd. Deze structuren zijn niet fotosynthetisch en worden niet als echte bladeren beschouwd.
Spore-producerende kegels: De voortplantingsorgaantjes van de akkerpaardenstaart zijn kegelvormige structuren die een beetje op paddenstoelen lijken. Deze kegels bevinden zich aan de uiteinden van de opschietende stengel en verschijnen eerst.
Sporenplant: De plant reproduceert zich door sporen in plaats van door zaden. De plant vormt dus geen bloemen.
Kleur: De kleur van Equisetum arvense kan variëren, maar het is vaak een lichtgroene tot bruinachtige kleur.
Habitat: Akkerpaardenstaart wordt vaak aangetroffen in vochtige en zandgronden, langs rivieroevers, in moerassen en in andere vochtige omgevingen. Het kan enigszins invasief zijn en staat bekend om zijn vermogen om te gedijen in verschillende bodemgesteldheden.
Heermoes is voor bepaalde planten giftig. Grassen kunnen niet kiemen in de buurt van heermoes.
Heermoes (Akkerpaardenstaart)
Gebruik
Dit kruid was al in de oudheid bekend. De Grieken gebruikten de plant om bloedingen te stoppen, de Romeinen tegen reuma en jicht. Daarna had men eeuwenlang weinig aandacht voor heermoes als geneeskrachtige plant. Door de aanwezigheid van silicium in de oxidevorm, zand dus, kan heermoes gebruikt worden als mild polijst- of schuurmiddel om bijvoorbeeld tin te poetsen. Vandaar dat de naam tinkruid soms gebruikt wordt voor de plant. Dat ga ik beslist eens proberen!
Een aftreksel van de bladeren kan men gebruiken voor het versterken van de conditie van planten, waardoor zij minder vatbaar zijn voor aantastingen van plantenziektes of ongedierte. Kiezelzuur verstevigt de celstructuur van blad en stengel, waardoor het insecten minder gemakkelijk lukt om het bladoppervlak te vernielen. Het besproeien met een infusie van heermoes helpt tegen echte en valse meeldauw. Hiervoor moet je de bladeren ca. 20 minuten koken, laten afkoelen en je planten besproeien.
Verwenst onkruid of waardevolle medicinale plant?
Hier zijn enkele van de traditionele medicinale toepassingen van Heermoes. In deel 2 komen we uitvoeriger terug op de medicinale toepassingen van dit kruid. Daarover schreef onze medewerkster Andrea Bleeker een bijzonder interessante bijdrage. Wordt dus vervolgd.
Diuretische eigenschappen: Paardenstaart heeft diuretische effecten, wat betekent dat het de urineproductie kan verhogen. Deze eigenschap heeft geleid tot het gebruik ervan in de traditionele geneeskunde voor aandoeningen die verband houden met vochtretentie en oedeem.
Wondgenezing: Bij sommige traditionele toepassingen van paardenstaart wordt het lokaal aangebracht op wonden en huidaandoeningen.
Botgezondheid: Het hoge siliciumgehalte in paardenstaart wordt verondersteld gunstig te zijn voor de gezondheid van de botten.
Ontstekingsremmende effecten: Paardestaart wordt van oudsher gebruikt vanwege zijn potentiële ontstekingsremmende eigenschappen.
Gezondheid van de urinewegen: Vanwege de diuretische eigenschappen wordt paardenstaart traditioneel gebruikt om de gezondheid van de urinewegen te ondersteunen.
Antioxidanten: De plant bevat antioxidanten. Aangenomen wordt dat antioxidanten bijdragen aan de algehele gezondheid en cellen beschermen tegen schade.
