Zondag 5 mei 2024Duik om de veertien dagen in een stedelijke wildernis tijdens een opwindende stadssafari! Verken de geplaveide jungles en ontdek de verborgen schoonheid van stadsplanten terwijl we je meenemen op een visuele reis door het ‘stenen oerwoud‘. Laat je verrassen door de prachtige …
Als je het woord “absint” hoort, is er meteen een beeld dat opdoemt: de bruisende wereld van de kunstschilder Éduard Manet, die sprankelt van creativiteit en verrassing! In 1832 geboren in het hart van Parijs en doorgegroeid tot een meester van de kunst, was Manet …
Tijdens mijn verkenningstocht door de betoverende straten van Brugge ontdekte ik een wereld die vaak over het hoofd wordt gezien – de mysterieuze levens die zich vastklampen aan de oude muren van de stad. Terwijl ik langzaam mijn weg baande door smalle steegjes en langs middeleeuwse kanalen, werd ik betoverd door de immense biodiversiteit die deze muren herbergen. Elk stukje steen leek een eigen verhaal te vertellen.
Langs de kanten van de gevels kropen delicate groene vingers van klimop, hun kronkelende ranken als levenslijnen tussen de stenen, terwijl mos zachtjes fluisterde in de schaduwrijke hoekjes. De kleine bloempjes van het kandelaartje durfden hun hoofden uit te steken, een uitnodiging voor de voorbijgangers om even stil te staan en te genieten van hun eenvoudige schoonheid.
Zelfs de kleinste scheuren en kieren waren gevuld met een schat aan leven. Minuscule mosplantjes vonden hun weg naar het licht, terwijl insecten en kleine diertjes een thuis vonden in deze kleine oases van groen te midden van het stedelijke landschap.
In deze ogenschijnlijk versteende stadsomgeving vond ik een onverwachte rijkdom aan leven en schoonheid. Het was een herinnering aan de veerkracht van de natuur, die zelfs in de meest onwaarschijnlijke hoekjes een plekje weet te veroveren en te gedijen. Ga je mee op tocht?
Een fotoverslag
Klik op de foto’s om een groter formaat te bekijken.
Tegen de muur van het Kantcentrum vond ik op nauwelijks een halve meter 7 verschillende soorten.
Steenbreekvaren, Moehringa, Stinkende gouwe, mos en korstmos spec. én een verborgen kandelaartje.
kandelaartje, mos en korstmos spec. op een muur in de Rolweg
Kluwenhoornbloem, liggende vetmuur, mos en korstmos spec. op een kademuur
geschiedenis van de kruidengeneeskunde Dit magistrale referentiewerk laat honderd inheemse planten de revue passeren. Voor elk van deze planten krijg je een overzicht van wie wat wanneer wist (of niet wist) en waarvoor de plant door de eeuwen werd aangewend: om kwalen te genezen, om …
Look-zonder-look! Het klinkt een beetje als ‘zomer-zonder-zon’, ‘stad-zonder-straat’ of ‘BIB-zonder-boek’. Het is er, maar … het is er niet. Waar haalt deze plant haar naam vandaan? Dat merk je onmiddellijk als je de blaadjes tussen de vingers wrijft. Dan komt er inderdaad een typische knoflookgeur vrij. …
Op onze derde “safari in de stad” zagen we weer enkele leuke stadsplanten. Op de omslagafbeelding ziet u enkele fraaie exemplaren van het herderstasje (Capsella bursa-pastoris).
Over de meeste van deze planten zullen we later uitvoeriger berichten.