Disclaimer
Het is belangrijk om te benadrukken dat – hoewel heermoes een lange geschiedenis van traditioneel gebruik heeft – wetenschappelijk bewijs m.b.t. de werkzaamheid, vaak beperkt is. Bovendien bevat paardenstaart bepaalde bestanddelen die, in grote hoeveelheden, giftig kunnen zijn. Daarom is het van cruciaal belang om een gekwalificeerde zorgverlener te raadplegen voordat u paardenstaart gebruikt, vooral als u zwanger bent, borstvoeding geeft of andere medicijnen slikt.
Lees daarom ook de disclaimer die u elders op de website vindt.
Ik heb altijd al van de pinksterbloem (Cardamine pratensis) gehouden. Haar delicate tinten van wit tot zachtroze stralen een finesse en gratie uit die betoverend is. Haar natuurlijke charme is zo onweerstaanbaar dat je er meteen door wordt aangetrokken. Maar het heeft me altijd verwonderd waarom …
Met het mooie, zachte weer van de voorbije dagen zijn de planten werkelijk uit de startblokken geschoten. Een fotoverslagje. Klik op de foto om een groter formaat te bekijken. Scherpe boterbloem (Ranunculus acris) De boterbloemen zijn er ook al vroeg bij. In het Prinselijk begijnhof …
Uiteraard is de boshyacint geen typische stadsplant, maar een bosplant. Toch zijn ze hier en daar in de stadsparken te vinden. Meestal vindt men in de stedelijke agglomeratie (of in tuincentra) echter de Spaanse hyacint (Hyacinthoides hispanica).
In het Begijnhof te Brugge zijn – wellicht – nog enkele echte boshyacinten (Hyacinthoides non-scripta) te vinden. Bij de echte boshyacint is de bloeiwijze sterk naar 1 zijde overhangend en de bloemen geuren heerlijk.
Determinatie wordt enorm bemoeilijkt door de tussenvormen tussen de beide taxa. Om volledig zeker te zijn, moet je een bloem doorsnijden, openvouwen en de binnenzijde fotograferen. De Spaanse hyacint valt van de inheemse wilde hyacint te onderscheiden doordat ze iets robuuster oogt, in bosjes groeit en een rechtopstaande bloemstengel met verspreide bloemen heeft. De bloemen zijn geurloos en hebben een klokvormige bloemkroon. De wilde hyacint (Hyacinthoides non-scripta) is een eerder rijzige plant met gebogen bloemstengel met bloemen langs één zijde. De bloemen geuren en hebben een buisvormige bloemkroon. Naast onze inheemse wilde hyacint en de invasieve Spaanse hyacint wordt ook vaak de kruising tussen beide verwilderd aangetroffen.
Hoe herken je de wilde hyacint of boshyacint?
Je kan de wilde hyacint onderscheiden van de Spaanse hyacint (Hyacinthoides hispanica) doordat de bloemen van de wilde hyacint veel smaller zijn, en hun kelkslippen duidelijk zijn teruggeslagen. De bloemtros helt duidelijk naar één kant over en bij warm weer geuren de bloemen sterk. Het blad van de wilde hyacint zijn smal, hoogstens 1.5 cm breed.
Kruisingen
Aangezien de Spaanse hyacint makkelijk kruist met de inheemse boshyacint kan het ook zijn dat het een mengeling is. Deze hybride soorten, kruishyacinten genoemd, combineren kenmerken van de twee en zijn krachtige planten. Ze zijn ook op hun beurt vruchtbaar dus ontstaan er steeds meer tussenvormen. Bovendien verwilderen zowel de Spaanse als de kruishyacinten gemakkelijk. Echte wilde hyacinten zullen – zeker in de stad – dus ook steeds zeldzamer worden. Op termijn is het risico zelfs reëel dat het “rasechte”, heerlijk geurende boshyacintje, volledig verloren zal gaan.
Boshyacint in het Begijnhof te Brugge
Let op
• Boshyacinten zijn giftig voor mensen en (huis)dieren. • Het sap irriteert de huid, je kan er jeuk en uitslag van krijgen. • Wilde hyacinten zijn zeer kwetsbare planten. Door tussen de hyacinten te wandelen beschadig je niet enkel de planten zelf, maar je “stampt” de bodem ook dicht waardoor de piepkleine worteltjes die uit de zaden van de hyacinten komen niet in de grond geraken.