Een fotoreportage…
Akkervergeet-mij-nietje (Myosotis arvensis)
Klein glaskruid (Parietaria judaica) – bloeiend stengeltje
Stel je eens voor: het is een stralende lentedag en je loopt door de charmante straatjes van Brugge. Plotseling kom je uit op de oude vestingwallen en daar ontvouwt zich een betoverend schouwspel. Een berm langs de weg is bedekt met prachtige roze bloempjes, een …
Dit artikel over de medicinale toepassingen van de witte dovenetel is een bijdrage van onze medewerker Broeder Yvan Jacques, herborist en abt van het monasterium Mariakluizen te Brakel (Zegelsem.) Ze zijn er weer ! De brandnetels en zijn naaste buur de witte dovenetel of Lamium album …
Deens lepelblad (Cochlearia danica) is een eenjarige plant die behoort tot de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae). De soort komt voor op strandvlakten, in duinen en op dijken. De laatste jaren komt de plant steeds vaker voor langs wegen die in de winter gepekeld worden.
Deens lepelblad staat nu (einde maart) volop in bloei. Toch zal je het plantje niet moeten zoeken in natuurgebieden, weides, parken of plantsoenen. Het is een zogenaamde pekeladventief. Een adventief is een plant of dier, die door menselijke toedoen op een andere plek is terecht gekomen en zich daar heeft gevestigd.
Bij een pekeladventief moet de oorzaak gezocht worden bij het strooien van zout op de wegen. Je vindt het vooral langs drukke wegen, middenbermen en ook in zijn natuurlijk milieu, de kust.
Ik fotografeerde de plant aan de Zwartzustersvest en op de middenberm van de Zandpoortvest (Mechelen).
Een plant die je vaak in het gezelschap van Deens lepelblad tegenkomt is hertshoornweegbree. Ook in het gezelschap van deze 2 soorten zag ik op de middenberm van de Zandpoortvest de gewone reigersbek, vroegeling, kluwenhoornbloem, paarse dovenetel en de paardenbloem. Ook een aantal mossen voelen zich daar goed thuis.
Het Engels lepelblad en het echt lepelblad zijn twee andere soorten binnen dezelfde familie.
De Nederlandse naam is ontleend aan de vorm van de bladen. Cochlearia komt van het Latijnse cochlea: lepel, dit slaat op de vorm van de onderste bladen van het Echt lepelblad Danica = Deens. Danica verwijst naar Denemarken.
De kieming van de plant gebeurt in de herfst. Het kleine kiemplantje vormt dan een rozet met lang gesteelde, vlezige bladeren. Die vlezigheid is een aanpassing van zoutminnende planten om vochtonttrekking door de zoute omgeving tegen te gaan.
Na de winter ontwikkelt zich uit de rozet een of meer stengels die meestal niet langer worden dan zo’n 20 cm. De geribde stengels zijn donkergroen tot sterk rood aangelopen en al dan niet vertakt. De stengels en de vertakkingen eindigen in bloeiwijzen. De vorm van de vlezige bladeren is breed eirond tot driehoekig. Ze zijn niet stengelomvattend.
Bloei
De bloemen zijn wit of soms licht lila. De vier kroonbladen zijn ongeveer 3 mm lang. De vier afstaande kelkbladen zijn paarsachtig. Elke bloem heeft zes meeldraden.
Na de bevruchting ontwikkelt zich een 3-6 mm grote hauw, die ei- tot bolvormig is. De zaden zitten in twee hokken. Als de zaden rijp zijn gaan de kleppen open. De vliezige tussenschotten blijven dan nog geruime tijd aan de stengels hangen.
De plant is geschikt als wintergroente voor in de salade of andere gerechten. Het heeft een pittige smaak, vergelijkbaar met waterkers. Je kan de plant gemakkelijk kweken, dus niet plukken in het wild!
Medicinaal
De plant werkt bloedzuiverend en eetlust bevorderend. Deens lepelblad is rijk aan vitamine C. Het was een probaat middel tegen scheurbuik. De plant, die ook te vinden is in subarctische gebieden, zoals Spitsbergen, was daarom van groot belang voor de walvisvaarders.