Van april af ondergaat de natuur een majestueuze transformatie, waarbij de groeispurt van stedelijke flora ons haast de adem beneemt. Komende lente en zomer zullen we ons regelmatig wagen aan een safari in de stad, een avontuurlijke reis door de jungle van steen en beton. …
Op mysterieuze wijze dragen woorden die beginnen met “straat” vaak een lading van minachting met zich mee. Wie zou zich willen identificeren als een straatloper? Nog erger, wie verlangt ernaar straatarm te zijn? Een straatjongen wordt al snel gezien als een ondeugende rakker, en een straatvoetballertje …
Op zoek naar vogelmuur (Stellaria media)? Dan zal u niet lang hoeven te zoeken. Ook niet in het stadscentrum. Onlangs vond ik het zelfs tegen een gevel in Brugges drukste winkelstraat.
Het nederige plantje is een constante metgezel in de stad; vaak te vinden op trottoirs, in stadtuintjes en in plantsoenen. Haar grenzeloze territorium strekt zich uit tot de meest onwaarschijnlijke plekken; zelfs waar slechts een vleugje aarde op een muur te vinden is . Met gracieuze stengels siert het de meest vergeten hoekjes, ook tussen hoopjes puin en afval.
Je kan de vogelmuur het hele jaar door bloeiend aantreffen. Zelfs op een koude winterdag blijft ze standvastig bloeien. Haar vastberadenheid is ongeëvenaard; en tot diep in het najaar behoudt ze haar jeugdige frisheid.
Vogelmuur is – net als paarse dovenetel, kleine veldkers en straatgras – een echte pioniersoort op ruderale terreinen. Het ligt veelal half op de grond, maar als het zich thuis voelt dan zie je het rechtop groeien. Het gedijt het best in de zon en op licht beschaduwde plaatsen. Na kieming bloeit de plant al na enkele weken, en kort daarna vindt de eerste zaadzetting plaats. Daardoor volgen de generaties snel op elkaar.
Uiterlijke kenmerken
Vogelmuur- Stellaria media
Vogelmuur kun je heel makkelijk herkennen aan de ronde stengels waar één rij smalle haren opstaat. Dit is een zeer opvallend kenmerk dat typisch is voor vogelmuur. Met dit kenmerk onderscheidt de soort zich van andere gelijkende soorten
Ook typisch zijn de kleine witte bloemetjes. Ze staan breed open en lijken op een sterretje. De wetenschappelijke naam ‘Stellaria’ komt dan ook van het Latijnse “stella”, wat ster betekent. Het witte bloemkroontje van deze plant is delicaat en fijn. Binnenin vind je een variabel aantal meeldraden, hoewel er eigenlijk tien zouden moeten zijn. Opvallend en consistent zijn de drie uitgestoken stijlen, die later terug te vinden zijn op de doosvrucht van de plant. Je vindt deze vrucht zeker aan een bloeiende stengel, soms nog gesloten, dan half open met zes puntige klepjes die laten zien hoe de vrucht zich opent. Elders vind je ze leeg, al ontdaan van hun vele platte zaadjes in niervorm, maar altijd omgeven door het vijfbladige, zachtbehaarde kelkje dat soms zelfs boven de bloemkroon uitsteekt.
Vanwaar die naam?
Ik herinner me nog uit mijn kindertijd mijn grootvader bijna dagelijks ‘muur’ ging trekken om het de vogels in zijn volière te voederen. De dieren gek op het plantje vandaar dat het ook ‘vogelmuur’ heet. Vogels eten natuurlijk de rijpe zaden. Die zijn piepklein, dus ze moeten er heel veel van eten. Net als de kippen smullen ze ook graag van de frisse blaadjes.
De voortdurende bloei van vogelmuur maakt het een waardevolle bron van voedsel voor bestuivende insecten, vooral in tijden waarin er weinig andere opties zijn. Het is een feestmaal voor insecten zoals honingbijen en wilde solitaire bijen, waaronder de ‘Gewone geurgroefbij’. Het is verbazingwekkend hoe vogelmuur een voedingsrijke oase vormt voor verschillende dieren, waardoor het een essentiële schakel wordt in de natuurlijke levenscyclus.
Culinair
Net als brandnetel is vogelmuur waarschijnlijk één van de bekendste wilde planten die de weg naar de keuken gevonden heeft. Vroeger maakten mensen dankbaar gebruik van deze kruiden door ze als groenten te verwerken in allerlei gerechten. De plant zit boordevol vitaminen en mineralen. De smaak is neutraal, wat ervoor zorgt dat je er zowat elk gerecht mee kunt opfleuren. Het kan als groente gegeten of in salades vermengd worden.
In de blender kan met vogelmuur, samen met water of vruchtensap, een kruidendrankje worden gemaakt.
Je kan er ook een gezonde infusie mee maken. Meng twee theelepels verse of gedroogde muur in een kwart liter kokend water en laat een kwartier trekken. Drink per dag een tweetal kopjes. Een doek gedompeld in koude thee van vogelmuur is geschikt als kompres.
In oude geschriften staat dat de thee nog krachtiger wordt als men bij het koken een derde wijn erbij doet.
In Japan is er een oude gewoonte om rijstpap te eten gemaakt met zeven verse kruiden op 7 januari, om een gezonde start van het jaar te hebben.
Stellaria media was één van de ingrediënten van het symbolische gerecht dat werd geconsumeerd op het Japanse lentefestival, Nanakusa-no-sekku, het festival van de zeven kruiden. Het was gebruikelijk om de planten de dag ervoor te plukken, ze op een snijplank te plaatsen en ze fijn te hakken bij het zingen of reciteren van: “Voordat de vogels van het Tang-land naar Japan vliegen, maal ik deze 7 kruiden.” De populaire overtuiging was dat de bezweringen toekomstige oogsten zouden beschermen, terwijl de versheid van de kruiden kracht en gezondheid moest brengen.
In het moderne Japan blijft alleen de gezonde gewoonte om nanakusa-gayu te eten over. Na de feestdagen zijn de eenvoudige rijstpap en verse kruiden een welkome afwisseling. En het is niet nodig om ze zelf te verzamelen – de zeven ingrediënten worden nu handig verkocht in verpakkingen in supermarkten.
Medicinaal
Muur kreeg de aandacht van dr. Sebastiaan Kneipp. Als kind kwakkelde hij met zijn gezondheid vanwege luchtwegproblemen en zijn droom om priester te worden werd o.a. daardoor op allerlei manieren tegengewerkt. Toch wist hij zijn droom waar te maken. Hij werd priester en schreef vele kruidenboeken. Dr. Kneipp noemde vogelmuur: “het longkruid aller tijden”. Deze Duitse kruidenman uit de 19e eeuw was een fenomeen op kruidengebied.
Vogelmuur heeft door de geschiedenis heen vele toepassingen gehad. Het werd niet alleen gebruikt als voedingsbron van vitaminen en mineralen, maar ook als een algemeen verzachtend en genezend middel voor het hele spijsverteringskanaal. Daarnaast werd het traditioneel op de huid aangebracht bij eczeem en intern ingenomen om ontstekingen zoals artrose te bestrijden. Een aftreksel van vogelmuur kan zelfs dienen als haarspoelmiddel. Vooral bij huidaandoeningen wordt vogelmuur veelvuldig gebruikt, waarbij een kompres of infuus een helende werking heeft.