Op de muren van het Kantcentrum in de Balstraat bloeit al enkele weken een fris lila bloemetje. Het heet de Kleine Aubrieta. Volgens bepaalde bronnen werd het plantje daar al in 1966 waargenomen en het houdt goed stand. Een echte exoot, een tuinvlieder.(Zie *: Stadsflora van de …
Over hondsdraf hadden we eerder al. Vandaag laten we onze medewerkster Andrea Bleeker aan het woord over de culinaire toepassingen van deze plant. De eerste blaadjes van de hondsdraf gaan in de sla. De prachtige, blauwe bloempjes kunnen gebruikt worden om borrelhapjes te versieren. Hondsdraf …
Welke plantensoorten dienden om bier te brouwen, leer te looien, inkt, touwen en kleren te fabriceren, papier te maken, om ongedierte te verjagen, vlekken te verwijderen of te gebruiken als tabak-, thee- en -koffiesurrogaat, poetsmiddel, stalstrooisel? Alle planten die in de velden, in bossen en weiden groeiden dienden wel ergens voor en onze voorouders wisten precies waarvoor ze deze planten met sprookjesachtige namen als grote wederik, vlasbekje, koningskaars, wilde bertram, zilverschoon en rapunzelklokje voor konden gebruiken.
Dit boek, gebaseerd op bronnen van ca. 2000 jaar geleden tot en met de twintigste eeuw, brengt de vergeten toepassingen van zo’n 250 plantensoorten opnieuw voor het voetlicht.
Em. prof. dr. Marcel De Cleene is plantenfysioloog. Hij was werkzaam aan de UGent. Bij uitgeverij Sterck & De Vreese verscheen eerder het veelgeprezen boek ‘De historia naturalis‘. De geschiedenis van de kruidengeneeskunde.
Ik heb ‘hondsdraf’ altijd een vreemde, geheimzinnige naam gevonden. Hondsdraf, met zijn mysterieuze klank die een samensmelting lijkt van twee totaal verschillende werelden. Op de één of andere manier roept het eerste deel van de naam beelden op van mijn trouwe, kwispelende viervoeter, terwijl het …
Dit artikel over het medicinaal gebruik van heermoes is een bijdrage van herboriste Andrea Bleeker. Ze ging op bezoek bij collega Yvonne Maassen en zij hadden het vooral over het medicinaal en culinair gebruik van heermoes. De volledige video kan u onderaan dit artikel bekijken. …
Wat een heerlijke verrassing! De eerste zonovergoten dagen van de lente hebben een magische transformatie teweeggebracht in de straten van Brugge. Overal waar je kijkt, schitteren de bloempjes van de muurfijnstraal weer in volle glorie! Dit charmante plantje heeft mijn hart gestolen, en het siert weer de eeuwenoude muren, bruggen en kademuren met een zee van bloemen. Het is werkelijk een genot voor het oog, een waarlijk spektakel dat de stad een betoverende gloed geeft. Brugge wordt nog mooier dankzij dit schitterende natuurlijke wonder!
Herkomst
Muurfijnstraal is inheems in Midden-Amerika en het uiterste noorden van Zuid-Amerika. Ze is vooral in het Mediterrane deel van Europa ingeburgerd. Ook in zuidelijk Azië, Australie en delen van Afrika is muurfijnstraal verwilderd te vinden. De plant is oorspronkelijk afkomstig uit Mexico, kwam als tuinplant (of via een scheepslading?) naar Europa en ‘ontsnapte’ – zoals wel vaker gebeurt – naar de wereld buiten de tuin. Een ‘tuinvlieder’ dus.
Vooral in Brugge
Muurfijnstraal op een kademuur aan de Reie te Brugge
Wist je dat de allereerste rapporten over de muurfijnstraal in België teruggaan tot het jaar 2000? Het begon allemaal op de oude bakstenen muren langs de kade van de Leie, in het pittoreske Kortrijk (zie*). Van daaruit heeft deze intrigerende plant zich in een mum van tijd verspreid naar verschillende steden, voornamelijk in Vlaanderen. Eerst dook het op in Brugge, en al snel ook in Gent, Antwerpen, Koksijde, Menen, Roeselare, Veurne… De lijst lijkt eindeloos! En alsof dat nog niet genoeg was, werd de muurfijnstraal in 2008 voor het eerst gespot in Wallonië, in Namen. Met al deze ontdekkingen kunnen we gerust stellen dat de muurfijnstraal verre van zeldzaam is geworden. Het heeft zich in twee decennia als een onweerstaanbare groene golf door het land verspreid!