Stellaria media is 30CH is ook een homeopatisch preparaat. Dosering moet worden voorgeschreven door de arts. Zelfmedicatie wordt niet aanbevolen.
Belangrijke opmerking
Vogelmuur
Vogelmuur mag dan lekker en gezond zijn, maar eet het vooral niet te veel, want het bevat namelijk ook saponines en oxaalzuur. Hoewel giftig, worden deze stoffen zeer slecht opgenomen door het lichaam en hebben ze de neiging om door te gaan zonder schade aan te richten. Ze worden ook afgebroken door grondig te koken. Saponines komen in veel planten voor, waaronder verschillende die vaak voor voedsel worden gebruikt, zoals bepaalde bonen. Het is raadzaam om geen grote hoeveelheden voedsel te eten die saponinen bevatten.
En hoewel vogelmuur een veelzijdige plant is die zowel medicinaal als culinair kan worden gebruikt, is het essentieel om voorzichtig te zijn bij het plukken van wilde planten. Verzamel vogelmuur bij voorkeur ook op schone locaties, weg van wegen en industriegebieden, om te voorkomen dat de plant wordt besmet met schadelijke stoffen.
Disclaimer
Deze site vervangt geen deskundig advies voor medische behandeling. Raadpleeg altijd een deskundig zorgverstrekker of arts. Ook wat betreft de op deze website aangeboden culinaire recepten mag u deze niet beschouwen als deskundig advies. Daarvoor dient u zich te richten tot een gehomologeerde arts, fytotherapeut of diëtist.
De auteurs van Stadsplanten.be zijn niet verantwoordelijk voor eventuele schade, van welke aard dan ook, als gevolg van het gebruik van planten voor medische of culinaire doeleinden. De auteurs kunnen niet aansprakelijk gesteld worden voor aanspraken die voortkomen uit de verkeerde determinatie van een kruid of het verkeerde gebruik ervan in de ruimste zin van het woord.
Wat een onverwacht mooie Paasmaandag beleven we! De atmosfeer straalt puur lentegeluk uit en de weergoden spelen het spel mee. Terwijl de weersvoorspellingen dagenlang regen beloofden, blijven de dreigende buien op afstand en verwent de zon ons af en toe met haar stralen. Het is …
Het officiële startschot van de astronomische lente is nog maar net gegeven en de stinkende gouwe is al onmiddellijk aan een groeispurt begonnen. Je vindt de plant op verwilderde plekken, tegen gevels, op muren en tal van andere plaatsen. Door de zachte maand maart verschijnen …
Wit vetkruid groeit op steenachtige plaatsen, op muurtjes, dijken, in duinen, in bermen van autowegen en op voedselarme, open en droge plaatsen. Geen wonder dus dat we het in de binnenstad van Brugge vonden. Lekker tegen een gevel.
Deze plant komt van oorsprong uit de bergen en is dan ook zeer geschikt voor de rotstuin als ‘voegenvuller’ in de stapelmuur of tussen stenen (ook bestrating). Verlangt een zonnige plek en een matig voedselrijke bodem. Ze groeit vrij snel en heeft meestal een kussenvormige groeiwijze.
Wit vetkruid is gemakkelijk te kweken in droge goed gedraineerde grond in de volle zon, hoewel het ook wel lichte schaduw verdraagt. Vandaar trouwens dat wij de plant vonden aan de zuidwestkant van het gebouw. De plant geeft de voorkeur aan zanderige bodem of grindgronden met een lage vruchtbaarheid. De sappige bladeren maken hem droogte- warmtetolerant. De plant kan invasief zijn en verspreidt zich langs de grond door uitgestrekte stengels die wortel schieten bij de knooppunten. Daardoor kan hij vrij uitgebreide matten vormen. Hij is ook goed te gebruiken als bodembedekker of op een dak.
Het wit vetkruid (Sedum album) is een overblijvende plant uit de vetplantenfamilie (Crassulaceae). Het wit vetkruid kent vele ondersoorten die in vorm, afmeting en kleur van de bladeren verschillen.
De bloem kent vijf meestal witte kroonbladen, die vaak een rode middennerf hebben. De bloemen verschijnen gelijktijdig in groepjes op recht omhoog lopende stengels. De bladeren hebben de kenmerken die je van een vetplant kunt verwachten. Ze zijn rolrond, lijnvormig en tot 12 mm lang met een uiteinde dat een beetje op een knots kan lijken.de bloeiperiode is enkele weken in juni of juli. De bloeiwijze is kaal, maar soms van enkele klierharen voorzien.
Dikke, vlezige bladeren zijn glad en ongeveer cilindrisch. Ze zijn lichtgroen en bedekt met een witachtige, wasachtige bloei.
Naamgeving
Er zijn twee verklaringen voor het woord Sedum:
De naam Sedum komt van Sedare (Latijn) en betekent “afhouden/afvoeren”. Dit omdat vroeger het bijgeloof was dat de plant donder en bliksen kon afweren (afhouden/afvoeren).
De naam Sedum komt van Sedeo (Latijn) en betekent “zitten”. Dit omdat de plant schijnbaar zonder enig verband op rotsen/daken groeit.
Album komt van Albus (Latijn) en betekent “wit”, natuurlijk de kleur van de bloem.
Gebruik
Sommige referenties beschrijven het wit vetkruid als licht giftig bij inname, terwijl andere dat niet doen. In ieder geval mogen stengels en bladeren rauw worden gegeten als ze erg jong en mals zijn. Naarmate de stengels en bladeren ouder worden, maar voordat de planten bloeien, kunnen de eetbare delen nog steeds worden gegeten.Meestal gegeten als augurk, hoewel het ook aan salades kan worden toegevoegd of gekookt met andere bladgroenten.
Waarschuwing: in grotere hoeveelheid gegeten kunnen maagklachten voorkomen. Het is sowieso niet verstandig om op eigen houtje te gaan experimenteren met wilde planten. Raadpleeg altijd een deskundig fytotherapeut. Pluk ook geen wilde planten op plaatsen die niet zo gezond zijn. De straat is daar – om de bekende redenen – één van.
Volgens onze informatie kunnen de stengel en bladeren worden aangebracht als een kompres om aambeien te behandelen. We hebben dit niet geverifieerd; 😉
Deze soort wordt vaak gebruikt in groene daken, omdat het een dichte mat van gebladerte vormt, weinig water nodig heeft en warmte en droogte goed verdraagt.
Winterpostelein (Claytonia perfoliata) is een uitheemse eenjarige plant uit de bronkruidfamilie. De plant is tijdens de bloei gemakkelijk te herkennen aan de schotelvormige bladeren, waar de (bloei)stengel doorheen lijkt te groeien. Het is een klein gewas met een prachtige groene kleur, lekker knapperige, sappige blaadjes op …
Onlangs, op 26 maart 2024, volgden we in het Natuurcentrum Beisbroek (Brugge) een basiscursus mossen, onder leiding van dhr. Hans Vermeulen. Stel je voor: een wereld waar eenvoud de essentie van elegantie vormt. In deze onverwachte rijkdom van de natuur schitteren mossen als de meest …
Zeggen dat het Klein kruiskruid bloeit is echt een understatement. Het zal nooit de prijs winnen voor de meest weelderige bloemenpracht, en het is geen elegante verschijning op de catwalk van de natuur. Voor velen is het niet meer dan een lelijk en irritant onkruid. Maar wanneer het aankomt op karakter en vastberadenheid, staat het zonder twijfel bovenaan de ranking. Het Klein kruiskruid is als een onverschrokken krijger die altijd en overal blijft groeien en bloeien.