Naamgeving
In ‘muurfijnstraal’ staat niet voor niets het woord ‘muur’. De plant houdt van een stenige ondergrond. Dat kunnen rotspartijen zijn, bestaande uit zwerfkeien, tussen straatstenen, maar vooral op oude muren. Die rotsige ondergrond is overigens geen vereiste. In een border met goed doorlatende grond gedijt de plant ook uitstekend.
De aanduiding fijnstraal heeft betrekking op de breedte van de lintbloemen. Deze vrouwelijke straalbloemen (lintbloemen) zijn hoogstens een millimeter breed en veel smaller dan lintbloemen van andere composieten. Het wordt wel eens het ‘Mexicaans madeliefje’ genoemd, maar toch is er nog een duidelijk verschil met het ons bekende madeliefje (Bellis perennis).
De wetenschappelijke naam is Erigeron karvinskianus.
De naam Erigon is afgeleid van het oude Griekse woord êri dat “vroeg in de morgen” betekent en gérōn (oude man). Deze twee woorden refereren naar de snel verschijnende harige vruchten na de bloei. Wilhelm Friedrich Karwinski von Karwin (1780 –1855) was een natuurvorser die in Brazilië (tussen 1821 en 1826) en Mexico (tussen 1826 en 1831 en in 1840) veel dieren en planten verzamelde. Veel van deze dieren en planten zijn uit eer naar hem vernoemd. Dus ook deze plant. Hij werd geboren in het huidige Hongarije, en stierf in München.
Habitat
Een wereld waar oude, vochtige muren tot leven komen met een explosie van groen. Dit is precies waar de muurfijnstraal zich thuis voelt. Vooral op verweerde muren langs het water. Geen wonder dus dat het in Brugge – het Venetië van het noorden – overal voorkomt op de kademuren. Maar hier stopt het niet! Muurfijnstraal gedijt niet alleen op beschaduwde, stenige plekken, maar kan ook het felle zonlicht trotseren. Het is een meester in het transformeren van oude binnensteden, waar het massaal langs gevelmuren opbloeit. Muurfijnstraal is een taaie doorzetter, een overblijvende soort, die zich moeiteloos nestelt in bestaande muurvegetaties. Een klein wonder dat ons telkens weer verbaast door zijn aanpassingsvermogen en schoonheid.
Te koop in tuincentra
Muurfijnstraal aan een gevel (Sint-Annarei, Brugge)
Ondertussen is de muurfijnstraal in talloze tuinen al een ware ster! Terwijl sommige tuiniers stoepplanten – ze noemen het vaak onkruid – liever vermijden, omarmen ze deze prachtige plant met open armen. Muurfijnstraal gedijt uitstekend in de tuin en vraagt slechts om een zonnig plekje op niet al te schrale grond, waar het zich vervolgens moeiteloos vermeerdert. Hoewel je zou kunnen denken dat het zich als een wildernis verspreidt, doet het dat op een zo keurige en vredige wijze dat het label ‘woekerplant’ niet van toepassing is. In feite is deze fraaie wilde plant uitgegroeid tot een geliefde sierplant.
Voetnoot
(*) Verloove F. (2001) Conyza bilbaoana J. Rémy, Cotoneaster x watereri Exell en Erigeron karvinskianus DC., nieuw voor de Belgische flora in Kortrijk. Dumortiera 78: 24-27.
Verloove F. (2002) Ingeburgerde plantensoorten in Vlaanderen. Mededeling van het Instituut voor Natuurbehoud n° 20: 227 p.
Verloove F. (2006) Erigeron karvinskianus. In: Van Landuyt W., Hoste I., Vanhecke L., Van den Bremt P., Vercruysse W. & De Beer D., Atlas van de flora van Vlaanderen en het Brussels gewest. Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Nationale Plantentuin van België en Flo.Wer: 381-382.