Naamgeving
De oorsprong van de Nederlandse geslachtsnaam ‘kruiskruid’ blijft grotendeels een mysterie. Er wordt gesuggereerd dat het een variant is van het Duitse ‘Greiskraut’ (Kreuzkraut), waarin een duidelijke link te vinden is met de wetenschappelijke naam ‘Senecio’. ‘Senex’ betekent namelijk ‘grijsaard’, wat zou kunnen verwijzen naar de snel verwelkende bloemen. Ze produceren – net als vele andere planten in de composietenfamilie – een zaadpluis. Het mysterie rondom de naam voegt alleen maar toe aan de fascinatie voor dit kruid.
Bijgeloof
Vanwege zijn naam werden vroeger aan dit kruid allerlei mysterieuze krachten toegeschreven. Het werd gezien als een afweermiddel tegen heksen en werd zelfs in de wieg gelegd om de baby te beschermen tegen kwade invloeden. Het is verbazingwekkend hoe een eenvoudig plantje een rol speelde in de verbeelding van mensen en als een beschermer diende in tijden van bijgeloof en mysterie.
In bepaalde delen van Engeland wordt het Klein kruiskruid gelinkt aan hekserij. Volgens een legende in de buurt van Cambridge kon een heks alleen in de winter sterven als het Klein kruiskruid in bloei stond. Voor de heksen is er goed nieuws: dankzij ons nieuwe klimaat met zijn zachte winters, bloeit het Klein kruiskruid nu het hele jaar door!
Beschrijving
De bloemen van het Klein kruiskruid
Klein kruiskruid is een eenjarige plant die doorgaans niet hoger wordt dan 30 cm, maar meestal kleiner blijft, zo’n 10 à 20 cm hoog. In een jaar kan het verschillende generaties voortbrengen. De zaden ontkiemen in het voorjaar wanneer de temperatuur boven de 10 °C komt. In andere seizoenen ontkiemen de zaden vaak na regenval na een warme periode, of na grondbewerking.
De rechtopstaande stengels van Klein kruiskruid zijn hol, geribbeld en vertakken weinig tot niet. Ze zijn meestal licht behaard. De wortels kunnen tot een halve meter diep in de bodem groeien.
De bladeren staan verspreid en hebben een glanzend groene bovenkant. Ze zijn langwerpig en meestal tot halverwege ingesneden. De bovenste bladeren zijn zittend en kunnen al dan niet de stengel omvatten.
De bloem bestaat uit een zogenaamd bloemhoofdje. Dat wil zeggen dat er een groot aantal kleine bloemen bij elkaar staan op een gemeenschappelijke bloembodem. Klein kruiskruid heeft doorgaans alleen gele buisbloemen, alhoewel sommige exemplaren ook een paar straalbloemen hebben.
Voorkomen
De plant gedijt op diverse locaties. Je vindt het vaak tegen muren, op omgewerkte grond, in ruigten, plantsoenen, in de straatgoot en aan wegranden.
Langs autowegen zijn exemplaren gevonden die genetisch zijn aangepast om te overleven in omstandigheden met hoge concentraties aan zout (pekel) en lood (uit benzine).
Giftig
De plant is giftig voor de mens. Ook paarden, koeien en andere zoogdieren kunnen vergiftigd worden. Bij hoge dosissen kan de plant zelfs dodelijk zijn.
In het boek ‘Gevaarlijke planten’ van Fred De Vries wordt vermeld: “De hele plant is dodelijk giftig, zowel voor mens als dier. “Klein kruiskruid kan problemen veroorzaken wanneer het wordt aangetroffen tussen voedergewassen, zoals hooi, omdat het giftig is voor vee. Het bevat verschillende pyrrolizidine-alkaloïden, die geleidelijke en onomkeerbare leverschade kunnen veroorzaken.”
Medicinaal
Vroeger werd de plant echter als geneeskrachtig gewaardeerd. Vanwege zijn naam werden aan het kruid vroeger allerlei beschermende krachten toegeschreven. Het blad en de wortel werden gebruikt tegen aambeien.